Steeds meer organisaties rapporteren over hun duurzame prestaties. Maar hoe informeer je relevante stakeholders hierover? Hoe moeilijk kan dat zijn? Je vertelt toch gewoon welke prestaties je het afgelopen jaar geleverd hebt?

Wat is winst?

Zo eenvoudig is het niet. Neem het: het financiële verslag, dus de jaarrekening van de organisatie. Daar vind je onder meer de winst, maar wat wordt precies met winst bedoeld? Daarover denken we in de bedrijfseconomie al heel lang na. Moet je bijvoorbeeld ongerealiseerde waardestijgingen meenemen? Maakt het uit of gemaakte kosten zijn besteed aan een mislukt automatiseringsproject of aan een aantal zinvolle cursussen voor het personeel? En kijk je naar de absolute winstbedragen of houd je ook rekening met de geldontwaarding? Voor allerlei antwoorden is wel iets te zeggen. Binnen de bedrijfseconomie geldt dan ook de uitspraak: profit is an opinion. Lange tijd was er veel ruimte voor bedrijven om de presentatie en berekening van cijfers naar eigen inzicht in te vullen. Het gevolg was dat organisaties kozen voor een winstberekening die hen het beste uitkwam. 

Ingrijpen overheid en toezichthouders

We hebben het als bedrijfseconomen opgegeven te zoeken naar een methode om de winst te berekenen die altijd en volledig juist is, maar de maatschappij neemt ook geen genoegen meer met bestuurders die de samenleving een rad voor ogen willen draaien. Daarom is er de afgelopen jaren allerlei wet- en regelgeving ontstaan, zoals de Sarbanes-Oxleywet (Sox, 2002) en International Financial Reporting Standards (IFRS, 2003) die voor een meer eenduidige informatievoorziening aan stakeholders moet zorgen.

Duurzaamheid

Als traditionele organisaties al zoveel moeite hebben om een goed financieel verslag op te stellen, dan is het goed voorstelbaar dat duurzame organisaties met nog veel meer problemen worden geconfronteerd. Zij moeten al hun relevante stakeholders – die veel bredere groep dan aandeelhouders, andere financiers en bijvoorbeeld leveranciers alleen – óók informeren over hun ecologische en sociale prestaties. Maar het is lastig te achterhalen wie die stakeholders zijn en wat hun informatiebehoefte is. Kortom, voor duurzame organisaties is het moeilijk goed te rapporteren. En ook hier bestaat de kans dat een organisatie  de prestaties mooier wil voorspiegelen dan ze zijn. De Autoriteit Financiële Markten waarschuwt daarom voor greenwashing. (AFM, 2019)

Het duurzaamheidsverslag

Het is een hele uitdaging een goed duurzaamheidsverslag op te stellen. Op dit moment zijn er ruim 200 organisaties bezig met het ontwikkelen van richtlijnen waaraan een duurzaamheidsverslag moet voldoen (FD, 3 maart 2020). Een belangrijke bijdrage hieraan wordt geleverd door accountantsorganisatie IFAC en Global Reporting Initiative (GRI). Zij kwamen tot de conclusie dat een duurzame organisatie een gelijkwaardig belang moet hechten aan sociale, ecologische en economische waardecreatie en hierover in samenhang moet rapporteren. Er moet dus sprake zijn van Integrated Reporting.  Om meer duidelijkheid te krijgen over de inhoudelijke eisen waaraan een duurzaamheidsverslag moet voldoen, richtten zij de werkgroep International Integrated Reporting Council (IIRC, 2009) op. In 2013 stelde deze werkgroep vast dat er zes soorten waarden (capitals) zijn waarover  gerapporteerd moet worden. Deze capitals zijn:

  1. Financial capital, de financiële waardecreatie van de organisatie.
  2. Manufactured capital, de hoogte van de waarde van (aangeschafte of zelf geproduceerde) productiemiddelen van de organisatie.
  3. Intellectual capital, de hoogte van de waarde van immateriële bezittingen die een organisatie verwierf of produceerde, zoals octrooien, copyrights en software.
  4. Human capital, de waarde van het menselijk kapitaal van de organisatie, zoals werkervaring en competenties.
  5. Social- and relationship capital, dus het sociale gedrag van de organisatie richting stakeholders.
  6. Natural capital, de ecologische waarde die de organisatie creëert of vernietigt.

Lees ook:

It’s the economy, stupid

Wat opvalt is, dat in de visie van het IIRC een duurzame organisatie méér nastreeft dan financiële, ecologische en sociale waardecreatie alleen. Zij moet immers ook de stakeholders informeren over de inspanningen om continuïteit in de bedrijfsvoering te bereiken door het creëren van manufactured, intellectual en human capital. 

Regelgeving

Het IIRC stelt dat in het duurzaamheidsverslag de waarde van het financial en manufactured capital moet worden gerapporteerd volgens de regels die hiervoor zijn opgesteld. Voor de overige vier capitals mogen organisaties vooralsnog zelf bepalen welke informatie zij verstrekken. Waarschijnlijk gaat de geschiedenis zich herhalen en schetsen organisaties een te rooskleurig beeld. Ironisch genoeg, neemt de druk om trucjes toe te passen toe naarmate stakeholders meer waarde hechten aan een duurzaamheidsverslag – en dat laatste lijkt te gebeuren. Steeds meer beleggingsinstellingen en consumenten hechten hier waarde aan. (GFK, 2017). 

Advies voor nabije toekomst

Op dit moment zijn er reeds een aantal richtinggevende principes geformuleerd die onder meer betrekking hebben op de rapportage van ecologische en sociale prestaties, maar het is nog vrijblijvend. Dat is niet onverwacht gezien de ontwikkelingen die het financiële verslag heeft doorgemaakt en zelfs daar zijn er nog regelmatig herzieningen van regels. Maar het zou wenselijk zijn om snel te komen tot adequate regelgeving die voorziet in de informatiebehoefte van stakeholders en hen in staat stelt de duurzame prestaties van organisaties juist in te schatten en met die van andere organisaties te vergelijken, zodat zij onderbouwde beslissingen kunnen nemen. Voor overheden en toezichthoudende instanties ligt hier een taak.

Theo van Houten is als hoofddocent Bedrijfseconomie en onderzoeker werkzaam bij de Academie Financieel Economisch Management van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x