Channels

Beheerskramp
Wordt U ook zo gestoord van al het gecontroleer, geregistreer, geïnspecteer en geaccrediteer? We leven in een tijdperk van een zich steeds verder uitbreidende lavastroom van audits, sturingstechnieken en monitoringtools. Een afvinkcultuur waarmee we met z’n allen in een beheerskramp zitten. Wat je concreet doet is niet meer belangrijk. Je werk bestaat pas als het geadministreerd en gecontroleerd is.

Het Grote Loslaten is nu de nieuwe trend
Tegelijkertijd verschijnen er tal van blije publicaties. Daar wordt gezegd dat we de beheerskramp inmiddels zo’n beetje achter ons hebben gelaten. Het Grote Loslaten is nu de nieuwe trend. Denk maar eens aan ‘Fuck het management’; ‘Terug naar de bedoeling’; ‘Rijnlands organiseren’; ‘Nieuw Organiseren’; ‘Zelfsturende teams’. Afgaand op déze publicaties zijn we kennelijk aan het ‘kantelen’, hand in hand met tornado’s van verandering en disruptieve transities.

Maar er is meer
Wat te denken van de mensen die het bijltje erbij neergooien? Die hun organisatie ontvluchten om te ontsnappen aan de oppressiviteit van de beheersing. En die veilig onder de control-radar verder gaan. Zal dat ontvluchten helpen om de beheerskramp te doorbreken?

In control?

In mijn nieuwe boek ‘In Control?’ geef ik een kritische beschouwing op deze dynamiek. Steeds meer kreeg ik bij het onderzoek de associatie met verschillende karakters van een toneelstuk.

1. Ten eerste heb je de Herders. Dit betreft de control-, audit- en inspectie-wereld die ons wil behoeden voor Het Kwade. Met behulp van steeds verfijndere methoden en technieken (IT) probeert men te voorkomen dat er iets mis gaat. Enron-achtige affaires hebben de Herders wind in de zeilen gegeven. Het Herder-pakket is daarbij verder uitgebreid, bijvoorbeeld met risicomanagement. De Herders verrichten hun bewaakwerk tegen een forse vergoeding. Het betreft namelijk vaak commerciële organisaties. Daarnaast is er een woud aan niet-commerciële herders. Een twiligt zone van inspecties, toezichthoudende instanties en controleorganen. Allen met veel macht. Conformeer je je namelijk niet aan hun informatiebehoefte, audability en rapportageverplichtingen, dan weten ze via social media en league-lijsten wel raad met jouw organisatie.

2. Het tweede karakter in het toneelstuk betreft de Slachtoffers: diegenen die lijden onder de controledruk. Bijna elke dag zijn hun hartenkreten horen. Zo kwamen in november ’17 duizenden wijkverpleegkundigen in actie tegen de administratieve rompslomp en de tijd die hen dat kost. Tijd die ze niet aan patiënten kunnen besteden. In december ’17 volgt de tweede nationale staking in het onderwijs. Hier gaat het over de toegenomen werkdruk. Onder meer veroorzaakt door de enorme hoeveelheid formulieren en administraties die men moet bijhouden. Volgens veel leraren gaat het al lang niet meer om lesgeven aan kinderen. Maar om een kloppende boekhouding. Ook beklagen ondernemers zich over nieuwe regels voor gegevensbescherming die een enorme administratieve rompslomp met zich mee zullen brengen. De registratie ven personeelsgegevens zal moeten veranderen, er moeten andere overeenkomsten komen met opdrachtgevers en hun personeelsleden, datalekken moeten verplicht worden gemeld volgens specifieke procedures. Qua toonzetting is het verhaal van de Slachtoffers steeds: “wij zijn zielig, omdat we zoveel tijd kwijt zijn aan administreren. Tijd die we niet kunnen besteden aan het werk waarvoor we staan opgesteld”. De slachtoffers zijn echter niet alleen Slachtoffers, maar tegelijkertijd ook Aanklagers. Het lijden dat ze ondervinden wordt namelijk veroorzaakt door ‘de ander’: managers, controllers, auditors. Wij zijn zielig en goed; zij zijn slecht.

3. Het derde karakter betreft de Rechtvaardige Redders. Dat zijn (meestal externe) adviseurs die van buitenaf roepen dat het allemaal heel anders kan en moet. Daarbij werpen de Rechtvaardige Redders zich op als verdedigers van de arme Slachtoffers. En vertellen zij de managers van organisaties dat het allemaal he-le-maal anders moet. Zij zullen er wel eens voor gaan zorgen dat ‘de organisatie wordt teruggegeven aan de professional’. Deels zijn de Rechtvaardige Redders idealisten. In veel gevallen commerciële partijen op zoek naar omzet.

