Channels

Er zijn evenveel argumenten te noemen voor Nederland Handelsland als voor Nederland Innovatieland. Daarom blijven we maar debatteren en rapporten schrijven, zonder te kiezen. Nederland heeft geen verhaal!

“Biedt de Nederlandse cultuur kansen voor innovatie en wat voor soort innovatie bedoelen we dan?” Dat was de vraag die centraal stond tijdens het zoveelste innovatiedebat, dit keer op initiatief van de Baak Management Centrum VNO-NCW.
De hooggeleerde Den Butter, de belangrijkste drijfveer achter het in 2003 verschenen WRR-rapport ‘Nederland Handelsland’, beantwoordde de vraag bevestigend. Ja, onze cultuur biedt kansen voor innovatie, mits we er voor kiezen een handelsland te willen blijven en we onze innovatie-inspanningen dus richten op het verbeteren en vernieuwen van handelstechnieken. Denk daarbij aan logistieke en marketing innovaties, juridische en financieringsinnovaties, ontbureaucratiseringsinnovaties en dergelijke, allemaal gericht op het substantieel reduceren van transactiekosten teneinde de handelswinsten te vergroten.

Onze kerncompetenties

Ik vond het een wat triviale koppeling van het innovatiethema aan de uitgesproken voorkeur van Den Butter voor Nederland Handelsland. Immers voor elke keuze geldt dat voortdurende innovatie een voorwaarde is om tot de top te kunnen blijven behoren. Dat geldt ook als je kiest voor Nederland Voetballand. En waarom vindt Den Butter dat onze cultuur meer kansen biedt om succesvol te zijn als handelsland dan als innovatieland? Het antwoord is kort en krachtig: omdat we dat al vier eeuwen heel goed doen! Handelen is onze nationale kerncompetentie. Nederland is nog steeds de inkoper van Europa, zo blijkt uit de import/export cijfers. Zelfs Philips en Shell zijn niet groot geworden omdat ze goed zijn in research, technologieontwikkeling en engineering, maar omdat Philips weet waar je het goedkoopst kunt produceren en omdat Shell voor het verkrijgen van boorconcessies over betere onderhandelingsvaardigheden beschikt dan haar concurrenten.

Kiezen!

Daartegenover stond mijn betoog waarvan de kern is dat we al te lang gepraat hebben en nu een duidelijke keuze moeten maken tussen Nederland Handelsland en Nederland Innovatieland. Wachten we daar nog langer mee, dan zitten we straks te kijken met een onoverbrugbare achterstand op de twee kopgroepen. Op dat moment een keuze maken, is nauwelijks nog relevant. Willen we niet in de middenmoot terecht komen en een kleurloos vlees-noch-vis land worden, dan moet er nu gekozen worden. Die keuze is noodzakelijk omdat elk van de twee doelen grote nationale investeringen vraagt en een klein land als Nederland heeft nu eenmaal niet de middelen om beide doelen tegelijk op topniveau te realiseren. We kunnen niet èn nog een hoge snelheidslijn èn een nieuw technologisch topinstituut voor duurzame energie betalen. Een investeringsfocus is nodig om beleidsversnippering – we doen van alles een beetje, want je kunt nooit weten –  te voorkomen. De huidige vicieuze cirkel van sonderen, inventariseren, debatteren, rapporteren, voorstellen formuleren en weer sonderen, inventariseren etcetera leidt nu tot analysis paralysis en vraagt erom doorbroken te worden. We kunnen daarvoor te rade gaan bij het bedrijfsleven dat inmiddels geleerd heeft keuzen te maken uit meerdere, ongeveer even aantrekkelijke alternatieven. De regel is dan: beter een ‘verkeerde’ beslissing dan geen beslissing. Het voordeel daarvan is dat de medewerkers in een vroeg stadium weten waar de energie op gericht moet worden en er is een eenduidig strategisch verhaal. “Wij gaan proberen het volgende te bereiken”, levert nu eenmaal meer enthousiasme en betrokkenheid op dan “Wij weten nog steeds niet wat wij willen, maar zodra we het weten, hoort u het als eerste”. Dat is de situatie bij ons: Nederland heeft geen verhaal, en dat is al jaren zo. We lijken op de kapitein die zeilt zonder plan en voortdurend klaagt dat de wind van de verkeerde kant komt.

Te traag en risicomijdend?

