‘We worden weer amateurs’

Toen ik begin midden jaren tachtig in het vak stapte werd een organisatieadviseur, zo heette dat toen nog, ingehuurd als iemand die meehielp een bedrijf effectiever en efficiënter te maken. Ik hunker nog wel eens naar die tijd. Tegenwoordig zijn we onderdeel van de groep ‘externen’ die je er als eerste uitgooit als je kosten wilt besparen. Je haalt ze niet meer binnen om kosten te besparen, nee je smijt ze er juist uit. Zoals de onderwijzer op de lagere school en de docent van het voortgezet onderwijs met minachtig wordt bekeken, zijn ook de management consultants (zo heette dat voor kort) ook onderdeel geworden van de categorie vervallen cultuurgoederen. Nog sterker ik voel soms een vorm van haat naar al die consultants. Dat doet me vreselijk zeer; ik heb bedrijfskunde gestudeerd aan de Interfaculteit in Delft, heb Sioo gedaan, ben lid van de Ooa (Orde van organisatiekundigen en- adviseurs) en ben daar zelfs bij tijd en wijle actief in. Met eer en geweten probeer ik het vak serieus uit te voeren en mijn klanten verder te helpen.

Met name over de inhoud van de laatste twee Management Consultant Magazines (ons vakblad) ben ik me rot geschrokken. Dat blad had overigens tot voor kort de ondertitel ‘het blad voor de organisatieadviseur’ en inmiddels zie je dat het woord Management steeds kleiner wordt geschreven en het woord Consultant steeds groter op de omslag staat. Ook dit blad moet natuurlijk van alle marktjes mee knabbelen. Hoe onduidelijker je profiel hoe groter je bereik, zal de achterliggende gedachte zijn.

Lees ook:

Consultancy en advieswerk op de schop?

Nadrukkelijker heb ik het toch nog niet gezien dan in de laatste twee MC-Magazines. In welke identiteitscrisis zijn we als beroepsgroep beland? Sioo heft zijn beroepsopleiding op en de VU heeft nog slechts 19 cursisten voor het nieuwe jaar. Er zijn duizenden consultants is ons land en wat doen we? Er worden zegge en schrijve 19 organisatie-consultants per jaar serieus opgeleid. Ik ben altijd erg benieuwd waar al die anderen hun kennis vandaan halen. Wie weet dat trouwens? In het voorlaatste Magazine werd al gewag gemaakt van de crisis binnen de ROA (de brancheorganisatie voor de bureaus), waarbinnen de G4 (de grote vier) de dienst uit maken en niet eens meer de moeite nemen de rest van de bureaus bij te praten. En dan maak ik me toch grote zorgen: we heffen de beroepsopleiding op, de alternatieve opleiding van de VU heeft nog slechts 19 cursisten, in de brancheorganisatie praten we niet meer met elkaar en de Orde (Ooa) geeft geen aanwas van jonge leden en vergrijst. Dat zou niet zo erg zijn, als we kunnen stellen dat het vak zichzelf daadwerkelijk heeft overleefd. Maar organiseerproblemen zijn van alle tijden.

