Polarisatie is overal en de posities verharden, in de samenleving, in het politieke debat, op de werkvloer en in families. Ogenschijnlijk kleine zaken kunnen snel escaleren en ontsporen. Hoe kunnen we dan weer het gesprek met elkaar aangaan? En vooral, hoe kunnen we polarisatie voorkomen?
Voor of tegen een AZC in de gemeente
In de praktijk blijkt het best uitdagend om zo’n gesprek te voeren. Neem een gevoelig onderwerp als een inplanting van een AZC.
In een middelgrote gemeente hadden raad en college reeds besloten om een AZC in een pand in de binnenstad te vestigen, maar dat zorgde voor heel wat commotie bij inwoners. Daarom werd er besloten dat raadsleden hierover gesprekken zouden voeren met verschillende inwonersgroepen.
Om zich hierop voor te bereiden, organiseerden we een simulatie waarbij de raadsleden onderling het gespek hierover voerden. Dat deden we in groepjes van acht, met telkens twee voorstanders, twee tegenstanders, twee gespreksleiders en twee observatoren. De rolverdeling was vrij en niet volgens de politieke partijlijnen, dus in sommige groepjes waren het eerder linkse raadsleden die de rol opnamen van sterke tegenstanders en de eerder rechtse raadsleden die zich verplaatsten in de rol van grote pleitbezorgers.
Wat opviel was dat zolang het gesprek ging over de inhoudelijke standpunten, de spanning en de animositeit tussen de twee kampen sterk toenamen en de posities steeds verder uit elkaar dreven. Vaak waren degenen die een rol innamen die tegengesteld was aan hun eigen politieke overtuiging daarin nog het heftigst. De rol nam het over van de persoonlijke overtuiging. De polariserende beweging naar de uitersten was duidelijk zichtbaar.
De sfeer kantelde pas toen iemand van het ene kamp een vraag stelde aan iemand van het andere kamp, in de trant van ‘hoe zie je dat?’ of ‘wat betekent dat voor jou?’ Plots kwam er wel een echt gesprek tot stand, waarbij het over de zaken ging die er echt toe deden. Mensen begonnen met elkaar hun gevoelens, zorgen en ervaringen te delen.
In sommige groepen waren de gespreksleiders nu eerder een stoorzender geworden, omdat ze te sterk zaten te drukken om tot een eindconclusie te komen, terwijl het eigenlijke gesprek nog niet gevoerd was. In dat eigenlijke gesprek waarin openlijk met elkaar werd gedeeld wat er werkelijk leeft, lag de sleutel.
Interessant was dat uit de verdiepende uitwisseling bleek dat het grootste zorgpunt niet zozeer was dat het om asielzoekers ging, maar eerder dat men vreesde dat daarmee het kleinschalige en persoonlijke karakter van de gemeente zou verloren gaan en plaats zou maken voor anonieme stedelijkheid. De geplande bouw van een groot winkelcentrum of een luxe torenflat zou wellicht dezelfde controverse hebben opgeroepen.
Dit diepere niveau bood zelfs ruimte om te onderzoeken hoe beide kanten elkaar kunnen versterken, bijvoorbeeld hoe de zorg voor het integreren van asielzoekers een impuls kon geven aan de lokale netwerken en het versterken van het gemeenschapsgevoel.
Een grote misvatting over polarisatie is dat het over de inhoud gaat. Standpunten en feiten vormen vaak slechts een inwisselbare kapstok om een dieperliggend gevoel van ongenoegen te uiten, de spreekwoordelijke stok om de hond te slaan. Als we denken de zwartepietendiscussie opgelost te hebben met de roetveegpiet, ontstaat er langs dezelfde breuklijnen een polarisatie over de wolf, stikstof of migratie. Het gaat meestal niet over waar het lijkt over te gaan.
Verschillen in onderliggende waarden
Als we één spade dieper gaan dan de concrete kwestie, dan gaat het over onderliggende waarden en wereldbeelden die tegenover elkaar lijken te staan: diversiteit versus eigenheid, biodiversiteit versus economische groei, solidariteit versus eigen verantwoordelijkheid, lokale autonomie versus standaardisatie of begrip versus begrenzing. Op zich zou hier prima over gesproken kunnen worden. Beide kanten hoeven elkaar ook niet uit te sluiten. Sterker nog, ze houden elkaar in evenwicht en kunnen elkaar zelfs aanvullen en versterken.
