Pieter Schoehuijs is sinds 2009 CIO van het internationale chemie- en verfconcern AkzoNobel. Hij geeft leiding aan het IT-team dat verspreid is over 40 van de 80 landen waarin het bedrijf actief is. We spraken hem over zijn uitdagingen als CIO bij het regisseren van de centrale IT-strategie en het harmoniseren van enorme hoeveelheden bedrijfsdata. AkzoNobel bestaat uit drie divisies, Decorative Paints, Performance Coatings en Specialty Chemicals, die grofweg even groot zijn. Het bedrijf is wereldwijd actief en heeft een uiterst diverse IT-omgeving.

Schoehuijs: “De divisie Specialty Chemicals is een echte business-to-business omgeving. Daar draait alles om stabiliteit. De nadruk ligt hier vooral op business-integratie met onze klanten en leveranciers en minder op de traditionele sales.”Daar tegenover staat de divisie Decorative Paints, die is gericht op de consument. “In dat segment willen we de consument verleiden om ons product te kopen met kleur en advies,” vertelt Schoehuijs. “Voor die markt ontwikkelen we bijvoorbeeld ook mobiele apps zoals de Visualiser-app, waarmee je verfkleuren op de muren in je huis kunt projecteren. Hier ligt de nadruk veel meer op sales en marketing en het snel kunnen leveren van producten.”
De divisie Performance Coatings hangt volgens Schoehuijs qua inzet van IT tussen de overige divisies in. “Producten als Aerospace Coatings lijken wat meer op die van Specialty Chemicals, omdat we hier meer langdurige klanten hebben. Maar Powder Coatings lijken meer op Decorative Paints in de zin dat we daarvoor zelfs eigen winkels hebben en met webshops werken.”

Nieuwe eisen aan IT

De manier waarop IT de business ondersteunt, is volgens Schoehuijs aan behoorlijke verandering onderhevig.

“Ik zie dat men binnen organisaties steeds minder begrip heeft voor het feit dat bepaalde bedrijfsinformatie niet direct toegankelijk is. Bedrijven zoals AkzoNobel, die traditioneel wat meer losstaande bedrijfsonderdelen hebben, zoeken synergie op allerlei gebieden. IT is daar een voorbeeld van. Wij zijn ook jarenlang bezig geweest met de consolidatie van systemen en infrastructuren om de basis IT-voorzieningen als een dienst aan de organisatie te kunnen leveren. Dat proces is al voor mijn tijd ingezet. We zijn daar natuurlijk nooit 100 procent klaar mee, maar kunnen toch zeggen dat we heel ver gevorderd zijn.”

Lees ook:

Een CIO die het fundament levert voor succes

Schoehuijs ziet verdere uitbreiding naar oplossingen in de private- of public-cloud als de volgende stap.

“Ik vind dat we een gezonde mix hebben van uitbestede IT-diensten en dingen die we nog zelf doen. Met name de zware productieomgeving onderhouden we zelf, maar zaken als storage besteden we steeds meer uit.”

Master data

Een belangrijk speerpunt in de IT-strategie van AkzoNobel is het organisatiebreed koppelen van databases. Enerzijds om de operationele efficiëntie te verhogen, anderzijds om data beter te kunnen analyseren. Binnen verschillende business units worden databases gecombineerd in een centraal data-warehouse. Door deze combinaties te analyseren wordt meer inzicht verkregen in de inzet van apparatuur, productiecapaciteit en voorraden.

Schoehuijs: “Om meer transparantie te creëren over allerlei databases, zowel intern als extern, heb je een standaard taal nodig: de master data. Met ‘master data management’ zorgen we voor die transparantie.”
De formules van de vele chemie- en verfproducten van AkzoNobel zijn een belangrijk onderdeel van deze gecentraliseerde data. “We hebben daar een aparte omgeving voor,” vertelt Schoehuijs. “Alleen al voor Vehicle Refinishes hebben we meer dan een half miljoen formules, samengesteld uit 80 soorten verf, met allemaal hun eigen formule.”

Een deel van deze producten komt voort uit acquisities van andere bedrijven. De formules moeten vervolgens geharmoniseerd worden, zodat de R&D-afdeling ze kunnen analyseren om tot een goede productset te komen. Grondstofprijzen zijn slechts één onderdeel van die keuze.

Vendor Managed Inventory

Naast interne data, verzamelt AkoNobel ook veel data uit de bedrijfsketen. Zo zijn de mengsystemen die voor Vehicle Refinishes worden gebruikt allemaal online gekoppeld en ze worden centraal geüpdatet.

“Hierdoor hebben we volledig inzicht in wat er gebeurt met de machines,” aldus Schoehuijs. “We zien wat er gemengd wordt en welke kleurtrends er zijn. We kunnen zelfs zien welke auto’s meer ongelukken krijgen dan andere. Maar we kunnen ook zien of een bepaalde garage problemen heeft en vervolgens bijvoorbeeld een suggestie doen om iemand op training te sturen. Ook is deze online koppeling een middel om Vendor Managed Inventory (VMI) te implementeren, waardoor we automatisch de voorraden van deze bedrijven kunnen aanvullen.”

Rol van de CIO

Een belangrijke IT-trend is de veranderende rol van de CIO.

“De traditionele IT-manager hield zich vooral bezig met het beheren van IT-infrastructuren en datacenters,” zegt Schoehuijs. “Tegenwoordig is de CIO veel meer een soort dirigent van services, die SaaS-producten en eigen systemen aan elkaar knoopt vanuit een soort catalogusperspectief.”

