Wat zijn, over een langere periode beschouwd, de trends in het openbaar bestuur? Welke ontwikkelingen mogen we op grond daarvan verwachten voor de komende tien, twintig jaar? En wat zijn misverstanden gebleken of  hypes? We vroegen het een aantal voormalig topambtenaren. Zij hebben de veranderingen van nabij meegemaakt en kunnen daar nu met enige afstand op terugzien. In het derde deel van deze interviewserie: oud Secretaris Generaal van VROM Roel den Dunnen.

Drs. R. den Dunnen
De heer Den Dunnen was van 1991 tot 2000 SG van het ministerie van VROM. Na aanvankelijk onder anderen zeeman en officier der infanterie te zijn geweest, werkte de heer Den Dunnen vanaf de jaren ’70 in het openbaar bestuur. Daarbij was hij voor de PvdA vanaf 1970 zowel lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland (tot 1974) als van de gemeenteraad van Rotterdam. Daar bleef hij lid van tot 1990 en hij was meerdere malen wethouder en van 1986 tot 1989 loco-burgemeester van Rotterdam. Na een jaar DG van VROM te zijn geweest werd hij in 1991 aldaar SG van dit ministerie. Van 1992 tot 1997 was de heer Den Dunnen ook nog buitengewoon hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is hij onder andere voorzitter van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

Fundamentele veranderingen

Er is in de maatschappij de afgelopen decennia flink wat veranderd. Die ontwikkelingen vormen de achtergrond waartegen ook ontwikkelingen in het openbaar bestuur gezien kunnen worden.

  1. Het egocentrisme is opgekomen. Het “ik” is belangrijker geworden en het narcisme is toegenomen.
  2. Van vertrouwen in instituties zijn we ze gaan wanvertrouwen. Hoewel ook Drees een manipulator was, had hij wel het imago van ‘vertrouwensman’. Tegenwoordig is wantrouwen veel gewoner, niet alleen richting overheid, maar ook naar andere instituties.
  3. De sociale verbanden lijken weg te zijn gevallen. De mensen zijn losgeslagen van instituties als kerken, vakbonden en andere sociaal-economische organisaties.
  4. De wereld is steeds verder geïnternationaliseerd. Dat geldt niet voor alles, maar we praten er in ieder geval ook heel veel over.
  5. Er zijn grote migratiestromen op gang gekomen, zoals we die al lange tijd niet meer kenden. Het is ook logisch, als je in een arm land woont en weinig perspectieven hebt, dan wil je wel naar gebieden waar het beter is.

Lees ook:

De grootste disruptie sinds 100 jaar

Als loco-burgemeester van Rotterdam had ik bij afwezigheid van de burgemeester als taak het toezicht houden op de acties van de politie, bijvoorbeeld tijdens uitgaansavonden. Op dat soort avonden houden heel veel jonge agenten toezicht op het uitgaan van hun leeftijdsgenoten. Dat is een zware opgave, maar toch waren er maar 50 tot 100 klachten van onterecht politiegeweld per jaar. Dat is echt heel weinig gezien het enorme aantal publiekscontacten van de politie per jaar, wat in de honderdduizenden moet lopen. Juist daarom is het eigenlijk ook zo vreemd dat het vertrouwen in dat deel van de overheid zo laag is.

Achterhaalde overheidscommunicatie met volwassen burgers

De ambtenarij organiseert nog vaak aan het einde van beleidsprocessen inspraak. Maar dat is helemaal niet het soort communicatie dat bij deze tijd past. De burgers organiseren zich zo makkelijk en snel via internet en e-mail dat je dan als overheid op een grote achterstand kan komen. Als een burger een probleem heeft kan hij binnen heel korte tijd deskundigen en medestanders vinden, die met hem tegen overheidsplannen te hoop willen lopen. Politici herkennen dat trouwens beter dan veel ambtenaren. Eigenlijk zijn veel ambtenaren nog veel te intern gericht.

Vanachter het bureau kan je de tegenstand tegen bijvoorbeeld de Betuweroute organiseren. Via internet kun je snel specialistische kennis mobiliseren; juristen, planologen of welke kennis je ook maar nodig hebt. Dat geeft de burger, veel meer dan vroeger, de mogelijkheid om ook inhoudelijk op hetzelfde niveau te spreken als de overheid. De burger is volwassen geworden en daar heb je als overheid dus mee te maken.

