“En dan geef ik nu het woord aan Bruno. Of wil Jaap eerst nog wat zeggen?”

U herkent natuurlijk op kilometers afstand het huiskamertoontje van onze premier. Ook als een onvertoonde gezondheidscrisis ons land treft en het land hunkert naar gezag, moet het allemaal niet al te ernstig zijn.

IJskonijn Bruno en dokter Jaap konden niet zo goed meekomen in de helahola-stemming van onze eerste minister, maar aan het slot  van de persconferentie kwam het toch nog goed toen Mark uitgebreid handen  ging schudden, iets wat hij de bevolking net had ontraden. “Ik moet er nog aan wennen!” Lachen, wat zeg ik: gieren!

Lees ook:

De continuïteitsgedachte voor bedrijven in crisis

Vermoedelijk is de premier op zijn improductieve gedrag aangesproken, want bij de volgende persbijeenkomst stond daar opeens een heel ingetogen man die achter uit de keel sprekend de ene na de andere zware tijding bracht. En dat zal zo blijven. Sommigen zien daar opeens een staatsman staan, ik zie iemand die soepeltjes van rol is gewisseld.

Noem me ouderwets of erger, maar ik houd daar niet zo van. Gezag vraagt meer dan alleen het bekleden van een hoge positie en het nemen van de juiste besluiten. Het is – voor sommigen wellicht: helaas – vooral ook het op passende manier communiceren van die autoriteit. Dat kan onze premier best, maar om de een of andere reden is hij de laatste jaren steeds meer vervallen in een soort huiselijkheid die zijn positie aantast.

Ook in debatten in het parlement spreekt hij Kamerleden bij de voornaam aan en roept hij regelmatig ‘kom op mensen!’. Het is zijn vrolijke karakter ongetwijfeld, maar wellicht ook een blijk van het ontbreken van voldoende tegenspel. Meneer is na tien jaar premierschap heer en meester.

Mijn kritiek op het communiceren van de minister-president neemt niet weg dat hij en het kabinet door het coronavirus voor bijzonder ingewikkelde vraagstukken zijn geplaatst. Dan doe je het niet snel goed. Of misschien moet je zeggen: er zijn allerlei mensen en groepen die een afwijkende mening hebben en zich daarvoor hard maken. Dat kan gaan om de snelheid van te nemen maatregelen, de reikwijdte ervan of de compleetheid. Kamerleden stellen pittige vragen, medisch specialisten laten zich horen, buitenlandse autoriteiten wijzen ons na, noem maar op.

Ik vind zulke kritische opinies logisch en nuttig. Dat is een opvatting die niet door iedereen wordt gedeeld. In ons parlement zijn er partijen, de VVD, GroenLinks en D66 bijvoorbeeld, die zich ergeren aan commentaren en vragen van collega-Kamerleden of mensen van buiten de Haagse kaasstolp. “Laten we naar de experts luisteren en nu geen politieke spelletjes spelen”.

Ik merk dat deze opinie weerklank vindt in het land, maar het is wel heel curieus. De experts in deze coronacrisis zijn virologen, microbiologen en epidemiologen. Zij weten heel veel, op hun vakgebied welteverstaan. De beslissing om scholen te sluiten en Schiphol niet, is een bestuurlijke of politieke beslissing en niet een conclusie die je trekt in een laboratorium. Het is maar een voorbeeld.

Ik zou als politicus juist erg hechten aan het onderscheid tussen inhoudelijk- medische expertise enerzijds en bestuurlijk-politieke verantwoordelijkheid anderzijds. Ook omdat we inmiddels het omgekeerde hebben meegemaakt: de situatie waarin experts hun professionele mening nuanceren met het oog op bijvoorbeeld de economische gevolgen van hun medische conclusie. Op wie moet je dan nog bouwen?

Ik laat die andere rare opvatting dat ‘het nu geen tijd is voor politieke spelletjes’, maar buiten beschouwing. Dat zeggen politici over zichzelf, over hun werk. Kent iemand een beroepsbeoefenaar die zo praat? De slager: ‘Nu geen tijd voor bedorven vlees!’ De bankier: ‘Nu geen tijd voor witwassen!’  Vreemde snuiters, die politici.