Gelijktijdig worden we overigens wel door de markt afgestraft als een stelletje zakkenvullers: wegwezen met die handel in gebakken lucht. En is dat dan vreemd geven het bovenstaande?
Zelfs de SP (Agnes Kant) komt met een voorstel om de accountancy en ‘de adviesdiensten’ (waar komen toch al die woorden vandaan?) te splitsen. Adviseurs van Ernst & Young, KPMG en PWC moeten zich in allerlei bochten wringen om hun werk nog te mogen doen onder een juridisch acceptabele titel om de wetgever op een verkeerd spoor te zetten: Business Advisory Services of Sustainability Services (vreselijk). Snapt de klant dit allemaal nog wel? Ook MC-Magazine doet er vrolijk aan mee: ‘De discussie over het aanbieden van non-audit-diensten blijft boeien’. Weer een nieuw woord: ik ben een non-audit-consultant. Peter de Groot van KPMG zegt dan nog wel ‘Wij helpen mensen en bedrijven verder’ (pagina 10, Management Consultant Magazine nr. 8, 2002), maar volgens mij helpen ze vooral zichzelf verder. Het laat zich raden waar er in de vergaderkamers van deze grote jongens (de G4) over wordt gesproken, maar vast niet over de vakinhoudelijke professionaliteit, ook niet over hoe een onafhankelijk advies moet worden georganiseerd of over het adequaat opleiden van jonge mensen al helemaal niet. Het gaat alleen nog maar over in-lock, hoe krijgen we de klanten in onze val en klap die val daarna dicht zodat ze echt niet meer zonder ons kunnen (Sustainable-Profit). Dat hebben we geleerd van Bill Gates. Over hoeveel indirecte uren deze mensen verbranden aan braaftaal en misleiding van de markt zullen we het verder niet hebben. Duidelijk is wel dat hun junioren steeds meer directe uren moeten maken om deze kostenpost te neutraliseren. ‘Nee jongen (M/V), ga jij maar niet naar de beroepsopleiding daar heb jij geen tijd meer voor in de intensieve advieshouderij’. Hou jij ze dom, hou ik ze arm. Jammer Sioo, jammer Roel in ‘t Veld, jammer Jaap Boonstra, het was een prachtige opleiding (bedankt Ad Boer). Het zal wel weer een verstandig, rationeel en professioneel besluit zijn en toch klopt hier niets van.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Terwijl ik wel voor groot deel eens ben met de strekking van de column van de heer Peters, bevat de column mijn inziens een iets te dramatische voorstelling van de stand van zaken.

In de laatste kwartiel brief (november 2002), bericht het SIOO inderdaad over de intentie om de BMC in de huidige vorm op te heffen. Echter, in de daarop volgende tekst wordt duidelijk dat enkele nieuwe programma’s worden gestart “voor mensen die werken aan complexe en strategische veranderingen vanuit verschillende achtergronden en ambities.” Deze vernieuwing van het SIOO programma is mede ingegeven door de ontwikkelingen in de advieswereld, de diversiteit aan veranderingsvraagstukken en de uiteenlopende behoefte van adviseurs en managers.

De BMC wordt dus niet opgeheven, maar vernieuwd!

Jaap Peters schrijft “We worden weer amateurs”. Als beroepsopleidingen marginaal worden, als beroepsverenigingen niet meer actief de Q bewaken en ontwikkelen en ook niet meer representatief zijn voor de beroepsgroep, als directies van adviesbureau’s zich steeds meer als geharde zakenlui ipv als professionals gaan opstellen, tja dan gaan we inderdaad die kant uit. Maar je kan er ook anders tegenaan kijken: Veel advieswerk is dermate gestandaardiseerd dat het om een heel andere vorm van zakelijke dienstverlening gaat. Het lijkt meer op zoiets als het verkopen van verzekeringen en hypotheken of het installeren van brandmeldings- en beveiligingssystemen. Welnu, maken aldaar betrokkenen zich druk om opleidingen, beroepsverenigingen en een te zakelijke instelling van de bazen?

Als deze redenering klopt dan moeten we wel constateren dat veel advies werk zich jarenlang gewichtiger en hoogwaardiger heeft voorgedaan dan het was. Ook dat het heel goed is dat de wal het schip keert en advieskantoren gedwongen worden om te gaan differentieren in diensten en in tarieven. Ook moet de adviesbranche de hand in eigen boezem steken dat men dit zo lang en zo weinig kritisch heeft laten voortbestaan. Hiermee komen we toch uit bij de ‘afgang’ van de adviesbranche die Jaap Peters signaleert. En terecht want het is ook een afgang.

Wat dit betreft is er nog een andere ontwikkeling die mij zorgen baart. Dat zijn de pretenties die allerlei veranderingstrajecten oproepen en maar zelden waarmaken: De Balanced Score Card, het INK model, cultuurdiagnose-systemen, kennismanagement, de lerende organisatie, competentie management, total quality, total reengeneering. Veelbelovend maar wat komt er uiteindelijk van terecht. Let wel, een enkele keer veel. Maar het is maar een enkele keer. Hierover moeten beroepsbeoefenaren veel meer open kaart spelen! Anders gaat dit de adviesbranche meer en meer opbreken. Belofte maakt schuld.

