Channels

Excellent was geen term die je in de jaren 70 gebruikte in het basisonderwijs. Toch zou je mijn lagere school uit die tijd zo kunnen omschrijven. We kregen met 48 kinderen onderwijs in de buurtschap Sluis 13 bij Someren. Onze juffen en meesters werkten fulltime en kenden hun pappenheimers. Alle kinderen, hoe verschillend ook, kregen voldoende aandacht. Ondanks het ontbreken van geavanceerde onderwijsmethoden, kwamen wij allemaal goed terecht.

Als alles in het onderwijs draait om aandacht en stabiliteit, kun je je afvragen of het een goede zaak is dat het Nederlandse basisonderwijs tegenwoordig draait op parttimers. In de afgelopen decennia is basisonderwijzer een vrouwenberoep geworden, dat vooral parttime wordt ingevuld. Meer dan vier van de vijf leerkrachten zijn vrouw. En Nederland heeft met 58,9 procent wereldwijd het hoogste percentage parttimers in het primair onderwijs. Zo lang de overdrachten goed plaatsvinden en parttimers contracten van voldoende omvang (minimaal 24 uur) krijgen, is het nog wel te doen. Maar de praktijk is helaas weerbarstiger.

De overvloed aan parttimers trekt een wissel op de onderwijskwaliteit

Lees ook:

‘De tijd voor zelfsturing is pas rijp als de docenten het echt willen’

Goed werk afleveren valt niet altijd mee voor deeltijdwerkers. Het huidige systeem met te veel diverse taken vraagt van ze dat ze net zo veel kunnen en moeten als de fulltimers. Om het rond te breien moeten ze vaak onbetaald overwerk doen. Dit stuwt het ziekteverzuim en de burn-outs.

Het basisonderwijs zou gebaat zijn bij meer fulltimers, jonge mensen en terugkeer naar de basis. Maar het ziet er voorlopig niet naar uit dat dat snel gaat gebeuren. Jonge meesters en juffen zitten soms wel vier of vijf jaar in onzekerheid over een vaste baan. Geen wonder dat de animo onder potentiële fulltimers laag is. Dit manifesteert zich vooral bij meesters in spe; twee van de drie mannen die de opleiding voor leraar basisonderwijs hebben gedaan, komen niet voor de klas te staan, zo blijkt uit onderzoek van het CBS. Ook vrouwen haken vaak af.

Om het vak aantrekkelijker te maken, zullen we salarissen moeten verhogen, zoals stakers nu terecht eisen. Ook het kleiner maken van klassen kan helpen. Toch denk ik dat we er met die maatregelen niet zijn. We lossen er problemen zoals werkdruk en te weinig perspectief voor jonge mensen niet mee op. Aantrekkelijk werk hangt van meer factoren af dan salaris. Denk aan mogelijkheden om je te ontwikkelen, voldoening in het werk, toekomstperspectieven en teams met inspirerende en vitale collega’s. Ook op die punten scoort het primair onderwijs vaak onvoldoendes.

Meesters en juffen krijgen te weinig kansen om een carrièreswitch te maken of door te stromen. Hun loopbanen bieden onvoldoende afwisseling. Door een gebrek aan aandacht voor persoonlijke ontwikkeling halen leerkrachten niet het beste in elkaar naar boven, constateerde onlangs de Onderwijsraad.

Anders dan in het bedrijfsleven is het in het onderwijs geen gewoonte om structureel feedback te geven en te ontvangen. En dat terwijl communicatievaardigheden als buitengewoon belangrijk voor onze kinderen worden gezien. Leerkrachten moeten vaker worden aangesproken op prestaties. Ze geven veel cijfers, maar krijgen zelden zelf een ‘rapport’.

Meer feedback is goed voor de kwaliteit van het onderwijs en voor de leerkrachten zelf

Zo neem je hun ontwikkeling serieus en kun je voorkomen dat ze stilstaan of vastlopen. Voorwaarde is wel een eerlijke, goed georganiseerde, dialoog over het presteren. En voldoende ondersteuning voor leerkrachten in de vorm van cursussen om zich te verbeteren, alternatief werk of andere oplossingen.

De overheid en schoolbesturen moeten de aantrekkelijkheid van het vak en de onderwijskwaliteit op één zetten. Zij moeten een visie hebben op verjonging en parttimewerk. Verder moeten ze werken aan loopbaanperspectieven, ontwikkeling en verlagen van werkdruk.

Het begint met het werken in teams

In teamverband kunnen leerkrachten taken onderling beter verdelen. Bureaucratie uit Den Haag is daarbij geen excuus. De speelruimte is vaak veel groter dan in de praktijk wordt benut. De overheid eist bijvoorbeeld een groepsplan, maar er staat nergens dat dit een papieren tijger moet zijn.

Ook ouders kunnen een steentje bijdragen. Zij worden nu te vaak gezien als veeleisend en lastig en daardoor als werkdruk-verhogend. Dat is een gemiste kans. Want kinderen een goede toekomst geven – wat het werk waardevol maakt en voldoening geeft – doen ouders en leraren samen. Ouders actief betrekken bij het onderwijs kan het werk interessanter maken en de werkdruk verlichten.

Hét moment om het systeem aan te pakken

Het zou zonde zijn als het blijft bij meer geld voor meesters en juffen en kleinere klassen. Dit is hét moment om het systeem aan te pakken. Excellent basisonderwijs is niet alleen kwestie van meer geld. Voor betere loopbanen, minder bureaucratie, hogere kwaliteit en minder werkdruk is visie nodig over het verruimen van kansen voor startende leerkrachten, het verbeteren van onderwijskwaliteit, terugdringen versnippering, meer carrièreperspectieven en ontwikkeling en vitaliteit van onderwijsteams en leerkrachten. De overheid, schoolbesturen, leerkrachten én ouders moeten hier met elkaar oplossingen voor vinden. Alleen samen kunnen ze het basisonderwijs net zo goed maken als vroeger in Sluis 13. Ik denk zelfs nog beter.

Door Robert Bukkems onderwijsverbeteraar bij iPM Partners

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x