Channels

Ze was 61 jaar oud en ze zal over negen maanden met pensioen gaan. Ze sprak hierover met twee op het oog ongeveer half zo jonge collega’s. Dit gebeurde vorige week bij mij in het ‘vierzitje’ in de trein en ik ving hun uitwisseling hierover op. Eigenlijk was het een heel normaal gesprekje. Maar toch, een paar dagen later zat ik er nog over na te denken. Ze had al een paar jaar extra gespaard zodat ze wat vroeger met pensioen kon en ze verheugde zich er enorm op. Eén van haar collega’s vroeg wat ze straks als eerste zou gaan doen. Ze noemde twee dingen. Het eerste was ’s ochtends warme koffie drinken. Het tweede was eens uitgebreid de krant lezen.

Warme koffie en een echte krant
Dat van die koffie dat zat zo: elke dag zodra ze kantoor binnenstapt, komen er meteen zoveel vragen op haar af dat ze geen tijd heeft om de ingeschonken koffie te drinken. Die wordt dus koud. En die krant dat is een wens die voortkomt uit de routine die ze nu heeft vóór ze op het werk komt. Ze neemt onderweg alleen tijd om wat vluchtig nieuws in de gratis krant Metro te lezen. Terwijl ze er eigenlijk graag voor zou gaan zitten en een ‘echte krant’ tot zich wil nemen.

Hoe komt het dat je meer dan 30 jaar werkt zonder warme koffie ’s ochtends?
OK, misschien is het iets minder erg dan ze het voorstelt. Het kan best dat ze soms wel warme koffie drinkt. Feit blijft dat ze voor haar gevoel eigenlijk nooit tijd heeft om de dag te beginnen op de manier die haar het beste past. Ik zit er over in dat dit blijkbaar zomaar 30 jaar lang kan gebeuren. Het lijkt me logisch dat je op een gegeven moment met de vuist op tafel slaat en zegt ‘punt uit!’ en er verandering in aanbrengt. Zou ze dat geprobeerd hebben maar is het misschien niet gelukt? Of zou ze eigenlijk pas met het in zicht komen van de pensioen-leeftijd stil zijn gaan staan bij wat ze echt graag wil?

Lees ook:

Alles wat je aandacht geeft groeit

Hoe komt het dat collega’s niet in actie komen?
De collega’s vragen door en zijn geïnteresseerd. Maar geen van beiden stelt voor om morgen direct te zorgen voor een kop warme koffie. Misschien gaan ze dat als verrassing regelen, dat weet ik natuurlijk niet. Het zou ook kunnen dat ze het vanzelfsprekend vinden dat hun 61-jarige collega zich juist vanwege die koffie en krant verheugt op haar pensioen. Ik sloeg zelf ook geen acht op die koffie en die krant toen ik hun gesprek beluisterde. Het was pas een paar dagen later dat het terugkwam en ik het steeds vreemder begon te vinden.

En wat ik hieraan denk te gaan doen…
Natuurlijk kan ik het niet goedmaken, die ochtenden die 30 jaar lang niet naar haar zin waren. En ik ken deze dame ook niet, dus kan haar ook niet verrassen door het ineens bij wijze van surprise op haar laatste werkdag te regelen. Wat ik wel kan doen en wat ik me voorneem:

