Channels

Voor wie innovaties wil uitrollen, is het handig om altijd – om Nederland heen – een bypass te ontwerpen.

Nederland als innovatieland kan vies tegenvallen. Vaak geldt: Nederland stilstandland. Om meerdere redenen: 1) tegenwerking door regelgeving en het niet inpasbaar krijgen in bestaande systemen (denk in het geval van zorg aan de rigide regels van zorgverzekeraars over wat vergoed wordt en wat niet!) en 2) een vooral-geen-kop-boven-het-maaiveld-steek-cultuur, waaraan gekoppeld is 3) een gebrek om trots te durven en mogen zijn op succesvolle ondernemers met lef en 4) de afzetmarkt in Nederland is maar klein.

Over de eerste reden: doordat Nederland overgereguleerd is (wetten, voorwaarden, protocollen, veiligheidsvoorschriften) komen innovaties in de knel: innovatiepotjes blijven met miljoenen gevuld, en wie de handboeken ziet waar bijvoorbeeld kinderdagverblijven aan moeten voldoen, zakt de moed al in de schoenen voor de toekomstige ondernemer. Wet- en regelgeving kan innovaties danig in de weg zitten.

Over de tweede en derde reden: lijkt een ondernemer met grootse plannen te falen, dan zijn wij in Nederland geneigd deze schamper uit te lachen (zoals bijvoorbeeld Victor Muller met Saab in mei 2011 in de Telegraaf werd afgeschilderd). In andere landen als Amerika zou de ambitie worden gewaardeerd, het lef gehonoreerd, de kloeke poging verheerlijkt. Wij denken dat we een vrij land zijn, maar zijn met grote regelmaat bekrompen in onze denkbeelden over wat mag, wat goed is, wat werkt en wat kan.

Lees ook:

Waar blijft de innovatie in marketing

Al met al leidt dit er toe dat nieuwe producten en diensten niet snel het licht zien en zijn deze er eenmaal, dan kunnen ze niet worden opgenomen in vergoedingslijsten, blijkt de afzetmarkt klein en leiden ze al snel tot tegenvallende verkoopresultaten in Nederland.

Het is slim om in de uitrolstrategie van innovaties al in een vroeg stadium – laat ik het maar in medische termen uitdrukken –een bypass via het buitenland te creëren. Een digitale brochure in het Engels, Spaans of Chinees kan al wonderen doen. Een aantal voorbeelden: ik begeleid nu een bedrijf met een medische vinding die zijn pilots expres niet in Nederland, maar in Duitsland heeft laten plaatsvinden: een veel meer geïsoleerde omgeving, zonder pottenkijkers van Nederland die het beter weten, die je idee afkraken, die het niet meteen kunnen inpassen in hun bestaande structuren en systemen. Karakteristiek aan een prototype fase is toch dat deze in het ontwikkelstadium gekoesterd en beschermd dienen te worden. Door tijdens die fase al te snel conclusies te trekken of de boel af te kraken zorgt ervoor dat de benodigde innovatiesprong niet gemaakt zal worden.
Als de ontwikkelde vinding dan toch succesvol blijkt in het buitenland, kan Nederland als afzetmarkt/ inkoper alsnog aanhaken. Dan komt Nederland ook in zijn vertrouwde, traditionele rol dat wat van ver komt, lekkerder is dan wat we thuis in de polder zouden kunnen ontwikkelen: we zijn niet trots op Almere, maar Amerika wel op Las Vegas. Terwijl in beide gevallen er hetzelfde gebeurd is. Beiden zijn voorbeelden van een mega-innovatie: een onontgonnen gebied wordt aan de natuur onttrokken en er wordt uit het niets een stad opgetrokken. Wij halen onze neus ervoor op. De Amerikanen – en wij met hen – adoreren hun nieuw verworven stad: Viva Las Vegas. Sliep uit Almere.

