Waarom leiderschapsproblemen vaak persoonlijker zijn dan ze lijken

Columns

Een ondernemer vertelde mij dat zijn managementteam nauwelijks eigenaarschap toonde. Besluiten bleven liggen, mensen keken naar hem voordat ze iets deden en ieder lastig dossier kwam uiteindelijk weer op zijn bureau terecht. Hij had de verantwoordelijkheden opnieuw verdeeld, duidelijke doelen gesteld en het overleg strakker georganiseerd. Op papier klopte het. In de praktijk veranderde bijna niets.

Ik vroeg wat hij deed wanneer een manager zelfstandig een besluit nam dat anders was dan hij het zelf zou hebben gedaan. Hij glimlachte even en zei toen: 'Dan grijp ik meestal in. Niet om het over te nemen, maar om te zorgen dat het goed gebeurt.'

Daar zat het probleem. Zijn team had geleerd dat eigenaarschap welkom was zolang de uitkomst overeenkwam met wat hij zelf al in gedachten had. Wat hij zag als kwaliteitsbewaking, ervoer zijn omgeving als correctie. Meer mandaat op papier kon dat niet oplossen.

Het zichtbare probleem was echt, maar niet compleet

Het zou te gemakkelijk zijn om te zeggen dat deze ondernemer simpelweg een controleprobleem had. Hij had een bedrijf opgebouwd, kende de klanten, zag risico's vroeg en was vaak degene die een situatie nog op tijd wist te redden. Zijn ingrijpen had hem jarenlang succes gebracht. Precies daarom was het zo moeilijk om ermee te stoppen.

Dat zie ik vaker bij leiders. Gedrag dat in een eerdere fase noodzakelijk of succesvol was, wordt later de blokkade. Daadkracht verandert in overnemen. Verantwoordelijkheid verandert in onmisbaarheid. Hoge kwaliteit verandert in de overtuiging dat alleen jouw manier werkelijk goed genoeg is.

De zakelijke vraag blijft dan legitiem: hoe krijg ik mijn team zelfstandiger? Maar zolang de leider niet onderzoekt wat hij zelf in stand houdt, levert ieder nieuw organogram vooral een nieuwe tekening van hetzelfde probleem op.

Waarom nog een managementoplossing vaak niet helpt

Bij hardnekkige leiderschapsproblemen is de eerste reflex vaak rationeel. We verduidelijken rollen, herschrijven processen, voegen een overleg toe of schakelen een adviseur in. Dat kan nodig zijn. Soms is een slechte strategie gewoon een slechte strategie en soms functioneert iemand daadwerkelijk onvoldoende. Niet ieder bedrijfsprobleem hoeft een persoonlijke zoektocht te worden.

Toch is er een eenvoudig alarmsignaal: als een logisch goede ingreep keer op keer nauwelijks effect heeft, ontbreekt er waarschijnlijk informatie. Die informatie zit niet altijd in de markt, het proces of de competenties van het team. Soms zit zij in de manier waarop de leider reageert zodra spanning ontstaat.

In het voorbeeld lag de echte omslag niet in een nieuw delegatiemodel. De ondernemer moest oefenen met iets wat voor hem veel moeilijker was: een besluit laten staan dat hij zelf anders zou hebben genomen. De eerste keer voelde dat traag en onverantwoord. Hij zag direct drie manieren waarop het beter kon. Zijn opdracht was niet om die gedachten te ontkennen, maar om ze niet automatisch in gedrag om te zetten.

Pas toen werd zichtbaar wat er werkelijk gebeurde. Zijn managers gingen niet onmiddellijk briljante besluiten nemen. Ze maakten afwegingen, stelden vragen en liepen soms vast. Maar ze begonnen wel verantwoordelijkheid te dragen voor de consequenties. Eigenaarschap ontstond niet doordat hij het vaker benoemde, maar doordat hij de ongemakkelijkheid verdroeg die erbij hoorde.