Politici zijn professionele amateurs

Politici worden steeds sneller gekozen en blijven kort. En dat terwijl politici gemiddeld een jaar nodig hebben om in te werken en eigenlijk pas in hun 2e termijn echt effectief kunnen worden. Het is ingewikkeld om bijvoorbeeld een ministerie aan te sturen of wethouder te zijn. Het duurt even voor je weet aan welke touwtjes je moet trekken en met wie je moet samenwerken.

In de politiek word je ook vooral effectief  als je een goede persoonlijke band met je collega’s hebt. Op die manier kun je een clubje vormen en als je dan allemaal ervaring hebt, weet je wat te doen om vooruit te komen. Als je trouwens een stad in rijdt, kun je eigenlijk wel zien of er een goed bestuur zit. Als het bestuur slecht is, dan zie je dat terug op de straat; aan hoe de stad is ingericht, of er troep ligt op straat enzovoort.

Toch blijven politici de amateurs en ambtenaren de professionals. Die amateurs hebben overigens wel heel andere rol dan de professionals. Hoewel een club topambtenaren het in 1992 al eens was over het invoeren van Rekeningrijden, serveerde Maij-Weggen dat voorstel wel af. Hoewel dat tot grote frustratie was van de club ambtenaren had ze wel gelijk. Politici moeten de haalbaarheid van voorstellen heel goed kunnen inschatten. En rekeningrijden was toen niet haalbaar.

Niet alle topambtenaren hebben dat politieke gevoel. Ook voor mij was het politieke spelletje in Den Haag wel eens lastig. Het niet doorgaan van grote projecten, alleen omdat de politieke wind veranderde, was best lastig te verkroppen. Maar ik heb er wel veel profijt van gehad dat ik ervaring had als politicus voordat ik bij VROM kwam werken; daardoor kon ik de politieke afweging beter begrijpen.

Lik-op-stuk beleid voor journalisten en het kiezen voor de aanval

Eigenlijk is het schokkend hoe ontzettend ongeïnformeerd journalisten vaak zijn. Ze hebben een slechte dossierkennis. Steeds weer worden bijvoorbeeld over de Betuweroute “nieuwe dingen” gepubliceerd. Twijnstra en Gudde heeft eens in opdracht van de Tweede Kamer alle publicaties en besluiten over de Betuweroute geïnventariseerd: zó’n stapel rapporten waarin alles tot de bodem was uitgezocht en geconstateerd (overigens met instemming van de Tweede Kamer) dat er geen ernstige lacunes qua kennis waren. Hoewel bijvoorbeeld het onrendabele karakter van de lijn vanaf het begin bekend was bij politici en journalisten, schreeuwen de media toch weer moord en brand als dat weer eens in het nieuws komt. Dan staat er in de krant dat “we het niet wisten”. Nou, wel dus.

De omgang met de pers is juist daardoor wel heel belangrijk. Je zorgt voor goede voorlichters en dat er goede inlichtingen richting de pers gaan. Uitgangspunt moet zijn dat je gewoon alles tegen de pers durft te zeggen. Daarin ben ik maar twee keer echt teleurgesteld door de berichtgeving van de betrokken journalisten. Als je weet en beseft hoe ze werken, dan kan je er heel goed mee omgaan.

Interessant was wel dat een lik-op-stuk beleid daarin heel goed werkt. In samenwerking met een paar andere SG’s werd een actieve manier van reageren ingezet. Bijvoorbeeld werden op persoonlijke titel boze brieven naar journalisten geschreven die zich denigrerend of onjuist over ambtenaren hadden uitgelaten in de publiciteit. Dat hielp behoorlijk goed om het gedrag van die journalisten te veranderen. De druk die Fortuyn op de pers legde was trouwens zeer boeiend. Door zijn heel kritische houding liet hij zien dat je de pers ook op zijn eigen terrein kunt verslaan.