Ook op dit terrein is de adviesbranche te weinig kritisch voor zichzelf. In [email protected]@gement verschijnen gelukkig af en toe kritische reflecties over de vakuitoefening. Een snelle scan van de rubriek ‘Consultancy’ laat dit zien. Zie ook mijn bijdrage “Organisatierot”. In de nabije toekomst wil [email protected]@gement diverse bijdragen plaatsen die ‘the state of the art’ belichten. Volgens mij is een continue kritische discussie de beste manier om de kwaliteit van de vakuitoefening te verbeteren. Ik hoop dat naast beroepssbeoefenaren ook klanten hieraan mee doen. [email protected]@gement biedt daar een goed platfom voor.

Willem Mastenbroek
Hoofdredactie [email protected]@gement

In reactie op uw artikel heb ik gemeend te moeten reageren met een column in plaats van een reactie in de interactieve zone bij uw column. Ik onderschrijf uw artikel slechts ten dele, maar erken toch ook enkelewaarheden. Ik hoop dat u overigens mijn eventuele kritieken als aanvullend c.q. opbouwend zult ervaren en niet als afbrekend, want zo is e.e.a. geenszins bedoeld. De door u aangezette discussie is, zoals eerder geconstateerd binnen dit medium, nog immer zeer courant en interessant.

Wat mij intrigeert is waarom Jaap Peters als fervent uitdrager van het chaosdenken ons niet meeneemt in een boeiende verkenning van de onderstroom in het land van organisatie- en veranderkunde. Betekent de veronderstelde afgang van het beroep van organisatie-adviseur inderdaad het einde van organisatie- en veranderkundige professionalisering? Of hebben we eerder te maken met (niet meer zo) zwakke signalen van een ‘nieuwe’ wereld van organiseren?
Zelf hou ik het op het laatste, zoals ik in management consultant magazine nr 4 (2002) al kort betoogd heb. Professioneel bijdragen aan organiseren is niet meer voorbehouden aan hen die zich organisatie-adviseur (mogen) noemen. Jezelf bekwamen als organisatie-adviseur is niet de enige professionaliseringsroute. Je kunt ook heel andere, vaak ‘beroepsloze’, identiteiten als vertrekpunt nemen en vandaaruit uiterst integer en kritisch werken aan de kwaliteit en effectiviteit van je bijdrage aan het organiseren van organisaties. Mijn waarneming is dat heel wat mensen daartoe bereid zijn en er fors tijd en geld in investeren.
Waarmee ik niet wil zeggen dat het beroep van organisatie-adviseur geen aandacht behoeft. Mijn pleidooi is om die aandacht zeker te geven, maar dan wel vanuit het perspectief van de veranderende wereld van organiseren, en die wereld is omvat meer dan de wereld van organisatie-advies. Ik sluit me graag aan bij de oproep van Willem Mastenbroek tot communicatief handelen. Een oproep die volgens mij een mooie invulling geeft aan de aanbeveling van de heer Doctors van Leeuwen (1e Ernst Hijmans lezing), om de maatschappelijke bijdrage van organisatie-adviseurs zichtbaar te maken. Ik wil er graag ook iets aan toevoegen. Als we de ruimte nemen om elkaar onbevangen deelgenoot te maken van praktijken en inzichten, laten we dat dan in eerste instantie doen rond thema’s die het beroep van organisatie-adviseur overstijgen. Dat kunnen abstracte thema’s zijn, zoals leiderschap, innoveren, de kunst van het ontmoeten, e.d. Maar ook concrete, zoals het vormen van allianties rond veranderinitiatieven van de overheid. Thema’s die ontmoetingen geven buiten het beroepsveld, met al die mensen die zichzelf in andere hoedanigheden en onder andere vlaggen toewijden aan organiseren. Mijn verwachting is dat daarmee het beroep van organisatie-adviseur pas echt goed op de kaart komt en tegelijkertijd inspirerende nieuwe impulsen krijgt.

