Channels

Er wordt de laatste jaren veel aandacht besteed aan (falend) leiderschap, rattengedrag en onproductieve gedragingen in organisaties.

Het laatste wordt veelal in verband gebracht met de eerste twee waarnemingen.

Waar ik tot dusver niets over heb gelezen is de relatie tussen de hoogte van IQ, kwalitatief leiderschap, rattengedrag en het succes van managementteams.

Lees ook:

'Evidence based' als holle marketing kreet?

Uit (veelal Amerikaans) onderzoek blijkt dat mensen waarvan het IQ meer dan 10 punten van elkaar verschilt, meer problemen ondervinden bij het opbouwen van vertrouwensrelaties en productieve samenwerking, dan mensen waarvan de IQ’s minder dan 10 punten van elkaar af liggen.

Ook blijkt uit dit type onderzoek dat mensen met IQ’s van 130 punten of meer, veel minder tot nauwelijks de neiging hebben om destructief en oneerlijk gedrag in relaties te vertonen. Ze zouden eerlijker zijn en meer gericht op het collectieve dan het individuele succes.

Gedrag in relaties is makkelijk te transformeren naar gedrag in organisaties. Daar hangt succes of falen immers sterk af van de onderlinge relaties.

Het risico op wantrouwen, destructief en rattengedrag is dus waarschijnlijk ook groter in managementteams waar de IQ’s ver uiteen liggen. De mensen met lagere IQ’s zouden dan het rattengedrag eerder vertonen dan de collega’s met hogere intelligenties.

Sluwheid versus slimheid leidt tot problemen in organisaties.

Nader onderzoek lijkt me geboden.

Mocht mijn hypothese juist zijn, dan zou onproductief en destructief gedrag in organisaties gereduceerd kunnen worden door beter op de aansluiting tussen de IQ’s van de diverse management team leden te letten.

In de huidige praktijk wordt helaas hoofdzakelijk gelet op de onderlinge aansluiting van functionele kennis en ervaring in een MT.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Geachte heer/mevrouw,

Inderdaad ben ik zelf helaas al vaker tot de conclusie gekomen dat medewerkers en/of managers die minder slim zijn, gemiddeld sneller genegen zijn sluwe spelletjes te spelen, om hun eigen gelijk te bewijzen en hun zin door te drijven. Dit is echter geen absoluut gegeven: ook het karakter en de interactie tussen karakters spelen een belangrijke rol.
Slimheid versus sluwheid leidt tot problemen, omdat mensen die niet sluw zijn en vaak een wezenlijk respect hebben voor een ander, het moeilijker hebben in de machtsspelletjes die worden gespeeld.
Als slimme maar niet sluwe leidinggevende of medewerker, moet je een weg zoeken om om te gaan met de minder eerlijke en sluwere medewerkers. Het aannemen van mensen met een ongeveer even hoog IQ is in veel organisaties niet haalbaar, vanwege de vaak bestaande niveauverschillen in functies.
Inmiddels ben ik er van overtuigd dat mensen die sluwheid als middel gebruiken niet snel (willen) veranderen, ook niet als ze op hun gedrag aangesproken worden.
Het beste lijkt me daarom de mogelijkheid te ontwikkelen om de niet sluwe en eventueel wel slimme leidinggevenden / medewerkers deel te laten nemen aan effectieve (!)weerbaarheids-trainingen tegen het “sluwe geweld”, waarvan ze geen slachtoffer meer willen zijn.

Met vriendelijke groet,
Marlou de Kroon

Een aardig idee van Twan Houben. Het probleem is dat intellingentie op veel manieren gemeten kan worden en dat Amerikaanse psychologen dat anders doen dan hun Nederlandse collega’s. Hebben de Amerikanen het over sociale intelligentie? Rattengedrag kan daar een onderdeel van zijn.
In mijn werk merk ik wel dat sommige leden van het team waaraan ik leiding geef zich aan rattengedrag schuldig maken. Maar ik beschouw het als mijn verantwoordelijkheid als teamleider hiervoor geen ruimte te geven.
Ik betwijfel of mevrouw de Kroon uw betoog heeft begrepen. Zij heeft het over spelletjes tussen leidinggevenden en medewerkers, en dat lijkt me een heel ander probleem.

Het is nu vele jaren later en ik lees nu de reactie van Twan Houben.
Ik merk op dat hij juist diegene is die mijn betoog niet heeft begrepen.
Het maakt immers niet veel uit of het gaat om spelletjes tussen werknemers onderling of om spelletjes tussen leidinggevenden en werknemers. Zijn stelling dat HIJ ervoor zorgt vanuit zijn verantwoordelijkheid als teamleider geen ruimte te geven voor rattengedrag, geeft weer hoe beperkt zijn visie is op dit fenomeen. Rattengedrag is namelijk zeer moeilijk te detecteren. Er bestaan weinig geen werkgevers die dat werkelijk daadwerkelijk willen en kunnen.
Rattengedrag is overigens geen onderdeel van sociale intelligentie. Rattengedrag is veeleer het misbruiken (!) van sociale intelligentie. Dat wil echter zeker niet zeggen dat de sociale intelligentie van de persoon die dat doet erg hoog hoeft te zijn. Het betekent slechts dat deze persoon niet zo’n fijn karakter heeft en de neiging heeft zich te misdragen ten gunste van zichzelf en ten koste van anderen.

@ Marlou de Kroon; Ik neem aan dat in de laatste post de reactie van Klaas Klinkert bedoeld wordt.

Toon alle 4 reacties
x
x