Channels
 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Het artikel van de heer Deymann heeft mij zeer aangesproken
Oude wijn in nieuwe zakken, water naar de zee dragen en denken dat dit toch iets toevoegt; het uitgaan van de maakbare en ver-maakbare mens die snel en eenvoudig kan worden ingedeeld in categorieen….
Toch blijft ook deze schrijver steken in het zich afzetten tegen en dat terwijl ik wéét dat Winfried Deymann ook zeer goed kan aangeven hoe je de authenticiteit van jezelf en (daarna!) de ander kunt versterken door bewustzijn van het proces van oordeelsvorming in jezelf en tussen jezelf en de ander(en). Graag nodig ik Winfried dan ook uit om dit proces van empowerment in een volgende colum
inzichtelijk te maken.

Paul van der Lugt

Deze column sluit mooi aan op een bijdrage van Van der Maesen (klik hier). Die concludeerde dat de voorspellende waarde van de zelfs wat serieuzere persoonlijkheidsvragenlijsten sterk te wensen overlaat. De waarde van minder wetenschappelijke zelftests zal vermoedelijk nog lager liggen.

Maar leuk blijft het, testjes invullen. Mensen doen het met gretigheid en hechten niet zelden grote waarde aan de ‘uitslag’ ervan. Ik heb wel eens met een groep management trainees gewerkt, die qua persoonlijkheid, stijl en dergelijke sterk van elkaar verschilden, daar hoefde je geen psycholoog voor te zijn. Toch eindigden -zonder uitzondering- ALLE invullers (circa 25) in exact dezelfde ‘categorie’, namelijk met die set van eigenschappen die de werkgever ook graag op ze projecteerde. Het ging hier overigens om de Myers Briggs Type Indicator.

Net als Paul van der Lugt ben ik heel benieuwd welke alternatieven de auteur in petto heeft…

Beste Winfried,
Helemaal mee eens, hoor! Ik heb weleens aan mezelf getwijfeld over waarom ik niet kan meekletsen met al die anderen over het enneagram, de dierenriem, Belbin en noem maar op. Ik maak er geen studie van, omdat het zo op te zoeken is en ik vind mijzelf niet het type (noem er maar een naam voor) om quasi interessant te doen in een gesprek en net te doen of ik heel veel wijsheid in pacht heb. Weet je, ik ben inmiddels zo ver, dat ik denk (en soms ook hardop zeg): noem mij maar dom, maar leg maar eens uit wat je bedoelt. En dan blijkt het om gewone alledaagse psychologie kennis te gaan, gewoon snappen wat mensen in verschillende omstandigheden doen en dat is vooral: sociaal wenselijk gedrag tonen, want we willen er toch allemaal zo graag bij horen?
En jij: wat doe jij? Waarom ga je al tien jaar en langer door met wat je doet? Of gaat die vraag toch te ver? Als je het gevoel hebt dat ik je uitdaag: twijfel vooral niet aan jezelf!
Groeten van Joke

Winfried vulmineert als de atheïst die alle kerken in de ban doet en ‘en passant’ de spiritualiteit naar ‘het land van onzin’ wegredeneert. Duidelijkheid is heerlijk maar je schiet wel wat door en bent wel erg makkelijk eenzijdig. Zeker: er is veel ‘misbruik’ en opgeklopte lucht en blablabla; ik waardeer het dat je die luchtbalonnetjes wilt doorprikken. Het maakt mij persoonlijk niet zoveel uit of je nu met Belbin, Enneagram of in de Ardennen, via Intervisies of gewoon aan de koffie-automaat of op een familieverjaardag iets over jezelf leert (bewust wordt). Méér van jezelf kennen, herkennen en begrijpen is waardevol, wat je ook zegt. Immers: ieders individuele gedachten scheppen ieders individuele realiteit én dus ook ieders individuele mogelijkheden en beperkingen. Voor jou zullen tests e.d. niet werken, niet omdat ze niet werken maar omdat ze voor jou, op grond van jouw ervaringen en inschattingen, niet werken (waarmee mijn voorgaande stelling zich bewijst). Prima. Maar geloof me: er zijn veel goede mensen die allerlei interventies (inclusief tests) goed gebruiken voor mensen die daar echt voordeel aan ervaren, hen beter in staat zijn bewust authentiek te zijn. Misbruik en onprofessionaliteit, zowel door hanteerders als door ‘slachtoffers’, zijn jammer. Alles overboord gooien omdat dit voorkomt is… niet mijn advies. Als professional zul je dat ook vast niet zo bedoelen, maar op mij komt het wel zo over. Jouw keus is, dunkt me, om als beste stuurman in je volgende stap de veilige wal te verlaten…

Ik ben het helemaal eens met de stelling van Winfried Deijmann.
De vraag is inderdaad dan zoals Paul van der Lugt en Fred Akkerma stellen: wat dan wel ?
We hebben immers de afgelopen jaren in managementland lopen verkondigen dat doelstellingen SMART moeten zijn. Dus ook het effect van trainingen en coaching moet meetbaar zijn. We kunnen nu onze klanten niet kwalijk nemen dat ze die eis ook daadwerkelijk aan ons werk stellen…. Die klanten hebben tot nu toe allerlei methodieken van training en coaching over zich heen gekregen varierend van kleur bekennen tot en met over hete kolen lopen.
Vanuit mijn eigen management- en trainingservaring heb ik gemerkt dat het tij wat dit betreft echter aan het keren is. Klanten verlangen meer en meer een rechttoe-rechtaan benadering van hun problematiek. Wij zullen daar als trainers en coaches rekening mee moeten houden.
Voor mij heeft dat in het kader van de stelling de volgende implicaties:
1) meet het gedrag wat je wilt trainen zo direct mogelijk (in de praktijksituatie)
2) train dat gedrag op “techniek” maar ook op attitude
3) leer mensen juist af om in hokjes te denken omdat dit hun eigen impact op de ander juist vermindert !
4) leer mensen zichzelf te zijn en zichzelf zo nu en dan te overstijgen
5) leg nadruk op de emotionele component van communicatie in plaats van op de rationele
6) ga niet uit van 1 theorie of waarheid (want die bestaat niet) maar combineer uit verschillende theoretische invalshoeken en praktische eigen ervaring.

Bovenstaande aspecten zijn vanuit mijn management-ervaring en sinds kort ook mijn trainer/coach-ervaring een eerste antwoord op de vraag “maar wat dan wel”. Maar ook een aanzet tot vruchtbare discussie. Ik benieuwd naar reacties waarvan ik iets kan leren cq waarmee ik mijn blik kan verruimen !
Wie ?