Echter zo’n gesprek lukt niet in een gepolariseerde situatie, omdat deze waarden meer zijn dan hun inhoud. Het gaat hier in wezen over identiteit. Beide partijen hebben zich zo geïdentificeerd met een bepaalde waarde, dat elk mogelijke kritische kanttekening bij deze waarde wordt ervaren als een persoonlijke aanval op de eigen identiteit en het in vraag stellen van hun bestaansrecht. Elke waarde - hoe mooi en verbindend ook - kan een identiteit worden en zo de grond vormen voor wij-zij-denken. ‘Inclusie’ is zo’n een mooie waarde, maar als het een identiteit wordt, kan die doorschieten in haar tegendeel en juist een instrument van uitsluiting worden. Dan gaat het over ‘wij die inclusief denken’ versus ‘zij die staan voor supremacisme en onderdrukking’. Een inhoudelijk gesprek is dan niet meer mogelijk. Hoe meer argumenten, hoe meer de ander in zijn eigen stelling kruipt. Deze neiging tot vernauwende identificatie is vooral sterk in tijden van grote transitie en onzekerheid, waarbij mensen zich bedreigd voelen en veiligheid zoeken in het vastklampen aan vertrouwde waarden en groepen.
De enige manier om deze identificatie weer wat losser te maken is door belangstelling te tonen en de ander hierover geïnteresseerd te bevragen. ‘Hoe zie je dat?’, ‘Waarom is dat zo belangrijk?’, ‘Waarom raakt dat je zo?’, ’Hoe werkt dat voor jou?’... Dit vanuit een geïnteresseerde basishouding dat er onder elke visie, hoe negatief en extreem ook geformuleerd, steeds een positieve en legitieme kern schuilgaat. Deze kunnen zien en erkennen vormt de sleutel tot verbinding. Pas dan kan er weer ruimte onstaan om het gesprek over de inhoud te hebben.
Met wie het gesprek voeren?
Voor de extreme stemmen die garen spinnen bij de polarisatie, omdat het hen podium, status en invloed geeft – die filosoof en polarisatie-expert Bart Brandsma ‘pushers’ noemt – gaat dat niet lukken, want zij zijv niet gebaat bij een oplossing van het probleem. Evenmin gaat dit een verschil maken bij degenen die hun identiteit publiekelijk hebben vastgeklonken aan een bepaalde positie – de extreme ‘joiners’ in Brandsma’s terminologie – want opening tonen voor de andere kant betekent voor hen gezichtsverlies. Wel kun je dit gesprek aangaan met degenen uit de middengroep die het probleem sterk voelen, maar zich nog niet exclusief geïdentificeerd hebben met een positie – ‘The silent’ volgens Brandsma. Dat ‘stille midden’ – dat gelukkig vaak de meerderheid vormt – zou vooral onze aandacht moeten krijgen.
Gelijkenissen in onderliggende behoeften
Maar in vele gevallen gaat het zelfs niet over verschillen in waarden of wereldvisie, maar om basale drijfveren die daar nog een spade dieper onder liggen, zoals behoeften aan erkenning, waardering, aandacht, controle, veiligheid, invloed of status, en het gevoel hierin bedreigd te worden. Dit zijn zaken waar beide partijen niet van elkaar verschillen, maar juist precies hetzelfde willen. Omdat ze meestal niet uitgesproken worden, krijgen ze niet de aandacht en blijft het gesprek gemakshalve gaan over inhoudelijke argumenten voor of tegen. Dus hoed je om de ander nog eens goed onderbouwd je punt uit te leggen, maar vraag daarentegen wat voor hem/haar hierin zo belangrijk is en wat de zorgen hierin zijn. Van vinden naar vragen.
Praktische tips
Hoe als professional of leidinggevende met polarisatie omgaan?