Voor mij is als ex-management consultant het verhaal zeer herkenbaar, maar wat me hierin zorgen baart, is dat we blijkbaar te maken hebben met een bedrijfstak, die zelfs voor de eigen business niet tijdig kan anticiperen op verannderingen in de markt. Met welk recht kun je dan nog zeggen dat je toegevoegde waarde aan je klant biedt.
De beslissers van twee jaar geleden zijn veelal slechts beinvloeders geworden. Deze opdrachtgevers van weleer weten nu dat zij erop afgerekend worden als ze onnodige uitgaven doen, zodat ze nu zelf verantwoordelijkheid nemen voor de zaken, die jarenlang zijn uitbesteed aan externen.
De tijd dat externe adviseurs zich konden permitteren uren te schrijven voor het zich inwerken op het zoeken van oplossingen voor de klant is voorbij.
De klant zoekt niet meer naar dienstverleners, die geinvesteerd hebben in hun mensen, maar gaat massaal op zoek naar dienstverleners, die geinvesteerd hebben in hun diensten. De moderne dienstverlener van nu kan een factor twee goedkoper aanbieden dan zijn concullega’s en als hij het slim doet een factor vier goedkoper leveren. Doordat hij geinvesteerd heeft in zijn dienst, weet hij wat zijn dienst in welke situatie waard is en is in staat om prestatiecontracten of overeenkomsten op basis van no-cure-no-pay aan te gaan.
Het is uiteraard wel frustrerend, als ineens er vrijwel geen behoefte is aan personen maar aan diensten. Toch is er al een zeer oude wet die zelfs voor organisatie adviseurs geldt “De markt heeft altijd gelijk”!

Ik denk dat Jaap terecht bezorgd is over de toekomst van het vak organisatie-adviseur. Kunnen we het plotseling allemaal af met de tools en technieken die we veelal ook nog op internet kunnen vinden? Heeft een adviseur zo weinig toegevoegde waarde?
In het zoeken naar een antwoord op deze vragen kwam ik uit op de volgende overwegingen:
Organisatie-advies gaat over de kunst van het organiseren. Als dat zo makkelijk is, waarom werken al die organiseerkunstjes (kennismanagement, bSC, INK enz.) dan niet?
Wat is dan organiseren? Hebben wij daar wel een goed beeld van? Is het wijs als adviseur een eigen visie op organiseren te hebben en een eigen stijl van organiseren? Of moeten organisatieadviseurs allemaal voldoen aan één standaard methode? Op deze vragen geven bovenstaande reacties in ieder geval geen antwoord. En ook Management Consultant en het verhaal over de Sioo-opleiding niet. Zou Lieke Hoogerwerf mij kunnen vertellen hoe het Sioo over deze zaken denkt? Wat biedt de ‘vernieuwde’ opleiding dan aan? Waar leer ik de belangrijke essenties over de kunst van het organiseren dezer dagen nog? Groepsdynamica, organisatiefilosofie, adviesvaardigheden e.d. Of wordt ieder vak dat door de klant als moeilijk wordt ervaren door het Sioo geschrapt? Gaan we allemaal naar de McDonalds-opleiding organisatieadviseur? Moet u zich voorstellen dat er dus geen kok bij Mc Donalds werkt en dat het allemaal voorgebakken spul is. Het kan niet zo zijn dat managers plotseling allemaal doehetzelvers zijn geworden omdat ze goed begrijpen hoe ze moeten organiseren. Daarvoor zie ik toch te veel zieke organisaties om mij heen. Dat verbaast mij ook niets. Van elke dag McDonalds zou ik ook doodziek worden. Een heel ongezonde voedingsstrategie als je als organisatie wilt groeien. Maar wie gaat het de klant op een goede manier nog vertellen? En hoe doe ik dat? Er is dus wel degelijk behoefte aan gedegen opgeleide organisatieadviseurs. Ik zou ook graag een opleiding volgen en natuurlijk dacht ik aan Sioo of VU. Maar kennelijk zijn zij overgenomen door McDonalds. Daar gaat het overigens ook al niet zo goed meer mee.Het adviesvak is kennelijk zo complex geworden dat we vergeten zijn dat het in beginsel gaat om het leren beheersen van de kunst van het organiseren en adviseren. In zo’n studie zou ik nog steeds heel erg geinteresseerd zijn. Beste Lieke Hoogerwerf: Hoe ziet die vernieuwde opleiding van het Sioo er uit?