Helaas kon ik, in tegenstelling tot collega Den Butter, niet een vurig pleidooi houden voor òf Nederland Handelsland òf Nederland Innovatieland. De reden daarvoor is dat ons land voor de realisering van elk van die doelen zowel beschikt over de nodige kerncompetenties als last heeft van enkele kernrigiditeiten. Met het oog op de evenwichtigheid van dit betoog, beperk ik me hier tot een paar argumenten die pleiten voor Nederland Innovatieland en die een keuze voor Nederland Handelsland ontmoedigen. Tot die laatste categorie behoren ondermeer onze behoefte aan consensus die traagheid veroorzaakt en slagvaardig handelen belemmert, onze geringe waardering voor ondernemerschap en ons risicomijdend gedrag. Vóór Nederland Innovatieland pleit de kwaliteit en kwantiteit van onze technisch-wetenschappelijke publicaties, de hoge patent productie (dat doen Philips en Shell ook), de reputatie van industriële laboratoria zoals die van Philips, Shell en DSM, onze leidende positie op tal van technologie gebieden zoals baggeren, scheepsschroeven, waterbouw, hydroliek, machinebouw, micro elektronica, medische technologie, chemie (polymeren) en agri-technologie maar ook op het terrein van industrial design, hightech muziek producties en de ontwikkeling van computergames.

Lees ook:

Het patroon van 'oude garde versus jonge garde': drie tips

Aan de ene kant hebben we dus de op inhoudelijke argumenten gebaseerde redenering van Frank den Butter om te kiezen voor Nederland Handelsland en te investeren in de innovatie van handelsmethoden en -technieken. Aan de andere kant mijn betoog dat Nederland Innovatieland eveneens sterke papieren heeft en het in lijn daarmee op strategische gronden gehouden pleidooi om in elk geval nu snel een visionaire keuze uit die twee nationale doelen te maken, omdat je niet uit kunt rekenen welke keuze de beste is.

Zowel kooplui als bèta’s

Interessant is nu dat we gaandeweg, al polderend tot de ontdekking kwamen dat er mogelijk ‘een derde weg’ is: Nederland Kennisintensief Handelsland. Een weg die zowel kapitaliseert op de kansen die onze cultuur biedt om van Nederland Handelsland een succes te maken, als een beroep doet op die nationale sterkten die pleiten voor Nederland Innovatieland. De redenering verloopt als volgt: Een steeds groter deel van de internationale handel bestaat uit technologie-intensieve componenten en diensten. Om goed te kunnen specificeren wat je nodig hebt, om de compatibiliteit van modules te kunnen beoordelen en om als inkoper niet gefopt te worden, moeten moderne kooplui steeds meer verstand hebben van de vakinhoudelijke content van de goederen en diensten die ze verhandelen. Het gaat hier om kennis die complexer is en sneller veroudert dan de kennis die we destijds nodig hadden toen we ons vooral met specerijen, thee en tabak bezig hielden. Voorbeelden: “Waarom test u het ontwerp niet in een 3D CAD simulator, dan haalt u onze deadline voor het testprogramma wèl en kunnen we zaken doen”, “Als u de gevraagde software modules alleen voor Microsoft platforms kunt schrijven, dan gaan we dit project niet aan u uitbesteden maar aan een firma die ook Linux beheerst want vroeg of laat komt de vraag om die module ook voor dat operating system beschikbaar te hebben”. “Wij zoeken capaciteit voor de assemblage van 120.000 computers voor China. Wat is de snelheid en nauwkeurigheid van uw SMD machines?”. Technologie-intensieve organisaties weten al lang dat ze de boot missen of gefopt worden als ze het inkopen van kennis overlaten aan MBA’s, juristen of economen. Daarom handhaven ze hun R&D-labs maar hebben ze de balans in de functies van onderzoekers veranderd: minder Willie Wortels en meer technology gatekeepers en technology scouts.

Voor een succesvolle realisering van het doel ‘Nederland Kennisintensief Handelsland’ zijn dus zowel kooplui als bèta’s nodig. Handelen in kennisintensieve goederen en diensten; zou dat het begin kunnen zijn van een nieuw, eigen Nederlands verhaal?

Prof. dr ir M.C.D.P. Weggeman is hoogleraar Technische Bedrijfskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven

Hoe is het gesteld met ons potentieel om economisch bij te blijven en tijdig te innoveren? Wat zijn uw ideeen en ervaringen? Gaarne uw reactie op deze bijdrage van Weggeman in de interactieve ruimte bij dit artikel.

