Channels

Je telt pas mee als je ergens leiding geeft. En je telt pas echt mee als je ergens eindbaas bent. Zo is de wereld geschapen en zo zal het zijn tot het eind der tijden. In dit bevroren wereldbeeld is het hoogste doel dat je chef wordt. Veel mannen voelen zich door dit imperatief aangesproken en werken zich het hoempa om op het pluche te komen.

Het vraagt heel wat zelfopoffering en zelfverloochening. Veel werken zonder voor uitslover uitgemaakt te worden, aandacht trekken zonder uit de pas te lopen, initiatieven nemen zonder risico te lopen, nou ja vul maar aan. En dat jaren achter elkaar.

Wie het beloofde land bereikt, merkt al snel dat de melk en honing zijn uitverkocht. Het blijkt een woestijn waar collegialiteit en effectiviteit meestal luchtspiegelingen zijn. Maar wie gaat liggen, is verloren en dus trekken ze verder en verder. Ondertussen  spreken ze zich moed in: “Die rode gloed in de verte, daar moeten we zijn, dat is pas lekker pluche, mooier, dikker en hoger dan dat van ons. Vort!”

Laten we het zo zeggen: je moet er maar zin in hebben. Vrouwen blijken daar vaak niet zo’n zin in te hebben.

Lees ook:

Diversiteitsbeleid politie is een doodlopende weg (deel1)

Omstanders vinden dat een slechte zaak. Politici, vakbonden, headhunters en ook vrouwen die hoge baas zijn (of willen worden). Ze vinden dat vrouwen zichzelf te kort doen. Ze spreken hun talenten niet aan. Ze maken zich financieel afhankelijk van hun partner. Het is niet goed voor mens en samenleving want vrouwen zijn zoveel verbindender dan mannen. En ze laten zich misbruiken door de mannen die veel uren willen maken om chef te worden, en door al die instituties zoals scholen die niet zonder het vrijwilligerswerk van vrouwen kunnen bestaan.

Het is aan dovevrouwsoren gericht. Driekwart van de werkende vrouwen heeft een niet al te grote parttime baan, is daar content mee en heeft vaak gewoon geen zin om de extra mile af te leggen naar een leidinggevende functie.

In mijn argeloosheid heb ik altijd gedacht dat dit een verworvenheid was van onze welvarende samenleving en een bewijs dat een mens zelf mag beslissen over zijn of haar leven.

Niet dus. De vrije wil is uit. De deeltijdwerkende vrouw is slachtoffer, ze wil eigenlijk meer, maar ze krijgt de kans niet. De gevestigde orde is een onneembaar bolwerk. Dus moesten er quota komen die vrouwen met voorrang op het hoogste pluche zouden zetten. De schitterende gloed die daarvan zou uitgaan, zou de voor andere vrouwen geblokkeerde toegangswegen naar de top open gooien. En onvermijdelijk zouden ook de tussenstations langs die wegen, leidinggevende functies van allerlei snit, als vanzelf voor hun vrijvallen.

Over luchtspiegelingen gesproken! Maar de mislukking werd geweten aan het vrijblijvende karakter van de quota. En dus worden die quota vanaf 2021 bindend.

Een tijdje geleden had ook het old boys network het gedaan, maar sinds de meeste captains of industry zich als ware bekeerlingen over de vrouw als zeldzaam begenadigd leider uitlaten, telt dat niet meer mee.

In afwachting van de komst van het paradijs is door het Sociaal Cultureel Planbureau recent een onderzoek gedaan naar de doorstroom van vrouwen en mannen naar leidinggevende functies. Het rapport haalde de media nauwelijks en dat is ook logisch, want er staan vrijwel niets nieuws in.

Wil je chef worden, dan moet je hard werken en veel overwerken, minstens een dag of vier, maar bij voorkeur full time. Mannen willen dat wel en vrouwen niet. Ik generaliseer, maar dat is wel de kwintessens.

Daar gaat je slachtofferverhaal!

Ik houd er rekening mee dat fanatieke lobbyisten nog wel een paar dwangmaatregelen weten te bedenken, maar het zal weinig veranderen. Veel vrouwen willen gewoon niet.

