Op een IT-servicedesk loopt de samenwerking volledig vast. Twee collega’s — hier A en B — hebben een verleden dat de verhoudingen heeft belast. Maar B werkt niet meer normaal samen. Hij groet A niet, deelt geen informatie en sluit hem stelselmatig uit.
In het voorgesprek benoemt B zichzelf als loyaal en hardwerkend, iemand met hoge standaarden. De waarschuwing die hij ooit ontving ervaart hij als onrechtvaardig en hij maakt zijn professionele medewerking afhankelijk van het terugdraaien daarvan. Wat direct opvalt: er is geen zelfreflectie. Elk aandeel wordt teruggelegd bij de omgeving. De leiding is onduidelijk, collega’s zijn te gevoelig, hij is de enige die het werk serieus neemt.
De vraag die op dat moment centraal staat is niet: kan ik dit oplossen? De vraag is: wat heeft de organisatie nodig om verder te kunnen?
Dat bepaalt de strategie.
De sessie als diagnostisch instrument
Ondanks de twijfels na het voorgesprek wordt besloten de gezamenlijke sessie toch te laten plaatsvinden, maar met een dubbel doel. Niet primair om tot een oplossing te komen, maar om twee dingen zichtbaar te maken die op papier niet overkomen: hoe A omgaat met een moeilijke situatie, en wat er gebeurt als B wordt gespiegeld op zijn eigen aandeel.
A laat zien hoe het kan. Hij formuleert rustig en helder wat hij nodig heeft: gewoon normaal contact op de werkvloer. Geen eisen, geen verwijten. Dat contrast (constructief tegenover defensief) is voor HR en de nieuwe manager waardevoller dan welk rapport ook.
Als B wordt gespiegeld op zijn eigen aandeel, reageert hij fel en loopt abrupt weg. De sessie wordt gestaakt.
Maar niet voordat het gesprek op tijd is bijgestuurd. A is beschermd. B kan later niet zeggen dat hij nooit gehoord is. Voor HR en de leidinggevende is de observatie van dit moment, hoe iemand reageert als hij op zijn eigen aandeel wordt aangesproken, waardevoller dan welk verslag ook.
Dit is geen mislukte interventie. Dit is precies zichtbaar geworden wat er speelt. En wat er speelt heeft een naam:
Wat normdominantie is
Wat zich in die sessie ontvouwde is geen gewoon arbeidsconflict. Het is normdominantie.
Normdominantie ontstaat wanneer iemand zijn eigen opvatting over wat goed, professioneel of rechtvaardig is, niet meer behandelt als persoonlijke standaard, maar als dé norm waaraan iedereen moet voldoen. B bepaalt wat loyaliteit betekent, wat een goede collega doet en welke besluiten uit het verleden acceptabel zijn. Wie daar niet aan voldoet, verdient uitsluiting.
Het lastige is: de normdominante medewerker heeft vaak ook deels gelijk. Hij ziet dingen die beter kunnen, neemt zijn werk serieus en heeft impact op de groep. Juist daardoor blijft het patroon lang bestaan. Leidinggevenden zien de betrokkenheid, collega’s vermijden de confrontatie, en het team leert stilletjes om beslissingen langs zijn meetlat te leggen. Zo schuift de macht over de professionele norm. Niet de afgesproken werkwijze of de leidinggevende bepalen nog wat goed genoeg is maar het oordeel van één informele normsteller.
Hoge standaarden zijn het probleem niet
Organisaties hebben mensen nodig die de lat hoog leggen. Maar hoge standaarden vragen relationele volwassenheid: het vermogen om te onderscheiden tussen een afgesproken norm, een persoonlijke voorkeur en een professionele noodzaak. De bereidheid om aanspreekbaar te zijn op het effect van het eigen gedrag. Het verschil is niet wat iemand vindt, maar wat iemand doet met het feit dat een ander het anders ziet.
De normdominante medewerker eigent zich wel de standaard toe, maar niet de verantwoordelijkheid voor wat zijn gedrag veroorzaakt. Conflicten liggen aan de ander. Spanning komt doordat collega’s niet tegen kritiek kunnen. Wie hem aanspreekt, begrijpt de inhoud niet.
Een team dat hieraan blootstaat verliest meer dan prettige omgangsvormen. Mensen gaan voldoen in plaats van bijdragen. Dat zie je aan kleine dingen: in vergaderingen zwijgen mensen totdat B zijn oordeel heeft gegeven. In de overdracht wordt informatie zo geformuleerd dat hij er niets op kan aanmerken. Ideeën die niet zijn meetlat halen, worden niet meer ingebracht. Dat is geen kwaliteitscultuur. Dat is sociale aanpassing.
