Channels

Delen van het failliet verklaarde Econcern, Evelop en Ecofys, zijn overgenomen door Eneco , zo berichten veel kranten vandaag. In ieder geval een zorgvuldig georkestreerde overname, aangezien de medewerkers ook gisternamiddag pas te horen kregen wie de redder in nood zou zijn. Wat is hier nu over te zeggen en waarin schuilt het interessante van deze overname?

Ten eerste lijkt Eneco van alle energiebedrijven strategisch het beste te passen bij een duurzame club als Econcern. Eneco bezit van oudsher over weinig productiecapaciteit, dus is niet behept met het tanende imago van veel andere energiebedrijven die nog lange tijd moeten steunen op hun gas- en kolengestookte centrales. Laat staan dat ze beschikken over kernenergie. Eneco verhandelt wel in grijze energie, maar wil qua productiecapaciteit vooral groeien via duurzame opwekking. Een belangrijk gegeven, want een eerdere samenwerking tussen de groene adepten van Econcern en het nuchtere installatiebedrijf GTI liep op de klippen nadat GTI in handen kwam kernenergieproducent Electrabel.

Ten tweede is het een logisch vervolg, aangezien de band tussen de twee bedrijven al bijzonder stevig was. Gezamenlijk stapten ze in een aantal goed verlopen projectontwikkelings-avonturen, in het bijzonder het op zee gelegen Prinses Amalia windpark.

Lees ook:

The (he)art and practice of a living organization

Ten derde is het altijd spannend om een adviespoot over te nemen. Los van de vraag hoeveel Eneco nu feitelijk hiervoor heeft betaald, is het belangrijk te waarborgen dat iedereen blijft. Eneco is dan ook verstandig geweest om het eigendom deels bij de medewerkers te laten.

Ten vierde is het organisatiekundig interessant te volgen hoe het verder gaat verlopen. Eneco is, naar eigen zeggen, nog altijd een club van nuchtere Rotterdamse energieboeren. De strategische koers naar duurzaam is eenvoudig opgeschreven, maar het bedrijf beschikt nog bij lange niet over de noodzakelijke kennisbasis. Econcern is nog altijd een verzameling van intrepreneurial achtige experts uit het academische Utrecht, die de kennishiaten van Eneco ruimschoots gaan dichten. De uitdaging is wel hoe deze werelden in de praktijk samen gaan opereren. Belangrijk is dat zij een goede intermediair creëren tussen exploitatie- en exploratiedenkers.

Tot slot sluit ik me aan bij de opmerking van Diederik Samsom die aangeeft ‘heel gelukkig’ te zijn met de gang van zaken. Veel innovaties zijn tegenwoordig groen gedreven in termen van vermindering van uitstoot van schadelijke stoffen(mobiliteit), vermindering en hergebruik van grondstoffen (Cradle to Cradle), de transitie naar biochemicals en de transitie naar andere energiedragers. Daar liggen enorme uitdagingen, waarin Eneco met zijn nieuwe aanwinsten hopelijk internationaal een stevige rol gaat spelen.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Ten vijfde;  wat wordt de nieuwe strategie m.b.t. postintegratie of samenwerking. Welke onderdelen en mensen hebben zelfstandig bovenmaats gepresteerd en hoe verhoudt zich dat met de nieuwe strategie. Dat ‘iedereen blijft’ is meestal niet de resultante en dit zou zeker niet het uitgangspunt moeten zijn. De bestaande conventies en constellaties los laten, kritisch durven zijn en van buiten naar binnen kunnen kijken, dat zullen de ‘nuchtere Rotterdamse energieboeren’ zeker gaan doen en dat voelt goed. Per slot van rekening was Econcern op sterven na dood en de oorzaken of veroorzakers daarvan zijn van belangrijk voor de toekomst.

De stelling dat; ‘Econcern zal de kennishiaten van Eneco ruimschoots zal gaan dichten’, is pretentieus. De uitdaging hoe deze twee werelden in de praktijk samen gaan opereren, is zeer interessant. Zonder verandering in de huidige structuur, de formatie en het functioneren van de medewerkers zal deze samenwerking niet materialiseren.

x