Geo van Dam
EFFEQT communicatietraining & coaching

Beste Winfried, waar gaat het toch allemaal om ?? Gaat het om jouw, of om mensen die richting nodig hebben? waar gaat het om bij coaching? Gaat het erom dat een coachee kan zeggen: “nou mijn coach kan zo goed coachen… ” of gaat het erom dat de choachee een handvat aangereikt krijgt dat bij hem of haar past?

Mijn inziens gaat het hier om het laatste. Of dat nu via de sterrebeeld voorspelling van jomanda gebeurt of via de rollen van Belbin. Het gaat erom dat de coachee een stap kan maken , bewust wordt van zijn eigen bewustzijn en alle verschillende contexten waarin hij of zij zich bevindt en die op hun beurt weer invloed uitoefenen op de staat van datzelfde bewustzijn.

Religie is ook zo’n handvat, al jarenlang. Nog veel langer dan sterrenbeelden, covey en belbin. Zelfs nog veel destructiever ook!! Dat heeft zij in het verleden bewezen en zeer rencentelijk ook weer. Dat neemt echter niet weg dat vele gelovige zeer tevreden en een stuk gelukkiger in de wereld staan dan menigeen.
Is elk handvat niet een zwaktebod, kan je je afvragen…
dat moet dan ook voor choaching in het algemeen gelden….

Omdat een bepaalde methode of een bepaald instrument bij jouw niet werkt moeten we het allemaal maar niet meer gebruiken?!? Je vrouw zal wel blij zijn dat haar vibrator jouw wel bevalt.

Wat is dan wel de waarheid, waar zijn je alternatieven??
Het lijkt net alsof je per ongeluk op deze site bent terecht gekomen en aan ons allemaal wil laten zien dat jij een hoog Youpie gehalte in je mee draagt. Nou gefeliciteerd!! en al die mensen die jij coached…. veel sterkte.

Ben van Lom

Beste Winfried,
Na alle reacties, die steeds grimmiger lijken te worden, nog even wat ter relativering. (Jung of Freud hebben hier vast een psychologische verklaring voor, maar ik heb even geen behoefte om er een etiket aan te hangen).
Jouw artikel komt op een moment van kentering in een hype, lijkt mij. Ik zie dat de wereld in een overgangsfase verkeert. Eerst leek alles niet op te kunnen, is er werkelijk gebakken lucht verhandeld, maar kennelijk wilde men het zo. Kenmerkend in een overgangsfase is de crisis: economisch, persoonlijk, maatschappelijk, enz. Nu lijkt het tijd voor bezinning op waar we heel dwaas mee bezig zijn geweest. Kijk maar naar waar deze site de laatste tijd mee gevuld wordt: de roep op gezamenlijke normen en waarden (ethiek, bijvoorbeeld). Moet er dan perse iets nieuws bedacht worden? Of moeten we onze gedachten op een nieuwe manier delen en daaruit ideeën vormen, die ons houvast voor de komende tijd kunnen geven? Is het niet weer een nieuwe poging om door de harde buitenkant de zachte kern te bereiken? (en vul maar in, wat jij vindt, waaruit die kern moet bestaan? Geef er maar een naam aan: als je elkaar maar begrijpen kunt en als je jezelf er maar prettig bij voelt). Ik ben geen VOORSPELLER of BOODSCHAPPER of WAARHEIDBRENGER. Ik ben gewoon IK (net zoals jij ook IK bent en iedereen- daar zijn we tenminste gelijk in), maar ik hoop van harte dat we goed uit de crisis komen en weer een poos voort kunnen met een nieuw houvast.
Laat nog eens van je horen (alle reacties vragen daarom).
Vriendelijke groeten aan allen
Joke van Galen

Beste Joke en andere reacteuren,
Mijn handen jeuken om nu al te reageren, maar ik houd mij nog even in tot het eind van de week om nog wat meer reakties af te wachten. Ik kom er zeker op terug.

Winfried Deijmann

Beste Joke en andere reacteuren,
Mijn handen jeuken om nu al te reageren, maar ik houd mij nog even in tot het eind van de week om nog wat meer reakties af te wachten. Ik kom er zeker op terug.

Winfried Deijmann

Organisatieadviseurs en vooral (!) trainers noemen zich graag consultants.Velen horen zich anders te noemen, namelijk toolkit-consulenten. Zonder toolkit weten zij zich geen raad. Hoe immers dan een programma vullen. Het is de nachtmerrie van deze “professionals” om de koffer kwijt te zijn geraakt. Badend in het zweet wordt men wakker.
Al jaren loopt men rond met “de Kernkwadranten”. Ik durf te voorspellen dat wanneer je over 20 jaar zo’n consulent-consultant midden op straat vraagt zijn koffer open te doen, de rattentest voor het grijpen ligt. Dergelijk tests blijken, letterlijk haast, eeuwen te doorstaan.
Ik hoor het ze al zeggen; “ik gebruik tests alleen om het gesprek op gang te krijgen”. Dat maskeert wat ze eigenlijk zouden moeten zeggen; “ik weet anders niet wat ik moet doen”.
De consultant-consulenten kunnen echter doorgaan. Ze worden niet lastig gevallen, althans mijns inziens veel te weinig (lees in dit verband mijn artikel “Hoe de advieswereld zelf saneren” maar eens, op deze site te vinden onder de rubriek Consultancy).
De markt is door de CC’s verpest. Kijk alleen maar eens naar de overweldigende hoeveelheid reacties op tests op deze site. Dat loopt in de honderden. Een test brengt mensen tot reageren. Niet een inhoudelijk stuk; “Goh, ik dat altijd al dat ik geel dacht, maar nu word ik weer eens bevestigd” (en dat meer dan 200 keer).
Het zou mij niet verbazen dat wanneer een professional een boek wil schrijven, in het eerst contact met een uitgever de vraag valt: “Beste meneer, kunt u in het verlengde van uw boek, een test in elkaar draaien. De test hoeft niet onderbouwd te zijn of gevalideerd. Want weet u, tegenwoordig verkoopt een boek zonder een test niet meer”.

Wellicht geven de column en de reacties aan dat de (Amerikaanse ?) mode om common sense te academiseren een beetje over is. Dat lijkt me goed. Al te veel modellen en testjes leiden wel erg af van waar het om gaat: verbetering van het resultaat. Of misschien: verbetering van de mate waarin het volgende resultaat ons wel bevalt.

