Channels

Naar de mening van Pauline Meurs, voorzitter van de commissie die het Leidse ROC-debacle onderzoekt, was het ‘een soort verliefdheid’ voor twee extravagante gebouwen, die bestuur en toezichthouders verblindde. Zij raakten het zicht kwijt op de beperkingen van het eigen kunnen en stortten de eigen organisatie zodoende in een weerzinwekkende ondergang.

Verliefdheid? Kom nou toch! We noemen die bedrijfsblindheid ‘schaamte’.

Symbolen van succes

Laten we om te beginnen de goudkoorts van de jaren negentig in herinnering roepen. Er leek geld in overvloed en aan de groei zou nooit een einde komen. Geïnspireerd door massaal bejubelde zonnekoningen uit het bedrijfsleven begonnen ook bestuurders van onderwijsinstellingen, ziekenhuizen, zorggiganten, sociale werkvoorzieningen en woningcorporaties met publiek geld ondernemertje te spelen.
Hier mag gelezen worden dat die actoren uit de publieke sector gedrag en handelen uit de private sector selectief overnamen Wanneer we in de (semi-)publieke sector niet tot de échte en zo bewonderde private sector behoren, kunnen we in ieder geval de façade ervan overnemen. Meer in het bijzonder werden de veronderstelde versierselen van succes gekopieerd: risico’s nemen, lef tonen, visionaire missie formuleren, maakbaarheid verkondigen aan de hand van meetbare verschijnselen, competitieve salarissen, bonussen, luxueuze kantoren en auto’s met chauffeur.

Schaamte

Achter dit kopieergedrag ligt een reden die we allemaal heel goed kennen: schaamte.

We verlangen acceptatie door de groep waartoe wij eigenlijk willen behoren. Sterker nog, we willen gewaardeerd, bewonderd en bejubeld worden. We vrezen de afwijzing door die groep. Niets pijnlijkers dan buiten de groep geplaatst te worden en te kijk te staan vóór die groep.

Lees ook:

Veranderen? Tegenspreken!

In onze jeugd doen we allemaal pijnlijke ervaringen op met het ‘afgeserveerd’ worden: het slachtofferschap van kleineren, vernederen, buitensluiten. Eenmaal die schaamtepijn ervaren, leren we de dreiging razendsnel onderkennen: zoals we met vuur leren omgaan en het mijden zich te branden. Schaamte is dan ook niet alleen de vernederende ervaring maar evenzeer de ángst dat we op enigerlei wijze zullen worden afgeserveerd. We haten schaamte en zetten alles op alles om het tegendeel te bewerkstelligen: waardering en bewondering.
Het voorkómen van schaamte-ervaringen is van levensbelang. Schaamte bedreigt onze primaire behoefte aan geborgenheid: de absolute noodzaak bij de groep te (blijven) behoren, die onze overlevingskansen zo groot mogelijk maakt.

Het verlangen tot een levenskrachtige groep te behoren en daarbinnen gewaardeerd te worden, is overigens tevens een belangrijke voedingsbodem voor gezonde ambities en prestaties. Die voedingsbodem is echter dikwijls juist een bodemloze put die werd gegraven door het opdoen van schaamte-ervaringen. Met pathologische passie worden dan risico’s genomen om prestaties te realiseren en af te dwingen, die een overdonderend applaus zouden moeten opleveren. Dergelijke risicovolle professionele verlangens naar bewondering haken aan bij ernstige schaamteproblemen op het persoonlijke vlak. Dit wordt keer op keer door de praktijk onderbouwd, waarin onder anderen Rijkman Groenink, Hubert Möllenkamp en Loek Hermans inmiddels als publieke prooi en zondebok fungeren.

