Channels

Er zijn nogal wat mensen die vinden dat andere mensen leiding nodig hebben. Hun leiding welteverstaan. U kent ze wel. Het is niet de adel, de kerk of het grootkapitaal, maar het zijn de hoogopgeleiden. Waar baseren deze leiders hun claim eigenlijk op?

Ik geef u de lange versie.

Aan de ene kant heb je mensen zoals wij, die hoogopgeleid zijn en dus hun verstand gebruiken. En aan de andere kant van de voedselketen zitten de laagopgeleiden en daar regeert de onderbuik en kun je erop wachten dat de boel in het honderd loopt. Quod erat demonstrandum, wat latijn is voor ‘ik heb gelijk’.

Dat je deze houding veel tegenkomt binnen bedrijven en instellingen, weten we wel. Maar hoe zit het met de rest van de samenleving? Nou, geen haar beter. Hoogopgeleid Nederland wil aan de knoppen zitten. Politici, bestuurders, wetenschappers, ‘deskundigen’, journalisten, columnisten, ja zelfs cabaretiers en andere  bekende Nederlanders die je doorgaans alleen over zichzelf hoort praten.

Ik zie zelfs een toenemende autoritaire of – als u dat een prettiger woord vindt -paternalistische tendens. Het volk moet bij de hand worden genomen, want voor je het weet speelt die onderbuik weer op.

De jaren zestig hebben de jaren tachtig niet overleefd. De studentenrevolte tegen de regenten (1968) werd vakkundig gedemonteerd, niet in de laatste plaats door de voormalige revolutionairen zelf. Op de barricaden spraken ze al smalend over het ‘klootjesvolk’, maar toen de macht binnen handbereik kwam, gingen ze helemaal los.

Het schrijnendste voorbeeld is wel de putsch van Nieuw Links binnen de PvdA: de arbeiders konden de heren (en enkele dames) academici bijvallen of anders opkrassen. Dat laatste deed het merendeel. Net zoals dat gebeurde bij andere zuilaire volkspartijen, ook als ze fuseerden (CDA).

De teloorgang van de volkspartijen werd door de nieuwe regenten als historisch onvermijdelijk en politiek hygiënisch gezien. Zuilen waren een soort corporatistische gedrochten waar de van nature tegenstrijdige belangen van maatschappelijke groepen werden verdoezeld. Tja, zo kun je onze polder ook beschrijven. In elk geval, weg ermee!

En zo scheidde de nieuwe elite zich af van de rest van de samenleving. Fysiek (men kwam elkaar bij gebreke van zuilen niet meer tegen), maar vooral mentaal: ieder voor zich. Verheffing, ontwikkeling, zorg, saamhorigheid, wie iets nodig heeft, melde zich bij de overheid.

Die overheid raakte ondertussen overbevolkt met hoogopgeleide mensen die geen notie hadden van wat er leefde onder ‘gewone mensen’, maar des te preciezer wisten wat goed voor hen was.

Inspraak, laat staan directe invloed op de koers van het land, was in elk geval niet goed voor ze. Gekozen premiers en burgemeesters en referenda, daar doen we hier niet aan. Maar klimaattafels waar de burger ontbreekt en kiesrecht alleen voor mensen met een behoorlijke opleiding, dat scoort weer wel.

De bovenlaag weet ook heel precies wat goed is voor de wereld of de planeet. Dat die gevolgen van die overtuiging soms (bijna altijd) in het nadeel van de laagopgeleiden uitpakken, is enghartig gejank van de onderbuikers.

Migratie is ok, andere cultuur is ok, van-het-gas-af is ok, eigen risico is ok, flex is ok, EU is ok, wij zijn ok. En als je het daar niet mee eens bent, ‘moeten we het beter uitleggen’ (ik citeer graag toppers uit het bedrijfsleven) Of die uitleg aankwam of niet, maakte niet uit. De honden blaften, de karavaan trok verder. Totdat het blaffen wel erg rumoerig werd. We hebben het over de spectaculaire opkomst van de social media. In no time werd de klassieke, overzichtelijk geordende en door de elites beheerste mediawereld weggeblazen.

Opeens kon iedereen die dat wilde, zich publiekelijk uiten, op eigen manier, toon en tijdstip en nog wereldwijd ook. Alles werd op tafel gegooid. Natuurlijk, van de onzinnigste onzin tot de meest extreme complottheorie, maar ook van onontdekte studies tot lang verzwegen overheidsdocumenten. Niets bleek meer heilig.

En ja, er verscheen ook nep-nieuws. Daarbij liepen overheden voorop, maar ja wat wil je als je eeuwen ervaring hebt in propaganda en nieuwsmanipulatie?

Als je een gekozen burgemeester al doodeng vindt, dan zijn vrije sociale media vanzelfsprekend de hel op aarde. Onze elite schrok zich dus een hoedje. Nou is censuur niet helemaal comme il faut, dus gooide men het over de paternalistische boeg. De burger moest beschermd worden tegen nepnieuws en misleiding, want zichzelf beschermen kan ‘ie niet of wil ‘ie niet.