De overheid zou trouwens vaker gewoon de aanval moeten kiezen in plaats van lijdzaam de beeldvorming over zich heen te laten komen. Ien Dales pikte bijvoorbeeld ook weinig van de pers. Dat kon ze ook, door haar sterke persoonlijkheid, maar het werkte wel goed.

Over het nut van prestatieafspraken in tijden van bezuinigingen

Een belangrijke ontwikkeling binnen de overheid is het ontstaan van prestatieafspraken. Hoewel het wantrouwen wellicht gevoed wordt door het maken van afspraken, is vragen wat mensen eigenlijk aan het doen zijn echt toe te juichen. Managementcontracten binnen de overheid werken ook heel goed.

Het is bijvoorbeeld heel goed om prestatieafspraken te maken in tijden van bezuinigingen. Als je ze eenmaal hebt gemaakt, dan kun je politici dwingen afwegingen te maken. Als het bijvoorbeeld gaat om het maken van wetten, moet je politici gewoon laten kiezen welke 40 van de 200 ze snel af willen hebben. Als er dan iets aan de hand blijkt te zijn met een van de andere 160, ontstaat er natuurlijk veel stress bij politici. Als ambtenaar heb je de plicht de politicus te wijzen op de consequentie van bepaalde besluiten, al moet je natuurlijk altijd loyaal meewerken aan het oplossen van problemen.

Politici moeten kiezen waar bezuinigingen mogelijk zijn. En dat lukt beter als je goede afspraken hebt over de relatie tussen input en output. Een bijltjesdag klinkt negatief, maar rapporteren en het checken van de uitvoering werkt goed.

Gebrekkige feedback door afstand tussen uitvoering en beleid

Steeds meer uitvoerende diensten worden verzelfstandigd in Nederland. Die ontwikkeling stemt tot zorgen als het gaat om het garanderen van de feedback tussen uitvoering en beleid. Exemplarisch voor de risico’s die je dan loopt is de staking van het gevangenispersoneel tegen het 2-op-1 cel beleid. Het is, juist binnen de overheid, noodzaak om dat soort feedback goed te organiseren. Alleen vertrouwen op de Tweede Kamer kan daarvoor eigenlijk niet. Zij toetst wel, maar is onvoldoende in staat om dergelijke ontwikkelingen te stoppen als dat nodig is.

Overigens is het bij de overheid wel complicerend dat projecten zo lang duren. Begin jaren ’90 werden de VINEX-wijken nog als vernieuwend bestemd, maar nu zien we het vaak als heel eentonige wijken. Door de langdurige planvorming loopt de beleving van de VINEX-wijken uit de pas met hun bedoeling en is dat moeilijk te repareren.

Ik heb eens een simulatie van marktwerking op het ministerie van VROM losgelaten. In een marktsituatie word je afgerekend door je klant, door een onafhankelijke beoordeling. Een dergelijke onafhankelijke beoordeling is ingevoerd op het ministerie door directies interviews te laten houden met hun ‘afnemers’. Daardoor kon duidelijk gemaakt worden wat er nu verbeterd kon worden aan de dienstverlening. Het was een succesvolle manier om te komen tot andere gedragingen in plaats van anders lullen, en op gedragingen dien je te worden afgerekend.

Het gelijk van Brasz en het gebrek aan lokale belastingen

Centraal uitgangspunt bij de verhoudingen tussen de bestuurslagen in Nederland moet zijn dat je een eenheid van probleem, besluit en territoir nastreeft. Dat is eigenlijk het uitgangspunt van Brasz.

Er is de afgelopen jaren veel veranderd in de verhouding tussen de bestuurslagen. Lagere overheden worden bijvoorbeeld tegenwoordig consequent andere overheden genoemd. Paradoxaal is wel dat de lokale overheden in Nederland, vergeleken met omringende landen, zo weinig eigen belastingdebiet hebben. Dat zou verbeterd moeten worden. Naast deze emancipatie van de lokale en provinciale overheden, heeft ook de EU steeds meer gezag van de nationale staat overgenomen. Toch blijft er een raison d’être voor de nationale overheid.

Gemeentes kunnen namelijk best autonomie krijgen, maar problemen moeten wel op het juiste schaalniveau worden aangepakt. Als we bijvoorbeeld iedere gemeente in de Randstad zijn eigen paar huisjes gaan laten bouwen, slibt die hele Randstad binnen de kortste keren dicht.