4. Het vierde karakter betreft de Afhakers. De mensen die hun eigen welzijn belangrijker vinden dan ingeperkt worden door regels. Zij verlaten het toneel en zoeken hun eigen heil.

Als je deze vier karakters voor je ziet, dan roept dat de vraag op: welke kant zal het opgaan met de controleritus en de beheerskramp? Zullen de Rechtvaardige Redders het gaan winnen? Of trekken de Herders aan het langste eind?

Wordt het aldus een blijspel, een heldenepos of een tragikomedie?

Het ligt genuanceerder. Veel genuanceerder.

Mijn onderzoek om een antwoord op deze vraag te vinden, leverde een sterrenhemel van nieuwe inzichten en verrassingen op. Ik merkte dat er inderdaad vaak over het toneelstuk gepraat wordt, zoals ik hierboven beschreef. Maar in de praktijk zijn tal van nuances en aanvullingen nodig om te kunnen duiden wat er nou echt gaande is. Zo worden controllers en auditors voorgesteld als Darth Vaders, die de Slachtoffers bewust en systematisch proberen het leven zuur te maken. Maar zelf kom ik regelmatig managers en controllers tegen, die actief proberen om regels en het geïnspecteer juist te vermínderen. Waarmee ze trouwens een enorm carrièrerisico lopen. Want o wee als het fout gaat en het blijkt niet geïnspecteerd….. Het verhaal van de Rechtvaardige Redders is dat de arme professionals meer ruimte moeten krijgen om er voor te zorgen dat ze maximaal tot ontwikkeling kunnen komen. Maar als je professionals zelf aan het woord laat, is dit zogeheten artistieke motief helemaal hun verhaal niet. Zij maken zich vooral zorgen over hun positie. Heb ik straks nog wel een baan? Wat gaat de volgende reorganisatie betekenen? Met andere woorden: proberen de Rechtvaardige Redders de Slachtoffers niet te redden vanuit een motief dat de slachtoffers-zelf helemaal niet ervaren?

Voorts merkte ik dat we het gecontroleer en geïnspecteer framen als iets dat van búiten op ons afkomt. Waar we vervolgens het Slachtoffer van zijn. Maar is dat wel zo? Controleren en auditen we onszèlf ook niet voortdurend? Denk aan bucket lists; stappentellers, aan te scherpen persoonlijke records, zelfontwikkelingstrajecten waarbij we ons ware zelf proberen te vinden. We maken onszelf daarbij auditable door via sociale media te rapporteren over onze progressie. Hopend op meer likes als een soort absolventies voor onze zonden. En is het ook niet zo, dat bij menig hoofdingang trots de goedkeurende verklaringen hangen van de meest recente inspecties?
Volgens mij klagen we dus over iets waar we mogelijk zèlf zwaar verslaafd aan zijn! Denk je maar eens in: stel er gaat iets fout. En iemand roept: ‘laten we dit de komende tijd níet meer gaan controleren!’. Dat is toch ondènkbaar?

De activistische-doeners
Ten slotte liep ik tegen een groep mensen aan, die nauwelijks in het toneelstuk voorkomt. Dat zijn de mensen die niet slachtofferig zuchten en steunen; niet roepen dat we terug moeten naar de bezieling en die ook niet wegvluchten. Maar juist diegenen die blijven. Die in hun eigen werk en concrete context proberen de strijd tegen de taaie – maar o zo verleidelijke – bureaucratie aan te gaan. Ik heb ze activistische-doeners genoemd. In mijn boek vertellen zij zelf wat zij onderweg meemaken als zij proberen iets aan het gecontroleer en geregel te doen. Dit zijn totaal andere verhalen dan die van de blije Rechtvaardige Redders die van een afstandje roepen dat het allemaal heel anders moet. Bij de activistische doeners gaat het over de rauwe praktijk, over macht, onzekerheid, angst en het keer op keer te verwerken krijgen van tegenslagen. En ook, dat het de-reddende-held-uithangen het beste recept is om géen succes te krijgen.

Wat is eigenlijk Het Probleem?