De coaching die ik zelf geef, begint in ieder geval altijd bij het zichtbare ongenoegen. Als een soort huisarts zoek ik naar een compleet beeld van de teleurstelling: prospects die maar niet willen kopen, samenwerking die maar niet op gang komt, onderhandelingen die alsmaar niet vlotten en ga zo maar door. Samen met mijn klanten verken ik de acties die ze hebben ondernomen (of juist niet). Vervolgens wil ik weten of ze er echt alles aan gedaan hebben om hun succes te bereiken: hoeveel energie, welke overtuigingen etc. Uiteindelijk gaat het dan om acceptatie van wat het is en focus op de dag van morgen.

Omdat ik ook niet weet of deze aanpak voor iedereen werkt, accepteer ik dat mijn klanten slechts 60% van mijn tarief betalen voor de moeite. Als ze bereiken wat ze willen volgt de resterende 40%.

Daardoor ben ik gemotiveerd om mijn klanten succesvoller te maken. En deel ik in hun succes. Voor het overige ben ik aangewezen op mijn ervaring, mijn gezonde verstand en mijn rijke fantasie. Dat bevalt prima. Al lees ik natuurlijk ook wel eens een boek.

Samenvatting voor coaches: wees praktisch en commiteer je aan een resultaat.

het is inderdaad zo dat men door “labels” te plakken op iemands persoonlijkheid, dit frusterend en denigrerend is.
Maar dat wordt het pas als zo’n technieken worden losgelaten in een organisatie die er niet rijp voor is, dwz. een organisatie die dergelijke “etiketteren” niet inbedt als het persoonlijk vertrekpunt van eenieder voor een veranderings-en ontwikkelingstraject in het belang van én het individu én zijn collega’s en zijn baas. Met andere woorden : dergelijke “labels” zijn geen speeltjes, geen uitspraak, geen veroordeling…ze zijn een momentopname en een vertrekpunt. Als die zaken correct worden geduid, en begeleid dan leert iedereen zeker wat over zichezelf wat hij/zij niet wist (ook voor zijn privé leven), worden zaken begrijpelijk van anderen, ontstaat er een dynamiek, worden dingen bespreekbaar die dat niet waren , en komt er een mentaliteitsverandering en een gedragsverandering. Het hoeft dus niet allemaal bedreigend te zijn, of belachelijk. Dat wordt het alleen als het niet degelijk wordt gekaderd, of alleen wordt gebruikt om nog meer te persen uit iemand ten koste van hem of haar zelf. En daar ligt precies de sleutel . De fout zit niet in de techniek, de fout zit ..bij het management van de techniek. Aan ieder van ons om die te bewaken.
NB. Ik ben een INTJ, blauw,…

Maar wat is waarheid?

Ik kan het mishebben, maar u schopt duidelijk zo hard mogelijk tegen bepaalde schenen. U gebruikt in uw argumentatie het zogenaamde “afzetten tegen”. Een makkelijke redenatie vorm om van te voren je gelijk te wilen krijgen. En zeker goed middel om je frustratie kwijt te kunnen. Maar laten we eens inhoudelijk kijken.

De argumenten die u volgens mij aanhaalt zijn:

1) een typering wordt als excuus voor gedrag gebruikt
2) testen worden gebruikt om snel te scoren.
3) een doorgeslagen psychologisering van organisatieprocessen met als effect dat mensen steeds verder van hun eigenheid vandaan worden getrokken.
4) het nadeel van een vrij beroep: kaft en koren ligt in dezelfde mand. Terwijl er wel het brood van wordt gebakken
5) De test zijn oude typeringen die in een nieuwe jas worden gegoten.

ad 1)
Typering die als excuus wordt gebruikt is hetzelfde als een hamer gebruiken om een plank doormidden te zagen. testen zijn bedoeld voor zelfreflectie en herkenning van gedrag. Het feedback geven op een bepaald aspect van gedrag dat een persoon ten toon spreidt. Wanneer iemand dit niet begrijpt, is het instrument “test” niet geschikt voor die persoon.

ad 2)
Inderdaad worden testen gebruikt om snel te scoren zonder dat de coach er genoeg van af weet. Vandaar dat ik testen stee vast “tina-test” noem. Snel en simpel. Voordeel is dat de coach bij gebruik van alleen testen zich het er makkelijk van kan af doen. Ja dat is zo. Is het niet triest?

ad 3)
Jep in moeilijke woorden laat je twee dingen zien:
1- Je bent een ‘echte’ coördinator (Belbin)
2- Vaak genoeg worden volgens jou oorzaak en probleem verkeerd geïnterpreteerd. Hoewel ik deze waarneming deel probeer ik te vermijden om door hier een uitspraak over te doen. Reden: ik ben liever geen pot die de ketel verwijt. Want wat is waarheid?

ad 4) TJa, als ik zie hoeveel adviseurs in het onderwijs geen kaas gegeten hebben van gedrag, processen en ander organisatie problemen, dan schiet het bij mij ook vol tranen. Sterker nog: men wil niemand die er verstand van heeft!

ad 1, 2, 3 en 4)
Over het algemeen duiden uw bovenste vier stellingen op een treurige gang van zaken in ons beroep: het niveau is vaak ver te zoeken. Iedereen kan bepaalde aspecten van advisering binnen organisaties op zich nemen. Men vergeet echter dat een brede kennis over wat er speelt binnen organisaties noodzakelijk is om adequaat te adviseren.
En dat heeft 75% van de adviseurs niet! En dat kan ik je vertellen, is mijn frustratie.

ad 5)
Als belangrijkste vergelijking gebruikt u een voorbeeld: de dierenriem. Het belangrijkste verschil tussen de dierenriem en een “Tina-test”. laat u achterwege. Een “Tina- test” vult men zelf in, terwijl de dierenriem opgelegd wordt bij de geboorte. Daardoor is de achtergrond van een test en de herkenbaarheid bij personen veel groter en bruikbaarder.

En nu heb ik denk ik vooralsnog wel genoeg bijgedragen aan de discussie

Hubert de Jong
Consultant Severijn BV

Tja, hoe zal ik dááááár nou eens op reageren?!

Ik zou Ben van Lom natuurlijk gelijk een verbale lel om zijn oren terug kunnen verkopen omdat hij de vibrator van mijn vrouw erbij haalt (vooropgesteld dat ze zo’n ding heeft dan…), maar ook vanwege het feit dat hij mij een hoog Youp van’t Hek gehalte toeschrijft wat mijn aaibaarheid en toch al discutabele reputatie niet ten goede komt.