Ik reageer op Wiebe Zijlstra. In essentie ben ik het eens met zijn betoog, maar het slotwoord vind ik misplaatst. Het is niet de markt (de afnemers doelt hij op) die in casu gelijk heeft maar de economische situatie die noopt tot heroverwegen. Juist dat is het trieste. De afnemers – de markt – hebben heel lang in veel te veel gevallen vanuit automatisme gedacht dat wat je van verre haalt beter is. Daarmee niet allen impliciet, maar ook expliciet de eigen organisatie uithollend en passificerend. De markt heeft dus alleen maar ongelijk gehad, en wordt alleen met de blaren geconfronteerd omdat exterenen als beleggers, venture capitalists, adviseurs en consultants hen en masse aan de nieuwe economie hebben doen offeren. Gevolg was overinvestering door het prediken van “het kan niet op” ofwel de neiuwe economie. De markt had dus volstrekt ongelijk en werd met economische natuurwetten weer in het gareel gebracht.

Ik heb een enorme hekel aan statements als “de markt heeft gelijk”. Dit gaat namelijk alleen maar op voor het (meestal zeer tijdelijk) aanslaan (in het engels “boom” – tijdelijke explosieve vraag) van een product, soms tegen beter weten in, wat de facto gewoon modieus is. Dat kan in deze discussie niet worden gebruikt. Het klinkt in de context van de consultant discussie (welke zich jarenlang heeft ontwikkeld) namelijk net zo ongeloofwaardig en populistisch als de lijsttrekker van de PvdA die maar roept dat ie de kiezer serieus neemt (hij bedoelt waarschijnlijk de nadruk op het laatste woord te leggen). Het zijn cliche’s die worden gebruikt door mensen die het niet meer weten te benoemen, en dan maar vervallen in dergelijke triviale bewoordingen. Het zijn dooddoeners die inhoudelijke wisseling van feiten en aannames doen verstommen, en juist dat is slechts voor ons nuchter entrepeneurschap!

Ik lees met verbazing de reactie van de heer Goossens op de inbreng van Wieber Zijlstra. Hij begint eerst met het gedeeltelijk gelijk geven van de stelling van de heer Zijlstra, dan formuleert hij de stelling anders, dat niet de markt maar de klant gelijk zou hebben. Vervolgens wordt verklaard wat aan de klant schort en waarom hij feitelijk geen gelijk zou kunnen hebben. Ten slotte wordt de stelling van de heer Zijlstra wederom vegeleken met het opportunisme van politici. Toen was ik er wel eventjes aan toe om te reageren.

Het lijkt mij nogal wieders dat vraag een aabod in de advisemarkt door diverse factoren wordt beinvloed. Economische vaak tijdelijke factoren, hypes die tot hoge pieken en diepe dalen van vraag en aabod kunnen leiden, maar ook structurele verscheinselen zijn m.i. oorzaken die vraag een aanbod beinvloeden. Is dit alles niet juist een vrij normale gang van zaken? Dit is in elke markt aan de orde, niet alleen in de adviesmarkt. Is het dan per saldo toch niet de markt met al zijn grillen die gelijk houdt? Degene die niet marktconform levert wordt door de markt gelemineert. En dat dit soms jammer is omdat goede zaken met het badwater worden weggegooid is ook juist, maar onafwendbaar part of the game. Ik vindt de stelling van Wiebe Zijlstra juist, al moet je uiteraard begrijpen dat hij met deze uitspraak wil confronteren. Ik kies liever een voor deze les van de heer Zijlstra dan voor de hardere les van de markt in de vorm van werkeloosheid.

Er zijn toch ontegenzeggelijk bewegingen in de markt waar ik niemand in deze rubriek heb zien zeggen dat hij er gelukkig mee is. Als alumni van SIOO vindt ook ik de ontwikkelingen die de heer Peters schets zorgwekkend en sluit ik mij aan bij zijn oproep. Als niet mensen zoals hij zich verzetten tegen signalen uit de markt, hoe anders kan dan een reactie van de markt ontstaan? Al met al heb ik wel de overtuiging dat kwaliteit in elke markt blijft overleven omdat de markt zich zelf corrigeert en zuivert als er sprake is van ontsporingen.

