Channels

Failliet gaan en doorstarten zijn de hoofdingrediënten van een leerzaam proces. Ik kan niemand dit proces aanbevelen, maar deel daarentegen graag de belangrijkste lessen die het mij opleverde, in de hoop deze nooit weer nodig te hebben. Wie ze wel nodig heeft wens ik veel sterkte in dit bizarre avontuur en hopelijk een beetje inspiratie met deze column. Per aflevering schrijf ik enkele tips. Deze tweede aflevering betreft het amateurisme en het plan dat geen plan mag zijn. Wie meer wil weten: zie mijn boek ‘Doorstarten voor Beginners’.

Blijvend amateurisme

Vanaf het eerste signaal dat je onderneming afglijdt is mijn dringend advies om er de vakman bij te halen. Op enig moment ben je als directeur aan het einde van je creativiteit van pappen en nathouden. Dan wordt het tijd voor een objectieve buitenstaander met verstand van eindige zaken.
Je eigen accountant weet meer dan je denkt, hij heeft allang de symptomen waargenomen die hij herkent uit tal van andere situaties die in een faillissement eindigden. Zodra hij de tijd rijp acht, aarzel dan niet om er ook een faillissementsjurist bij in te schakelen. En doe niet moeilijk als deze specialisten hun rekening naar jou in privé willen sturen, want hun praktijk moet nog langer mee, terwijl de jouwe omlazert.
In het faillissementscircuit zijn de juridische specialisten om beurten curator of adviseur. Binnen het werkgebied van de rechtbank kennen de meeste elkaar goed, in hun wisselende rollen, hetgeen zeer bevorderlijk kan uitpakken voor de goede afloop. Zwicht daarom niet voor het aanbod van je schoonfamilie die ongetwijfeld ook nog wel een heel goede adviseur elders in het land weet.
Stop evenmin tijd in zelfstudie over het thema failleren. Iedere situatie is toch weer net even anders en de wijsheid die je opdoet zul je niet weer nodig hebben als het je goed gaat. Daarom is dit boek ook bepaald geen handleiding. De vakman is onmisbaar voor je, zelf kun je maar beter amateur blijven.

Een scenario, geen plan

Een faillissement overkomt je, een doorstart is een plan dat wellicht haalbaar blijkt. Dat maakt het doorstarten na een faillissement tot een scenario waarop je je kunt proberen voor te bereiden. Net zoals je je op andere scenario’s op datzelfde moment voorbereidt: een herfinanciering, een afslanking of een overname. Maar een faillissement plannen doe je niet, dat mag ook niet. Als een schuldeiser of de curator er ook maar een gering vermoeden van krijgt dat je bewust hebt aangekoerst op een faillissement, wordt je als bestuurder prompt persoonlijk aansprakelijk gesteld voor alle schulden die je failliete onderneming achterliet. In privé wel te verstaan, ongeacht de kerstboom vol bv’s die je ooit hebt opgetuigd om zelf buiten schot te blijven.

Lees ook:

Hoe ziet de werkplek van de toekomst eruit?

De wetgever is in dat verband zeer alert op het zogenoemde Paulianeus handelen, het voordringen op de andere schuldeisers. Zo moet je vooral niet uit de laatste kasreserve een stukje bonus of dividend uitkeren, of voor een prikkie nog even gauw je auto van de zaak in privé overnemen. En met je gedroomde nieuwe bemanning alvast vergaderen over de mogelijke doorstart is voorafgaand aan het faillissement al evenzeer taboe.
Beschouw het doorstarten maar liever als een ‘what if’ scenario dat je als ondernemer op je eigen houtje mag uitwerken, maar vermijd een stemming waarin dit het enig wenselijke plan zou zijn. Een faillissement is nu eenmaal niet wenselijk voor onze samenleving.

In de volgende aflevering: Over zinvol pessimisme en het ontdekken van je vrienden.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x