Het misverstand rond Rijnlandswerken

Columns

Leiderschap kent uitersten. Aan de ene kant het klassieke, hiërarchische model. Duidelijke lijnen, weinig autonomie, veel directieve aansturing. Efficiënt, overzichtelijk en voor sommige managers nog altijd vertrouwd. Aan de andere kant het Rijnlandse denken, dat door sceptici graag wordt weggezet als een eindeloos poldermodel waarin iedereen mee mag praten en niemand beslist.

Beide beelden kloppen deels. En beide schieten tekort.

Het comfort van de hiërarchie

Het hiërarchische model heeft lange tijd prima gewerkt. Taken waren overzichtelijk, de omgeving relatief stabiel en de manager wist (of dacht te weten) wat de beste oplossing was. Sturing betekende: instructies geven, controleren en bijsturen waar nodig.

De voordelen zijn duidelijk. Snelheid in besluitvorming, voorspelbaarheid en weinig discussie. Maar de keerzijde is minstens zo bekend. Lage betrokkenheid, beperkte eigenaarschap en een organisatie die afhankelijk wordt van escalatie. Als alles langs boven moet, komt er vanzelf een file te staan.

In een arbeidsmarkt waarin werk steeds kennisintensiever wordt, is dat geen klein ongemak maar een structureel probleem.

Het misverstand rond Rijnlands werken

Het Rijnlandse denken wordt vaak in één adem genoemd met begrippen als autonomie, vertrouwen en vakmanschap. En net zo vaak bekritiseerd als vaag, traag en besluiteloos. “Iedereen mag meedenken, maar niemand hakt knopen door.”

Dat beeld ontstaat meestal niet door het Rijnlandse gedachtegoed zelf, maar door een halve implementatie. Autonomie zonder kaders. Vertrouwen zonder richting. Vrijheid zonder duidelijkheid. Dan krijg je inderdaad geen eigenaarschap, maar verwarring.

Rijnlands werken is geen pleidooi voor vrijblijvendheid. Het is een pleidooi voor professioneel handelen binnen heldere afspraken. En daar zit precies de nuance die in veel organisaties ontbreekt.

Een derde weg: strak georganiseerd, ruim uitgevoerd

Misschien ligt de oplossing niet in het kiezen van een kant, maar in het ontwerpen van een tussenvorm. Een model dat structuur en autonomie niet als tegenpolen ziet, maar als voorwaarden voor elkaar.

Een verrassend bruikbare inspiratiebron is het Montessori-onderwijs. De kern daarvan is eenvoudig: een zeer duidelijke structuur, vaste kaders en heldere verwachtingen, gecombineerd met maximale autonomie binnen die grenzen. Het motto is niet voor niets: “Leer mij het zelf te doen.”

Vertaal dat naar organisaties en je krijgt geen zelfsturende chaos, maar zelfredzame professionals.

Autonomie vraagt om ontwerp

Autonoom werken betekent niet dat iedereen maar doet wat hij wil. Het betekent dat medewerkers begrijpen:

  • wat het doel is,

  • welke kaders gelden,

  • waar zij beslissingsruimte hebben,

  • wanneer afstemming nodig is,

  • en hoe zij in die ruimte hun eigen talenten maximaal in kunnen zetten.

Dat vraagt om meer ontwerp aan de voorkant. Duidelijke doelen, transparante besluitvorming en expliciete prioriteiten. Niet minder leiderschap, maar ander leiderschap. De manager als architect van het systeem, niet als dagelijkse probleemoplosser.

Binnen zo’n structuur ontstaat ruimte. Ruimte om zelf keuzes te maken, verantwoordelijkheid te nemen en elkaar aan te spreken. Precies die combinatie waar veel managers van dromen: zelfstandige medewerkers die wél in dezelfde richting bewegen.

Waarom dit nu werkt (en vroeger minder)

De effectiviteit van dit model sluit opvallend goed aan bij de huidige arbeidsmarkt. Werk is complexer geworden, veranderingen volgen elkaar sneller op en professionals beschikken vaak over specialistische kennis die hun leidinggevende simpelweg niet heeft. 

Daar komt bij dat jongere generaties andere verwachtingen hebben van werk. Ze zoeken zingeving, ontwikkelmogelijkheden en invloed op hoe ze hun werk inrichten. Niet per se minder structuur, maar wel meer autonomie. Niet minder duidelijkheid, maar wel meer vertrouwen.

Organisaties die blijven sturen alsof iedereen een uitvoerder is, merken dat steeds sneller. In verloop, in betrokkenheid en uiteindelijk in prestaties.

Tot slot

Vrijheid zonder kaders is chaos. Kaders zonder vrijheid zijn verstikkend. De kunst van modern leiderschap zit niet in het kiezen van een uiterste, maar in het combineren van beide.

Wie durft te investeren in duidelijke structuren én ruimte laat voor professioneel handelen, krijgt daar veel voor terug. Minder micromanagement. Meer eigenaarschap. En medewerkers die niet hoeven te worden aangestuurd, omdat ze zelf begrijpen wat er nodig is.

Of, om het Montessori-motto nog één keer te lenen: niet “ik zeg je wat je moet doen”, maar “ik zorg dat jij het zelf kunt.”

En dat is misschien wel de meest volwassen vorm van leiderschap die er is.

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Management modellen