Zoek naar jouw Peru
Een ander voorbeeld is Hyves. In Nederland is dit sociale netwerk natuurlijk populair, maar ook bijvoorbeeld – om duistere redenen – is Hyves heel populair geworden in Peru. Ineens werd Hyves in Peru een hype, met momenteel 264.289 leden tegenover bijvoorbeeld het logischere tweede land België (159.387 accounts). Ook ligt Peru hoger met zijn aantal Hyves-contacten dan het grote VS (119.555), en Engeland (63.563; bron: http://hyves.nl/about/facts/ geraadpleegd op 19 augustus 2011).
Wat kunnen we leren van deze grillige ontwikkeling bij Hyves voor het uitrollen van innovaties? Het is slim om op meerdere paarden te wedden en bijvoorbeeld in een aantal ongebruikelijke landen een pilot te starten. Voor het ongebruikelijke land een kans om ergens vol op in te haken, je bent als innovatiepartij de concurrentie voor (je creëert je eigen nieuwe afzetmarkt, je eigen blue ocean) en je geeft het toeval een aantal keren de kans. Wie een kans wil pakken, moet eerst ergens de kans voor geven. Zo kun je de grilligheid van successen enigszins stroomlijnen, regisseren en naar je hand zetten. Mogelijk vallen veertien van de vijftien landen af na een pilotperiode, maar als 1 land (extra naast Nederland) een productlijn serieus oppakt, komt dat de stabiliteit en continuïteit van de afzetmarkt/ het product zeer ten goede.

Zoek voor jouw product of dienst dus naar het niet-beloofde land. Zoek naar jouw Peru.

Guido van de Wiel is innovatiespecialist, organisatieadviseur en ghostwriter van managementboeken.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Beste Guido,

Toen ik jouw verhaal las moest ik denken aan de grote Winston Churcull (‘a pessimist sees the difficulty in every opportunity; an optimist sees the opportunity in every difficulty’). Natuurlijk hebben we een overvloed aan hulpsinterklazen, ik maak ze dagelijks mee. En ook veel kalkoenen die graag allemaal willen meepraten over het kerstmenu. Overwegend lange gesprekken met weinig wol. Maar er zijn toch legio goede voorbeelden waarin innovaties wél worden opgepakt en doorgezet. Ook zelfs in de traditionele klassieke organisaties. Lees mijn columns op deze site maar eens!

Met groet,
Dirk-Jan

Beste Guido,

Een uitstekende column!

Naar aanleiding van je ervaring met een geslaagde introductie van een bedrijf via een ‘medische vinding’ in buurland Duitsland (proficiat!) nog wel een opmerking:

Van ondernemers uit de medisch-technologische sector hoor ik geregeld dat juist in het buitenland eerst belangstellend wordt geinformeerd naar ervaringen met het product in eigen land. Het wordt kennelijk als een zwaktebod ervaren als je vaderland -om wat voor reden ook- er niet aan wil. Meestal weet men anderzijds ook dat de drempels in ons land tamelijk hoog zijn. Ik heb wel eens horen zeggen ‘Als je er in Nederland eenmaal door bent gekomen, zal het je in het buitenland ook lukken’.

Mijn conclusie ‘first movers’ in eigen land moeten support ondervinden en dan zal ook de export van innovatieve producten toenemen.

@Dirk-Jan: Dank voor je reactie. Tegenover het citaat van Churcull [sic ;-)] zou ik willen stellen: het glas is niet half vol, het glas is niet half leeg, er zijn potverdriedubbeltjes tien waterkranen in huis! Maw: ik ben een rasoptimist en tracht met deze column eerder de learned helplessness die ik soms om me heen zie en het signaal dat er niets mogelijk zou zijn te doorbreken. Positief dus, gek genoeg! Want… Het is WEL mogelijk. Juist wel. Zoek naar je Peru. Desnoods in Nederland.

@Jan Taco: first movers mobiliseren in Nederland lukt mogelijk het beste mbv het oprichten van een proeftuin. Ik hoorde laatst in een interview dat ik afnam met een medisch specialist dat de vinding van een diabetesinnovatie (Nederlandse vinding!) na opstart in NL zo gretig aftrek nam in Duitsland, dat het waarschijnlijk zo meteen in Duitsland al uitgerold is, terwijl het in NL “toch nog wat vertraging opliep…” = vb van wel bewijs dat het in NL gaat/ mag/ kan, dus je kunt het afgesloten contract laten zien aan buitenland. Maar – ironisch genoeg – heeft buitenland zo meteen wel de scoop doordat ze krachtiger en sneller kunnen en durven realiseren. Hier gaat aan elke heipaal in de grond toch eerst een milieurapportage vooraf…