Provincies zijn vooral goed in controleren, maar niet in uitvoeren. Daarom moet je ze dat soort taken ook niet geven. Toen de provincie Zuid-Holland bepaalde uitvoerende diensten van de gemeente Rotterdam overnam, ging dat ook al snel mis. De provincie is gewoon niet geëquipeerd voor uitvoerende taken.

De botsing tussen de polder met Brussel en de paus

Sommige mensen vinden dat er in Nederland veel te veel overlegt wordt en te weinig gedaan. Die cultuur van de Mushawara is in Nederland echter al zo ontzettend oud, dat die echt niet zomaar verandert. Al in de tijd van de Staten van Holland duurde het een jaar voordat de elf steden en dertig gieterijen van Friesland konden instemmen met het beleid van de Staten; vandaar ook de uitdrukking dat iets gaat op zijn elf-en-dertigst.

Dat ge-mushawara zit gewoon in onze genen. Overigens botst dat soms flink met de buitenlandse cultuur. De ESF fraude komt ook voort uit discussies in Nederland waarin we het eens werden over wijzen van toewijzing van de subsidies die gewoon niet in overeenstemming waren met de regels. Uiteindelijk wees Brussel ons gewoon hierop. En in de discussie over het homohuwelijk, die recentelijk door de paus werd begonnen, leek het ook wel alsof we bozer waren over het feit dat we niet van tevoren waren geraadpleegd dan over de uitspraken van de paus zelf.

In al dat gepolder is het trouwens ook gewoonte om alles openbaar te maken, terwijl dat in het buitenland al gauw als lomp en bedreigend wordt ervaren. In EU-verband is niet gewoon om alle opvattingen zomaar op tafel te leggen.

Die overweging geeft eigenlijk ook wel twijfel over de zin van het vastleggen van allerlei afspraken over prestaties, nu ik daar zo over nadenk. Misschien moeten we ook wel niet proberen alles helemaal in regels en afspraken vast te leggen. Toch blijf ik erbij dat het maken van managementafspraken in veel gevallen heel nuttig is.

Dode regels

Er zijn in Nederland heel veel dode regels. In Rotterdam was er bijvoorbeeld een regel voor winkeliers, die aangaf wat er binnen 2 meter van de etalage mocht staan. Let wel, daarmee wordt niet het trottoir, maar de binnenkant van de winkel bedoeld. Dat soort regels wordt dus nooit gehandhaafd. Politici scoren echter met het maken van regels. Veel van die regels blijken later geen relevantie meer te hebben. Dat geldt bijvoorbeeld voor een regel in de kampeerwet over de hoogte van kranen op kampeerplaatsen. Toen ik die wet in concept langs zag komen verbaasde ik me erover dat daarin was vastgelegd hoe hoog de kranen moesten zijn. Niemand kon me uitleggen waar deze bepaling goed voor was. Maar omdat er enige haast was bij de behandeling van de wet is deze bepaling blijven staan. Ik weet nog steeds niet waarvoor deze regel dient.

De grootste hypes en misvattingen

Een hype van dit moment is de focus op het persoonlijke. Het lijkt bijvoorbeeld alleen maar te gaan om de strijd tussen Heinsbroek en Bomhoff, terwijl ze beiden veel kwaliteiten hadden kunnen hebben voor het openbaar bestuur. Helaas is de trend voorlopig dat men steeds narcistischer wordt en dat het steeds meer om de personen zal gaan. Dat is slecht voor de productiviteit binnen de overheid.

Een andere mislukking, althans in mijn achtertuin, is de Nieuw Links beweging, waar we expliciete opvattingen over de maakbaarheid van de samenleving, de rol van de overheid en de zegggenschap van de burgers hadden. Het is misschien jammer, maar veel van de beloften van de jaren ’70 zijn niet ingelost. De maatschappij heeft andere wendingen genomen.

Bart Drenth is Managing Director bij Berenschot Public Management, Niels Kastelein is junior-adviseur bij Berenschot Procesmanagement.