AkzoNobel besteedt relatief veel IT uit, waarvan het merendeel van de services offshore geleverd wordt. Volgens Schoehuijs worden leveranciers gekozen door middel van RFP-processen (request for proposal), waaruit vervolgens een keuze wordt gemaakt op basis van een goede balans van continuïteit en expertise van de leverancier, en de kostenstructuur.

Schoehuijs houdt zich meer dan de helft van zijn tijd bezig met andere zaken dan IT, zoals aan overleg met business units en functionele leiders.

“Ik spreek dan bijvoorbeeld met hen over wat ze willen bereiken binnen HR, finance of sales. Welke functionele initiatieven er zijn voor procesharmonisatie en het centraal leveren van diensten. Ik ben continu aan het interacteren buiten IT om de verbinding tussen business en IT optimaal te houden.”

Bedrijfstransformaties

Zijn verminderde bemoeienis met zuivere IT neemt niet weg dat Schoehuijs met bijzonder veel passie praat over de rol ervan binnen AkzoNobel.

“Er is eigenlijk geen groot project meer waar IT geen onderdeel van is. Techneuten zijn nog steeds heel belangrijk, maar er wordt nu een bredere expertise verwacht bij grote projecten. Je hebt steeds meer procesanalisten, business-analisten en business-informatiemanagers nodig. Die weten immers hoe de business in elkaar zit, welke processen er zijn, welke projecten er lopen en hoe het projectportfolio eruit ziet. Maar alle projecten, van acquisities tot grote bedrijfstransformaties, hebben een IT-component. Als je daar niet enthousiast van wordt, dan weet ik het niet meer.”

Centralisatie

Centraliseren van IT betekent niet dat alles ook geografisch gecentraliseerd moet worden.

“Het gaat vooral om centraal aansturen,” legt Schoehuijs uit. “Maar je moet zeker niet de illusie hebben dat je vanuit een ivoren torentje kunt bedenken wat goed is voor Chengdu in China. Ik kan natuurlijk wel zeggen aan welke standaarden of eisen een product moet voldoen.”

Om zijn internationale team aan te sturen gebruikt Schoehuijs onder andere een combinatie van telepresence-technologie en instant messaging.

“Het nieuwe werken is tegenwoordig niet nieuw meer. Wij ondersteunen eigenlijk alles, maar zijn niet per se een voorloper in bijvoorbeeld Bring Your Own Device. We doen wel wereldwijd veel met video en telepresence-ruimtes die allemaal gekoppeld zijn met onze Microsoft Lync-omgeving.”

Zelfs voor externe partijen vindt hij betrokkenheid belangrijk.

“Ik zie die buitenlandse werknemers ook als een soort extended family. Zij moeten ook gemotiveerd en verbonden zijn. Minstens één keer per jaar ga ik naar India om onze grote leveranciers te bezoeken en dan kan ik iedereen ook persoonlijk de hand schudden en bedanken. Verder houd ik elk kwartaal een wereldwijde webcast voor de hele IT-populatie van meer dan 900 man. Overal ter wereld, zelfs een kleine vestiging ergens in Thailand of Vietnam, kan daardoor persoonlijk van mij horen waar we mee bezig zijn. Zo krijgen ook die mensen het gevoel dat ze onderdeel zijn van het AkzoNobel-team en daar trots op zijn.”

Human Cities

Voor AkzoNobel is het vergroten van de binding met klanten en de aandacht voor productinnovatie en duurzaamheid erg belangrijk. Met het Human Cities Manifesto richt het bedrijf zich op zes manieren om stedelijke gemeenschappen menselijker te maken. AkzoNobel geeft hiermee aan dat steden niet alleen bestaan uit de stenen, maar dat vooral de menselijke aspecten ervoor zorgen dat mensen prettig kunnen wonen. Het bedrijf richt zich daarom op de uitdagingen en mogelijkheden die steden in 21ste eeuw bieden en pakt dit op via de thema’s: kleur, erfgoed, transport, onderwijs, sport & ontspanning en duurzaamheid.

“Aangezien 60 procent van onze business in grote steden zit, draagt ons Human Cities initiatief bij aan het vergroten van onze verbinding met de consument en de klant, net als de Visualiser-app, de webshops en onze B2B-connecties.”

Duurzaamheid is één van de thema’s waar wij de focus op leggen. Dit is terug te zien in diverse initiatieven op dit gebied die uiteindelijk er ook voor hebben gezorgd dat het bedrijf de afgelopen twee jaar op de eerste plaats staat in de Dow Jones Sustainability Index.

Schoehuijs: “We doen veel, maar er kan altijd meer gedaan worden. We hebben allerlei duurzaamheid KPI’s (key performance indicators) rondom water en emissies, maar we willen uiteindelijk een end-to-end overzicht creëren van de duurzaamheid over de hele lifecycle van een product. Daar draag ik aan bij door te zorgen dat er een stukje wendbaarheid is in de IT.”

Besluit

We vragen Schoehuijs ten slotte welk advies hij aan vakgenoten zou willen geven die worstelen met de veranderende rol van de CIO en het in lijn krijgen van de businesss met IT.

“Mijn grootste aanwijzing zou zijn om meer dan de helft van je werktijd buiten IT te besteden aan het onderhouden van contacten met de diverse businessunits en verantwoordelijken. Veel CIO’s hebben traditiegetrouw een sterke band met techniek, vinden dat leuk en hebben daar veel expertise in. Het is een gevaarlijke valkuil als zij zich daar teveel aan vasthouden. Ik volgde ooit een seminar van een bekende coach, Marshall Goldsmith. Zijn boek What got you here, won’t get you there beschrijft precies hoe je zo’n blokkade kunt overkomen.”

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x