Managers denken veel te positief over hun eigen functioneren.

Althans, dat vinden hun medewerkers. Hoe sterk hun opvattingen verschillen, bleek recentelijk weer eens uit een onderzoek dat Management Team liet uitvoeren onder 250 leidinggevenden en 250 ondergeschikten.Ruim negentig procent van de managers denkt zijn medewerkers voldoende te stimuleren. Dat is wishful thinking, want slechts 31 procent van hun medewerkers is het daarmee eens, zo blijkt uit het onderzoek. Ook op andere fronten scoren managers slecht. Zo geeft 33 procent van de medewerkers aan nauwelijks gestimuleerd te worden door hun leidinggevende. Ruim een kwart van de ondervraagden zegt dat de baas geen oprechte belangstelling toont en 38 procent vindt dat hun manager er niet voor hen is.

Leidinggevenden zijn eveneens zwak in het motiveren van hun personeel. Ruim tweederde van de ondervraagde medewerkers twijfelt aan de motivatiekracht van hun manager.

Lees ook:

Big Data is noodzakelijk voor een Rapid Response organisatie

Deze resultaten stroken met die van tal van eerdere onderzoeken. Bazen hebben een positiever beeld van hun functioneren dan de medewerkers waar ze leiding aan geven. Volgens Management Team komt dat door de onmogelijke dubbelrol die veel (midden)managers op zich moeten nemen. Motiveren én reorganiseren, luisteren én knopen doorhakken, individuen stimuleren en het team bij elkaar houden; het blijkt in de praktijk niet eenvoudig te combineren.

Overigens zullen de managers zich vermoedelijk weinig aantrekken van de kritiek uit al die onderzoeken. Met de stelling ‘ik ben tevreden over de manier waarop ik leiding geef’ is 98 procent van de managers het eens.

(bron: INTERMEDIAIR)

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x