Channels

Pittig, nietwaar… al die eigenaardige types in de kantoortuin, met hun gebruiksaanwijzing. Neem die collega met dat petje die in die meeting van alles en nog wat beloofd ‘op te pakken’, die zelfs heel woest en driftig notities zit te maken, en steeds zegt ‘oh, ja, vet, cool, goed idee’en dan een week later blijkt ie nog helemaal niks gedaan te hebben. ‘Oh, ja. Shit. Ik kom er op terug. Even vergeten,’zegt hij terwijl hij op een drafje door de gang gaat. Met open mond kijk je ‘m na.

En dat terwijl je vol enthousiasme bent over dit plan. Dit is jouw moment om je management versteld te doen staan, nu zullen ze zien wat je kan en dat je wat kan. Dit is jouw moment om te shinen, laat die 15 minutes of fame maar komen.

Maar nee, dus: door die collega gaat het even allemaal niet door. Je fronst van kruin tot kruis, je gaat naar je kamer, doet je beklag bij een andere collega, en dan been je alsnog naar die collega toe en zegt: ‘Hé, reageer nu even, kom op, ik wil het vanmiddag, kom, nou, sufkut.’

Lees ook:

Vijf aandachtspunten voor verbindende communicatie
Dat laatste floepte eruit, nee, dat is natuurlijk niet netjes… dat had je niet moeten zeggen,en die collega kijkt je aan, draait met z’n ogen en steekt z’n middelvinger op en loopt z’n kamer weer uit. ‘Oh, ja, lekker makkelijk. Weglopen!’

Pas een week later levert hij zijn ideeën in. Via de mail. En jullie wisselen geen woord meer met elkaar.

Just another day at the office.

Ik zal eerlijk zijn: het kost mij soms ook bakken energie. Ik kan bijvoorbeeld niet tegen kritiek. Ga ik altijd van overgeven. Superonpraktisch in de kantoortuin of tijdens een vergadering, of een bilaatje. Waar laat je het zo snel?

‘Laat ook maar zitten, dan!’ Roep ik vaak tegen niemand in het bijzonder. Laat maar zitten dan, met al die mensen. Met al die loze beloften, of dat gedraai. ‘Ik concentreer me alleen nog op mijn eigen taken, zet mensen op ‘mute’, ontwijk blikken, reageer strikt zakelijk op vragen en mailtjes, behalve als die ene collega wat wil, dan laat ik het mailtje altijd even liggen. Het kan vast wachten en ik ben er mee bezig.’

Op feestjes sta ik met een biertje te roepen dat het op het werk ‘trekken is aan een dood paard’. Het cynisme wordt met instemmend geknik ontvangen. Allemaal mensen die het ook hebben opgegeven, die verzuipen in hun eigen gelijk.

Wat is het tegenovergestelde van LIEFDE? Onverschilligheid. Dat het je geen zak meer kan schelen. Dat je quasi nonchalant je schouders op haalt.

Ik wil dat niet. Eigenlijk. Eigenlijk wil ik dat niet. Dat onverschillige. Dat zure. Het heeft een zuigende werking op mij, het is zo verrekte ‘lekker’ op een bepaalde manier. Maar ik wil, hoe dan ook, mij steeds weer opnieuw – ook voor die collega die mij dwarsboomt in mijn plannen – openstellen.

Niet opgeven, het contact aangaan, en zeggen hoe dat voor mij werkt, in alle eerlijkheid, dat ik het een soort jammer vind.. Ik wil snappen waarom ik mij zó gepasseerd kan voelen en mij afvragen of dat gevoel wel klopt. Ik wil niet zo’n zak worden die zich hardnekkig heeft vastgebeten in de gedachte: ‘De wereld is tegen mij.’ Want dat is gewoon niet waar, hoe hard je het ook denkt. Het is een illusie om dat te denken, dat jou nooit wat zal lukken, dat geen mens te vertrouwen is.

Het is een weg vol onverwachte kuilen, waardoor je soms zomaar lelijk valt, maar ik wil verwonderd blijven, zonder al die aannames die de ganse dag zich vastbijten in mijn hoofd. Ik wil leven vanuit het vertrouwen dat er genoeg mensen zijn waar je prachtige dingen mee kan bouwen. Dat mensen zelf ook niet willen verzuipen in cynisme, maar dat mensen juist willen shinen, betrokken willen zijn.

Manifest voor Lekker Samenwerken

Ik heb een manifest gemaakt. Een manifest voor lekker samenwerken dat je kan ophangen in de kantoortuin, op het bedrijfstoilet of naast het Volautomatische koffiezetapparaat. Waar je het over kan hebben met elkaar. Voor iedereen die het cynisme wil verslaan. Roep je collega erbij en kijk naar het Manifest en zeg wat je er van vindt. Van mijn part vind je het flauwekul. Ook dat levert gesprek op. Vind in elk geval iets.

Hier een selectie uit de 17 richtlijnen die zorgen voor minder gedoe en meer resultaat.

  1. Ik heb een antenne voor dat wat er niet gezegd wordt in een gesprek
  2. ‘Wat ik eigenlijk bedoel…’ is een heel prima begin van een zin
  3. Ik geef graag complimenten, want kwaliteit dat is ‘da bom’
  4. Ik mag elke vraag stellen die ik wil
  5. Ik verdiep mij een soort van zeg maar in het standpunt van de ander
  6. Aan het eind van een gesprek check ik ff of er echt afspraken zijn gemaakt
  7. Ik ben goed genoeg

 

Johan Stevens is Stand Up Consultant en speelt een cabaretshow voor minder gedoe en meer resultaat. Download het hele manifest.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x