Wat elektrische vrachtwagens écht lastig maakt: niet de aankoop, maar alle beslissingen eromheen

Een masterscriptie van de TU Delft biedt belangrijke inzichten voor fleetmanagers die de overstap naar elektrische vrachtwagens vooral zien als een inkoopbeslissing: kies een Battery Electric Truck (BET), zet een handtekening, klaar.

Het onderzoek van Boris Leferink, "The Real Decisions Behind Electric Truck Procurement" (begeleid door prof. Lóri Tavasszy, met input van een OEM, een expediteur, consultants en diverse fleet operators), laat zien dat juist deze framing elektrificatietrajecten in de weg staat.

De aankoopbeslissing, zo blijkt uit het onderzoek, is eigenlijk de trigger voor een web van onderling afhankelijke strategische, tactische en operationele keuzes die op elkaar afgestemd moeten zijn voordat een truck succesvol ingezet kan worden. Veel van de wrijving die fleet operators ervaren, komt doordat die keuzes worden behandeld als bijzaak.

De omvang van de opgave

De context is bekend terrein: zware vrachtwagens (HDV's) vormen slechts 2% van het Europese wagenpark, maar zijn verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de CO2-uitstoot in het wegtransport. Ondanks de Europese klimaatdoelen voor 2030 en 2050 vormen batterij-elektrische trucks nog altijd slechts 0,3% van het EU-wagenpark (circa 18.000 voertuigen) en 2,3% van de nieuwe registraties in 2024. Kosten verklaren de trage adoptie alleen niet. De TCO is in sommige gevallen al gunstiger dan die van diesel. Leferink's scriptie zoekt naar wat dan wél de rem vormt.

Waarom "kort-, midden- en langeafstand" niet fijnmazig genoeg is

Een van de bruikbaarste bijdragen van het onderzoek is het loslaten van de gangbare driedeling. In plaats daarvan onderscheidt de scriptie zeven operationele dimensies die echt bepalen of een route geschikt is voor elektrificatie: routevoorspelbaarheid, terugkeerfrequentie naar de basis, controle over laadmogelijkheden, dagelijkse afstand, gevoeligheid voor laadvermogen, planningsflexibiliteit en gebruiksintensiteit.

Twee operaties die allebei "kort-afstand" heten, kunnen er totaal anders uitzien zodra je ze zo uitsplitst. Voor een fleetmanager die een eerste pilot wil opzetten, is dit een eerlijker diagnose-instrument dan de vraag "zijn wij kort- of langeafstand?".

Het raamwerk: drie beslisniveaus

De kern van de scriptie is een meerlagig beslissingsondersteunend raamwerk, gebaseerd op literatuuronderzoek, conceptueel modelleren en twee interviewrondes met fleet operators, consultants, een OEM en een expediteur. Het raamwerk kent drie niveaus:

  • Strategisch: businessmodel, contractvorming en risicoverdeling, implementatiepad, sourcing van capaciteiten, ontwerp van laadinfrastructuur op het depot, laadstrategie, en configuratie van het transport- en laadnetwerk.
  • Tactisch: routeselectie, koppeling van klanten aan routes, integratie van elektrische en dieselvloot, en beheer van energie- en piekbelasting.
  • Operationeel: dagelijkse routering en planning, dagelijkse laadplanning, laadverdeling, en training/gewenning van personeel.

Het raamwerk werkt niet alleen van boven naar beneden. Terugkerende operationele problemen (trucks die hun route niet halen, laadconflicten, tekortschietende laadcapaciteit) zijn vaak symptomen van eerder gemaakte strategische of tactische keuzes. De oplossing zit dan niet in bijsturen op de werkvloer, maar in het herzien van de laadstrategie of de routekeuze.

Barrières en drijfveren sturen de volgorde

De scriptie onderscheidt vijf barrièreclusters (financieel; laden en energie; technische/operationele mismatch; organisatorische gereedheid; onzekerheid in transitiemanagement) en vier driverclusters (klantvraag; strategische motivatie; fiscale en regelgevende prikkels; groeiende transitiebereidheid). Het inzicht hier is dat deze factoren niet losstaan van de besluitvorming, maar bepalen welke beslissingen haalbaar zijn en in welke volgorde. Netcapaciteit beperkt bijvoorbeeld direct het ontwerp van laadinfrastructuur, energiebeheer en de dagelijkse laadplanning, in die volgorde.

Praktische implicaties

Begin niet bij "welke truck", maar bij welke routes goed scoren op de zeven dimensies; vooral laadcontrole en terugkeerfrequentie zijn vaak bepalend. Behandel laadinfrastructuur als een strategische beslissing, niet als een logistiek detail voor later. Zie operationele hobbels als een diagnostisch signaal, niet als bewijs dat de techniek tekortschiet. En bouw gefaseerd op, startend met voorspelbare routes met sterke laadcontrole.

Kanttekening

De auteur is eerlijk over de beperkingen: het onderzoek is kwalitatief en verkennend, gebaseerd op een beperkt aantal interviews, en nog niet getest in een live inkooptraject. Het raamwerk is dus vooral een structureringsinstrument (een checklist van de juiste vragen in de juiste volgorde), geen gevalideerd kwantitatief model.

De meest bruikbare zin uit de scriptie: het moeilijkste aan elektrificatie is niet het kopen van de truck, maar het managen van alle beslissingen eromheen.

Bron: Boris Leferink, "The Real Decisions Behind Electric Truck Procurement", MSc-scriptie, TU Delft, juli 2026.

Ondersteund door ClaudeAI

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Duurzaam ondernemen