Wat de leidinggevende moet doen
Hier ligt een reëel dilemma. De leidinggevende ziet de inzet en kwaliteit van B en wil die behouden. Maar diezelfde medewerker heeft een schadelijke invloed op het team die niet langer genegeerd kan worden. Die spanning moet worden uitgehouden, niet opgelost door één kant te kiezen. Een goede eerste vraag om jezelf als leidinggevende te stellen: wie bepaalt bij ons eigenlijk wat goed genoeg is?
Het gesprek dat volgt mag niet verzanden in de vraag of hij het goed bedoelt. De relevante vraag is: "Wat is het effect van jouw gedrag op de samenwerking en op het teamklimaat?"
Een bruikbare opening:
"Je betrokkenheid en kwaliteitsbesef zijn waardevol. Tegelijk zien we een patroon waarin jouw persoonlijke norm leidend wordt in de samenwerking en waarin jouw aandeel bij spanningen buiten beeld blijft. Dat effect is niet acceptabel. Kritisch zijn mag. Anderen uitsluiten of onder druk zetten niet."De lat mag hoog. Het gedrag moet veilig.
Wanneer coaching niet meer werkt
Na het staken van de sessie is de conclusie in de debriefing helder: elk gesprek over B’s eigen aandeel wordt teruggelegd bij de omgeving. Vrijwillige bewustwording is geen realistisch doel meer. Of de waarschuwing destijds terecht was, is hier niet het onderwerp, dat is een apart vraagstuk. Waar het om gaat is het gedrag in het hier en nu.
De managementvraag verschuift van ontwikkeling naar begrenzing.
Niet: "Zie je wat je doet?" Maar: "Dit is het effect dat wij waarnemen. Dit is de grens. Dit is wat we vanaf nu verwachten."
De overdracht naar HR en de nieuwe manager is daarmee geen theoretisch gesprek over mogelijk gebrek aan reflectievermogen, maar een directe overdracht van iets dat zich in de sessie heeft ontvouwd. Dat geeft het advies een heel ander gewicht.
Concreet betekent begrenzing: de leidinggevende legt gedragsafspraken vast. Informatie wordt tijdig gedeeld, collega’s worden rechtstreeks en respectvol aangesproken, uitsluiting wordt expliciet als grensoverschrijdend gedrag benoemd. HR ondersteunt bij verslaglegging en bewaakt het proces. De medewerker weet wat er van hem wordt verwacht, wanneer dat wordt getoetst en wat er gebeurt als hij daar niet aan voldoet.
Wie invloed heeft in een team maar geen eigenaarschap neemt voor het effect daarvan, vraagt niet om eindeloze nuance, maar om een duidelijke grens.
Van normsteller naar kwaliteitsdrager
De vraag is niet hoe je zulke medewerkers dempt. De vraag is hoe je hun invloed volwassen maakt.
Achter normdominantie zit vaak potentieel leiderschap. Dat wordt destructief als het onbegrensd blijft. Maar het kan waardevol worden wanneer iemand leert zijn standaard te verbinden aan gezamenlijke afspraken, respectvolle feedback en gedeeld eigenaarschap. Preventief betekent dat: maak als team expliciet wat de gedeelde norm is, wie die bewaakt en hoe je elkaar daarop aanspreekt. Zo voorkom je dat één persoon de eigenaar wordt van wat goed genoeg is.
Dan verandert de toon van "Dit voldoet niet" naar "Volgens mij wijken we af van wat we hebben afgesproken. Zullen we samen kijken wat nodig is?"
Dat lijkt een klein verschil. In werkelijkheid is het het verschil tussen macht en leiderschap.
De echte toets
De echte toets is niet alleen of iemand de lat hoog legt. De echte toets is of iemand anderen helpt om die lat te halen. Niemand is eigenaar van de lat. Die wordt gezamenlijk bepaald, expliciet gemaakt en professioneel bewaakt. Wie de lat hoog legt, kan een team beter maken. Wie de lat opeist, maakt een team kleiner.
Een hoge standaard zonder zelfreflectie is macht zonder correctiemechanisme. Een hoge standaard verdient ruimte. Machtsgedrag vraagt een grens.
Gerelateerde artikelen
Grote 'magische' woorden voor alledaagse zaken
Bert Overbeek
Moraliteit in organisaties
Willem Mastenbroek
Geef de medewerkers hun vrijheid en beslissingsmacht terug
Paul Verburgt
De macht van situatie en systeem over ons gedrag
Coert Visser
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--