Channels

Achtergrond

Na 30 jaar als strategisch management adviseur ervaring te hebben opgedaan met grote en minder grote organisaties in het bedrijfsleven en de overheid, neem ik het recht om over “the old boys netwerk” te gaan schrijven.

Lees ook:

Het is Net Werken

Dit verhaaltje is uit het leven gegrepen en onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Mochten lezers, vol walging, deze door mij beschreven werkelijkheid verachten dan toon ik begrip en genegenheid. Mijn frustraties bij de opbouw en toepassing (en afbouw) van mijn netwerk dienen slechts ter lering en vermaak van hen die bereid zijn verder te lezen.

Praten over netwerken is trendy, maar tot op heden ben ik nog geen serieuze handleiding tegen gekomen over wat voor rampen en vernederingen men moet doorstaan om datgene te bereiken, wat door iedereen als noodzakelijk wordt beschouwd.

Om aan deze kennisbehoefte enigszins tegemoet te komen volgt hier een relaas over mijn ervaringen met werknetten. Bewust noem ik het zo omdat netwerken iets “moois” suggereert wat het niet helemaal is. Het is gewoon werk. Dat is voor een belangrijk deel afzien en werknetten is daar een goede illustratie van.

De opbouw van het werknet

Toen ik nog jong was, zo’n vijfhonderd jaar geleden, kwam ik vol enthousiasme van de universiteit met ambities om iets van mijn leven te maken. Ik begon met een aantal uitgangspunten of hypothesen over succes en carrière die mij later zwaar zijn afgenomen.

Zo ging ik er van uit dat kwaliteit iets met deskundigheid te maken had en dat kwaliteit in combinatie met energie en ambitie automatisch leidt tot ervaring. Deskundige ervaring zou automatisch leiden tot succes en men zou in de rij staan om mij te vragen voor managementfuncties. Geluk en geld zouden het gevolg zijn van deze succesvolle managementfuncties. Uiteraard zou dit leiden tot waardering door het voorgeslacht (maar die zijn dan al te oud of misschien gestorven) of waardering door mijn kinderen.

Ik realiseerde me dat geluk en geld mij bij vrienden een twijfelachtige reputatie zouden kunnen bezorgen, maar de maatschappij zou een en ander vast wel waarderen. Nu, jaren later, realiseer ik me pas dat ik toen jong was en maar wat deed.

Het effect

Deze jeugdhypothesen bleken zeer effectief. Mijn collega’s op het werk vonden mij ambitieus, egoïstisch, egocentrisch, naïef en vooral niet aardig. Mijn bazen hadden, dacht ik toen, een wat genuanceerdere mening. Zij vonden mij hardwerkend en bekwaam, maar onervaren. Pas later begreep ik dat sinds Wim Kan het woord “bekwaam” niet was, wat het leek te zijn. Tevens moest ik werken aan mijn sociale vaardigheden, want ik had onvoldoende sociaal begrip. Dat schijnt te betekenen dat ik me gedroeg als een ambitieuze autist. Zoals ik het nu overzie vond men mij samengevat bruikbaar, maar integraal ongeschikt. Gedesillusioneerd, geschokt, gedeukt en duidelijk getekend was ik, en de twijfel sloeg toe.

Het probleem moest fundamenteel en structureel worden aangepakt. Diverse alternatieven, zoals psychiater of psychotherapeut, waren voor mij geen reële opties en van adviseurs die een agogische of sociologische opleiding hadden genoten, werd ik ook niet echt warm van binnen.

Ik kon niet anders doen dan naar een oudere vriend van de familie gaan voor advies. Oom Jan zei nooit veel, maar hij zei ook niet zo veel fout.

Oom Jan leert zijn neefje schaken

Na mijn verhaal rustig te hebben aangehoord besloot hij mij een aantal levenslessen mee te geven die ik maar in de praktijk moest gaan uitproberen.

Les 1 : “Ga naar mensen toe en start een gesprek”.