Ander punt. Het is logisch dat het kabinet zijn pakket van maatregelen stapje voor stapje uitbreidt. Het zou immers nergens op slaan om met één groot gebaar alles lam te leggen en te verbieden. Deze gefaseerde aanpak leidt wel tot heel veel tussentijdse lobby en onduidelijkheid. De schoolsluiting is daarvan een treffend voorbeeld.

Dat valt niet helemaal te voorkomen, maar het komt toch wel behoorlijk improviserend over. Zeker als in de landen om ons heen anders wordt geopereerd, strenger en radicaler vooral. Je kunt je voorstellen dat het kabinet ons meer inzicht verschaft in het mogelijke escalatiepad waardoor mensen niet hoeven te raden of de overheid wel voldoende nadenkt en regie heeft. Gratis tip dus.

Er valt nog heel veel meer over de corona-communicatie te zeggen. Niet alleen de overheid, ook het bedrijfsleven is er druk mee. Dominos heeft de contactloze bestelling geïntroduceerd. Albert Heijn bezweert ons vanwege de hygiëne de handscanners te gebruiken (al laat ze in het midden of die dingen wel worden schoongemaakt).

Ook is er een soort burgercommunicatie ontstaan. Denk aan wijken waar jongeren boodschappen willen doen voor hun bejaarde buren. Of aan apps met tips om de periode van zelfisolatie een beetje aangenaam door te komen.

En niet te vergeten, er is een ware explosie van grappen over het coronavirus. Sommigen roepen ach en wee en vinden het maar cynisch. Ik vind het een verademing. Je wordt er niet immuun van, maar relativering van je ongeluk geeft de beste overlevingskansen.

Allemaal onderwerpen om er op Managementsite over te schrijven! Wie?

Paul Verburgt

PS 1: Het gaat snel. Net voor plaatsing van deze column verschenen de ministers Slob en Bruins voor de microfoon om de onmiddellijke sluiting van scholen, café’s, restaurants, sportclubs en – Nederlandse folklore – coffeeshops en sexclubs af te kondigen.

De schoolsluiting was duidelijk afgedwongen door de publieke opinie, want daags tevoren nog krachtig afgewezen door het kabinet. Dat de cafés dicht moesten hadden we aan de Belgen te danken die massaal de grens over kwamen omdat hun kroegen op slot waren gedaan. En door al die Nederlanders die gewoon gezellig op de terrassen waren gaan zitten. “Ah joh, is het mijn tijd, dan is het mijn tijd!”. Een opvatting die we ook onder gelovigen tegenkomen. Dus die kerk- en moskeesluiting komt eraan. En daarna de Haagse markt en zijn equivalenten.

Beide ministers spraken ons gezagvol toe, dus variërend tussen vaderlijkheid en gestrengheid, maar dat verhulde niet dat ze weer achter de feiten aanliepen. Gemiste kans.

 

PS 2: Op 16 maart werd de bevolking toegesproken door de minister-president. Zijn toespraak werd op voorhand als historisch betiteld en het regende verwijzingen naar de oliecrisis-speech van Den Uyl in 1973.

Ik denk dat iedereen behoefte had aan duidelijkheid en dus was het moment goed gekozen. De premier deed het ondanks zichtbare spanning prima. Korte zinnen, duidelijke bewoordingen en aandacht voor alles en iedereen.

Retorisch opmerkelijk was dat hij drie beleidsopties bracht waarvan de eerste al de favoriete was. Dat is meestal de derde, maar goed, moet kunnen.

Veel opmerkelijker was dat de spraakmakende gemeente, politici, bestuurders en ‘influencers’, als een blok vielen voor de spreker en hem direct het predicaat staatsman op spelde. Wie vragen had, kreeg het bij deze bewonderaars direct voor zijn kiezen. ‘Het kwam nu aan op eensgezindheid’ en zo. Dat is toch een vreemde opstelling. Alsof dat coronavirus er vandoor gaat als we maar hetzelfde denken en zeggen! Het zal psychologisch wel te verklaren zijn, maar misschien kan het gezond verstand ook weer worden aangezet.