Ik zou ook bijna iedereen kunnen bedanken voor hun al dan niet gedeeltelijke instemming en gelijk Joke van Galen de hemel in kunnen prijzen voor haar relativerende en sussende reactie, want daar houd ik wel van. Paul v.d. Lugt zou ik hartelijk kunnen bedanken voor zijn poging mij te behoeden voor een mogelijke aanslag op mijn leven en door mij alvast te tippen dat ik mijn reactie vooral moet zoeken in de richting van authenticiteit, empowerment en oordeelsvorming.

Of ik zou Paul Janssen kunnen gaan proberen te overtuigen dat ik toch ècht geen atheist ben, maar juist best wel spiritueel.

Of juist helemaal geen reactie kunnen geven, of ik zou iedereen gewoon gelijk kunnen geven want voor iedere mening is wel iets te zeggen, of ik zou…..

Keuzes, keuzes, keuzes,……..

Hoe langer ik mij verdiep in de reacties des te meer keuzemogelijkheden zich aandienen; als ik niet oppas verzinken ik en anderen daardoor in een cognitief moeras van woordsla. En dat is nou net weer het verwijt dat ik veel management-auteurs en collega’s juist maak. Want, zoals het zo vaak gaat in discussies als deze, is het gevaar groot dat de verschillende standpunten zich verharden, (tegen-)partijen ontstaan, men zich meer ingraaft in zijn eigen stellingen en van daaruit de ander blijft bestoken met argumenten, wetenschappelijke onderzoeken en feiten, modder of kogels in een brief. Ik kan best wel een hoop redenen verzinnen om daaraan mee te doen maar ik zie er de zin en het nut niet van in. Doe ik dus niet aan mee.

Ik zal daarom niet op iedere bijdrage afzonderlijk reageren, maar wel proberen om aan de hand van wat mij opvalt aan de ontvangen reacties mijn visie en punt te verhelderen. Daarbij spits ik het toe op het proces van oordeelsvorming (krijgt Paul toch nog zijn zin) en op het al dan niet bewust uitgaan van een ‘geloof’ dat weer samenhangt met het mensbeeld dat men aanhangt.

Ik heb op dit moment niet zo veel tijd dus wordt dit een lange bijdrage.
Voor degenen die geen trek hebben in deze ongetwijfeld lange maar des ondanks beperkte uiteenzetting is er een boek in de handel waarin beide onderwerpen uitvoerig worden besproken: ‘Menskundige Bedrijfskunde’ van TRICONA-collega en vriend Leo van de Burg. Ondergetekende heeft een bijdrage aan dat boek geleverd over ‘de vergeten binnenkant van oordeelsvorming’. (Reclame?….., Tja, het is maar hoe je het bekijkt.)

Het is inderdaad maar net hoe je het bekijkt, want HOE je het bekijkt hangt sterk af van je karakter en de bril die je je hebt aangemeten – al dan niet bewust.

Mijn vertrekpunt is, dat aan de basis van iedere ziens- en werkwijze een geloof staat – dus ook aan de mijne en aan die van de geachte lezer! En om de kat helemaal de bel aan te binden: aan de basis van iedere wetenschappelijke zienswijze staat ook een geloof of axioma. Voor wie het nog niet wist: een axioma is een onbewijsbaar grondbeginsel van waaruit men vertrekt. Zo’n axioma bepaalt in hoge mate de uitslag van onderzoek. Maar het gros van de wetenschappers is daar nog blind voor.

En als ik het in mijn column heb over ronddolen met blinde vlekken, dan bedoel ik daarmee het onvoldoende bewustzijn voor het proces van oordeelsvorming en waardenvrij inzicht in de wetmatigheden van de menselijke natuur. In het niet onaanzienlijke aantal trajecten waaraan ik heb meegewerkt is mij opgevallen dat collega’s uit veel verschillende mens- en wereldbeelden werken, maar dat het mens- en wereldbeeld van waaruit ik en mijn collega’s werken in de meeste gevallen hun onbekend was. Datzelfde geldt ook voor de beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvormingsprocessen die ik tegenkom in organisaties.

Ik probeer via deze bijdrage te laten zien dat het voor het behoud van het respect voor de medemens en de menselijke waardigheid belangrijk is het begeleiden/coachen/adviseren/beoordelen van mensen te bezien binnen een grotere context dan alleen gedragskenmerken en dat dat begint bij een helder inzicht in de eigen innerlijke oordeelsvorming en dat van anderen.

Als ik een rotdag heb gehad kan ik mij wel eens flink irriteren als er weer eens een prof of loog op de TV verschijnt die ergens in zijn betoog roept: “DE wetenschap heeft aangetoond dat….blabla”. Zo’n uitspraak is aanmatigend maar vooral niet exact. Want wetenschap is geen op zichzelf staand abstractum die mag claimen ‘De Waarheid’ in eigendom te hebben. In mijn ‘geloof’ zit wetenschap altijd vast aan de persoon van de onderzoeker die vanuit een bepaalde manier van denken en waarnemen en op grond van bepaalde vooronderstellingen met behulp van ZIJN keuze van onderzoeksmethoden en –instrumenten tot bepaalde conclusies komt waarvan hij hoopt dat hij daarin (tijdelijk?) navolging krijgt. (Daar ben ik in dit stuk ook mee bezig, met dit verschil dat ik het mij bewust ben er openlijk voor uitkom!).

Een aantal jaren geleden mocht ik in een uitzending van Teleac openlijk mijn kritiek op beroepstesten uiten ten overstaan van een klinisch psycholoog en een P&O manager. De reacties logen er niet om: “Ik was als leek niet competent om over dit soort testen te oordelen”; “ik had de verkeerde testen gebruikt”; “je kunt beter iets doen dan niets”, en (na de uitzending): “Je zit aan ons brood”. Aan mijn argumentatie dat ik vond dat dat soort testen en assesments slechts oppervlakkige gedragskenmerken in kaart brengen, vertroebelt worden door de belangen die er spelen (zie reactie van Fred Akkerma) en dat men het niet kan maken om van iemand de maat te nemen zonder dat hij weet met welke maatstok hij wordt gemeten, werd voorbij gegaan. Daar kon men helemaal niets mee of men wilde er gewoon niet aan.

Ik ben er zeker van dat mijn column ook wordt gelezen vanuit persoonlijke vooronderstellingen. Ook in de reacties op mijn column schemert bij iedere reacteur haar of zijn ‘geloof‘ door. Dat is al direct af te lezen aan de openingszinnen. Met het hebben van vooronderstellingen is overigens niks mis zolang je je maar bewust bent dat het inderdaad VOOR-onderstellingen zijn, verantwoording neemt voor de consequenties ervan en bijstuurt als de effecten ongewenst en onbedoeld blijken te zijn.

