Zo’n vijf jaar geleden schreef ik in het vakblad PW een bijdrage over het bedroevende niveau van de academische opleiding personeelwetenschappen. In het stukje, getiteld Zonder professoren, pleitte ik ervoor dat alle hoogleraren personeelwetenschappen drie jaar lang de tijd zouden krijgen om te bewijzen dat zij hun titel waard waren. De beoordeling moest geschieden door een college van hoogleraren uit aanpalende disciplines. Dat ik niet gerust was over de afloop van het experiment moge duidelijk zijn.
Onlangs las ik in P-Pers, een periodiek van de personeelwetenschappers van de University of Tilburg, een interview met Lo Tigchelaar die daar afgelopen januari na vijftien jaar afscheid nam. We komen van alles over de vertrekkende hoogleraar te weten: dat hij studentenfeestjes frequenteerde en daar onbekrompen de wijn aansprak, dat hij wel eens piano speelde voor een langskomende student, dat mevrouw Tigchelaar uit de zuidelijke Oeral komt, dat zijn leeftijd uitermate lastig te schatten valt en dat hij tijdens carnaval een tijgerpak droeg.
Maar wat Lo nu precies voor de Tilburgse opleiding heeft betekend, blijft de lezer onthouden. En dat steekt des te meer, omdat we zijn status op het vakgebied niet kunnen peilen aan de hand van zijn publicaties, want aan publiceren is Lo nooit toegekomen. Wie zijn wetenschappelijke inzichten wil leren kennen, zal die moeten uitzuiveren tussen de Franse landwijn en de bakken borrelnootjes. Een secuur werkje, dat alleen aan ervaren wetenschappers kan worden toevertrouwd.

Zelf zegt Lo dat hij zich tot 1993 heeft ingespannen om geld los te peuteren voor veel interdisciplinair onderzoek. ‘Daartegen werd altijd gefulmineerd. De kritiek was dat er interdisciplinair door ons nog weinig gepubliceerd was. Des te meer reden om er aan te beginnen, dacht ik dan maar.’

Voor de goede orde: met die laatste zin bedoelt Tigchelaar niet dat er ruim vijf jaar na zijn benoeming eindelijk eens wat gepubliceerd diende te worden door hemzelf en zijn staf, maar dat het ministerie met een zak geld over de brug moest komen.
Lo Tigchelaar voelt zich na vijftien jaar Tilburg nog steeds een onbegrepen pionier en beklaagt zich over roddel en achterklap, het enige terrein waarop personeelwetenschappen een vooraanstaande positie inneemt. Als we insiders mogen geloven is die hoge ranking vooral te danken aan Karin Sanders – een van Lo’s opvolgers –, die hiermee meteen al haar kruit verschoten had want op het vakgebied zelf heeft ze nog niets laten zien. Maar wat wil je ook als arbeids- en organisatiepsychologie en arbeidssociologie het vakgebied al uitstekend dekken? En wat moet je met hoogleraren die niet publiceren en zich nooit op congressen en seminars laten zien?
Het enige dat de Tilburgse personeelwetenschappers ooit aan vernieuwends hebben geproduceerd, is het jaarlijks geheel gewijzigde curriculum. Het ene jaar lag het accent op het mathematische, even later waren het de gedragswetenschappen en dan weer stond de praktijk centraal. Een grabbelton waar de Tilburgse kermis jaloers op kan zijn.
Dat het bedrijfsleven dit allemaal allang weet, blijkt wel uit het feit dat ik nog nooit een advertentie heb gezien voor een personeelsfunctionaris waarbij de opleiding personeelwetenschappen vereist was. Die managers kijken wel uit, die hebben al genoeg zorgen aan hun hoofd.
Tigchelaar heeft er een hard hoofd in dat het nog goed komt in Tilburg. Hij denkt dat personeelwetenschappen in 2004 zal verdwijnen. Ben ik het toch nog een keer met Lo eens.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x