De ‘kudde-immuniteit’ is een onbewezen methode en dus een omstreden keuze. Het RIVM mag daar desalniettemin voorstander van zijn, maar zal zich toch ook realiseren dat het wat goed te maken heeft. Nog geen twee maanden geleden typeerde het de coronavirus als ongevaarlijk en nog lang stond het op ‘expertstandpunten’ die nu allemaal door de feiten zijn achterhaald.

Bovendien zou kudde-immuniteit ook bij de twee andere beleidsopties van het kabinet zijn ontstaan. Of je nu snel en massaal of geleidelijk aan wordt besmet, wie niet dood gaat, bouwt immuniteit op. Dat vraagt uitleg.

Komt bij dat er stevige mortaliteitspercentages aan het coronavirus zijn verbonden. Er doen getallen de ronde van 50.000 tot 100.000. Dat kan niet worden genegeerd. Tenzij onze premier met zijn toespraak vooral mensen gerust wilde stellen en de echt nare tijdingen voor zich uitschuift. Dat is dan minder staatsmannelijk!

 

Wordt vervolgd.

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Wat wie dan ook doet: het Coronavirus blijft onder ons, serieuze adviseurs van – en de huidige regering verdienen waardering voor hun pogingen het Corona-probleem in goede banen te leiden. Alles kan anders, maar of dat beter is? Ik leef door met het virus en ik ben her-intreder in de zorg voor – en behandeling van patiënten .

Één ding is in elk geval duidelijk geworden: Het-Zoveel-Mogelijk-Nieuwe-Werken (HZMNW) is géén managementmythe meer. Het is nu bittere noodzaak geworden.

Beste Guus,

Helemaal eens!
En wat vind je van de vliegensvlugge innovatie in het basis- en voortgezet onderwijs? In twee dagen tijd had bijna 90% van de scholen zijn programma omgebouwd naar afstandsonderwijs. In rustiger tijden zouden we na een jaar nog niet begonnen zijn met een eerste pilot…

Paul

Beste Kees,

In mijn column bekeek ik de politieke communicatie van het corona-beleid, niet de inhoud of wetenschappelijke grondslag ervan. Ik denk dat het nuttig is om op platforms als ManagementSite dit te doen.

Ik vind dat ook de Tweede Kamer dat moet doen. Niet om vliegen af te vangen, maar omdat je juist in tijden van crisis publiekelijk moet toetsen of dat wat gebeurt evenwichtig, effectief en navolgbaar is. We hebben vandaag in het parlement kunnen zien hoe onduidelijk de rede van de premier was en hoe de verwarring toenam naar mate de tijd en de interpretaties vorderden. Aan die verwarring werd niet in het minst bijgedragen door ‘serieuze adviseurs’.

Tot mijn verbazing waren er nogal wat partijen die vonden dat daarover eigenlijk niet gedebatteerd mocht worden, omdat – ik zeg het nu maar even met eigen woorden – we ons in tijden van nood eendrachtig om de ‘troon’ moeten scharen. Alsof kritiek ook direct deloyaliteit impliceert. Nou ja!

Belangrijker is dat je terugkeert als dokter en dat vind ik geweldig!

Paul

Beste Paul,

Fijn dat we het eens zijn, en voor mij is de moraal van het huidige crisisverhaal: Als medewerkers zien dat een grote verandering écht nodig is, dan zijn ze zelfs bereid hun hele leven en alle bestaande routine helemaal om te gooien, om met hoofd, hart, en handen hun werk met creatieve oplossingen voort te zetten. Groet, Guus.

Beste Guus,

Met je tweede conclusie ben ik het 100% eens. We laten met al die dwang en opgelegde initiatieven zo onnoemelijk veel energie en creativiteit op de ‘werkvloer’ liggen! Zonder mijn filosofie Minimal Management er nu even met de haren bij te slepen: dat is wel precies de inspiratiebron voor deze besturingsfilosofie!

Paul

Toon alle 6 reacties
x
x