Tegenspraak versus Bedrijfsblindheid

Met zicht op de reikwijdte van schaamte wordt het ook begrijpelijk waarom tegenspraak zo slecht geduld wordt in die competitieve omgevingen. Tegenspraak wordt systematisch opzij geveegd, of zelfs opzij geslagen, zeker wanneer een traject eenmaal is ingezet en de neuzen eindelijk dezelfde kant op staan.
Bestuurders, toezichthouders, directie, managers en professionals – zowel binnen als buiten de overheid – en, niet te vergeten, politici houden er niet van halverwege te keren. Zij geven de voorkeur aan het ten hele dwalen, wat het spreekwoord ook mag zeggen.

Terugkomen op je schreden is een krenkende aantasting van de eigen identiteit, zelfs van een dusdanige ernst dat je nog slechts kunt volharden in je mogelijke ongelijk, de mankementen aan het zicht tracht te onttrekken en ondergeschikten tot stilzwijgen te dwingen.
Door onderbouwde kritiek staan we namelijk te kijk vóór de groep waartoe we behoren. Tegenspraak zorgt zodoende voor de dreiging van vernedering en voor potentiële uitsluiting van degene die wordt tegengesproken.

Bij tegenspraak staat het prestige van zittende toezichthouders, bestuurders, (top)managers en professionals op het spel.

Koesterende waardering dreigt vernederende afwijzing te worden – kortom, schaamte.

Schaamtebestendig

De commissie-Meurs verlangt onvermijdelijk krachtdadiger toezichthouders, minder eigenzinnige bestuurders, topmanagers en professionals, én open participatie van diverse personeelsgeledingen. Sprankelende verlangens voor een paradijslijke toekomst, maar zinloos wanneer we de sociaal-emotionele kracht van schaamte niet onderkennen.
1001004005528890We hebben vooral toezichthouders, bestuurders, management, professionals en personeel nodig die ‘schaamtebestendig zijn. Met andere woorden, zij dienen voldoende eigenwaarde te hebben om zich niet verlangensvol te spiegelen aan de private markt én om – van het allergrootste belang – tegenspraak te durven geven én nemen binnen de eigen groep en ongeacht de positie daarbinnen!

Eigenlijk heb je geen onderzoekscommissie nodig om dit op tafel te leggen.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Ik vind die term van verliefdheid wel een vondst! Verliefdheid is een ‘gezonde psychose’.
Hier, bij die schoolgebouwen moet je gewoon dat ‘gezonde’ eraf denken!

Wat heeft de Raad van Toezicht gedaan bij ROC ?
waren die ook verliefd ? en waarop dan wel ?

In mijn lessen benoem ik al vele jaren het aller aller moeilijkste van project en programma management. En dat is STOPPEN. Op grond van een negatief(ve) (geworden) business case.

En dat komt omdat elk groot project de “love baby” van een hoog geplaatste persoon is. Daar mag niemand aankomen.

Dus Pauline Meurs heeft volkomen gelijk: het is bedrijfsblindheid veroorzaakt door verliefdheid op het eigen bedachte project. Alles wijkt daarvoor, en als eerste het gezonde boerenverstand!

En natuurlijk ontstaat er schaamte als de realiteit onder ogen wordt gezien. Maar dat gevoel ontstaat in mijn waarneming pas veel later als het verstand eindelijk (een beetje) is teruggekeerd….

Ik vind het heel leuk dat Meurs nu ook deze term gebruikt, al heb ik haar (helaas) nooit les gegeven.

@ Nico W, Jan / De keuze voor het woord ‘verliefdheid’ is absoluut geen vondst, maar uitermate ongelukkig. Deze ‘framing’ is van een zelfde aard als een oorlog benoemen tot ‘vredesmissie’, overheidsbezuinigingen wegzetten als ‘decentralisatie van bevoegdheden’ en dagloners bestempelen als ‘flexibele arbeidskrachten’ of ‘zelfstandige professionals’ of ‘zzp’ers’.

