Channels

Op dagen dat alle mensen tegelijkertijd een weinig gebruikt woord gaan gebruiken, wordt geschiedenis geschreven. Sinds 26 december 2004 weet de gehele wereldbevolking wat een ‘Tsunami’ is. Had je in 2012 een straatinterview gehouden naar de betekenis van het woord ‘Abdicatie’, dan was je van een koude kermis thuis gekomen. En nu, in april 2013, kan (bijna) iedere persoon je dat vertellen. En dat allemaal dankzij dat ene televisiemoment op 28 januari 2013, 19.00 uur. Beatrix, Majesteit, Koningin, Moeder des Vaderlands, zal haar functie neerleggen. Prins Willem-Alexander neemt het stokje over. Op de allerlaatste Koninginnedag die ons land zal kennen. Het nieuws is nauwelijks 24 uur bekend, alle media draaien overuren. Opnames voor het paleis, flash-backs naar ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’, shots van de gouden koets, het verfbommetje, het draaideurmoment van de Koningin en Prinses Mabel als ze gearmd het ziekenhuis te Lech bezoeken, een close-up van de kleinkinderen, haar briljante opmerking naar Sven Kramer (‘Ik weet niet meer wat ik nu weer op een telegram moet schrijven’). Een moment is geboren. Het moment waarop er afgeteld gaat worden naar een afscheid toe.

En met dat aftellen, groeien de emoties. Immers, afscheid nemen betekent weten wat je hád en niet weten wat je krijgt. Ik heb met respect gekeken naar de toespraak. De laatste zin was gezegd, en het beeld maakte naadloos plaats voor onze premier. Hardwerkend, onvermoeibaar, nauwkeurig, menselijk, haar aanwezigheid bij grote nationale successen of rampen. Het was een prachtig eerbetoon, een eerbetoog, aan de Koningin. Terecht, vind ik. Maar het illustreert ook iets wat treffend als vraag werd samengevat door een medewerker die ik tegenkwam. Hij heeft onlangs, na 12 jaar trouwe dienst, afscheid genomen van zijn collega’s. Bitterballen, borrel, kaarten, toespraken van collega’s en een bos bloemen; de hele mikmak. ‘Waarom hoor ik al deze aardige woorden pas nu voor het eerst, terwijl ik er bijna 12 jaar heb gewerkt?’ Het fenomeen van waarde toekennen bij vertrek, we kennen het allemaal. En ik heb er schoon genoeg van. Niet van de Koningin, begrijp me niet verkeerd. Ik vind dat alle uitingen aan haar adres verdiend zijn. Van het feit dat complimenten pas worden uitgesproken als het moment voorbij is. Ik pleit vanuit mijn tenen voor het uitspreken van waardering op het moment dat je iemand waardeert, en niet pas bij iemand’s afscheidsreceptie.

Maar dat vergt lef:
a) Het lef om het eigen ego aan de kant te zetten. Als ik tegen een ander zeg dat hij het goed doet, betekent dat niet dat ik het niet goed doe.
b) Het lef om breder te kijken dan je eigen to do-lijst en werkelijk te zien waar een ander mee bezig is.
c) Het lef om feestjes te vieren en stappen voorwaarts te benoemen, ook al zijn ze nog zo klein.

Lees ook:

Het F#@*tioneringsgesprek

Het aftellen tot de abdicatie is begonnen. Nog een paar dagen. Maar de abdicatie van uw collega kan nog sneller komen dan u verwacht. Misschien overweegt hij wel een overstap naar een ander bedrijf, misschien komt volgende week het bericht van een op handen zijnde wereldreis. Misschien is dit, om wat voor een reden dan ook, wel het laatste moment waarop u zich kúnt uitspreken. Waarom wachten? Opschieten mensen, leg het hart op uw tong.

Het komt namelijk allemaal neer op één fundamentele zin: “Don’t strive to make your presence noticed, make your absence felt.” En dan heb ik het over ú, en niet over degene die weg gaat. Want dán gebeurt er iets waarachtigs: dan word je Koningin. Nog vóórdat je weg bent.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

De zoen bij het afscheid, die herkenning is groot. Het behoort bij de sociale dogma’s. Zoals m’n schoonvader zei: Er wordt nergens zoveel gelogen als bij recepties en begrafenissen.
Dat onderstreept eens te meer het advies van Carolijn om tijdig (dus eigenlijk direct) de ander te zien in wat hij/zij doet en dat dan ook te zeggen.

x