Een voor de hand liggende kernvraag is dan: ‘wat is hier eigenlijk het centrale probleem?’. Als ik lees wat er daarover gepubliceerd wordt, is er sprake van een dans der eenzijdigheden. In tal van indrukwekkende betogen wordt verteld wat Het Probleem is: het ligt aan het economisme; aan het einde van de verzorgingsstaat; aan het neo-liberalisme, aan het onderwijs; aan de teloorgang van de religie, waarbij we onze zekerheden nu ontlenen aan regels.
Daarbij wordt steevast een duidelijke oplossingsrichting voorgesteld, die het tegenovergestelde is van het geopperde probleem. Ook – heel bijzonder om te zien – geven de betreffende auteurs aan het eind aan, dat er steeds meer mensen het eens zijn met hùn werkelijkheids-constructie. Waarbij er grote successen worden geboekt met de oplossingen die zij voorstellen. Op zich begrijpelijk natuurlijk.

Maar als je deze Probleem-constructies naast elkaar legt, dan gaan ze werkelijk alle denkbare kanten op. Er is volgens mij dus een probleem-strijd aan de gang over de vraag wiens probleemconstructie het meest waar is. Een soort tafelkleedjeswedstrijd, waarbij iedereen een klein rond tafelkleedje heeft en dat zo kunstig mogelijk op een grote vierkante tafel drapeert. Ieder claimt het grootste deel van de tafel afgedekt te hebben. Terwijl er feitelijk aan alle kanten nog hele stukken tafel onbedekt zijn.

Machts-asymmetrie

Laten we dan eens procesmatig gaan kijken naar het discours van auditen, controllen, rapporteren en transparantie. Uit mijn onderzoek komt luid en duidelijk naar voren dat dit discours in de praktijk nog steeds het dominante discours is. Of, zoals een van de mensen het verwoordde:  Als je vraagtekens zet bij de beheersdrang, dan zeggen de gevestigden meteen: ‘jullie zijn een sekte’. En daarmee zijn zij de Kerk en hoeven zij zich niet meer te verantwoorden. De bewijslast ligt dan 100% bij ons”. Uit zo’n ervaring weerklinkt een duidelijke asymmetrie van de machtsverhoudingen. In het verlengde hiervan geven de mensen aan, dat het hen ontbreekt aan een valide alternatieve taal die voldoende poids en zeggings-kracht heeft tegenover het beheersdiscours. In concrete interacties waarin we geacht worden onszelf kwantitatief te verantwoorden op realiteitsdimensies die we níet zelf gekozen hebben, ontbreekt het ons aan woorden, begrippen, redeneerwijzen om impact-vol weerwoord te bieden.

Volgens mij heeft het heersende control-discours vooralsnog dus weinig te vrezen. De dans der eenzijdigheden verzwakt de ontwikkeling van het ‘tegen-discours’. Er is een probleem-competitie bij diegenen die schrijven over Het Probleem. Ook is er concurrentie tussen de Rechtvaardige Redders-onderling over de vraag wiens verhaal het beste is. Gefragmenteerde speldenprikjes zijn het, waarbij steeds meer mensen – de Afhakers –het strijdtoneel verlaten. Verder valt te constateren dat er weliswaar allerlei ‘leuke’ verandertrajecten worden ingezet (zelfsturende teams, decentraliseren, professionals ruimte geven, unbossen) die – doordat ze geflankeerd worden door een intensivering van de auditing en controlling – juist de asymmetrische machtsverhoudingen eerder bevèstigen dan ontkrachten. Door vooral naar de organisatiekant te kijken, vergeten we dat de volgende inspectieronde alweer is ingepland.

Hele prille tussentijd

In veel publicaties wordt er tegenwoordig geopperd dat we ons in een tussentijd bevinden; een liminale fase. Dat klinkt mooi; moeten we ook zo door blijven zeggen. Dat houdt de moed er in. Maar tegelijkertijd is mijn conclusie dat we – gegeven wat ik allemaal gezien en ontdekt heb –nog maar aan het allerprilste begin van die tussenfase zitten. Een gefragmenteerd trommelvuur van papieren David-propjes, waar Goliath zich voorlopig geen zorgen over hoeft te maken. De hamvraag wordt dan natuurlijk: is er eigenlijk nog hoop of zijn we aan de controlegoden overgeleverd?

Is er eigenlijk nog hoop of zijn we aan de controlegoden overgeleverd?