Laten we eens kijken of e.e.a. terug te vinden is in de reacties op mijn column.
Vrijwel alle reacties beginnen al in de eerste of de tweede zin met een stellingname die min of meer is terug te voeren op: leuk/niet leuk; oneens/mee eens of ‘beetje van beiden’. In ieder geval begint iedereen met aan te geven waar ze zelf staan.
Kijk maar even mee:
Paul v.d. Lugt: “Het artikel van de heer Deymann heeft mij zeer aangesproken….”

Frank Akkerma: “Deze column sluit mooi aan op een bijdrage van Van der Maesen….”

Joke van Galen: “Beste Winfried, Helemaal mee eens, hoor!….”

Paul Janssen: “Winfried vulmineert als de atheïst die alle kerken in de ban doet en ‘en passant’ de spiritualiteit naar ‘het land van onzin’ wegredeneert. Duidelijkheid is heerlijk maar je schiet wel wat door en bent wel erg makkelijk eenzijdig…”

Geo van Dam: “Ik ben het helemaal eens met de stelling van Winfried Deijmann…..”

Marc Oskam: “Organisatieadviseurs en vooral (!) trainers noemen zich graag consultants. Velen horen zich anders te noemen, namelijk toolkit-consulenten….”

John Manschot: “Wellicht geven de column en de reacties aan dat de (Amerikaanse ?) mode om common sense te academiseren een beetje over is. Dat lijkt me goed….”

Michel van der Meulen: “het is inderdaad zo dat men door “labels” te plakken op iemands persoonlijkheid, dit frusterend en denigrerend is….”

Hubert de Jong: “Ik kan het mishebben, maar u schopt duidelijk zo hard mogelijk tegen bepaalde schenen. U gebruikt in uw argumentatie het zogenaamde “afzetten tegen”. Een makkelijke redenatie vorm om van te voren je gelijk te wilen krijgen. En zeker een goed middel om je frustratie kwijt te kunnen….”

Behalve dat de bovenstaande openingszinnen bij iedereen een soort primair standpunt verwoorden dat direct geassocieerd blijkt te zijn met wat men zelf ook al dacht – of juist niet, zijn ze ook nog eens sterk gecomprimeerde formuleringen waarachter werelden aan persoonlijke ervaringen, gevoelens, idealen en vooronderstellingen schuil gaan. Ik noem dat het ‘eigen referentiekader’, zijnde de som van opgedane levenservaring, leerervaring en werkervaring.

Vervolgens wordt in de bijdragen verder uitgewijd en worden die persoonlijke referentiekaders daarmee iets duidelijker omlijnd. Ook wordt, als je goed leest, een piepklein beetje van de persoon achter de stelling zichtbaar. In het persoonlijke referentiekader van Ben van Lom komen bijvoorbeeld zelfs vibrators voor!

Behalve dat men begint met positie te nemen valt mij ook op dat sommige reacteuren aanhaken op de inhoud van mijn column, anderen op het effect van mijn schrijfstijl, en in één geval worden de pijlen op mijn persoon gericht.
Wat betreft dat laatste is het opvallend dat de intensiteit / heftigheid van de reactie hoger wordt naarmate de persoon zich persoonlijk aangesproken, of zo je wilt, aangevallen voelt.

Daarna gebeurt het onvermijdelijke en wordt een stukje tijdgeest zichtbaar….
Kijk de reacties er nog maar eens op na: hooguit in de tweede alinea van iedere bijdrage begint het woord ‘ik’ steeds meer voor te komen en wordt onderstreept hoe men e.e.a. zelf ziet en aanpakt. Het gaat dan niet meer over mijn opvattingen, mijn gevoelens en intenties, of over vragen hoe ik dit allemaal heb kunnen bedenken, waarop ik mij baseer of over wat ik precies wil, maar komt ieders eigen referentiekader aan de orde.

Interessant is ook om te constateren dat in dit geval uitgespoken ‘medestanders’ wel nieuwsgierig zijn naar meer informatie en eindigen met een vraag aan mij, maar dat de oprechte ‘tegenstanders’ eindigen met een conclusie en een punt zetten – einde verhaal. De ‘medestanders’ gaan dus op mij en mijn stelling in, terwijl de ‘tegenstanders’ juist tegen mij ingaan. En dat is jammer, want juist die ‘tegenstanders’ zouden door het stellen van (open) vragen kunnen proberen meer begrip te krijgen, zonder dat dat direct betekent dat ze het dan ook met mij eens moeten zijn.

Begrip hebben en het (on)eens zijn, zijn twee verschillende zaken. Respect en het behoud van menselijke waardigheid begint met begrip opbrengen, maar ook met zelfonderzoek. Dat wordt helaas nog tè vaak niet doorzien, met alle polarisering die dat met zich meebrengt. Ben van Lom stelt terecht in zijn reactie dat religie heel destructief kan zijn, vooral als men zijn geloofsovertuiging IS, in plaats van dat men een geloofsovertuiging heeft.

Dit herinnert mij aan een uitspraak van paus Alexander de Eerste. Hij zei: Er zijn mensen die nooit iets leren omdat ze alles al veel te snel begrepen hebben.

De ideale adviseur, trainer of coach met de ideale aanpak bestaat mijns inziens niet, daarvoor is vrijheid een te mooie verworvenheid, maar vrijheid is niet hetzelfde als ‘Ieder mag toch zijn eigen mening hebben’ en vrijheid is zeker niet het equivalent van het door mij verafschuwde ‘moet kunnen’. Want daarmee wordt iedere poging tot integere oordeelsvorming gesmoord.

Voor wie meer wil weten over oordeelsvorming:
http://www.dialoog.net

In een volgende bijdrage ga ik in op het mensbeeld van waaruit wij werken.

Met oprechte dank voor alle reacties,

Winfried Deijmann

Gaandeweg het leven wordt ieders individualiteit meer zichtbaar. Vertrouw op die individualiteit, wat overblijft is aandacht geven aan uw klant, echte aandacht.
Ik de klant zitten de antwoorden, niet in modellen.

Hartelijke groet,

Christian de Beer

Gaandeweg het leven wordt ieders individualiteit meer zichtbaar. Vertrouw op die individualiteit, wat overblijft is aandacht geven aan uw klant, echte aandacht.
Ik de klant zitten de antwoorden, niet in modellen.