De vraag achter de vraag vinden

Wanneer een zakelijk probleem blijft terugkomen, begin ik niet met de vraag waar het psychologisch vandaan komt. Dat leidt al snel tot wilde interpretaties en maakt een gesprek onnodig therapeutisch. Ik begin bij wat er feitelijk gebeurt. Wie doet wat? Wanneer grijpt de leider in? Wat is het directe gevolg? En waar herhaalt hetzelfde patroon zich?

Daarna wordt de persoonlijke inzet concreet. Niet door te vragen naar iemands jeugd, maar door te onderzoeken wat er voor de leider op het spel staat. Wat denkt hij te verliezen wanneer hij niet ingrijpt? Kwaliteit, snelheid, aanzien, controle, waardering of misschien het gevoel nog nodig te zijn?

Een bruikbare vraag is: 'Welke beslissing zou je nemen als niemand je erop zou beoordelen?' Een andere is: 'Wat probeer je hier op te lossen, en welk ongemakkelijk gevoel probeer je ondertussen te vermijden?' Het antwoord komt zelden in managementtaal. Vaak zegt iemand: 'Dan stel ik hem teleur', 'Dan lijk ik zwak', 'Dan ben ik niet meer nodig' of 'Dan moet ik toegeven dat ik het niet weet.'

Op dat moment verdwijnt de zakelijke vraag niet. Zij wordt juist nauwkeuriger. Een conflict met een mede-eigenaar gaat nog steeds over aandelen, koers of bevoegdheden, maar ook over loyaliteit en angst voor verlies. Een besluit om te stoppen gaat nog steeds over geld en continuïteit, maar misschien ook over identiteit. Wie ben je wanneer je niet langer degene bent die dit bedrijf draagt?

Wat 120 uur AI-coaching zichtbaar maakte

Een paar maanden geleden ontwikkelde ik AI Ben, een digitale gesprekspartner gevoed met al mijn kennis en ervaring als strateeg en executive coach. Ik verwachtte gesprekken over ondernemerschap, strategie, presentaties, lastige beslissingen en leiderschap. De gebruikers konden ieder onderwerp inbrengen en misschien wel juist daardoor ontstond een opvallend patroon.

 

In de eerste tweeënhalve maand gebruikten 63 mensen AI Ben samen ongeveer 120 uur. Circa 60 procent van hen was CEO of leidinggevende. Van die groep sprak naar schatting 90 procent uitsluitend over persoonlijke onderwerpen. Niet eerst over het team of de strategie, om daarna bij zichzelf uit te komen. Zij begonnen, voor zover de anonieme onderwerpcategorieën lieten zien, direct bij wat hen als mens bezighield.

Die cijfers zijn natuurlijk nog geen wetenschappelijk onderzoek. De analyse is slechts verkennend en de groep is zelfgeselecteerd. Wat ik kon zien, waren globale, anonieme onderwerpcategorieën en het patroon viel direct op omdat het aansloot bij wat ik jarenlang in gesprekken met ondernemers en leiders tegenkom.

Misschien maakt AI de eerste stap gemakkelijker omdat er op dat moment geen collega, aandeelhouder of partner tegenover je zit. Misschien helpt de beschikbaarheid. Misschien wilden sommige gebruikers gewoon ervaren wat een AI-coach doet. Hun motieven ken ik niet. De enige conclusie die ik verantwoord vind, is dat veel leiders de persoonlijke laag blijkbaar relevant genoeg vonden om daar hun tijd aan te besteden.

Inzicht zonder ander gedrag verandert niets

Hier ligt ook een valkuil. Het kan prettig zijn om te ontdekken dat controle, erkenning of angst meespeelt. Zo'n inzicht voelt al snel als vooruitgang, terwijl er in de praktijk nog niets is veranderd. Een leider kan uitstekend begrijpen waarom hij alles overneemt en het de volgende ochtend opnieuw doen.

Daarom moet iedere persoonlijke ontdekking eindigen in waarneembaar gedrag. In het eerste voorbeeld betekende dat niet: 'meer vertrouwen hebben'. Dat is te vaag. Het betekende dat de ondernemer vooraf de grenzen van een besluit duidelijk maakte, een manager liet kiezen en pas na afloop vragen stelde. Niet tijdens het proces alsnog bijsturen onder het mom van behulpzaamheid.