Is de huidige toegenomen vraag naar specialismen, of zo je wilt oplossingen voor sepcifieke problemen van de klant, i.p.v. generieke diensten (uurtje faktuurtje van dienstverleners) niet juist een teken dat wederom kwaliteit wordt gevraagd? Het feit dat je als dienstverlener achter je product moet staan door te accepteren dat je voor je performance betaalt wordt lijkt mij op zich zelf geen slechte ontwikkeling. Hieraan wennen, de risico’s managen enz. is iets dat vele dienstverleners nog wel moeten leren. Ook dat is een vorm van kwaliteitsmanagement. Wellicht een suggestie voor het SIOO deze invalshoek bij hun opleidingen niet over te slaan. Want zij zouden toch niet willen dat zij studenten missen die ook willen leren hoe je kunt leveren wat je belooft?

De heer Witt praat in raadselen. Als hij mij de eerste alinea van zijn reactie nog eens kan en wil uitleggen (of nader duiden) dan kan ik misschien nog inhoudelijk daarop reageren. Enige dat ik begrijp uit de bewuste alinea is dat hij mijn reactie niet goed begrepen lijkt te hebben. Mijn nuance is dat “de markt heeft altijd gelijk” een discussiedoder is die vergelijkbaar is met “de kiezer heeft gelijk”. Ik nuanceerde “de markt” door dit terug te brengen tot de afnemer. Als we alles in het macro-economische zouden trekken dan praten we slechts nog in kringverwijzingen, en is ook daarmee de discussie dood. Essentie is dat de opdrachtgevers c.q. afnemers geen gelijk hebben gekregen maar dat de macro economische omstandigheden de afnemers hebben gedwongen tot heroverwegen van de afname. De opdrachtnemers hebben namelijk de niet aflatende vraag gecreeerd voor het extrene advies maar zijn niet zelfstandig tot inkeer gekomen, maar gedwongen door de economische omstandigheden. Dat terugbrengen tot een cliche als “de markt heeft altijd gelijk” voerde mij in casu te ver. Dat lijkt me een verdedigbare stelling, heer Witt. Overigens heb ik inhoudelijk op deze column van de heer Peters gereageerd met een aparte column, ook te vinden binnen ditzelfde gremium.

wat is er vast te stellen?
De teneur in het artikel Jaap Peters t.a.v. de degressie van het organisatie adviesvak is (relatief) somber maar geeft een duidelijke these. Diverse reacties op zijn artikel lopen breed uiteen maar komen in het kort neer op:
– macro economische oorzaken (recessie leidt tot kostenbeheersing)
– performance (identiteit wordt vaag)
– entrepreneurship (wil de “echte” adviseur opstaan?)
– marktwerking (spoeling wordt dun, tenaamstelling vak wijzigt continu maar kwaliteit gaat omhoog)
Samengevat is de keuze voor het vak organisatie adviseur moeilijker geworden en is te voorspellen dat er door momentane sterke martkbewegingen minder volume (verstrekking van opdrachten) ontstaat.

Wat valt te verwachten?
In alle organisaties is momenteel (2003) een duidelijke tendens zichtbaar tot “cost cutting” op posten die direct het adviesvak raken. Niet alleen geïnitieerd door daadwerkelijke kosten die “bovenmarkts” liggen en een neerwaartse drukwerking hebben op tarieven (los van de verrichte want niet-declarabele uren), maar ook doorwerkend in de maatschappelijke visie zoals die in de post-Fortuyn periode in overheidsland naar boven is gekomen: dat adviseurs duurbetaalde klanten zijn die na zonsopgang zijn verdwenen. Dit “imaging process” is duidelijk inherent aan de afnemende tolerantiegrens aan beweerde kwaliteitstoevoeging van een adviseur in een organisatie. Financiële adviseurs spinnen nu garen bij het samenstellen van een goede financiële rapportage waarin kostenredundantie de boventoon voert. Hierbij nog verder redenerend dat ‘financial directors” vaak degene zijn die akkoord geven voor het definitieve “go or no-go” van een adviesopdracht.