Het valt ook niet mee als lid van de Eerste Kamer – wat Pauline Meurs was (2007 – 2013) – een oordeel te vellen over datgene wat die kamer de afgelopen twintig jaar ruimhartig heeft gesteund: de verzelfstandiging van (semi)overheidsorganisaties, of wel ‘het op afstand plaatsen van het politieke bestuur’: nog zo’n eufemisme, i.c. voor het uit handen geven van de controle, het cadeau doen van gemeenschappelijke verworvenheden aan enkelen en het opdraaien voor de (on)kosten door de belastingbetalers.

Los hiervan, het mag zo zijn dat bestuurders – zowel directie als toezichthouders -op enigerlei wijze ‘verliefd’ werden op hun vastgoedcreaties. De voedingsbodem voor die halsstarrige verbondenheid met de eigen hersenspinsels – verliefdheid ? – is toch echt ‘schaamte’ zoals onder het kopje ‘symbolen van succes’ wordt beargumenteerd.
Dat is wel erg beknopt beschreven; voor een uitwerking ervan verwijs ik naar mijn Dwarsliggers; Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap (Haarlem, 2013). Voor de reikwijdte van schaamte kun je ook terecht bij het boek waarvan hierbij de omslag wordt getoond.

Post scriptum /
Citaat uit het portret dat Tom-Jan Meeus maakte van dr. Bert Kreemers, de onderzoeker van de Teevendeal en vele andere misstanden zoals seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk, nationalisatie SNS Reaal en NZa.
“Alle onderzoeken die [Kreemers] deed – in de overheid, journalistiek, toezichthouders – doordrongen hem, zei hij, van één ding: Hollandse organisaties hebben een chronisch gebrek aan interne tegenspraak.” [NRCHandelsblad, zaterdag 12 december 2015, p. 19]
Alle reden om zich te verdiepen in de oorzaken hiervan en niet maar lukraak een ‘methodiek’ op een organisatie loslaten om een ‘cultuuromslag’ te bewerkstelligen.

De rol van schaamte hebben we ongetwijfeld verwaarloosd. Overigens geen wonder. Schaamte zit diep en is vaak vermomd als verongelijktheid en ‘blame the other’. Wie denkt er terug aan ‘schaamtervaringen’ om tot meer zelfkennis te komen! Rhetorische vraag!

Maar als schaamte dreigt wordt de emotionele kracht ervan geactiveerd. En is een agressieve tegen-reactie heel natuurlijk. “Wat nou schaamte. Kletskoek. Die persoon heeft het op mij gemunt; die moet eruit!”

Ik vind het een waardevolle kijk op de spanningen die in een veelheid van relatiepatronen tussen mensen kunnen ontstaan. Niet alleen in organisaties maar ook in de samenleving.

Hoe dreigender de schaamte hoe meer respect en bevestiging men eist. “Geen respect?!” Dan maar angst; ook een soort respect, nietwaar.

Geldt het hele betoog over schaamte ook niet voor het management in het bedrijfsleven. Bijvoorbeeld bankdirecteuren die schermen met salarissen van collega’s in het buitenland, maar vergeten dat als ze echt die waarde hadden ze allang in het buitenland zaten. Echte leidinggevenden in het buitenland moeten ze niet, gewogen en te licht bevonden.

@ Tjerk / Ongetwijfeld geldt mijn betoog niet alleen voor de meer of minder geprivatiseerde of anderszins verzelfstandigde organisaties. De private sector lijdt evenzeer onder het schaamtefenomeen. Zoals Willem met recht constateert (in de bijdrage boven de jouwe) is ‘schaamte’ een fenomeen zowel in alle mogelijke organisaties als in de samenleving in het algemeen.
Het blijft dan ook verbazen dat ‘schaamte’ zo weinig aandacht krijgt bij personeelszaken (human resource management). Het zou een van de eerste aangelegenheden moeten zijn om bij werving en bevordering van personeel aandacht aan te besteden, zeker waar het management, bestuur en toezichthouders betreft.

Toon alle 8 reacties
x
x