Channels

‘Parents give you roots and wings’. Dat was de allereerste zin die ik intypte toen ik begon met het schrijven van een boek over aanspreken. Mijn ouders gaven me de ruimte de wereld te ontdekken, maar gaven me ook een aantal basale waarden en kaders mee. Die ‘roots’ helpen me te blijven staan als het spannend wordt. En ze hielpen me weer op te veren als het leven even moeilijk was. Ik merkte dat ik dat laatste vooral in mijn werk nodig had. Daar had ik regelmatig het gevoel dat ik concessies moest doen aan mijn waarden, of in ieder geval aan mijn normen. Ik tolereerde gedrag dat voor mij eigenlijk niet acceptabel was en dat kostte veel energie. Tot ik besloot daar niet langer toe bereid te zijn, omdat ik het gevoel had langzaam mezelf te verliezen en omdat ik ontdekte dat mensen juist graag met me werkten vanwege die (gedeelde) normen en waarden. In plaats van mijn persoonlijke waarden weg te moffelen in mijn werk, ben ik ze juist meer in het zonnetje gaan zetten.

Aanspreken = bespreken waar je last van hebt

Aanspreken gaat niet over betuttelen en is niet belerend. Het gaat over bespreken waar je last van hebt. Vaak is dat iets waar anderen ook last van hebben, maar de persoon in kwestie is zich er niet bewust van omdat hij andere normen hanteert. Je zult merken dat jullie het over de waarden vaak wel eens zijn. Iedereen vindt dat we respectvol met elkaar om moeten gaan. Maar voor de een betekent dat altijd op tijd komen en voor de ander betekent het dat telefoontje met de klant netjes afronden en pas dan naar de vergadering vertrekken. Voor de een betekent respect nooit over iemand roddelen, maar het altijd tegen de betrokkene zelf zeggen, voor de ander betekent respect niemand te kwetsen. Veel van onze overtuigingen over goed en fout komen voort uit diep gewortelde heilige gralen die we van huis uit hebben meegekregen. We nemen aan dat deze heilige gralen voor anderen net zo vanzelfsprekend zijn als voor ons. Daarom zijn we ook zo verontwaardigd als iemand anders ze niet naleeft. Maar het is vrij naïef aan te nemen dat al je collega’s dezelfde normen hanteren als jij. Ze hebben toch allemaal een volkomen andere opvoeding en vorming genoten?

Doe normaal!

Wat normaal of fatsoenlijk is, is persoonsgebonden en context afhankelijk. Je zult in ieder team en project opnieuw moeten vaststellen ‘hoe wij hier met elkaar omgaan’ en samen tot overeenstemming moeten komen over wat in deze specifieke setting acceptabel gedrag is en wat niet. Dat wil niet zeggen dat iedereen ineens jouw normen gaat hanteren. Je kunt dat uiteraard niet afdwingen. Maar wat impliciet was wordt expliciet. Daarmee wordt duidelijk wanneer je iemand op zijn gedrag mag aanspreken en wanneer je gewoon moet slikken. Als je teveel moet slikken is het misschien tijd op zoek te gaan naar een omgeving die beter bij jouw waarden en normen aansluit.

Start the change

We willen allemaal dat onze collega’s hun afspraken met ons nakomen, dat we kort en krachtig vergaderen (zonder dat anderen afhaken en op hun mobiel of iPad de mail bijwerken), dat er direct gecommuniceerd wordt (dus geen geroddel) en dat iedereen eerlijk zegt wat hij vindt en doet wat-ie zegt. We denken dat het creëren van een aanspreekcultuur de oplossing is en hopen dat al die anderen hun gedrag veranderen. Maar de cultuur is de optelsom van ons gedrag. Als we zelf niet in actie komen, verandert er niets.

Door aanspreekbaar te zijn op jouw gedrag, laat je zien dat je rekening houdt met anderen. En door anderen vaker aan te spreken op hun gedrag toon je dat je grenzen stelt aan wat voor jou acceptabel is. Niet alleen thuis of op de sportvereniging, maar ook op je werk. Als we dat allemaal doen, maken we de werkende wereld vast een klein beetje mooier.

Gytha Heins, auteur van Aanspreken? Gewoon doen!

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x