Deels is voornoemde situatie ook laakbaar aan de beroepsgroep zelf. In het afgelopen decennium is er te weinig oog geweest voor de waarde van beeldvorming in de ogen van de betalende opdrachtgever. Onderwijsinstellingen (post HBO en -academisch)hebben zich gestort op het aanbieden van adviesopleidingen zodat de “afkalvende onderwijskas”op zowel masters als bachelors niveau gespekt kon worden. Deze tendens even losstaand van de ontwikkeling naar internationaal hoog gewaardeerde en gevraagde kwaliteit.

conclusie?
Al met al zie ik voorlopig geen verbetering in de martkomgeving van het organisatieadvies. Het staat wel zonder meer voorop dat de inzet van organisatieadviseurs eerder geld oplevert dan dat het kost. Deze simpele beweegreden geeft aan dat de beroepsgroep zoals die in het afgelopen decennium in sterke mate zich heeft bewezen zelf de hand in eigen boezem moet steken. Ze dient zich te focussen op enkele belangrijke onderdelen van het adviesvak. Dit houdt in: meer participatoir wordne in de markt: communicatiemiddelen stimuleren, netwerken hergroeperen en activeren, lobbyen, stimulerend onderwijs plegen (dus wel doorgaan met certificering Sioo?!), instellen van overlegorganen die internationaal aan de weg timmeren, samenwerkingsverbanden aangaan, opschalen van zich nu beconcurrerende praktijken, etc). Het beroep van organisatie adviseur heeft zeker een toekomst, alleen maken die we die vooralsnog voornamelijk zelf uit. We moeten niet de meerwaarde van het vak reduceren als deze beroepsgroep zijn basisvoorwaarden reeds heeft bewezen.

diversiteit
kleinschalige samenwerkingsverbanden
onderwijs

En Frits Wit…”verschijnselen” schrijf je met lange “IJ”

Jaap Peters insinueert dat Sioo mensen dom wil houden. Niets is minder waar. Sioo investeert in vernieuwing, juist vanuit ontwikkelingen in het vakgebied. Juist omdat Sioo het vakgebied serieus neemt. Rolf de Bruin heeft het beter begrepen en zich beter geinformeerd.

Nee, Sioo heft de Mastertrajecten voor Change Management niet op, zoals Jaap ten onrechte veronderstelt.

Integendeel, we investeren in een grondige vernieuwing van inhoud, methoden en leerconcepten.

Nee, de Mastertrajecten van Sioo worden niet minder intensief en zeker niet minder mooi.

De trajecten blijven intensief, intellectueel en methodisch onderbouwd, en minstens zo uitdagend. Aan het behalen van de Mastergraad Change Management van Sioo worden hoge eisen gesteld.

Nee, de leertrajecten van Sioo worden niet ‘te braaf’ zoals Jaap ten onrechte suggereert.

Vanuit Sioo investeren we continu in de vernieuwing van leertrajecten en leerconcepten. We willen aansluiten bij ontwikkelingen in het vakgebied, aandacht geven aan nieuwe theoretische en methodologische inzichten, en gebruik maken van nieuwe leerconcepten. De Mastertrajecten van Sioo zijn vooruitstrevend en vernieuwend, en dat willen we zo houden.

Ja, de Mastertrajecten sluiten beter aan bij vraagstukken van deelnemers. En bij hun ambities, kennis, ervaringen en fascinaties. Sioo neemt deelnemers serieus. Dat is iets heel anders dan ‘ze dom houden’ zoals Jaap Peters’ insinueert.

Aansluiten bij vraagstukken en fascinaties van deelnemers is een uiterst relevante opgave als je “action learning” serieus neemt, zoals we bij Sioo doen. Het zijn niet langer alleen organisatieadviseurs die werkelijk geboeid zijn door veranderings- en vernieuwingsvraagstukken. In toenemende mate kiezen mensen voor een loopbaan en een professionalisering vanuit interesse en fascinatie. Steeds minder kiezen organisatieprofessionals voor het investeren in een leertraject vanuit een te bereiken positie of een specifiek beroepsperspectief. Dit vind ik een positieve ontwikkeling. Ik neem waar dat organisatieprofessionals aan vernieuwing werken vanuit wisselende rollen; als lijnmanager, als projectleider, vanuit een rol als productkampioen, als interim-manager, als adviseur. De rollen wisselen zich af, terwijl de thematiek aan diepte wint en de professie zich ontwikkelt. Sioo biedt overigens een vernieuwd programma aan voor professionals die willen excelleren als onafhankelijk en generalistisch adviseur. Daarnaast heeft Sioo een nieuw leertraject voor mensen die excellent zijn op een specialistisch terrein van het vakgebied en hun specialisme willen behouden. En er is een leertraject voor mensen die vanuit een leidende rol vernieuwingen willen realiseren. Onafhankelijke generalisten, excellerende specialisten en innoverende leiders kunnen zich bij Sioo professionaliseren en desgewenst een Mastergraad behalen in Change Management.