Eerdere interviews in deze serie
De overheid dreigt instabiel te worden
Bart Drenth en Niels Kastelein
Een gesprek met Gerrit Blom over de stabiliserende rol van de overheid. Over de niet te stoppen regelzucht en het verstoorde evenwicht in het openbaar bestuur.
Het primaat van de politiek is onzin
Bart Drenth en Niels Kastelein
Een gesprek met Harry Borghouts over de steeds moeizamere verhouding tussen politici en ambtenaren en over de noodzaak van verdere verzelfstandigingen. Regeert incidentalisme het openbaar bestuur?

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Als ik het interview met de heer Den Dunnen lees wordt ik weer eens bevestigd in mijn mening dat de overheid het contact met de burgers totaal verloren is.
Het omgekeerde was al eerder het geval en de heer Den Dunnen geeft daarvan de schuld aan de maatschappij, de burgers. Die voldoen niet meer aan zijn mensbeeld, waarbij mensen respect en vertrouwen hebben voor “het gezag” van de overheid, de kerken en anders sociaal-economische organisaties.
Als een klant het vertrouwen in een leverancier verliest dan is dat schuld van de leverancier en niet van klant.
Beste overheid en vaste adviseurs van deze overheid (zoals Berenschot) kom eens uit je duistere spelonken, daal af uit je ivoren toren en kijk eens naar de maatschappij.
Daar zitten inderdaad burgers die veel en veel beter geïnformeerd zijn en die je niet meer met leugens en halve waarheden kunt beheersen. Daar zitten mensen die meer kennis hebben dan ambtenaren en dus makkelijk de discussie kunnen aangaan en winnen.
Maar in de arrogantie van de overheid kan dat er niet in.
Waar haalt een ambtenaar het lef vandaan om zijn voorstel beter te vinden dan een minister die “het volk” vertegenwoordigd? Hoezo zal de ambtenaar beter weten wat goed is voor “het volk” dan “het volk” zelf?
Geef de schuld maar aan de veranderde maatschappij. Ja, het is anders dan de jaren ’70, alleen is de overheid hetzelfde gebleven. Ad-hoc reagerend op dingen die “het volk” al lang weet, niet reagerend op de problemen waar “het volk” echt mee zit.

Tja, maar een ambtenaar en zeker een politicus kan moeilijk snel aan de juiste touwtjes trekken, stelt Den Dunnen. Hij heeft een jaar nodig om te weten hoe alles werkt en kan pas in zijn tweede termijn echt effectief worden!
Hoe kan deze man dan verklaren dat een manager bij een bedrijf een gemiddelde diensttijd heeft van 3 jaar?
Hoe kan het dan dat een manager in het bedrijfsleven vaak na 2 maanden al echte veranderingen kan doorvoeren?
Waarom zitten interim-managers vaak 6 tot 9 maanden op een klus?
Dat zal wel aan het bedrijfsleven te wijten zijn?

Als een manager in het bedrijgsleven in een regeling een onzinnige regel ziet dan gaat er een streep door. Doorlooptijd 2 seconden. Dat schijnt dus bij de overheid onmogelijk te zijn?
Geen enkel lid van de volksvertegenwoordiging heeft zich er aan geërgerd? Maar vandaag leest een zich vervelende ambtenaar dit stukje en morgen lopen de ambtenaren met meetlinten de campings af.
En het is juist door deze ad-hoc acties zonder toegevoegde waarde waarom de maatschappij, het volk, het kiesvee, zijn vertrouwen in de overheid heeft verloren.

Vandaag maakt de VVD zich druk over zijn koers, niet om ideologische redenen, maar vanwege de stemmen.
De PvdA zoekt een richting, niet vanwege de ideologie, maar vanwege de richting.
De SP heeft ruzie, vanwege de ideologie en omdat teveel mensen op de partij dreigen te gaan stemmen.
Blair zoekt 5 stemmen, niet vanwege “het volk” maar vanwege zijn baan.
Bush misbruikt de media, niet vanwege het belang van amerika, maar vanwege zijn baan en de wraak van zijn vader.

Moeten wij, het kiesvee, nog vertrouwen hebben in deze overheden?

