Amsterdam staat voor minstens een miljard euro aan klimaatmaatregelen. Dat klinkt als een enorme uitgave, totdat je beseft hoeveel schade ermee wordt voorkomen en hoe veel leefbaarder de stad ervan wordt. Maar als we Amsterdam echt willen wapenen tegen hitte, plensbuien en droogte, moeten we stoppen met alleen kijken naar grachten, parken en woonstraten. De grootste klimaat-blinde vlek ligt namelijk om de hoek: onze bedrijventerreinen.
Klimaatbestendigheid
Arcadis laat zien dat Amsterdam veel te weinig schaduw heeft, te weinig koelteplekken en in veel buurten te weinig groene buffers om extreme hitte op te vangen. Toch gaat de aandacht vooral naar de publieke ruimte in woongebieden. Ondertussen liggen bedrijventerreinen er verstopt bij achter hekken en loodsen: versteend, verhit, slecht afwaterend en met verouderde infrastructuur. Precies de plekken waar het bij hitte, droogte of een stortbui meteen misgaat.
De gemeente zegt dat Amsterdam in 2050 klimaatbestendig moet zijn. Maar wie een eerder rapport van de Rekenkamer leest, ziet vooral een stad waar het elan is verdampt. En klimaatadaptatie komt in de knel door de druk om jaarlijks 7500 woningen te bouwen. Begrijpelijk, maar niet zonder consequenties. Hitte en droogte ontbreken in belangrijke beleidskaders. Wie nu bouwt zonder klimaatmaatregelen, bouwt problemen voor morgen.
En ondertussen zitten bedrijven in de dode hoek van de klimaatstrategie. Dat is riskant, want zonder bedrijventerreinen staat de stad letterlijk stil. Bij rampen spelen ze een cruciale rol: als distributiepunt, opslaglocatie, schakel in de voedselketen of plek voor tijdelijke opvang. Maar die rol komt in geen enkel beleidsstuk echt terug. Daarom moet Amsterdam samen met de veiligheidsregio veel beter kijken naar de rol van bedrijventerreinen bij grote verstoringen. Niet pas als de boel overstroomt, maar nu.
Noordzeekanaalgebied
Onderzoek voor het ministerie van IenW in 2024 zegt dat de overstromingsrisico’s in het Noodzeekanaalgebied richting 2050 en 2100 volgens de huidige inzichten beperkt blijven door de bescherming van de zeesluis IJmuiden en primaire keringen. De grote regionale kwetsbaarheid zit in toenemende droogte, met risico’s voor zoetwaterbeschikbaarheid, koeling van installaties, verzilting en continuïteit van processen. Ook hittestress en extreme waterstanden nemen toe.
Het ministerie stelt dat dit voor de regio betekent dat klimaatadaptatie nu structureel moet worden opgepakt in samenhang met de NOVEX-aanpak. Prioriteit ligt bij robuust waterbeheer, strategische waterberging, bescherming tegen verzilting en het veiligstellen van koelwater. Daarnaast vraagt de nabijheid van woongebieden om extra aandacht voor domino- en keteneffecten bij incidenten. Regionale samenwerking tussen havenbedrijf, gemeenten, waterschappen, veiligheidsregio en bedrijven is cruciaal, met duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden, bereikbaarheid, noodscenario’s en investeringen in infrastructuur en zoetwaterbeschikbaarheid.
Wat moeten bedrijven zelf doen?
Ook bedrijven zelf moeten aan de slag. De nieuwe Europese CSRD verplicht tot klimaatrisicoanalyses, maar voor veel ondernemers blijft dat abstract. Zonder duidelijke richtlijnen en gemeentelijke ondersteuning blijft het steken in papieren exercities. Parkmanagement, ondernemersverenigingen en BIZ’en kunnen een voortrekkersrol spelen met gezamenlijke hitteprotocollen, wateropvang, noodstroom, groene renovatie en evacuatieplannen. Maar dan moet de gemeente wel meedoen (terwijl Arcadis de bedrijventerreinen wel degelijk aanwijst als risicogebieden waar maatregelen nodig zijn).
Voor ondernemers geldt: begin klein, maar begin wel. Breng kwetsbare processen in kaart. Vraag leveranciers naar hun paraatheid. Zoek samenwerking met de buren. Failing to plan is planning to fail; het leger zegt het niet voor niets.
Amsterdam, en geen enkele gemeente of provincie, kan zich geen zwakke schakels permitteren in haar klimaatbestendigheid. Niet in woningen, niet in infrastructuur en ook niet in de economie. Klimaatbestendig bouwen begint niet in de binnenstad, of de woonwijken, maar op het bedrijventerrein om de hoek. Daar ligt de eerste verdedigingslijn. En daar moeten we in investeren. Dat gebeurt nu niet.
Topsector Logistiek: landelijk belang
Uit een nieuwe whitepaper van de Topsector Logistiek blijkt dat ontwikkelaars, gebruikers en banken klimaatrisico’s steeds serieuzer nemen, maar dat structurele samenwerking en duidelijke kaders ontbreken. Het rapport laat zien dat bij nieuwbouw vaker klimaatadaptieve maatregelen worden toegepast, zoals verhoogde vloerhoogtes, infiltratiekratten en witte daken. Bij bestaande panden gaat het vooral om praktische ingrepen zoals isolatie en noodvoorzieningen. Toch remmen korte huurcontracten, lage marges en het ontbreken van gezamenlijke investeringsmodellen de noodzakelijke opschaling.
Banken koppelen klimaatadaptatie ondertussen steeds nadrukkelijker aan taxaties, financiering en risicomodellen, waardoor het een randvoorwaarde wordt voor financierbaarheid. De Topsector Logistiek pleit daarom voor een ecosysteembenadering op bedrijventerreinen, met meer rol voor gemeenten en waterschappen, concrete rekenmodellen en aandacht voor biodiversiteit. Klimaatadaptatie is daarmee een strategische vereiste voor de continuïteit en waarde van logistiek vastgoed.
Voor belangstellenden. Op 20 november organiseert de Topsector Logistiek een workshop over klimaatadaptatie en bedrijventerreinen.
Walther Ploos van Amstel.
Lees ook hoe Rotterdam juist wel bedrijven betrekt bij klimaatadaptatie!
Lees ook: Weerbaarheid van steden organiseer je samen
Lees ook: Logistiek vastgoed niet klaar voor klimaatverandering
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--