Gewapend met deze aanbeveling stortte ik me in het avontuur van de communicatie. Buiten de organisatie, op recepties en feestjes, liep ik op mensen af en deed wat me geleerd was. De reacties waren wisselend. Men liep weg, draaide zich om of keek verbaasd langs mij heen naar een ander.

Soms kreeg ik een beperkte reactie, maar “Ken ik u ergens van” of “Volgens mij houdt u mij voor een ander” waren niet erg stimulerend. Meestal eindigde zo’n gesprek met “Even een drankje halen” of “Sorry, die meneer moet ik nog even spreken”.

Binnen mijn organisatie bleek oom Jans advies ook niet erg soepel toepasbaar. Een verbaasd “Is er iets” of “Voel je je wel goed” leken nauwelijks de basis te leggen voor een mooie duurzame relatie. Het maximale resultaat was de tekst “Kom een andere keer, ik heb het nu te druk.”

Geïsoleerd, barstens vol zelfbeklag, kon ik om me heen zien dat anderen samen praatten, lachten om elkaars domme teksten en voortdurend vroegen om bij elkaar langs te komen. De enige conclusie waar ik toe kon komen, was dat ik duidelijk iets fout deed. Het kon toch niet zo zijn dat deze masochistische vernedering bedoeld was door mijn oom Jan.

Deskundigheid

Terug bij oom Jan kon ik niks anders dan hem een zo objectief mogelijk verslag doen van mijn ervaringen met zijn advies. Rustig aan zijn pijp lurkend moest hij, hoewel serieus kijkend, licht glimlachen.

Les 2: “Deskundigheid is niet iets wat je hebt, maar wat anderen denken dat je hebt”

zei mijn oom Jan heel langzaam. “Het is duidelijk zo, dat anderen denken dat je niet deskundig bent. Bewijzen dat je deskundig bent kan niet. Ga er maar van uit dat anderen alleen zichzelf deskundig vinden. Denk daar maar eens over na.”

Dat kon toch niet waar zijn wat oom Jan mij daar vertelde? Zou het echt zo zijn dat anderen alleen denken dat zij zelf deskundig zijn? Misschien moest ik het niet zo letterlijk nemen.

Met deze les kon ik op dat moment weinig, al begreep ik dat daar toch de oplossingsrichting in gevonden moest worden. Gewapend met deze positieve grondhouding dook ik in de literatuur. Omdat ik vroeger alleen stripboeken las, kwam ik snel uit bij de schrijver met mensenkennis: Maarten Toonder. In een van zijn verhalen vond ik een aanknopingspunt, namelijk “de audiëntie”.

Les 3 : De audiëntie: Minister en Olivier B. Bommel

Olivier B. Bommel had vergunningsproblemen met zijn kasteel, die alleen maar opgelost konden worden door een gunstig advies van de minister. In (beheerste) paniek belde de heer Bommel Tom Poes op voor goede raad. “Maak een afspraak en zeg dat het maar één minuut duurt,” zei deze, “want meer tijd heeft een drukke minister niet”.

Nadat de afspraak was gemaakt ging de heer Bommel bij Tom Poes in training. “De minister is vier weken geleden geopereerd aan zijn knie”, zo vertelde Tom Poes. “Als je bij hem bent, moet je blijven doorvragen over zijn knie-ervaringen. Hoe het was in het ziekenhuis, of hij veel pijn heeft, hoe het genezingsproces verloopt, of hij nog moeite heeft met lopen, en ga zo maar door.” Zo namen de twee alles door.

Gewapend met deze “inhoudelijke” kennis, ging Olivier B. Bommel het gesprek met de minister in.