Ad de Beer
adviseur en interim-manager

De heer de Beers geeft de oud-SG van VROM ervan langs in zijn reactie. En hoewel de Beers de eer toekomt om enkele belangrijke vragen op te werpen, vind ik niet dat hij met de goede antwoorden komt.
Waaom zitten managers in het bedrijfsleven gemiddeld 3 jaar en dus veel korter dan de meeste ambtenaren en zelfs de meeste politici? Goede vraag. Waarom krijgen zij in deze periode veel gedaan en politici en ambtenaren niet? Goede vraag. Maar het impliciete antwoord van de Beers klopt niet. De overheid kan niet zoals het bedrijfsleven gaan werken. Daarvoor is de overheid complexer dan willekeurig welk bedrijf. De LPF-politici die uit het bedrijfsleven afkomstig waren hebben dat aan den lijve ondervonden. Een te grote daadkracht kan in het publieke bestuur contra-productief werken.
Echte veranderingen in het openbaar bestuur hebben overigens niet alleen te maken met wat de bestuurders doen, maar ook met hoe de burgers zich opstellen. Burgers zijn geen klanten zoals het bedrijfsleven die kent. Burgers hebben rechten en plichten en het openbaar bestuur verandert alleen ten goede als ook burgers zich meer bewust worden van hun plichten. Het benaderen van burgers als klanten heeft in de afgelopen tien jaar teveel de nadruk op de rechten van de burgers gelegd. Het is terecht dat ook voor dat aspect meer aandacht wordt gevraagd.

Als het over politiek gaat en de rol van de overheid, heb ik altijd het idee, dat ik er te weinig van weet of me er te weinig mee bemoei. Wat ik wel weet is dat we met elkaar de maatschappij vormen, kennelijk een cultuur hebben gevormd waar we misschien achteraf niet zo blij mee zijn, maar het is niet anders. We zijn als burgers ook verantwoordelijk. ” Afzetten tegen ” heeft weinig effect. Wel de goede en kritische vragen stellen en rustig het antwoord afwachten (je moet nu eenmaal veel geduld hebben en dat past niet in ons haastige bestaan). Laat eens horen wat je en betere oplossing zou vinden, in plaats van altijd overal de zere vinger opleggen. Moet een skijken hoeveel miljoenen adviseurs Nederland rijk is. Als die eens het goede voorbeeld zouden geven?
Groeten van Joke van Galen

a) is en blijft een lelijk ding
b) is nog altijd een levendige aap

uw persoonlijke keuze tussen a) en b) kan uw perceptie op het door Roel den Dunnen aan de orde gestelde NARCISME wellicht doen openbreken van EGOCENTRISME naar WERELDCENTRISME.

Hiermee wil ik u dan ook wijzen op de theoriën van ene Ken Wilber, die een onderscheid maakt in:
0 – materie – onbewustzijn
I – plant – egocentristisch samenleven – vitaliteit
II – dier – socio/etno centristisch samenleven – bewustzijn
III – mens – wereldcentristisch samenleven – zelfbewustzijn

In de vraag die u werd voorgelegd,
zou een voorstelling op de beantwoording kunnen zijn:
bij antwoord a)
1 – u zegt (gewoontegewijs?) iets over een ander
2 – u ziet een aap als een ding (met een knopje? zonder bewustzijn? zonder eigen vrije wil/energie?
3 – u verwerpt het gedrag van de aap als niet het gedrag waar u zich mee kan identificeren … zhij is immers lelijk

kortom
antwoord b)
kan het enige juiste ant(i)woord zijn …
1 – u zegt via de ander iets over hoe u zelf/zel’lef’/zel’love’ wilt zijn
2 – u wikt en weegt & wokt & waagt: u voelt zich graag compleet en een onderdeel van iets dat compleet is (theory of everything – K. Wilber) … in ontwikkelende wijsheid & in overtuigende liefdevolheid met uw omgeving (?) … in zelfmanifestatie & bescheidenheid
3 – u wilt graag mooi zijn en uw knoppen laten verworden tot bloesem en vruchtvolnis

uw ‘@’
[email protected]@pi [email protected]@@@@@@@@pi

:{is zelf’satire’ n vorm van antinarcisme?}:

Met verwondering heb ik de reactie van de heer De Beer gelezen op het interview met de heer Den Dunnen. De reactie bevat een grote berg aan negatieve beelden die door de heer De Beer allemaal onder één noemer worden geplaatst: de overheid.

