Channels

Als gemeenten de AWBZ begeleiding succesvol willen ‘uitrollen’ moeten ze inzetten op het zelforganiserende vermogen van de samenleving, een vraaggerichte aanpak en een integrale benadering. Dat zijn de ‘kantel’- uitgangspunten die in honderden beleidsnotities zijn terug te vinden. Toch blijkt het voor gemeenten geen sine cure om deze mooie woorden om te zetten in daadkracht. Gemeenten zouden er goed aan doen om eerst wat meer afstand te durven nemen van hun beheersmatige inslag. Een integrale, vraaggerichte aanpak vraagt immers om ambtenaren met een participerende en coachende rol. Dat is iets anders dan een beheersmatige en controlerende rol.

De meeste gemeenten zijn het eens; hoe de wet rond de overheveling van de AWBZ naar de Wmo er ook uit komt te zien, de grondslagen onder de decentralisatie (participatie, meer uitgaan van het zelforganiserende vermogen van de samenleving en zaken dichter bij de burger organiseren) zijn door nagenoeg alle gemeenten omarmd. Gemeenten zitten middenin in een kanteling om deze grondslagen te ‘verankeren’ in beleid. De grote vraag is hoe de grondslagen onder de gewenste kantel-uitgangspunten daadwerkelijk ‘verankerd’ kunnen worden in de ziel van een gemeente. Er is al zóveel opgeschreven. Het wordt tijd dat het echt gaat gebeuren. Wat houdt ons tegen?

‘Op de toko passen verandert in ‘ de boer op gaan’
Het doorvoeren van de gewenste ombuigingen vraagt om een omslag; een andere manier van denken, kijken, voelen en werken binnen het sociale domein. Overheden en instanties zijn vanuit het adagium ‘beheersbaarheid’ en ‘controle’ doorgeschoten in het ontwikkelen en bedienen van een oneindige hoeveelheid wetten, regels en procedures (het web). Dat staat zo’n beetje haaks op de rol van de ambtenaar in de nabije toekomst. In een samenleving waarin burgers méér zelf doen en langer voor elkaar zorgen zal deze ambtenaar situationeel moeten kunnen handelen. Hij moet kunnen improviseren. Meer dan ooit zal hij straks de makelaar zijn die de belangen van de samenleving dient maar dan wel binnen beleidsmatige en financiële kaders. ‘Op de toko passen’ verandert in ‘de boer op gaan’. De ‘traditionele rol’ van ambtenaren maakt plaats voor een ‘participerende rol’!

Lees ook:

De nieuwe rol van de gemeente in zorg, jeugd en werk

Vanuit hun ‘traditionele rol’ komen gemeenten en instanties op dit moment nog niet verder dan het ‘rationeel’ opsommen van wat nodig is om de begeleidingstaken van de AWBZ succesvol over te hevelen naar de Wmo. Meestal zijn dat ‘algemeenheden’ die niemand zal bestrijden zoals ‘méér integraal werken’ of ‘minder bureaucratie’. Zo wordt nogal snel geroepen dat er ingezet moet worden op het zelforganiserende vermogen van de samenleving. Dat klinkt prachtig maar vanuit hun ‘traditionele rol’ voelen veel ambtenaren en zorgmedewerkers nu eenmaal de intrinsieke behoefte om te zorgen voor onze samenleving, om ‘goedbedoeld’ kant en klare oplossingen te bieden en om zaken netjes te beheersen en te overzien. Het is voor deze mensen helemaal niet zo vanzelfsprekend om zaken los te laten. Of ‘méér integraliteit door een betere samenwerking tussen gemeenten en instanties en instanties onderling’. Ook zo’n mooie kreet. Bij participatiesessies blijkt echter vaak dat gemeenten en instanties elkaar juist moeilijk kunnen vinden als het gaat om het maken van concrete samenwerkingsafspraken. Het is niet vanzelfsprekend dat gemeenten en instanties zo maar even doorpakken op een verregaande samenwerking. Wil men verder komen, dan zal de mooie kreet ‘participatie’ een diepere inhoud moeten krijgen. Participatie zou moeten betekenen dat gemeenten, burgers, cliëntenorganisaties en instanties de dieperliggende consequenties onder de kretologie eerst met elkaar doorleven om zo samen toe te werken naar commitment en duurzame oplossingen.

Wat zit er allemaal onder die mooie woorden?
Vanuit hun nieuwe coachende rol zouden gemeenten er goed aan doen om met burgers, belangenbehartigers en instanties meer gevoel te krijgen bij de essentie. Wat zit er allemaal onder die mooie woorden? Wat bedoelen we precies met ‘méér gebruik maken van het zelforganiserende vermogen van de samenleving’? Hoe kunnen we echt beter samenwerken? Hoe zien wij dat en hoe zien jullie dat? Wat is ons onderbuik gevoel hierbij? Hebben we mogelijk last van ingesleten overtuigingen? Hoe kunnen we elkaar helpen om dit tot een succes te maken? Welke regels en wetten zitten ons hierbij in de weg? Juist door dit soort zaken met elkaar te delen en te bespreken, door elkaars mogelijkheden af te tasten en door elkaars weerstand te voelen, kan een klimaat van gezamenlijke toewijding en commitment ontstaan. Een klimaat waarin gemeenten, burgers, belangenbehartigers en instanties vanuit het hart en met een gezamenlijk vertrekpunt de schouders eronder zetten. Een klimaat ook waarin de lusten én de lasten als vanzelfsprekend door gemeente en samenleving worden gedeeld. Dit vraagt om een gemeente die los durft te laten en om ambtenaren met een visie op participatie. Ambtenaren die zich lekker voelen in een participatieve en coachende rol. En ambtenaren die in een complex netwerk draagvlak kunnen creëren bij burgers, belangenbehartigers en instanties.

Mark Hendrikx is o.a. mede-auteur van het boek Burgerparticipatie, een praktische handleiding voor gemeenten (Sdu, 2004).

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x