Andere bijdragen over dit onderwerp in ManagementSite:

BV Nederland verstrikt in Economische Zone des Doods
We staan aan het begin van een aftakeling die zijn weerga niet kent.
Pieter Klaas Jagersma
BV Nederland verst(r)ikt zichzelf
Innoverende organisatie concepten kunnen helpen
Edwin Lambrechts
Het Nationaal Onderzoek Verandermanagement
Het verander- en innovatiepotentieel in NL zit vaak vast op management routines. Waar wringt precies de schoen en wat is er aan te doen?
Willem Mastenbroek

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Is dat eigenlijk niet net zo’n vraag of marketing beter is dan verkoop? Het doet er, voor marketeers, natuurlijk helemaal niet toe hoe je het noemt, als het maar voor langere termijn een onderscheidende propositie voor een duidelijk omschreven doelgroep oplevert. Innoveren zonder marketing (handel) is net zo nutteloos als handel zonder (innovatief) product. En natuurlijk kunnen nog jaren en jaren innoveren door eens gewoon marketing te bedrijven. Niet het eigen product, of productiemethode, wel dan niet innovatief, centraal stellen, maar de behoeften en wensen van onze klanten, waar die ook wonen. En die gerichtheid op de afnemer moet ook aanwezig zijn bij de mensen die zich met die handel of innovatie bezighouden, zelfs als ze marketing hebben gestudeerd!

Een interessant artikel van de heer Weggeman. Al polderend zijn “we” er dus achter gekomen, dat je vooral moet doen waar je goed in bent en dat gecombineerd met elkaar een nieuwe optie biedt: “Nederland Kennisintensief Handelsland”. Prima, vooral doen. Alleen vraag ik me dan af: met wie? Want er staat een enorme uitstroom van kennishouders en ervaren (technische) babyboomers voor de deur. Verschuiving van de pensioengerechtigde leeftijd houdt dat nauwelijks nog tegen.

Hoeveel verkopers met vakinhoudelijke kennis zijn er eigenlijk? En andersom: zijn vakinhoudelijke kennishouders in staat om een handelsgeest te ontwikkelen?
Het lijkt me dat meerdere “soorten” intensief met elkaar moeten samenwerken om synergie te bereiken. Alleen jammer dat enerzijds zoveel ervaring en kennis ongebruikt de prullenbak in dreigt te gaan. Anderzijds vraag ik me af hoe Nederland na 2010 het tekort op de arbeidsmarkt oplost. Moet er weer met enorme zakken geld gelokt worden? Wordt de concurrentie moordend of gaan we op zoek naar andere vormen van winst? Misschien moeten we wel van beide het goede combineren.

De titel heb ik quote/unquote uit de tekst gehaald. In onze regel cultuur en met name de belastingcultuur worden ondernemers voornamelijk gezien als mensen die zich asociaal opstellen ten opzichte van het algemeen belang.

Zelfs een Europese richtlijn die aangeeft dat alles wat een ondernemer behalve zakelijk gebruikt (als is het maar 5 percent zakelijk!) volledig op rekening van de zaak mag worden geschreven, wordt door onze belastingcultuur van tafel geveegd als zijnde oneerlijk t.o.v. mensen in loondienst…

INNOVATIE = LEF HEBBEN.

Lef = Tijd en Geld.

Helaas gaat er teveel Tijd en Geld verloren in bijzaken om Tijd en Geld te beschermen om Tijd en Geld te hebben om innovatie te doen.

Indien we de wereld kunnen bedienen met innovatie op regelgeving zelf dan maken we wellicht nog een kans, al is het alleen maar dat dan andere landen door toename van regelgeving ons niet meer voorbij kunnen streven op innovatie…

Mathieu Weggeman weet als de beste steeds de gulden middenweg te bewandelen. Ik ben het vaak met hem eens, maar helaas moet ik nu toch een primaire keuze bepleiten voor behoud van de High Tech Kennisindustrie.

[…] zie ik ook mogelijkheden om deze toepassing te gebruiken voor mijn mogelijke PhD onderzoek. Storytelling is een veelgebruikte tool om een strategie te beschrijven. Hoe leuk wordt het als je verschillende bedrijven via een transmedia storytelling tool kunt volgen, […]

Toon alle 5 reacties
x
x