Hartelijke groet,

Christian de Beer

Geef twee jochies van tien dezelfde Lego bouwdoos en ze zullen er verschillend mee omgaan. De ene zal proberen aan de hand van het bijgeleverde bouwschema met de steentjes het model exact na te bouwen en de ander begint tegelijk vanuit zijn eigen fantasie iets in elkaar te zetten zonder het meegeleverde bouwschema ook maar één blik waardig te gunnen. Met beide benaderingen is op zich niks mis mee, het zegt wel iets over de jongetjes zelf. Het laat namelijk – voor hun zelf onbewust – zien vanuit welke scheppende principes zij iets creëren.

Dat we in de grote mensenwereld modellen bouwen die principes symboliseren waarmee we met elkaar kunnen communiceren, is op zich niet zoveel tegen. Maar een model aanreiken zonder daarbij de scheppende principes te includeren en bloot te geven is hetzelfde als het legobouwsel zelf de schuld te geven, wanneer het op de grond kapot valt .

Mijns inziens is het de opdracht van organisatie- bedrijfs- en sociale wetenschappen om WERKZAME PRINCIPES op te sporen en niet om modellen over te dragen. Het gaat dus om het uit de realiteit pellen van werkzame, conceptuele principes met de hardheid van de wet van de zwaartekracht.

Vertaald naar de advies-/training-/ en coachingspraktijk betekent dat, dat als er geen inzicht en openheid bestaat over de overeenkomstige of strijdige grondslagen van waaruit klant en adviseur vertrekken het gevaar van de missing link levensgroot aanwezig is. Er wordt dan gekozen voor een aanpak op grond van uiterlijke, schijnbare relevantie die later uitmondt in teleurstellingen en de beruchte bureaulade rapportage.

Om maar wat hypes te noemen die daaraan ten prooi zijn gevallen:
‘The New Economy’, Kennismanagement, de ‘Fortune 1000 fusie mallemolen, de hele trits aan functionereings- en beoordelingssytemen die de laatste jaren de revue passeren, enzovoort.

Winfried Deijmann

‘An educated mind is useless without a focused will and dangerous without a loving heart’. (WD)

Hoe krijg je het voor elkaar met alle “brillen” van verschillende vorm en met verschillende gekleurde glazen in een organisatie te komen tot eenzelfde vertrekpunt, overeenstemming over het te bereiken doel en de weg waarlangs het doel bereikt gaat worden ?En hoe kan ik alle energie die vrijkomt in de interacties in de organisatie bundelen en als positieve energie inzetten om het doel te bereiken ?

Nou, we halen wel het mooiste in elkaar naar boven….. Toch maar een poging tot synthese over alle partijen heen, ben benieuwd of het gewaardeerd wordt….

ELKE theorie of model (van simpel tot religieus complex) is een poging in de tijd van een individu of groep mensen om iets van de wereld te begrijpen om dat vervolgens met anderen te kunnen delen. Daarin gaat ALTIJD meer of minder van de complexe, niet te duiden werkelijk heid verloren. Dat is de prijs die je betaalt. En ELKE theorie komt op zichzelf te staan (los van de oorspronkelijke bedoeling) en is voer voor mensen die er hun ‘eigen ding’ mee willen doen, inclusief misbruiken. Theorieen kunnen je op weg helpen, maar je moet uiteindelijk alles weer kunnen loslaten om je eigen weg te vinden, om in het moment JOUW begrip van de wereld te vormen.

Ik zie dat relatief simpele modelletjes mensen echt inzicht geven. Ik zie ook dat ze daarin neigen te blijven hangen, omdat ze op hun ‘ego’ niveau het wel prettig vinden bij het eerste inzicht te blijven. Dan blijf je ver weg van het meer pijnlijke groeipad wat elk inzicht je ook kan bieden. De bevrijding komt tenslotte pas later, na de pijn. Het is aan de adviseur om dat perspectief te laten zien en mensen met liefde en geduld op dat pad te zetten (liefde en geduld kan soms ook leiden tot confrontatie, dus niet altijd ‘soft’).

Tenslotte: ik zie dat iedere cient de adviseur krijgt die hij of zij verdient en vice versa. We houden elkaar gevangen. Elk oordeel over een andere slaat terug op jezelf.

Met hartelijke groet,

Bas van Beers

Het artikel van Deymann over spugen in zee doet me goed. In tegenstelling tot iemand die in een reactie schrijft over een coachcursus van 10 dagen ben ik 3 jaar opgeleid tot counseller. Ik heb intussen een redelijk drukke praktijk gevuld door mensen die met “leidersschap” bezig zijn. Dit varieert van managers, bestuurders tot directeuren van kleine bedrijven. Om leiding te kunnen geven aan anderen is het in mijn optiek vooral eerst nodig om leiding te kunnen geven aan jezelf. Door thuis te zijn in Freud en consorten en allerlei piskijkerige afgeleiden ervan ben ik vooral van mening dat deze kennis voor mijn werken van belang is om mijn vragen zodanig te structureren dat mensen inzichten in zichzelf opdoen en vandaaruit help ik ze verder om weer leidng te geven. Mijn inzicht is dat ik zijn stellingen volledig onderschrijf.

Piet van Mourik.

Waar het op neerkomt, is dat men zich best kan verdiepen in enkele modellen om te zien hoe dingen werken. Zolang men maar niet vanuit een model aan de slag gaat! Men moet de modellen dadelijk weer vergeten en als in een gesprek met een klant, een en ander bij u binnenkomt, uit een of ander model, gebruik het. Het is blijkbaar aan de orde. Het is mischien een aanknopingspunt.
Waarnemen, steeds bij iedere situatie opnieuw , zonder dat te doen vanuit een model.

“Hoe krijg je het voor elkaar met alle “brillen” van verschillende vorm en met verschillende gekleurde glazen in een organisatie te komen tot eenzelfde vertrekpunt, overeenstemming over het te bereiken doel en de weg waarlangs het doel bereikt gaat worden ?””

Door dit als vertrekpunt te nemen. Zie waar men staat op dit moment, inclusief de verschillen. Welke fase zit men in de ontwikkeling van deze organisatie? Wat is de volgende stap, niet de gewilde, maar de natuurlijke. Wees er reeel in.