En zo konden we meemaken dat de minister van een in 1966 gestichte revolte-partij (‘we gaan het bestel opblazen’) actief ging meedoen met een vaag agentschap van de EU om nepnieuws te ontmaskeren. Nog opmerkelijker was de bijval van de officiële media (het resterende handjevol landelijke kranten en de door de overheid betaalde omroepen). Daarbovenop kwam de censurerende hulp van tech-bedrijven als Facebook met als lokale agent de grootste commerciële nieuwssite Nu.nl.

Het is een strijd die men niet zal winnen zonder maatregelen te treffen die het in Iran en China goed doen: de stekker eruit. Next best is het inperken van de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting en informatie. Dat is technisch nog niet zo eenvoudig, maar je kunt natuurlijk wel beginnen de publieke opinie een beetje op te warmen.

Genoemde minister heeft wel een paar keer geprobeerd het vuurtje op te stoken en net terug van ziekteverlof begon ze er weer mee (‘Russen!’), maar het is geen succes. Het aardige van elites is dat ze onderling hartstikke solidair zijn (of van nature hetzelfde denken). Dus er gaat geen dag voorbij of een influencer roept wel dat Twitter een open riool is. Of dat er gelukkig nog kwaliteitskranten zijn, daarbij doorgaans verwijzend naar evident eenzijdige media.

De paternalistische stemming zit er dus goed in.

Kon er misschien nog een schepje bovenop gedaan worden? zo moet De Volkskrant zich hebben afgevraagd. Zou het niet mooi zijn als een journalist, iemand uit het vak dus, zou vertellen hoe de heleboel uit de hand is gelopen. Bij voorkeur in de vorm van een vrome bekentenis die bij de EO niet zou misstaan.

Is gelukt. Een aantal dagen geleden konden we kennisnemen van de visie van Laura Starink, toch niet de minste onder de journalisten. In de rubriek 180 Graden (de naam zegt het al) maakt ze gewag van haar bekering.

Toen ze jong was huldigde ze het standpunt: “Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van informatie zijn heilig. Kennis helpt de wereld vooruit.” Maar toen maakte ze omwenteling in communistisch Rusland mee. Glasnost moest er komen, openheid, publiciteit.

Dat sloeg erg aan. “De informatiegolf bleek zo overweldigend dat het leidde tot de ondergang van de Sovjet-Unie”, aldus Starink.

Hoewel er wel meer factoren tot de ondergang van de USSR hebben geleid, lijkt me dit niet een diskwalificatie van de vrijheid van meningsuiting en van informatie. Integendeel.

Kennelijk ontstonden in de ogen van Starink de echte problemen daarna. De verse autoriteiten ontdekten de kracht van de nieuwe sociale media en gingen naar hartenlust propaganda bedrijven en nepnieuws rondstrooien. Dat hadden de meesten grondig geleerd in het sovjet rijk, dus succes verzekerd. De Russen raakten in verwarring en wisten niet meer wat waar of onwaar is. Zo denkt de meerderheid dat de MH17 door Oekraïne is neergehaald.

Vervolgens gispt Starink de enorme rol die de sociale media spelen bij het verspreiden van desinformatie en meldt dat vooral populisten als Trump, Bolsonaro, Orbán en Poetin zich misdragen.

En dan neemt Laura Starink haar draai en stelt: “Vrijheid van informatie leidt niet automatisch tot een betere wereld.” Ze noemt haar oorspronkelijke standpunt simplistisch, want “te veel informatie kan mensen ook op hol doen slaan’.

Kijk, zo kennen we elkaar weer. Niemand maakt me wijs dat een ervaren journalist pas na decennia tot het inzicht komt dat kennis an sich niet leidt tot een betere (of slechtere) wereld. Nee, het nieuwe inzicht is dat mensen te veel informatie  krijgen en zoiets kan niet goed gaan. Uiteraard spreekt Starink niet over ‘ons soort mensen’, maar over het volk aan de andere kant van de voedselketen.

Het artikel eindigt heel vroom: Starink is bescheidener geworden en daar is natuurlijk niets mis mee. Maar om de indruk weg te nemen dat ze wel wat ziet in censurering door vage EU-ambtenaren en onbekende medewerkers van tech-giganten, had ze beter nog eens het belang van de journalistiek kunnen onderstrepen: feiten zoeken en die ongeclausuleerd publiceren.

Dat geldt te meer omdat het vooral overheden zijn die met nepnieuws strooien. Geen betere reden om de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie ongerept in stand te houden.

Hoe nodig dat is, blijkt ook in ons land. Het kabinet waarvan de minister voor nepnieuws vicepremier is, maakt een potje van de Wet Openbaarheid van Bestuur . Het ene na het andere WOB-verzoek wordt niet beantwoord, op de lange baan geschoven of met witgelakte pagina’s ‘gehonoreerd’. Ik ken maar een handjevol journalisten dat zich daarover opwindt. Laura Starink zit daar niet bij.

Paul Verburgt

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x