Channels

Kerst- en nieuwjaarstoespraken kunnen waardevolle overgangsrituelen zijn: momenten om samen iets af te ronden of op te starten. En voor leiders zijn het gouden momenten om zich weer steviger met hun medewerkers te verbinden. De praktijk leert jammer genoeg, dat het vooral verplichte nummers zijn. Iets wat ‘even moet gebeuren voordat we met elkaar aan de borrel gaan’.
Hoe voorkom je dat een kerst- of nieuwjaarstoespraak eerder bijdraagt tot vervreemding dan tot herkenning? Tot afstand in plaats van verbinding?

Mijn nieuwjaarsspeech maakte vorig jaar weinig indruk, grapt de eigenaar van een bedrijf met zo’n 150 medewerkers. Hij zit aan tafel met een speechschrijver die hem door zijn persoonlijk adviseur is aangeraden, om dit jaar toch echt ‘een beter verhaal neer te zetten’.

Waardevol overgangsritueel

De speechschrijver vraagt de man hoe het kwam dat hij vorig jaar weinig indruk maakte. ‘Mensen willen op zo’n moment een borrel en hapjes; geen speech.’ antwoordt hij een beetje cynisch. Wat hij vergeet, is dat een kerst- of nieuwjaarstoespraak juist een waardevol overgangsritueel kan zijn: een moment om samen iets af te ronden of te starten. Een gouden moment ook om verbindingen te verstevigen en afstanden te verkleinen. Door samen successen te vieren. En door samen terug te blikken op teleurstellingen of nare gebeurtenissen. Maar daarvoor moet zo’n toespraak wél de kenmerken hebben van een goed verhaal, dat niet streeft naar een volledige opsomming van alles wat er in een jaar is gebeurd en dat óók ruimte biedt voor wat lastig was.

Lees ook:

Speechen is een goed verhaal vertellen

Vooral dat laatste ontbrak in de vorige nieuwsjaarstoespraak van deze leider. ‘Ik heb het natuurlijk positief gehouden’, vertelt hij. ‘Ik heb alles wat we bereikt hebben, nog eens gememoreerd. Het was echt een mooi, positief verhaal!’ ‘Wás alles vorig jaar dan zo positief?’ vraagt de speechschrijver. ‘Was jij alléén maar blij en tevreden?’ ‘Natuurlijk niet’, antwoordt hij: ‘Het was een heftig jaar. Er waren momenten dat ik dacht ‘dóe eens wat met z’n allen!’ Want het gaat me allemaal niet snel genoeg.’ Bovendien overleed een van mijn mededirecteuren. Volkomen plotseling! Daar was ik kapot van! Maar ja, dáár heb je het op zo’n moment niet over.’

‘Dus het was een heftig jaar’, vat de speechschrijver samen, ‘met mooie gebeurtenissen én heel verdrietige. En je had het alleen maar over wat er goed ging. Teleurstelling en verdriet mochten er niet zijn. Tja, dan zou ik ook naar een borrel verlangen… Hoe zou het zijn geweest als je het wél over jouw collega-directeur had gehad? Hoe zijn overlijden jou heeft geraakt?’

Na een lange stilte zegt de leider: ‘Het zou natuurlijk meer het échte verhaal zijn geweest. En mijn collega was erg geliefd, dus ik denk dat veel mensen nog altijd verdrietig waren. Misschien heb ik hem wel tekort gedaan door het niet over hem te hebben….. Maar ik weet niet of ik dat wel met droge ogen had gekund…’

Dit is waar het om gaat

En daar raakt hij aan de essentie. Want in iedere toespraak draait het erom dat je als spreker jouw persoonlijke en menselijke betrokkenheid bij je boodschap of onderwerp zichtbaar maakt. Hoe moeilijk dat ook is. Juist in dat persoonlijke en menselijke ben je herkenbaar en geef je je luisteraars de kans om zich verbonden met je te voelen. Niemand gelooft een eenzijdige mooi-weer verhaal. Daarvoor kennen we het klappen van de zweep van het leven te goed. De positivo uithangen, draagt niet bij aan je geloofwaardigheid. Het werkt vervreemdend en vergroot afstanden. Terwijl iedere toespraak die je als leider houdt, juist kan bijdragen aan je geloofwaardigheid en verbinding met je medewerkers. Daarom zou geen enkele toespraak een verplicht nummer mogen zijn.