@ allen: De lastigheden voor innovatie in Nederland kwamen gisteren nog langs in het RTL NIeuws, onder het kopje: ‘Zorg durft medische snufjes nog niet aan’. Interessant om te kijken. Zie http://www.rtl.nl/xl/#/u/2a1dfb45-63d6-4f5e-9686-10e7f48ff313/

Guido, goed artikel. Je hebt denk ik grotendeels gelijk. De slimme jongetjes uit de klas zijn er voldoende maar op één of andere manier durven ze het niet aan en wordt er toch regelmatig gekozen voor multinationals of grotere bureaucratieën waar zij vaak onvoldoende gefaciliteerd worden. Ook het lezen van ‘het Innovatieplatform’ heeft mijn ogen geopend hoe moeizaam het in Nederland gaat op het innovatiefront. Dat wil echter zeker niet zeggen dat er ook op slecht vruchtbare grond mooie plantjes kunnen groeien en er ook mooie voorbeelden zijn hoe het wel kan.

Wat beweegt een ondernemer?
Komt dat van buitenaf of zit een ondernemer ergens binnen?
Stel dat je gelijk hebt op alle fronten, wat zegt dat dan over ondernemerschap van de nederlander?
Als een zgn. ondernemer loopt te klagen over het ‘ondernemersklimaat’ in zijn land dan zou het wel eens kunnen zijn dat hij zijn ‘energie’ loopt te verspillen aan bijzaken.
Ondernemers worden toch wel eens vergeleken met zeilers. Als het hard gaat waaien scheiden de ondernemers zich van de toeristen. De toeristen klagen aan de kant en de echte zeilers komen in hun element!

Nog even een kleine aanvulling op mijn vorige reactie:
Stel dat je jezelf vaak toerist voelt en daarnaast het gevoel en de wens hebt dat je wel degelijk wilt ondernemen.
Dan wordt het tijd om je als toerist naar het reeds genoemde Peru te begeven en in contact te treden met de mensen en de maatschappij aldaar.
Je zult dan meteen ontdekken dat de dingen daar totaal anders zijn dan hier in het Westen. In het begin kijken we nog met onze westerse ogen, maar als je jezelf wat meer tijd hebt gegeven (1 maand of zoiets) en je hebt je wat kunnen inleven in hun kijk op de werel, dan kan ik je, uit eigen ervaring vertellen, dan is je kijk op de dingen mogelijk veranderd en zou het wel eens kunnen zijn dat je door begint te krijgen dat we hier in het Westen eigenlijk heel ‘manipulatief’ om gaan met de dingen.
Eenmaal teruggekomen in Nederland proef je die verschillen meteen.
Je voelt dat er iets nieuws (innovatiefs) binnenin je. Je zegt er iets over, maar de woorden zijn totaal anders dan wat men hier van je gewend is, en toch is het onmiskenbaar aanwezig binnen in je.
Echter binnen jouw systeem zijn Peru en Nederland nog twee totaal andere werelden
Hoe krijg je die ooit met elkaar verbonden?
Gelukkig heb je dat ondernemende in je.
En vervolgens blijken er ook woorden te zijn die passen bij dat wat je gevoeld hebt:
Het principe van Wederkerigheid (el Ayni) blijkt al eeuwen een anker te zijn voor het leven van de Peruanen en in Nederland vind ik dat o.a. terug in projecten als Society 3.0 en ook in het boek van Otto Scharmer: Theory U over nieuw leiderschap.
Dan is er nog het Peruaanse begrip: La Mita : het onderdeel zijn van ‘één grote familie’ en meteen snap ik hoe het komt dat het onderdeel zijn van een Sociaal Netwerk in Peru zo aan blijkt te slaan. Kortom: de verbinding tussen 2 voorheen totaal verschillende werelden blijkt er te zijn en geeft volop ingangen voor die ondernemers onder ons die soms aan de kant staan en die soms met volle wind willen ondernemen.
Ho mitakuye Oyasin

Toon alle 6 reacties
x