Ten eerste denk ik dat de oplossingsrichting niet is dat we de bureaucratie totaal moeten afschaffen. Het gaat wat mij betreft om een zogeheten ‘skeuomorph’: het combineren van het nuttige van het oude met het alternatieve van het nieuwe. Hoe komen we daar? Mijn devies: doorgaan met experimenteren en uitproberen. We hebben een Cambriaanse diversiteit aan alternatieve oplossingen nodig, van waaruit een nieuw spraak-makend discours kan emergeren. Daarbij kunnen we leren van de ‘activistische doeners’. Ongelofelijk gedreven mensen. Mensen die bereid zijn hun nek uit te steken, tegenslagen te verwerken en steeds overtuigder raken van hun keuzes. Belangrijk volgens mij is het om zo langzamerhand de botjes bij elkaar te gaan leggen. Naast het produceren van nog meer eenzijdigheden nu dus ook verbindingen zoeken met wat er allemaal al is. Wat kunnen we doen om deze nu nog kleine en eenzijdige krachten te bundelen? Om zo een goed potje ideeënsex te hebben, zodat het nieuwe discours steviger, dieper en consistenter wordt. Tegelijkertijd ook een appèl aan onszelf om te gaan detoxen. Blijf je bewegen langs de lijn van het oude vertrouwde en verstandelijk meest correcte? Of beweeg je je naar de tegenovergestelde kant? Een kant die omgeven is met onzekerheid, maar waarvan je intuïtief vermoedt dat dit de kansrijkere toekomstige richting is.

Prof. dr. Thijs Homan, auteur van het onlangs verschenen boek In control?  Perspectieven op de beheerskramp in en om organisaties

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Beste Thijs,

aanvullend op je inspirerende artikel doe ik je de suggestie je te verdiepen in karakteristieken van borderline-gedrag. Veel van die karakteristieken kun je waarnemen in organisaties en ook in de samenleving als geheel. Met dit menskundig- en geesteswetenschappelijk onderzoek (dat dit verdiepen in dergelijke gedrag-karakteristieken is), vind je verklarende bronnen van hetgeen jij betoogt in je artikel.

Een behulpzame titel bij dit onderzoek kan zijn: Borderline Times van Dirk de Wachter.

Groet!
Bart

Hulde aan de auteur, heel fijn lezen dit Thijs! Overigens vraag ik mij af of we als mensen in staat zijn “de bureaucratie” af te schaffen, zelfs als we dat zouden willen. Beteugelen van de bureaucratie is inderdaad al lastig genoeg. Onkruid hou je, de kunst is goed wieden.

Beste Thijs,

Je artikel spreekt me zeer aan, treffende metaforen, relevant en actueel. Zeker voor de publieke sector waar ik veelal actief ben. Op het einde doe je een oproep: ‘Blijf je bewegen langs de lijn van het oude vertrouwde en verstandelijk meest correcte? Of beweeg je je naar de tegenovergestelde kant? Een kant die omgeven is met onzekerheid, maar waarvan je intuïtief vermoedt dat dit de kansrijkere toekomstige richting is.’
Een kans, of must, voor leiders die wat eigenzinniger kunnen en willen zijn. Het Witte Konijn*, het teken van een aanstaand avontuur, is langsgekomen. De keuze is of je blijft slapen of dat je het volgt in de wondere wereld van loslaten en minder controle.
Ik doe mee, de tijdgeest is er rijp voor, groet Frank Hoes

(* mijn boek dat binnenkort verschijnt)

Ik kan mij goed vinden in deze mooie column, omdat die naadloos aansluit bij de trends en ontwikkelingen. We hebben het vaak over de dreiging van robotisering. Ik ben inmiddels zo ver, dat ik “old skool”, MBA- en managementdenken als bedreiging zie. Bedrijven en organisaties die niet aan de slag gaan met NIEUW leiderschap, Zelfsturing, MVO, Semco Style, “Unboss” en Rijnlands denken komen in de problemen. Ze kunnen namelijk geen mensen meer krijgen en houden.

Zonder young professionals en vakmensen staan ze met lege handen. Bedrijven die wel aan de slag zijn met loslaten en vertrouwen hoeven geen geld uit te geven aan personeelsadvertentie. De sollicitanten staan bij wijze van spreken op de stoep.

Ik zei en schreef het al eerder. Dit is geen “luchtfietserij”. Het bedrijf van Rene Kesselaar
Groeit in crisistijd met meer dan 80 % per jaar. Daar kunnen veel bouwbedrijven een puntje aan zuigen.

Tot slot. Wat wil je nog meer. Een bedrijf een $ucce$vol bedrijf, wat futureproof is en waar je met plezier is werkt. Het is ook nog eens LEUK!

Toon alle 4 reacties
x
x