Ondanks zero-emissie zones gaat elektrificering wegtransport langzaam

Gemeenten gaan er vaak vanuit dat het instellen of uitbreiden van een zero-emissiezone (ZE-zone) voldoende is om de stadslogistiek te verduurzamen. De praktijk blijkt weerbarstiger. Volgens de laatste cijfers van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) rijden er inmiddels meer dan 50.000 elektrische bestelauto’s in Nederland. Het gaat nog niet hard.

Het aandeel elektrische bestelauto’s in de nieuwverkopen daalde in het laatste kwartaal van 2025 naar iets boven de 40 procent. Over geheel 2025 kwam het aandeel overigens uit op 75 procent (bij verkoopaantallen die ruim 60 procent lager lagen dan een jaar eerder). Bij vrachtwagens is een vergelijkbare ontwikkeling zichtbaar: 7 procent van de nieuwverkopen is elektrisch, terwijl het totale aandeel emissievrije trucks in het nationale wagenpark nu 1,3 procent is. Waarom gaat het zo langzaam?

Nog weinig impact

De impact van ZE-zones op de klimaatdoelen van gemeenten lijkt vooralsnog beperkt. Door landelijke ontheffingen voor onder meer netcongestie kunnen bedrijven elektrificatie uitstellen, waardoor de verduurzaming trager verloopt dan in gemeentelijke klimaatplannen verondersteld. Bovendien richten ZE-zones zich in hoofdzaak op emissies aan de uitlaat, terwijl de grote stedelijke logistieke vraagstukken zoals congestie, verkeersveiligheid en ruimtegebruik daarmee slechts zijdelings worden geraakt.

Uit pilots en aanbestedingen blijkt dat andere interventies wél merkbaar effect sorteren. In verschillende steden wordt gewerkt aan publiek-private bundeling in de afvalinzameling, waardoor minder voertuigen nodig zijn en laadinfrastructuur efficiënt kan worden gedeeld. In de bouwlogistiek leiden zero-emissieaanbestedingen tot consolidatie van ritten en optimalisatie van planning.

Elektrificatie vraagt meer van vervoerders dan het bestellen van voertuigen. De optimale vlootsamenstelling na 2025 hangt af van batterijconfiguratie, actieradius, laadtijden, energie-toegang en financiering. Grote bedrijven stuiten op netcongestie en trage aansluitingstrajecten; mkb-bedrijven op organisatorische en financiële complexiteit. Er is een ongelijk speelveld waarin toegang tot kapitaal, locaties en energie bepalend wordt. 

Het vraagt veel van ondernemers

Verduurzamen begint niet bij voertuigen bestellen, maar bij de vraag wat de beste vlootsamenstelling en logistieke strategie na 2025 is. Een diesel een-op-een vervangen door een elektrische variant is zelden verstandig. Actieradius, laadstrategie, energie-toegang en financiering worden bepalend. Grote bedrijven botsen tegen netcongestie aan, kleine bedrijven tegen complexiteit en capaciteit. Er is een ongelijk speelveld waarin toegang tot kapitaal, locaties en energie de wedstrijd bepaalt. 

Bedrijven die wel de stap naar elektrisch zetten laten zien dat het betaalbaar en operationeel haalbaar en betrouwbaar is, mits het zorgvuldig wordt geregeld; zowel in de opbouw van de elektrische vloot als de afbouw. In projecten zoals de elektrische thuisbezorging van Albert Heijn in de regio Amsterdam blijkt dat keuzes in voertuigtype, laadinfrastructuur, magazijnruimte en personele inzet samen bepalen of elektrificatie in de praktijk werkt.

De eerste stap is dat bedrijven een analyse maken van ritten, energievraag en benuttingsgraad. Slim laden, efficiëntere planning en minder ritten reduceren niet alleen de kosten maar ook de energiebehoefte. De meest duurzame energie blijft de energie die je niet verbruikt.

Van zero-emissie naar zero-impact

Beleidsmatig verschuift de discussie van ‘zero-emission’ naar ‘zero-impact’: minder ritten, minder voertuigkilometers en veiligere en fijnere straten. In die benadering zijn ZE-zones geen einddoel maar één instrument in een breder pakket. Pas wanneer de maatregelen beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar zijn voor ondernemers, versnelt de verduurzaming daadwerkelijk. Voor gemeenten geldt: ga in gesprek met de bedrijven die elke dag de stad in rijden. Wat hebben zij nodig om met minder ritten, emissievrij en veilig te kunnen leveren? Kies vervolgens maatregelen op basis van daadwerkelijke CO₂-impact. 

De praktijk tot nu toe laat zien dat ZE-zones op zichzelf niet voldoende zijn om de stadslogistiek te verduurzamen. ZE-zones zijn geen vanzelfsprekende 'no regret' maatregel, maar alleen onderdeel van de oplossing als ze ook voor ondernemers beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar worden gemaakt. Pas dan versnellen we echt. 

Walther Ploos van Amstel.

 

Lees ook: Zero-emissie zones: willen we meer of minder?

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--