  1. Alert zijn op terloopse zinnetjes.
    Soms lijkt iets een heel gewoon gesprek. Koetjes en kalfjes, net als dit treingesprek. Maar als je preciezer luistert dan pas hoor je wat er nog meer in zit. En daar begint de echte kans op ‘doorvragen’: vragen stellen om te begrijpen wat er écht aan de hand is en hoe dat komt. Wel opletten want ook domme vragen bestaan, en die moet je vermijden. Volgens Bas Haring (2012) zijn domme vragen die waarin een vooronderstelling ligt besloten die niet klopt. Dit zou je krijgen als ik de collega;s van de dame zou vragen waarom ze haar niet gewoon eens verrassen met een ‘perfecte ochtend’ inclusief krant en koffie. Het zou namelijk heel goed kunnen dat ze dat ook van plan zijn, en ik dat niet weet!
  2. Niet voor lief nemen dat er dingen zijn die elke dag anders verlopen dan je eigenlijk zou willen.
    Het is zaak om nieuwsgierig te zijn naar datgene dat je stoort, naar de dingen die je het liefst anders zou willen. Pas als je weet wat die dingen zijn, kun je acties verzinnen om het te veranderen. Als je dit doet om een heel gewone werkdag leuker te maken dan noemt Amy Wrzesniewski (2001) dit ook wel job crafting.
  3. Opmerken van de momenten waarop er iets kleins precies is zoals je dat graag hebt.
    Hiervoor moet je er met je aandacht wel bij zijn. Pas dan krijg je oog voor die onverwachte zaken en kun je er plezier aan beleven. Volgens Todd Kashdan (2010) schuilt hierin precies de kern van nieuwsgierigheid. Je kunt pas echt nieuwsgierig zijn als je met je aandacht in het hier en nu bent. Want voor je het weet sta je alweer op een druk perron, terwijl je even daarvoor nog lekker uit het raam keek van de trein, met de zon in je gezicht.

Meer lezen over terloopse zinnetjes en nieuwsgierigheid? Lees mijn boek.  Nieuwsgierigheid op het werk.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Hallo Suzanne,

Treffend blog!

Wat mij dan weer intrigeert is de vraag: “Waarom heb je zelf niet aan het gesprek deelgenomen?”. Je zit dan op een ‘vierzitje’ een gesprek op te vangen. Je bent wel ‘verplicht’ om dit te beluisteren, want op zo’n vierzitje kan je echt geen kant uit. Dan mag je toch ook deelnemen aan zo’n gesprek, toch?!? Dan had je de vragen kunnen stellen die je nu in je blog stelt, en misschien zelfs een antwoord gekregen. Dan had je je theorie, die je hier zo mooi etaleert, zelf van binnenuit beleefd. Ik vind dit een gemiste kans.

En domme vragen bestaan heus niet, wat ene Bas Haring ook moge beweren. Het kan inderdaad zijn dat je vooronderstelling niet klopt, maar dat weet je pas totdat het je wordt aangetoond. En dat kan enkel maar door authentieke interactie, door je vooronderstelling (mindset, paradigma, denkkader, …) kenbaar te maken. Ik heb heus niet de waarheid in pacht. En mijn waarheid is op vooronderstellingen gebaseerd, uiteraard, die kunnen totaal verkeerd zijn, nogal wiedes, want het zijn vooronderstellingen én ‘ik heb de waarheid NIET in pacht’. Maar mij daarom ‘dom’ noemen, nou dat vind ik een brug te ver.

Een en ander heeft te maken met wat ik de twee soorten ‘bewustzijn’ noem: het Helder en Gekleurd bewustzijn. Het Helder bewustzijn is ‘mijn’ vertaling van wat in het Engels ‘Awareness’ genoemd wordt en het Gekleurd bewustzijn is dan weer ‘Consciousness’. Wanneer mijn helder bewustzijn iets opvangt dat niet strookt met mijn gekleurd bewustzijn, dien ik, eerder dan de boodschap af te doen als ‘nonsens’ (want ik kan er niets mee), mij af te vragen hoe het komt dat iemand anders iets ‘ziet’ dat ik niet kan zien. Dan moet ik nederig het zien van de ander bevragen. Ed Schein (2013) noemt dit Humble Inquiry en hij was de oorzaak van het feit dat ik de eerste vaardigheid van de tweede fase van m’n Cruciale dialoogmodel ‘Appreciatie’ van een nieuw label heb voorzien. Wat voorheen ‘vragen’ werd genoemd, noem ik nu ‘Nederig Bevragen’ of ‘Humble Inquiry’ (met dank aan Ed, die beter die vaardigheid verwoordde dat ik ooit had kunnen doen).

Creatively,
Johan
PS Het Helder bewustzijn hoort bij fase 1 ‘Communicatie’ en het Gekleurd bewustzijn bij fase 2 ‘Appreciatie’ van m’n Cruciale dialoogmodel, zie Johan Roels (2012).

x
x