Bij een conflict kan het gedrag zijn dat je de zin uitspreekt die je steeds vermijdt: 'Ik vertrouw er niet meer op dat wij hetzelfde bedrijf willen bouwen.' Bij twijfel over blijven of vertrekken kan het betekenen dat je eerst eerlijk formuleert welke keuze je zou maken zonder de verwachtingen van anderen. Nog niet om direct op te stappen, wel om te voorkomen dat angst zich blijft voordoen als strategie.

De reactie op zo'n kleine, concrete stap geeft nieuwe informatie. Wordt de samenwerking opener? Ontstaat er juist meer weerstand? Kan het team verantwoordelijkheid dragen wanneer de leider werkelijk ruimte laat? Pas dan weet je of de persoonlijke onderlaag inderdaad een bepalende factor was of dat het probleem toch vooral in structuur, kwaliteit of competentie zit.

AI kan een denkruimte zijn, geen eindstation

De waarde van een gesprek met AI zit niet altijd in het antwoord dat het geeft. Soms zit die juist in de ruimte die ontstaat om hardop te denken zonder direct een standpunt te hoeven innemen. Gedachten die in je hoofd door elkaar lopen, worden concreter zodra je ze onder woorden brengt. Aannames worden zichtbaar, tegenstrijdigheden komen boven tafel en een gevoel van onrust krijgt langzaam een aanwijsbare oorzaak.

Juist voor leiders kan zo’n denkruimte waardevol zijn. Zij worden geacht richting te geven, besluiten te nemen en vertrouwen uit te stralen, terwijl zij zelf soms nog niet precies weten wat hen tegenhoudt. Niet iedere twijfel leent zich ervoor om direct met een collega, medewerker of aandeelhouder te bespreken. Soms moet je eerst begrijpen wat je werkelijk denkt, voordat je kunt bepalen wat je ermee wilt doen.

Een gesprek met AI kan helpen onderscheid te maken tussen wat er feitelijk gebeurt, welke betekenis je daar zelf aan geeft en waarom het je raakt. Het kan doorvragen op een terugkerend patroon, een redenering beproeven of woorden helpen vinden voor iets wat tot dan toe vooral als ongemak aanwezig was. Niet om de beslissing over te nemen, maar om helderder te krijgen welke beslissing er eigenlijk voorligt.

De uitkomst is daarom niet noodzakelijk een kant-en-klaar advies. Het kan ook een betere vraag zijn, een inzicht dat twee ogenschijnlijk verschillende problemen met elkaar verbindt, of het besef dat het zakelijke probleem niet uitsluitend zakelijk is. Soms ontstaat de eerste eerlijke zin die eerder nog werd vermeden.

Daar begint de werkelijke waarde. Niet in het gesprek met AI zelf, maar in wat daarna mogelijk wordt: een besluit dat niet langer wordt uitgesteld, een patroon dat kan worden doorbroken of een gesprek dat in het echt eindelijk gevoerd kan worden.

De belangrijkste les

Leiderschapsproblemen worden niet persoonlijk doordat we erover praten. De persoonlijke laag was er vaak al. Zij zat in het ingrijpen, uitstellen, pleasen, vermijden of onmisbaar willen blijven. Zolang die laag buiten beeld blijft, proberen leiders soms jarenlang het gedrag van anderen te veranderen terwijl hun eigen reactie het systeem stabiel houdt.

Dat betekent niet dat iedere leider het probleem is. Het betekent wel dat de leider altijd een van de variabelen is. Wie zichzelf uit de analyse weglaat, mist soms precies het deel waarop hij de meeste invloed heeft.

De vraag is daarom niet alleen: welke strategie, structuur of medewerker moet veranderen? De betere vraag is: wat gebeurt er met dit probleem wanneer ik mijn eigen aandeel niet langer als vanzelfsprekend beschouw?

De persoon achter de leider is geen verstoring die buiten de bestuurskamer moet blijven. Hij zit al aan tafel. De kunst is hem te herkennen voordat hij namens jou besluiten gaat nemen.

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Leiderschap