De minister ontving hem uiterst geïrriteerd en zei dat hij eigenlijk helemáál geen tijd had, maar de heer Bommel haalde snel de geprogrammeerde “knie-zinnen” voor de dag. De minister ging vol enthousiasme hierop in en bleef maar praten. Zijn volgende gesprek werd aangekondigd en geërgerd meldde hij zijn secretaresse dat hij nog wel even bezig zou zijn en dat hij niet gestoord wenste te worden. Olivier B. Bommel begon zich inmiddels al aardig op zijn gemak te voelen bij dit zo ontspannen gesprek. Toen de minister vroeg of hij nog iets voor de heer Bommel kon betekenen, vond deze het niet gepast om over de vergunning voor het kasteel te beginnen, maar dacht daarentegen dat de minister ook wel geïnteresseerd zou zijn in de knie-operatie die hij zelf vier maanden geleden had ondergaan (tijdens het gesprek had hij er ook steeds meer last van gekregen). Toen was het gesprek heel snel afgelopen. Vol onbegrip en verwarring toog Olivier B. Bommel huiswaarts. Hij nam een lekker glas wijn en tastte vertwijfeld naar zijn eigen, pijnlijke knie.

De literatuurbijdrage

Via de Atheneum Boekwinkel, afdeling Psychologie, vond ik een boekje over relaties. In de kern bleken er drie relatie-posities: óf je stelt je “one down” op ten opzichte van de ander, óf “one up”, óf “gelijkwaardig”. Als je jong bent, weet je nog niet zo goed hoe de opstelling naar een andere persoon moet zijn.

Afhankelijk van een heleboel dingen die, naar het schijnt, allemaal iets met de relatie met je vader of moeder te maken hebben, kies je een bepaald gedrag. Binnen organisaties meestal “one down”, omdat bij “one up” gedrag de afstraffing acuut plaatsvindt.

In het relatieboekje stond dat je een evenwichtige, gebalanceerde, hechte relatie moest opbouwen op basis van gelijkwaardigheid. Niet dat erin stond wat dat betekende, maar ik had het gevoel dat ik het een beetje begreep.

De leercurve van werknetten

Ik moest maar accepteren dat er nog een lange weg te gaan was. Daarnaast moest ik gewoon een aantal feiten accepteren. Op mijn 25 e kon ik bijvoorbeeld onmogelijk een gelijkwaardige relatie opbouwen (in mijn werk) met iemand van 45 of 50 jaar. Ik ging me realiseren dat gelijkwaardigheid een aantal elementen bevatte die ik niet kon veranderen. Mijn doel om een werknet op te bouwen op basis van zo veel mogelijk gelijkwaardigheid werd mijn nieuw geformuleerde doelstelling.

Deze doelstelling, transformatie van “one-down” naar zo veel mogelijk “gelijkwaardig”, betekende dat ik moest onderkennen dat een spel gespeeld moest worden, met regels en normen waar ik tot op dat moment geen kennis van, noch ervaring mee had. Ik besefte dat inhoud en kwaliteit uiteraard van groot belang zijn, maar dat er veel meer voor nodig is. Dat “veel meer” had ik tot dat moment afgedaan met onbelangrijk en ondergeschikt. Ik wilde gewaardeerd of niet gewaardeerd worden, uitsluitend op basis van de dingen die ik werkelijk vond en niet ook op basis van de manier waarop ik een juiste “verpakking” wist te vinden.

Ik ging inzien dat deze verpakking jammer genoeg nodig was om (eventuele) inhoud tot zijn recht te kunnen laten komen. Het leven is daarmee een soort spel dat zijn eigen ongeschreven regels kent. Deze regels zijn niet voor iedereen gelijk. Voor een relatie zijn twee personen nodig waarvan je er zelf één bent. Omdat je als persoon “uniek” bent is elke regel/norm mede afhankelijk van de eigen kenmerken.

Naast een maximaal leeftijdsverschil speelt ook het verschil man/vrouw een rol in de werknet-relatie. Uiteraard zullen groepen dit verschil in werknet-relaties ontkennen op basis van “discriminatie” argumenten, maar ontkennen van verschillen tussen mannen en vrouwen in (werknet) relaties vind ik meer discriminerend dan erkennen dat er verschillen zijn. Er zijn dan ook vrouwen-werknetten, omdat deze “makkelijker” tot stand komen.