Op het spoor van wat ertoe doet

Deze leider staat hier gelukkig open voor. Samen met de speechschrijver gaat hij op zoek naar wat zijn belangrijkste boodschap is voor dit jaar. Wat wil hij dat zijn medewerkers uit zijn toespraak meenemen? In één heldere zin? Vervolgens zoeken ze er samen heel concrete gebeurtenissen bij uit het afgelopen jaar die deze boodschap illustreren. Zodra de leider deze gebeurtenissen vanuit zijn persoonlijke perspectief vertelt, komen opeens zijn persoonlijke betrokkenheid en emoties tevoorschijn.

Dan vraagt de speechschrijver de leider waar hij voor het komend jaar naar verlangt. Want een nieuwjaarstoespraak is meer dan alleen een terugblik: hij moet ook perspectief bieden en focus voor het komende jaar. Deze vraag overvalt hem: ‘Verlangen? Bedoel je zoiets als doelen?’ ‘Nee’, antwoordt de speechschrijver: ‘Ik bedoel verlangen.’
‘Laat me er even over nadenken’, mompelt de leider. En hij loopt een rondje door de kamer. Dan komt er een prachtige zin: ‘Wat ik heel graag zou willen, zegt hij, is dat mensen het gevoel hebben dat we sámen de schouders eronder hebben. Dat ze ook begrijpen dat ik mij ook een slag in de rondte werk en niet altijd alle antwoorden heb. Maar dat ik ook mijn stinkende best doe’.
‘Net zoals zij, bedoel je?’
vraagt de speechschrijver. Een beetje beduusd zegt hij: ‘Ja, zoiets.’
‘Of denk je diep van binnen dat jij degene bent die alles doet?’ vraagt de speechschrijver.
‘Natuurlijk niet’, antwoordt hij opeens ferm.
‘Geef je medewerkers dan de credit die zij verdienen. Geef inzicht in wat jij doet én vertel hen dat het soms wat eenzaam is, daar in jouw mooie directeurskamer’
, stelt de speechschrijver voor.

De onzekerheid slaat toe

Wanneer ze alle ingrediënten van zijn toespraak scherp hebben gekregen, zet de speechschrijver de toespraak in concept op papier. De toespraak komt in de ik-vorm te staan, beleidswoorden verdwijnen en met persoonlijke én herkenbare verhalen (microstories) wordt steeds de verbinding gelegd met de luisteraars. De tekst gaat nog een paar keer heen en weer tussen de speechschrijver en de leider. Moet het echt in de ik-vorm? Het gaat toch niet over mij? mailt de leider op een gegeven moment. Natuurlijk gaat het om jou, komt het antwoord per kerende mail terug: om jou én je medewerkers. Reken maar dat zij willen weten wie die man is die daar op het podium staat. En reken maar dat ze zich in jouw vragen en belevingen herkennen. Want je mag dan een bijzondere positie in je organisatie hebben, als mens ben je niet zó uniek dat jouw vragen, belevingen en emoties niet herkenbaar voor hen kunnen zijn.

Schoorvoetend gaat hij overal mee akkoord. Zijn enthousiasme groeit wanneer hij de toespraak samen met de speechschrijver oefent. Ook dat deed hij tot nu toe nooit: een toespraak oefenen. Dat zou toch alleen maar afbreuk doen aan de authenticiteit? De eerste voor wie hij zijn toespraak oefende, was zijn vrouw. Die vindt het een geweldige speech, vertelt hij. En haar mening weegt zwaar voor hem. …

Géén verplicht nummer

Het verhaal dat deze leider dit jaar gaat vertellen, wordt anders. Hij vindt het spannend, want hij zit er tot zijn haarvezels in. Zijn nieuwjaarstoespraak is dit jaar géén verplicht nummer. Niet voor hem. En tien-tegen-één ook niet voor zijn medewerkers. De speechschrijver neemt zich voor hem na Oud & Nieuw te bellen om te horen hoe het ging. Want ook voor een speechschrijver is het iedere keer weer een spannend als een leider begrijpt, dat overgangsrituelen ertoe doen en dat die van hem of haar vragen om meer van zichzelf te laten zien. Ook voor een goede speechschrijver mag zo’n kerst- of nieuwjaarstoespraak nooit een verplicht nummer zijn!

Annet Scheringa is expert Business Storytelling. Zij coacht en is speechschrijver voor bestuurders.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x