De gedachte dat er maar één overheid is die je van alles kan betichten is natuurlijk nonsense. Net zo min als je de groentewinkel om de hoek aan kan spreken op de frauderende top van het bedrijf Ahold, kan je de plaatselijke gemeente aanspreken op misleiding van een Amerikaanse president. Er bestaat niet zo iets als één overheid, net zo min als er maar één soort bedrijfsleven bestaat.

Helaas zijn mensen die uitsluitend denken in algemeenheden, zoals de heer De Beer doet, geen uitzondering. Daarom onderstaand een reactie om ietwat meer licht te schijnen op de veranderingen en toch enige repliek te geven. Dit in de hoop dat er wat diepgaander en constructiever nagedacht gaat worden over die zo verfoeide ‘overheid’.

Wat de heer Den Dunnen in zijn reactie naar voren brengt is grotendeels in lijn met het denken zoals dat door bijvoorbeel het Sociaal en Cultureel Planbureau de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is neergelegd. In dat denken wordt onderkent dat we gegroeid zijn naar een samenleving waarin keuzes vaker individueel worden gemaakt. Algemene voor iedereen gelijke voorzieningen worden in die maatschappij al gauw als een inbreuk ervaren op de persoonlijke vrijheid. Daarbij komt dat veel burgers niet zo zeer het contact met de overheid zijn verloren, maar vooral met elkaar.

Die veranderingen passen niet met de huidge vormgeving van de dieverse overheden. De verhouding tussen burgers en overheden heeft tot nu toe vooral vorm gekregen vanuit de gedachte dat een overheid precies weet wat in het algemeen belang moet gebeuren, ‘de burgers’ ook allen gelijk moet behandelen, en daarom in nauwkeurige regels moet neerleggen wat het algemeen belang eist. Het wordt echter knap moeilijk voor een overheid, als burgers in toenemende mate als individuen gaan opereren en in afnemende mate het algemeen belang als ondergeschikt gaan zien. Dit vraagt om een nieuwe vormgeving (systeemaanpassing) waarin de verhoudingen tussen rechten en plichten en het daarin het vraagstuk van de gelijke behandeling opnieuw moeten worden bezien.

Om het voorbeeld van de heer De Beer aan te halen. Een manager in ‘het bedrijfsleven’ kan waarschijnlijk in 2 seconden een regel schrappen omdat die in diens optiek overbodig is en die manager in het kader van het algemeen belang geen verantwoording hoeft af te leggen. Een manager bij de overheid (of politicus) moet die verantwoording echter wel af leggen en zal bij het schrappen van een regel binnen de kortste keren tegen beperkingen aanlopen doordat sommige burgers erg voor die regel waren (de regel beschermde bijvoorbeeld tegen geluidoverlast) en andere burgers weer tegen (de geluidsregel joeg iemand op kosten). Praktijk is dat beide soorten burgers volledig hun rechten, bijvoorbeeld via inspraak, zullen uitputten zodat het wijzigen van een ‘simpel’ regeltje al snel een langdurige zaak wordt.

Binnen de diverse overheden is een stevige discussie gaande hoe we nu die overheden zodanig kunnen inrichten zodat beter geanticipeerd kan worden op trends zoals de individualisering maar ook ‘de mondialisering’, ‘de informatisering’, ‘de europalisering’, an al die ander ‘*.*seringen’. Dat debat waarin het vooral over de toedeling van verantwoordelijkheden gaat, moet zorgvuldig en gedegen worden gevoerd zodat een goed overheidssysteem neergezet kan worden.

Duidelijk is dat hoewel dit debat wordt gevoerd die vele duizenden ambtenaren net zoals die vele duizenden werknemers in ‘het bedrijfsleven’ gewoon hun werk doen. Het vuil wordt opgehaald en de leraar geeft gewoon nog les. Die ‘overheid’ werkt gewoon door en daar kan op vertrouwd worden.

Toon alle 5 reacties
x
x