Ja, theoretische verdieping, methodische verbreding, professionele verrijking en persoonlijke ontwikkeling blijven centraal staan in Sioo trajecten.

In plaats van één generieke Beroepsopleiding Management Consultancy heeft Sioo meerdere leertrajecten die tot de Mastergraad Change Management kunnen leiden. Die trajecten zijn meer vraaggericht dan aanbodgericht. Sioo wenst voor ervaren professionals geen opleidingen te verzorgen die zich baseren op eenzijdige kennisoverdracht en waarin Sioo het aanbod bepaalt of definieert wat ‘de goede management consultant’ zou moeten zijn. De vraagstukken van deelnemers zijn uitgangspunt, samen met hun kennis en ervaring. We streven naar het maken van leeromgevingen en leergemeenschappen waarin kennis wordt gedeeld en uitgewisseld. Waarin geïnspireerde docenten hun ervaringen willen delen. Waarin deelnemers vanuit inspiratie en fascinatie hun eigen methodologie ontwikkelen.

Ja, het worden prachtige leertrajecten

Vanzelfsprekend worden het prachtige leertrajecten. Het zou dwaas zijn als ik persoonlijk “lerend vernieuwen” als uitgangspunt neem voor mijn handelen en we vanuit Sioo vervolgens de leertrajecten voor adviseurs slechts evolutionair zouden wijzigen. We kiezen bij Sioo voor het vernieuwen van leerconcepten, inhouden, methoden, kennisgebieden. We investeren tijd en geld in de ontwikkeling van nieuwe programma’s. Juist om het vakgebied een impuls te geven. Juist om aan te sluiten bij nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied. Juist omdat we de fascinaties en ambities van onze deelnemers serieus nemen. Juist omdat we vertrouwen hebben in de toekomst van het vakgebied.

Graag nodig ik iedereen uit om kennis te nemen van de nieuwe leertrajecten. Lees de nieuwsbrieven van Sioo er op na, en verdiep je in de komende nieuwsbrief.

Jaap Boonstra,
rector Sioo

Goed om te lezen dat zoveel mensen betrokken zijn bij het vak van organisatieadviseur en daarbij passende professionalisering. De discussies op deze site waren een van de vele redenen voor ons als Sioo om afgelopen maanden hard te werken aan een actuele en goede opvolger voor de BMC. Die is nu gereed onder de titel Advanced Change Methodologies (ACM). We hebben daarvoor vele gesprekken gevoerd en op veel plekken geluisterd. Zowel rondom de discussie over het vak van organisatieadviseur als over passende professionalisering hebben we een aantal keuzes gemaakt. Er zijn vele adviseurs die goed werk verrichten. De ACM is bestemd voor die groep van adviseurs die werken aan weerbarstige vraagstukken voor ‘kritische’ klanten Duurzaam veranderen van organiseren zien ze als hun professie. Om van meerwaarde te zijn voor hun klanten en ten behoeve van hun eigen professionele vitaliteit weten ze voor zichzelf posities te creeren van waaruit autonoom optreden mogelijk is.
Een voorgepogrammeerde leergang is niet passend voor deze groep adviseurs. De ACM biedt diverse verschillende leeromgevingen. Op basis van eigen fascinaties gaan deelnemers aan de slag met het expliciteren en verrijken van een eigen methdologie. Uiteindelijk verwachten we dat deelnemers een zichtbare bijdrage leveren aan het vak van organisatieadviseur. Wellicht zien we de produkten van de eerste groep deelnemers dan ook weer verschijnen op deze site.

Toon alle 12 reacties
x
x