En gelijk hebben ze.

In de eerste plaats is leidinggeven vaak ontzettend zwaar en tijdrovend. Nooit ben je klaar, vaak krijg je op je kop en je salaris per gewerkt uur is lager dan toen je nog gewoon medewerker was. Belangrijker nog: het bepaalt vaak op een heel eenzijdige manier je leven. Vrouwen hebben dat in de gaten en trekken daar anders dan mannen en een aantal topvrouwen hun conclusies uit.

In de tweede plaats komen steeds meer organisaties tot de ontdekking – voor de meeste medewerkers is dat oud nieuws – dat er niet zoveel leidinggevenden nodig zijn. Of beter, dat er nu veel te veel zijn en dat bedrijf en medewerker er enorm op vooruit gaan als het management wordt geminimaliseerd.

Vooral dit laatste punt wordt bijna nergens geagendeerd. U en ik begrijpen wel waarom.

Politici, vakbonden, headhunters, bekeerde captains of industry en boze hoge vrouwen moeten zich eens afvragen waar ze mee bezig zijn. Ze trekken aan een dood paard en als het toch beweegt, dan draaft het naar veelal overbodige functies.

Hou ’s op.

Paul Verburgt

PS: Het zou overigens erg mooi zijn als vrouwen wat meer uren zouden maken. Veel tekorten zoals in het onderwijs en de zorg zouden als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Kennisbank onderwerpen:

Dit artikel is toegankelijk voor Pro-abonnees

Voor € 4 per maand of € 30 per jaar ontvangt u:

  • onbeperkt toegang tot alle artikelen.
  • geen commerciële emails en geen reclame op de site.
  • de keuze of u wel of geen nieuwsbrief wilt ontvangen
  • het E-book: Negotiating as emotion management t.w.v. €8.00
Upgrade naar Pro-abonnement

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Goed verhaal, m.u.v. het statement dat er veel te veel leidinggevenden zijn.

Probleem is juist dat er een enorm kwaliteitsgebrek is aan leidinggevenden. Dus velen die maar een beetje geschikt zijn, zullen toch al manager worden vanwege dat grote tekort.

Nu maar hopen dat onze “Stalinistische kaders” in Den Haag dit betoog ook snappen…… De TU Eindhoven is al teruggefloten.

Beste Jan,

Dank voor je reactie en compliment.

Anders dan jij vind ik echt dat er – los van hun kwalificaties – veel te veel managers zijn. De getallen die ik in mijn column noem, zijn zonder twijfel verouderd. Tel er maar een procent of 10 bij op. Hoe het ook zij, ik zie werkelijk niet in waarom werknemers zo massaal en intensief bij de hand moeten worden genomen, zelfs meer dan kinderen van een basisschool en maar net minder dan peuters op een kinderdagverblijf. Ik weet waarover ik spreek. Ik heb gewerkt in een omgeving waar zo ongeveer elke ademtocht door een leidinggevende werd gecontroleerd. Het leidde tot anarchie, duikgedrag en vooral heel veel desinteresse bij de medewerkers. En ik heb toen ik baas werd, radicaal gebroken met deze managersoverdaad. Wat gebeurde? De organisatie veerde op, het verzuim dat torenhoog was daalde enorm, de productiviteit steeg, de kosten daalde en de werksfeer en creativiteit verbeterden opmerkelijk. Als ik je een belangeloze tip mag geven: lees mijn boekje Minimal Management eens.

Paul Verburgt

Wanneer je chef wilt worden moet je hard werken- wat een bullshit

Als je onbetaalde werkuren meerekent, werkt een vrouw wereldwijd harder dan een man.

Zo lang het mannenperspectief de maatstaf is om in het management te komen zal het vrouwenquotum nooit gehaald worden. Vrouwen worden wereldwijd benadeeld door een werkcultuur die gebaseerd is op de overtuiging dat de behoeften van mannen universeel zijn.