Ook zijn de uiterlijke kenmerken van jezelf een gegeven bij de leercurve tot gelijkwaardigheid. Iemand van 1 meter 95 (of 1,55) moet zich dit realiseren en zal zijn “gedrag” dienen aan te passen om deze gelijkwaardigheid te bereiken. Iemand die ontzettend “lelijk” is, zal zich anders leren opstellen dan iemand die als “aantrekkelijk” wordt gezien. Niet dat lelijk of aantrekkelijk een voor- of nadeel is. Als je “aantrekkelijk” bent (man of vrouw) kan dat ook als negatief worden gezien voor het opbouwen van een gelijkwaardige relatie. Ook de levensfase (onder andere getrouwd, leeftijd van de kinderen) vormt een “gegeven” in de gelijkwaardigheid. Mij terdege realiserend dat ik als conservatief of traditioneel beschouwd word, moet ik toch stellen dat ook de kleding een rol speelt. Niet zozeer “pak” of “geen pak”, maar het element “smaak” heeft invloed. Daarnaast zijn er dingen als de manier van een hand geven, iemand aankijken en andere non-verbale aspecten die onbewust meespelen.

Ook als je al die elementen erkent, herkent en daar een beetje mee kan “spelen” blijft nog over hoe “doe” je het dan? Na emotionele acceptatie van deze andere kant van het gelijk ging ik nogmaals terug naar oom Jan voor een aantal nieuwe operationele aanwijzingen.

Les 4: “Realiseer je dat het een SOA-systeem is”

Daarmee bedoelde oom Jan dat werknetten een Sociaal Overdraagbare Aandoening is. Het begint met één partner en daarna verspreidt het zich. Je moet geduld hebben en accepteren dat een redelijke incubatietijd nodig is om een verspreid werknet te creëren, zo’n 3 tot 5 jaar.

Les 5: “Being there”

Dat wil zeggen: praat, maar zeg niet te veel. Laat anderen vooral aan het woord en wees niet al te “outspoken” in meningen. Van elke duidelijke mening die jij uit, wordt een deel door de “ontvanger” omgezet in “ik ben het er mee eens” of juist niet. Dat leidt tot een soort “examenbeoordeling” achteraf (door de ander). Ook als je zelf het gevoel hebt dat je geslaagd bent (meer goede teksten) is de relatie in feite een “one-down” situatie. Dat komt omdat we opgevoed zijn met examen doen op basis van goed en fout. Een relatie ontstaat echter niet door het aantal goede antwoorden, maar door het “gevoel” dat de ander achteraf overhoudt aan een gesprek.

Les 6: Empathisch vermogen

Bij het opbouwen van een werknet, wat hard werken is, moet je je realiseren dat je een “kennissenkring” creëert, waarbij je de suggestie wekt dat het om een “vriendenkring” gaat. Bij werkelijke vriendschappen is het namelijk moeilijk of onmogelijk “het spel” te blijven spelen.

Een werknet is nooit volledig en bestaat per definitie uit veel wisselende contacten, maar met een groep “werknet-kennissen” wordt een gezamenlijke “World according to Garp” gecreëerd. Ook de anderen binnen jouw groep weten dat dit een soort “Kafka-wereld” is, maar zo lang je dat beseft is er (gedeeltelijk) mee te leven. Sterker nog, je moet er wel mee leven en speelt dus “het spel” mee.

Probeer dus zo veel mogelijk “vanuit de ander” te praten/denken. Bedenk vanuit welke wereld de ander belangstelling heeft en in welke werkelijkheid hij/zij leeft. Ook door het kennen en onthouden van privé-aspecten geef je de ander het gevoel dat je oprecht geïnteresseerd bent in hem/haar. Zorg dat je veel “koffie drinkt”, afspraken maakt om nader kennis te maken, veel aandacht en tijd investeert. “Het leven is één grote ‘versiertoer’.” zei Dr. A.F. Heineken ooit eens tegen me.