Hartelijke groet,

Christian de Beer

Beste Winfried,
Wat aardig, dat je mij de hemel in wilt prijzen, maar ik blijf toch liever met beide benen op de grond staan, hoor.
Je hebt volgens mij een record gebroken door zoveel reacties los te maken en ik ben toch zo benieuwd hoe je dat voor elkaar hebt gekregen.
Het lijkt alsof je een beetje beledigd bent door vergeleken te worden met Youp van ’t Hek (een hele goeie cabaretier, die bij iedereen een (de?) zwakke plek weet te vinden, wat je verder ook van de inhoud vindt). Toch denk ik dat je erom gevraagd hebt door hem in je toonzetting min of meer te imiteren (khom maar…). en bij Youp gaat het al net zo als bij jou, lijkt het: je houdt ervan of je haat het, wat hij zegt. En dat, terwijl er onder de oppervlakte zo’n welgemeende boodschap ligt. Ik denk dat sommigen (de “mee-eens” categorie) dat laatste hebben laten prevaleren, terwijl anderen als het ware hun oer-gevoel uiten en in de (soms heftige) weerstand schieten.
Voor mijzelf geldt dat ik door je toonzetting enorm geprikkeld werd tot reageren, maar wel even twee keer heb moeten lezen waar het eigenlijk over ging. Maar mogelijk was dit ook wel jouw bedoeling.
Ik ben benieuwd naar je volgende column.
Vriendelijke groeten van Joke van Galen

Beste Joke,

Om je gerust te stellen: van beledigd voelen – ook niet een beetje- is geen sprake hoor. Youp en ik hebben een soort eenzijdige haat-liefde relatie die al stamt vanaf de middelbare school waar wij samen op zaten. En het Khòòòm maar, khom maar, khom maar…. heb ik eerlijk gejat van ‘Cup-a-Soup Sjors’ uit de bekende STER reclame.

Maar het is met dit soort vragen/discussies als met het repareren van een lekke autoband, althans zo zie ik het. Ik had daar zo mijn eigen voorstellingen bij: in de garage gewoon band eraf, gaatje vinden, lijmen, een plakker aan de binnenkant, terug op het wiel, lucht erin en hupsakee, rijden maar.

Niet dus. Tot mijn verbazing zag ik dat de reparateur, nadat het spijkertje uit de band was verwijderd, een dikke 16 mm boor nam en het gat vervolgens uitboorde en ‘het probleem’ dus nog groter maakte dan het al was. Op mijn vraag warom hij dat deed zei hij dat een groter gat makkelijker te repareren is. Daarna vulde hij het gat met een soort rubberstripje. Heel anders dan ik had verwacht, maar wel logisch en praktisch.

En zo is het maar net. Soms is de kern van een vraagstuk zo difuus dat het moeilijk te duiden is. Als een probleem niet echt duidelijk of doorzichtig is, is het zinvol het wat groter te maken, maar niet groter dan nodig. Daardoor komt de eigenlijke kern van het vraagstuk aan de oppervlakte, wordt het makkelijker er mee om te gaan en kan er een aanpak worden gekozen die zich anders niet zou hebben aangediend.

Of dit mijn bedoelings in dit geval? Ja, zij het met de annotatie dat tussen de manier waarop ik mij uit en het effect dat dat sorteert het vraagstuk van de interpretatie speelt: In hoeverre wordt aan mijn handeling (schrijven) afgelezen wat ik bedoeld heb? Waar ik mee te maken krijg is het effect. Dat die effecten heel verschillend zijn blijkt uit de verscheidenheid aan reacties. De een bevalt mijn manier van uitdrukken niet, de ander juist wel en alles wat daar tussen ligt.

Als vier mensen hetzelfde ongeluk hebben gezien, krijg je toch vier verschillende getuigenissen.

Om even de link naar de gangbare assesments en personeelbeoordelingen te leggen: die blijken meestal gebaseerd te zijn op de uiting, de buitenkant van het gedrag, met het levensgrote gevaar dat aan de intenties van de beoordeelde geen recht wordt gedaan. Anders gezegd zou ik willen stellen dat er in veel beoordelingssituaties een discrepantie is tussen de goede bedoeling, een verkeerd gekozen uiting en een verkeerde interpretatie waarmee geen rekening wordt gehouden.

je vraag naar wat mijn bedoeling is vind ik dus boeiend, omdat dat weer zo’n kernvraag is. Dank je wel dus. Want deze discussie gaat met zoveel woorden over ‘het meten van gedrag’ en de effecten die dat heeft.

Bij het omgaan met competenties, door mijzelf en de collega’s van TRICONA, is de drieslag bedoeling – uiting – effect een van de grondprincipes van waaruit wij vertrekken.

Winfried Deijmann

‘An educated mind is useless without a focused will and dangerous without a loving heart’ (wd)

Heel interessant al die reakties. Ik heb zo mijn eigen gedachten omtrent al die tests, labels etc. Sinds 10 jaar werk ik in de VS en heb hier mijn tweede “Masters in Organizational Management “behaald. Mijn eerste behaald ik in Nederland, aan de VO in Amsterdam. Ik werk hier voor de overheid en na 10 jaar ben ik tot de volgende conclusie gekomen:

In Nederland gebruiken we nog steeds overwegend amerikaanse methodieken en lezen we elk boek op Organisatie-terrein van elke Amerikaan die publiceerd (ik weet, er zin ook rezue goede nederlandse auteurs, maar sommigen baseren zich ook op een amerikaanse “tegenvoeter”).

Nou is het lezen en bestuderen van amerikaane literatuur opzich geen probleem. Maar…..

– In Amerika is de markt constant overladen met boeken over diverse organistie-modellen, zonder dat organisaties overgaan tot het implementeren van die modellen. Men introduceerd hier wel die ideeen, maar amerikanen zijn per definitie ( globaal gesproken) slecht in implementatie van hun eigen ideeen. Waarom? Omdat er zoveel ideeen op de markt komen; omdat iedereen denkt het beter the kunnen en omdat alles hier gebaseerd is op “short-term solutions” en vaak die veranderingen op zulke korte termijnen uitblijven. Dus weg met het nieuwste model, op naar het volgende.
Ik krijg de indruk dat dit nu ook in Nederland het geval is. brrr.
We blijken “nog roomser dan de paus ” te zijn op het gebied van implementatie.

– De amerikaanse cultuur is niet te vergelijken met die in Nederland, hoezeer we van beide kanten ook spreken van de Westerse wereld. En ik heb het nu niet over opervlakkige vergelijkingen. Langzamerhand heb ik een goed beeld gekregen van mijn amerikaanse mede-mensen. En dit is wat ik beschouw als het grootste verschil, dat leid tot al die behoeftes aan labelling en tests: Velen (alweer, globaal gesproken) bezitten niet die innerlijke rijkdom die wij “Zelfvertrouwen” noemen/ Hier wordt je zelfbeeld bijna volledig bepaald door uitwendige factoren: je medewerkers, je bezittingen, je uiterlijk. Alles wordt hier afgewogen aan die invloeden en met voorkeur gemeten met cijfers. Gisteren zat ik in een training voor coaches en de trainer wist ons precies te vertellen dat onderzoek had uitgewezen dat elk mens 4 hugs per dag nodig had, 5 motivatie-gesprekjes per dag, 7 herhalingen voor het leren van nieuwe dingen etc. pfffff. Kan het even anders?