-
Begin bij jezelf
Een andere misvatting is dat polarisatie iets is van anderen. ‘Wij zijn een al redelijkheid, maar zij ...’ Als we echter eerlijk tegenover onszelf zijn, moeten we toegeven dat we ook zelf behoorlijk vol (voor)oordelen zitten. En dat is prima, want deel van ons overlevingsmechanisme. Alleen is het belangrijk dat we ons daarvan bewust zijn, en dat we ze niet alleen bij anderen zien. Zo schrijven we ook ons eigen gedrag toe aan hooggestemde waarden, terwijl we bij anderen vooral de laag-bij-de-grondse en zelfzuchtige drijfveren zien. Maar in feite worden we ook beheerst door dezelfde basale drijfveren als de ander. We kijken misschien neer op iemand die zijn status ontleent aan het lawaai waarmee hij met zijn opgevoerde auto door onze straat scheurt, maar zijn we niet even statusgevoelig, al uiten we het misschien door te pronken met onze goede smaak of onze deugdzaamheid? Bovendien zitten we zelf vol tegenstrijdigheden en projecteren we de kanten die we liever niet bij onszelf zien maar al te graag op anderen. Polarisatie gaat over identitaire vernauwing. De sleutel ligt in het erkennen van onze eigen gelaagdheid, meerduidigheid en ambiguïteit. Het feit dat we zowel vernieuwende als behoudende kanten hebben, zowel sociaal en meevoelend als zakelijk en op ons eigenbelang gericht kunnen zijn, we de spanning voelen tussen ons morele kompas en onze loyaliteit aan de groep. Onze eigen ambiguïteit kunnen erkennen en met mildheid omarmen, daar ligt ook de opening naar erkenning van de ander, die daarin in niets van ons verschilt. -
Kijk onder de oppervlakte
Laat je niet verleiden tot een inhoudelijke discussie en argumentatie, maar ga voorbij de inhoud kijken naar waar dit werkelijk over gaat. Waar ligt de echte pijn bij beide partijen? Waar worden mensen geraakt in hun fundamentele waarden en behoeften? De paradoxale aanpak gaat ervan uit dat er onder beide kanten steeds een positieve kracht ligt, zelfs bij de meest extreme standpunten. Dit kun je doen door vanuit een oprechte belangstelling de ander te bevragen en te luisteren naar wat voor hen van wezenlijk belang is. Vragen stellen helpt hierbij, maar hoed je om als een minzame therapeut de andere te gaan bevragen zonder jezelf bloot te geven, want dat crëeert meteen een gevoel van ongelijkwaardigheid. En laat dat nu juist een van de belangrijkste factoren zijn die polarisatie aanjaagt. Authentieke belangstelling wint het van gesofistikeerde vraagtechniek. Dit laatste kan het gesprek zelfs in de weg zitten, omdat mensen denken dat je een manipulatief trucje inzet dat je in een dure cursus hebt geleerd. -
Vang vroegtijdig signalen van onvrede op en ga hierover in gesprek
Hierbij is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de oplossing die mensen voorstellen – die volledig onwenselijk, ongepast of zelfs weerzinwekkend kan zijn – en het signaal van ongenoegen dat ze daarmee afgeven. Kun je gehoor geven aan het signaal, terwijl je de uitingsvorm verwerpt? Uitingsvormen zijn vaak zo extreem geworden, omdat mensen in een eerder stadium geen gehoor vonden voor de onderliggende boodschap. En het is logisch dat als men het gevoel heeft niet gehoord te worden, men steeds harder en provocatiever gaat roepen. Dit vraagt van ons dat we in onze reactie niet meteen moralistisch met het vingertje gaan zwaaien, maar ook trachten door te dringen naar de positieve kern die eronder ligt. Mensen die ergens tegen zijn, zijn ook altijd ergens voor, zoals mijn collega Guido Rijnja steeds zegt. Door dit in een vroeg stadium te doen voorkom je dat gevoelens van onbehagen en ongenoegen gaan gisten in de onderstroom en worden gerecupereerd en gemonopoliseerd door de extremen. -
Trek het vraagstuk open van ‘of/of’ naar ‘en/en’
Definieer complexe vraagstukken in termen van paradoxen, waarbij beide kanten nodig zijn en waarde hebben: én eigen verantwoordelijkheid én solidariteit, én openheid én begrenzing, én traditie én vernieuwing. Het krachtigste is dat te doen in termen van een gemeenschappelijke paradoxale vraag of opgave: Hoe kunnen we het een en het ander realiseren? Hoe kunnen we bijvoorbeeld én de leefbaarheid van de landbouw versterken én de natuurwaarden vergroten? Vele vraagstukken die nu vanuit schaarste worden ingestoken en als een nulsomspel worden gepositioneerd, kunnen zo weer worden opengetrokken. -
Deel je eigen spanningsvelden
Als leidinggevende moet je continu balanceren tussen aanpakken die in tegenspraak lijken. Enerzijds empathie tonen en de onderliggende pijn erkennen, anderzijds duidelijke grenzen stellen aan negatieve uitingsvormen. Enerzijds misstanden bij naam noemen, anderzijds rekening houden met gevoeligheden en stigmatisering vermijden. Deze spanningsvelden zijn diep menselijk en onoplosbaar. Het enige wat je kunt doen is op een bewuste manier daarin te navigeren en je eigen natuurlijke voorkeuren te kennen. De spanning wordt hanteerbaar als je deze spanningsvelden ook expliciet benoemt en je omgeving hierin meeneemt.
Ivo Brughmans is filosoof, politicoloog, managementconsultant en auteur van verschillende boeken over omgaan met tegenstellingen. Recent: De)polarisatie. Een paradoxale aanpak van samenleving en organisatie (Boom, 2026)
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--