Gezamenlijke onderwerpen voor conversaties (bijvoorbeeld “tijdens de koffie”) zijn: de leiding, het beleid, de politiek (ministers, wethouders). Een lichte discussie over functioneringsobservaties (roddelen) is altijd mogelijk, maar wel gevaarlijk. Het onderwerp kinderen en/of kleinkinderen scoort altijd en het huis (van de ander) is redelijk risicoloos. Om over “golf” te praten in de gemeentelijke/ rijks-setting lijkt me twijfelachtig, maar als het toevallig kan, werkt het goed.

Op een zekere leeftijd wordt “pensioen” of iets dergelijks al snel een thema dat vanaf 50+ begint te spelen, en dus ook besproken kan worden (mits de ander in deze categorie valt).

Deze opsomming kan natuurlijk bij iedereen gevoelens van afkeer doen ontstaan. Een vriend van mij noemde het werknet waar hij onderdeel van uitmaakt een vorm van “intellectuele pornografie”.

Les 7: “Old boys” netwerk

Na de incubatietijd van de SOA onstaat een groep mensen waar minimaal 3 à 4 keer per jaar persoonlijk mee gesproken wordt. Belangrijk is het feit dat ieder van deze mensen bereid is om, op verzoek, en op korte termijn een persoonlijk gesprek te hebben. Ze zijn daartoe bereid, omdat ze allemaal het gevoel hebben dat ze (extra) aardig gevonden worden. Dat moet overigens steeds maar bevestigd worden.

In het externe “circuit” is het van belang dat iedereen even apart gedag wordt gezegd. Praat met bekenden maximaal drie minuten vooral over niets. “Ik bel nog wel voor een afspraak ” is de maximale inhoud in de eerste jaren van een netwerk.

De inauguratieperiode

Nadat je (een beetje) onderdeel geworden bent van een werknet onstaat een nieuwe fase. In deze fase, de inauguratieperiode, word je getoetst en getest, vooral op loyaliteit en “low-profile” gedrag. Stoer gedrag (zeker in het begin) leidt tot een uitstotingsproces. Als je deze periode echter goed bent doorgekomen, ontstaat vervolgens een (gefaseerde) entree als uitverkorene.

Verplichtingen van de uitverkorene

Streef ernaar dat andere uitverkorenen dit ook blijven. Dat betekent loyaliteit, begrip en dekking van de collega’s. Zorg voor een (informeel) optimale informatie-overdracht. Bij kritiek op collega-uitverkorenen is tegenargumenteren en bagatelliseren toch wel het minste wat verwacht mag worden. Bij serieuze bedreigingen heeft elk van de uitverkorenen het recht om “de groep” te mobiliseren. Niet als groep gezamenlijk, maar wel als individuen met (toevallig) een gelijk standpunt. Het zal duidelijk zijn dat bij projectgroepen, commissies, etc. positief gediscrimineerd wordt. Hoewel er verplichtingen zijn, is het prettig uitverkoren te zijn.

De afbouwfase

Na de aankondiging van pensioen ontstaat een geheel nieuwe ervaring. Iedereen kent je, is aardig en vriendelijk. Vanaf het moment van aankondiging wil niemand meer “koffie met je drinken”. Of ze willen eigenlijk alleen nog maar koffie met je drinken. De “netwerk-kennissen” bleken slechts functioneel. Werknetten is gewoon hard werken en heeft niets te maken met een vrienden- of zelfs kennissennetwerk.

De praktijk

Jarenlang heb ik de wijze lessen van Oom Jan in praktijk gebracht. Ik kan mijzelf daarom nu ook als onderdeel van een breed werknet beschouwen. Het blijft voor mij echter een van de minst aantrekkelijke aspecten van werken.

Epiloog

Ik kan nu rustig met Oom Jan gaan schaken.

Dr. M. Simon is oprichter van Ikon Beleidsconsulenten, Amsterdam

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Het is een briljant artikel waarin een groot analyticus zijn loopbaan beschrijft.
Het getuigt van een enorme mensenkennis en relativering in een wereld van veel gebakken lucht, waar we toch mee hebben te maken.

