Channels

Een raadsel
In veel organisaties knallen jonge professionals met een gezonde vernieuwingsdrive tegen cultuurmuren. Ze raken gedesoriënteerd, verliezen werkplezier en werklust. Ze geven zich over aan werkwijzen die ze eigenlijk verouderd vinden. Het is een raadsel waarom we zo doen! Iedereen heeft er last van. Nieuwe generaties zijn bestemd om bedrijfsculturen te vernieuwen. Ervaren managers klagen dat hun frisse talenten in de cultuur verdwijnen. Oudere collega’s vinden het aanpassen maar laf. Eerlijk zeggen waar het op staat wordt veel hoger gewaardeerd. Mits met respect, dat wel.
We remmen onbewust en ongewild vernieuwingsprocessen waarvan je op je klompen aanvoelt dat ze nodig zijn.
De vernieuwingsdrive van de jongste generatie
Met twintig uitgebluste jonge ingenieurs verkende ik wat er met ze was gebeurd. Ze bleken allen gericht te zijn op: het verbeteren en versnellen van het leren in het werk, informele werkverhoudingen en het versnellen van (besluitvormings)processen. Dat inzicht bracht hun frisse energie weer naar boven. Over de cultuurmuur zeiden ze vaak dat die bestond uit oudere collega’s die niets wilden veranderen. Verkenningen in andere bedrijven leidden tot vergelijkbare uitkomsten.
In een aantal bedrijven hield ik sessies met alle generaties. Vaak was de spanning tussen jong en oud voelbaar. In een van die bedrijven ontboezemden de jonge professionals teleurgesteld dat ‘sneller leren in projecten’ daar toch niet kon. De senioren reageerden boos met ‘daar geven we jullie verdorie toch alle ruimte voor’! Ik vroeg aan de junioren of ze dat wilden, ruimte.. . ‘Nee’, zeiden ze, ‘we willen niet dat jullie aan de kant blijven wachten tot het misgaat en dan ingrijpen. We willen dat jullie ons direct feedback geven over waar we goed in zijn en ons steunen om daarin nog beter te worden’. Het opruimen van het misverstand leidde tot ontspanning en maakte de weg vrij voor samenwerken.
Nieuwe generaties organisaties
Ik vond ook enkele bedrijven – BViT, Finext en Urbanoly – waar de werkenergie en het werkplezier bij jonge professionals hoog was. Die bedrijven waren gebouwd door de jongste werkende generatie zelf. Overal werd het werken vanuit eigen kracht gestimuleerd. Dat geeft een flinke leerversnelling. Samenwerken was pragmatisch krachten bundelen. Sturing ontstond door een focus op producten of diensten maken die hoog worden gewaardeerd door klanten. Ik maakte korte filmpjes in deze bedrijven. Die toonde ik meerdere malen aan oudere generaties – zelfs aan 70+ ‘ers – met de vraag wat ze ervan vonden. Bijna zonder uitzondering waren ze positief.
Een nieuwe generatie senioren
In een aantal bedrijven vroeg ik aan de senioren wat ze met hun toekomst wilden. Volgens veel jonge professionals zou het antwoord zijn: ‘niets, laat me maar zitten waar ik zit’. De rode draad in hun antwoorden was: ‘we zijn nog heel vitaal en willen graag nog lang nuttig en actief blijven. We willen anders werken dan we deden. We willen veranderen in een richting die ons plezier geeft’. Sommige wilden zich specialiseren op een deel van hun ervaringsterrein. Anderen wilden hun rijke ervaring graag overdragen aan jonge mensen’.

Verdieping in het fenomeen generaties leerde me dat alle generaties in hun volgende levensfase de nieuwe generaties zijn. We zitten anno 2009 middenin een generatiewisseling. We krijgen niet alleen nieuwe junioren, maar ook nieuwe leiders en nieuwe senioren. De cultuurvernieuwing vindt onder onze neus plaats, maar we hebben het niet door. Laat staan dat we deze interne evolutie kunnen ondersteunen.

Zie voor informatie over de auteur: www.aartbontekoning.com

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Hallo Aart,

Een leuk raadsel schreef je! Graag denk ik even met je mee.

De crisis en veranderen: Als je voelt dat je omgeving verandert (verslechtert), dan leidt dat snel tot het zoeken van houvast. Extra aandacht dus voor wat zich bewezen heeft. Tegelijkertijd is het juist dan noodzakelijk om de werkwijze aan te passen…. Een mooi dilemma!

Een vruchtbare weg is die waarin de dialoog tussen de ervaren senioren en de jonge vernieuwers op gang komt. Dat vraagt het goed aansluiten bij elkaar, en het goed inleven in wat er al is in de organisatie. Dat seniors ‘ruimte geven’ is dus niet genoeg. De junioren vragen om ‘directe feedback over waar ze goed in zijn, en steun’. (aardig dat ze volgens het citaat niet feedback vragen op punten waar ze niet goed in zijn…).
In een dialoog kunnen de inzichten bij elkaar komen. Kan vastgesteld waorden wat het nuttig is in het bestaande, en wat zinvolle veranderingen zijn. Een open dialoog tussen de ervaring (senioren) en de vernieuwers (de junioren) dus. Het grote voordeel is dat de verandering zo menselijker verloopt. De gedachten erover nestellen zich bij de betrokkenen. Er worden voorzichtig kleine stapjes gemaakt. En al doende krijgt zo de verandering gestalte!

Groet,
Koen Krikke

x
x