Op zoek naar eye-openers? En een echt niet geheel belangeloze boekentip: lees dan eens “onzichtbare vrouwen” van Carolne Criado Perez, warom we lven i een werel voor en door mannen ontworpen.

Hoi Tineke,

Ik ben niet zo’n volger van allerlei links en allerlei adviezen om veel te lezen. Je kunt me vast kort uitleggen wat de kern van het door je genoemde boek is. Ik ben geïnteresseerd.

Ik ben er ook in geïnteresseerd of vrouwen die dit stuk gelezen hebben zich herkennen in de ‘beperkte’ ambitie om in hogere functies te functioneren. Ik denk, dat zeker veel vrouwen mijns inziens terecht een andere keuze maken, maar hoeveel vrouwen willen wel hogere functies bereiken, eventueel onder randvoorwaarden, die nu mogelijk niet (goed) worden ingevuld.

Beste Tineke,

Bedankt voor je commentaar.

Ik reageer graag even.
Nergens schrijf of suggereer ik dat vrouwen niet hard werken. Of ze harder werken dan mannen, weet ik niet, maar ik wil het op jouw gezag graag aannemen.

Leidinggevenden werken meestal ook hard. Daar zit soms een raar aspect aan, namelijk de trots dat ze het zo druk hebben. Misschien is dat typisch mannelijk, maar ik heb ook heel veel vrouwen zien pochen op hun lange werktijden en overvolle mailboxen. Ik vond en vind dit krankjorum en het loopt bijna altijd verkeerd af.

Afgezien van die potsierlijke praalzucht, hoort hard werken wel bij veel leidinggevende banen. Dat geldt vooral daar waar het besturingsmodel nogal klassiek is en leidinggeven veelal neerkomt op controleren en micromanagement. Helaas zijn heel veel organisaties, zo niet de meeste, behept met deze managementopvatting. Daar kun je van alles van vinden, maar feit is dat je voor een leidinggevende job heel veel inspanning moet leveren en dus werktijd moet hebben. En dan nog is het persoonlijke profijt voor de managers beperkt: het werk legt een onevenredig beslag op je bestaan en per uur verdien je nauwelijks meer dan als medewerker.

Je moet er maar zin in hebben, schreef ik dus.

Is dit nu allemaal te wijten aan de masculiene dominantie? Ik geloof er niks van. Het is een effect van macht: jezelf belangrijk vinden en de ander niet vertrouwen. Dat nare verschijnsel is genderneutraal, zeg ik uit ervaring.

Ik vind dat er veel te veel managers zijn en dat medewerkers worden onderschat. In plaats van bijval krijg ik vaak uit feministische hoek kritiek dat ik de weg naar managementbanen voor vrouwen blokkeer. Vreemd, want waarom zou je vrouwen naar overbodige en slopende functies willen pushen?

Ik deel je mening ook niet dat het masculiene karakter van management vrouwen buitensluit. Vrouwen zijn op dit terrein helemaal geen slachtoffer. Die kiezen soeverein voor een eigen leven. En dat is heel vaak met een deeltijdbaan zonder leidinggevende verantwoordelijkheden.

Het feminisme zou dit moeten prijzen en onder mannen moeten stimuleren.

Paul Verburgt

Beste Niels,

Hoewel je je richt tot Tineke Otter, meng ik me toch even in het gesprek.

De voorwaarden waaronder vrouwen in managementfuncties kunnen werken, zijn net als voor mannen, de laatste jaren best wel geliberaliseerd. Vroeger was het een erezaak om als eerste op het werk te zijn en om als laatste te vertrekken (ik noem maar een voorbeeld), maar dat is inmiddels echt wel anders. In veel hogere managementfuncties zie je trouwens steeds vaker vrouwen, want er is veelal een al dan niet expliciet pro-vrouwbeleid.

Maar dan nog, heel veel vrouwen hoeven niet zo nodig. Dat is geen neerbuigend paternalisme van me of een bewijs van hun slachtofferschap. Ik zie het als een soevereine keuze van die vrouwen. Komt bij dat heel veel managementbanen behoorlijk overbodig zijn.

Wat wil je meer?

Paul

Toon alle 6 reacties
x
x