Misschien ben ik te nuchter( you blunt dutchie) maar ik vind het verdrietig om te zien dat volwassenen zo hunkeren naar positieve aaien en labels die hen beter doen voelen.

Natuurlijk is een ook een verborgen agenda, zeker wanneer test en labels volledig zijn geintroduceerd in organisaties: makkelijk om zo de Human Resources te manipuleren. Maar dat is een heel ander vehaal.

Karen

Beste heer Deijmann,

Ik kan me volledig vinden in uw verhaal. Al deze theorien worden uiteengezet in allerhande trainingen en cursussen en wordt de mensen voorgeschoteld.
Wat er volgens mij fout gaat is het volgende;
a) de moderne leidinggevende krijgt zoveel zaken voorgeschoteld dat zij door de bomen het bos niet meer ziet. Velen van hen krijgen hierdoor de ruimte zich te verschuilen achter het zoveelste “wereldwonder” in plaats van zich te richten op hetgeen zij dienen te doen namelijk leiding geven over een (gedeelte van een) organisatie.
b) door het vele aanbod gunnen mensen zich niet de tijd te oogsten. De meeste managers zaaien eerst het ene krijgen vervolgens weer een andere techniek in een of andere training en zaaien vervolgens het volgende alweer. Een goede boer zal dit nooit doen. Eerst zaai je en dan ga je vervolgens werken aan de oogst. Je bemest, je geeft water, etc. En continue kijk je hoe de groei gaat en of je moet extra water moet geven of extra mest. Maar vergeet ook niet het oogsten. Het achterover zitten en even genieten van je vruchten die je geplukt hebt alvorens je weer gaat oogsten. Alleen op deze wijze weet je wat jouw oogst kan opleveren.
Dit laatste noemt men leren en ontwikkelen, het eerste is informatie tot je nemen….

Pascal Bouwman

Eerst blokkeerde het apparaat af en toe bij de waterinname, daarna produceerde het een heleboel herrie en later bleef het water doorstromen. Maar nu is de afwasmachine weer helemaal in orde. Al heb ik er aardig wat gereedschap voor uit de kast moeten halen: dweil, emmer, waterpomptang, combinatietang, striptang, schaar, potlood, waterpas en hamer om er een paar te noemen. O ja, en de pc met internet om een nieuw onderdeel te bestellen, mijn portemonnee om de rembourszending te betalen en natuurlijk mijn leesbril.

Al dat gereedschap is vrij toegankelijk voor mijn huisgenoten, maar ik durf erom te wedden dat zij, zelfs al zij eendrachtig hadden samengewerkt, het apparaat niet weer lekvrij aan de praat hadden gekregen. Toch volgde ik nimmer een tweedaagse cursus vaatwasmachinemonteur. Mijn herstellend vermogen is de 45 jarige resultante van sinds de kleuterjaren ontwikkeld technisch inzicht.

Had ik of een echte monteur het apparaat ook kunnen repareren met als enig gereedschap een vuistbijl zoals Winfried Deijmann voorstelt?

Wie weet, maar ik denk niet dat we nu al klaar zouden zijn. Bovendien, omdat een afwasmachine slechts gereedschap is zouden we zo’n ding niet eens in huis hebben. En de vaat, dat “alsmaar uitdijende instrumentarium” om eten te bereiden en te verorberen; weg ermee!?

Het kan, het wordt allemaal erg simpel, maar niet eenvoudig. Bij ons thuis eten we daarom met mes en vork. Toegegeven, dat is ook een beetje vanwege de status.

Wie het ambacht van manager, consultant, counselor, coach of adviseur wil uitvoeren door alleen een vuistbijl (“Dierenriem”) als gereedschap te gebruiken zet de evolutie klok honderdduizenden jaren terug. Vandaag de dag ontkomen we er niet meer aan: stropdas, lease-auto, pc, koffiemok, mobieltje, whiteboardmarker en ja wat modellen.

De leerling (junior, kennisgerichte) zal het eerste gereedschap wat hij tegenkomt beschouwen als een wondertool. Als een echte Harry Potter haalt hij het uit zijn toverdoos: de waterpas om het water binnen de afwasmachine weer in de pas te laten lopen. De gezel gniffelt en ik geef Winfried gelijk: het werkt niet en het is duur.

De gezel (medior, kundegerichte) klaagt op zijn beurt bij de meester over de vele gereedschappen die bij elke klus weer moeten worden meegesjouwd, maar lang niet altijd uit de koffer komen. “Ik zie door de bomen het bos niet meer!” Nu gniffelt de meester: “Zou je het bos wel zien indien er geen bomen waren?”

Meester (senior, kunstenaar) word je door altijd leerling te blijven. Ontwikkel je, dat wil zeggen ontdoe je van je wikkel en kom dichter bij je kern. Klaag niet, maar verwelkom wat op je pad komt. Wordt er een veelheid aan instrumenten op je pad gedumpt? Trap er niet tegenaan, want dat geeft nog meer rotzooi voor zij die na jou komen. Gebruik de energie van je aversie om het zo op te ruimen dat jezelf en anderen er nog wat aan hebben. Zoals ik binnen Profitad (www.profitad.nl) met UMEHA™ probeer te doen. Dat maakt de vaat schoon en houdt de zee blauw.

Wim J. Koster
Profitad

ik ben de beste

In een van zijn conferences verhaalt Theo Maassen van zijn korte relatie met een model: “En dan merk je toch wel dat een model een versimpelde weergave van de werkelijkheid is”.
Daar waar we de werkelijheid niet kennen maken we gebruik van metaforen en modellen. Zeker daar waar de denkende en handelende mens een rol speelt is argwaan geboden. In de organisatie- en veranderkunde leggen we daarmee de bron voor ontwikkeling, verandering, verbetering buiten onszelf en buiten de ander in de organisatie. Het ontkent tevens het fundament van elke individuele organisatie, namelijk dat het een sociaal construct is.
In de PDCA-cyclus wordt volop gepland, gedaan, gecontroleerd en gehandeld; maar “Think” staat er niet bij. Denken is mooi, nadenken beter.
Weg met modellen en dergelijke? Nee hoor, maar gebruik ze als alternatieve geneesmiddelen; ze werken niet, maar helpen wel.

Toon alle 28 reacties
x
x