Heb met genoegen uw stuk “Old Boys netwerk” gelezen. Ja zo werkt het in de praktijk wél. Maar wat heb ik er een hekel aan. Het creëert naar mijn smaak een onechte wereld, alsof laten zien wie je echt bent niet OK is! Wanneer men hier langdurig aan mee doet bestaat de kans dat men geenszins meer weet wie men ZELF is. Als gevolg is dan therapie nodig om daar achter te komen met alle gevolgen van dien die dat vaak heeft. Niet in het minst voor het privéleven van de beoefenaars van dit ‘spel’.
Ik wil/kan daar niet aan mee doen!
dan help ik het instandhouden.
Ik ben me er echter wel van bewust mijn eigen leven met deze opstelling moeilijker te maken dan nodig is. Maar in ieder geval ben ik mezelf trouw en kan me derhalve s’ochtends in de spiegel recht in de ogen blijven kijken.
Vriendelijke groet,
Monique

Een cynische benadering van het dagelijks werk, maar helaas wel met veel waarheden daarin. Er zijn echter ook opdrachtgevers die dit gedrag feilloos door hebben en er een flinke hekel aan hebben.

Naar mijn idee zijn er diverse soorten marketingmix voor personen of bedrijven. De verpakking is inderdaad erg belangrijk, maar moet niet altijd hetzelfde zijn. Bovendien is met een gekozen strategie na verloop van tijd nauwelijks nog een weg terug. Zeker een individuele verpakking is later lastig te veranderen.

De omschreven persoonlijke verpakking vind ik uiteindelijk goed passen bij de typering die de schrijver in het begin van zijn carriere heeft gekregen van zijn omgeving. Ook het universele karakter van deze handleiding past in dit beeld.

Gelukkig verraadt de cynische toon het relativeringsvermogen van de schrijver, maar dat had ook wel gewoon vermeld kunen worden.

Afgezien van alles gaat het overigens wel over een succes-formule. Deze persoonlijkheid en deze verpakking vormen kennelijk een goede combinatie.

Met genoegen heb ik kennis genomen van uw artikel. Daar ik mij in grote lijnen kan vinden in de tentoonspreiding van de dagelijkse werkelijkheid wil ik toch graag enkele kritische noten plaatsen bij de reactie van de heer Wielinga

Betreffend heerschap geeft aan dat ‘verpakking’ belangrijk is terwijl een degelijk strateeg/manager er toch kennis van dient te hebbend dat de daadwerkelijke inhoudt van zijn/haar product datgene is waar het uiteindelijk om draait. Mooie beloften en schone schijn zijn reeds meerdere malen als bedrog ontmaskerd. Ik moet dus helaas concluderen dat ik mij in het geheel niet kan verenigen met de mening welke de heer Wielinga is toebedeelt. Daarnaast wil ik een wel zeer kritische noot plaatsen bij de opmerking dat een eenmaal gekozen strategie onomkeerbaar zou blijk te zijn.

Een degelijke strategiebepaling laat altijd ruimte voor verandering (en dus ook het verwerpen van de gekozen strategie). Wanneer dit in praktijk niet zo zou blijken te zijn dan zou menig multinational vastgepint zijn aan de eerder gekozen statische strategie welke in het geheel niet zou werken in een alsmaar veranderende markt. Naar mijn bescheiden mening is dit toch een loutere illusie.

Gelukkig kan ik uit de toon van het originele stuk opmaken dat er, in uitzondering op velen, toch een degelijk analyticus ten toon heeft weten te spreiden dat men niet mee hoeft te gaan in de wereld van gebakken lucht. Prachtig stuk.

Ik mag hopen dat de tuin lekker fruit en groenten opleverd, de hond een heerlijke vriend en uw echtgenoot u echt t.t. laat genieten. ik genoot van het stuk. Zag mijzelf nu eens door de spiegel en mijn zoon doet de eerste fase.mijn les aan hem is. Als ze bij je inbreken ga dan niet ook inbreken. Serieus ik zie heel veel old boys toch erg ziek zijn. Ik ben dat nog steeds niet.
Met een vriend elijke groet.

Toon alle 6 reacties
x
x