Chaos en een wirwar van belangen. Hoe hanteren?

Cases · Columns

Vitale winkelstraten zijn er. Ze werken. Maar ze werken niet allemaal op dezelfde manier - en ze vergaan ook niet allemaal op dezelfde manier. Twee straten, aan weerszijden van het Kanaal, laten zien wat het verschil maakt.

Wat een klein straatje in Utrecht doet dat Carnaby Street vergat

De Twijnstraat in Utrecht is geen bezienswaardige. Er staat geen vermelding van in de toeristische gids, er is geen Instagram-hashtag die serieus wordt bijgehouden, en de meeste Nederlanders buiten Utrecht kennen haar niet. En toch werkt ze. Op een doordeweekse ochtend loopt er een vader met een kinderwagen langs de bakker. Een vrouw koopt bloemen bij de hoekwinkel. Een stel drinkt koffie op het bankje voor de lunchroom. Niemand heeft haast. Niemand hoeft haast te hebben.

Carnaby Street in Londen is wereldberoemd. In de jaren zestig was die het kloppende hart van Swinging London - een straat die mode, muziek en een generatie samenbracht. Vandaag trekt ze nog altijd honderdduizenden bezoekers per jaar. En toch voelt ze hol. De winkels zijn er - H&M, Vans, internationale modegrootmacht na internationale modegrootmacht- maar de geest is er niet meer. Bezoekers komen voor een gevoel dat er al twintig jaar niet meer is.

Wat is er gebeurd? En wat leert het verschil tussen die twee straten aan iedereen die vandaag verantwoordelijkheid draagt voor een winkelstraat, een binnenstad, of een vastgoedportefeuille?

Wat succesvolle straten gemeen hebben - en wat niet te kopiëren valt

Voordat we de twee cases induiken, is het zinvol te benoemen wat de meest vitale winkelstraten van Nederland en Europa structureel gemeen hebben. Die factoren zijn niet willekeurig - en een aantal ervan is ook niet maakbaar.

  1. De eerste factor is de menselijke schaal van bebouwing. In straten als de Twijnstraat bestaan de panden uit smalle gevels en kleine winkelruimtes. Dat is geen esthetische keuze maar een economische: kleine ruimtes zijn betaalbaar voor kleine ondernemers. En kleine ondernemers zijn de bron van diversiteit, specialisatie en karakter. Een straat met brede panden en grote vloeroppervlakken trekt onvermijdelijk ketens - zij zijn de enigen die die schaal kunnen vullen en de bijbehorende huur kunnen betalen.
  2. De tweede factor is de fijnmazige stedelijke structuur. De meest vitale straten liggen ingebed in een netwerk van korte straten, smalle stegen en kruisingen. Die structuur vergroot de kans dat een voetganger tóch langs een winkel komt die niet op zijn route lag. Ze creëert ontmoeting en verrassing - precies de kwaliteiten die online winkelen niet kan bieden.

Beide factoren hebben één gemeenschappelijk kenmerk: ze zijn niet te maken. Ze zijn erfgoed. Een gemeente kan een park aanleggen, een bibliotheek bouwen, een plein herinrichten. Maar ze kan de perceelstructuur van de negentiende eeuw niet nabootsen. Dit is de structurele beperking waarmee elke geplande binnenstad werkt - en het verklaart waarom de lessen van de Twijnstraat niet klakkeloos naar Almere kunnen worden gekopieerd.

Wat wél maakbaar is: functiemenging, voetgangersprioriteit, een heldere identiteit, en de aanwezigheid van bewoners als structurele onderstroom. Juist op die factoren liggen de echte keuzes.

Case 1: De Twijnstraat - de kracht van de onderstroom
De Twijnstraat is een korte straat in de Utrechtse wijk Wittevrouwen, omgeven door woonstraten, verbonden met de binnenstad maar niet afhankelijk van haar. Er is geen dominant eigenaar, geen overkoepelend management, geen centraal gestuurde profileringsstrategie. De straat is wat ze is door opeenstapeling van kleine beslissingen van kleine ondernemers over een lange tijd.

Het gebruik is gemengd. Winkels, horeca, een enkel atelier, woningen erboven. De bezoekers zijn grotendeels bewoners van de omliggende wijken. Ze komen niet voor een speciale aanbieding of een seizoenscampagne. Ze komen omdat de straat onderdeel is van hun week. De bakker op dinsdag. De bloemen op vrijdag. De koffie op zaterdagochtend. Dat patroon -gewoontes, geen evenementen - is de structurele onderstroom waarop de straat drijft.

Maar de Twijnstraat heeft ook zwaktes. Ze is buiten Utrecht vrijwel onbekend en heeft daardoor geen buffer als de lokale economie tegenzit of de wijk verandert. Op rustige momenten -doordeweeks buiten de lunchpiek- is ze opvallend stil. Vergrijzing van de wijk of vertrek van ankerhuurders kan het ritme snel verstoren. De kracht van de straat -haar lokale afhankelijkheid- is tegelijk haar kwetsbaarheid.

En er is geen stuurmechanisme. Dat is prettig zolang alles goed gaat. Maar als het kantelt, is er niemand die ingrijpt. Geen curator, geen eigenaar met een visie, geen gemeente die de mix actief beschermt. De organische straat is ook de onbeheerde straat. De Twijnstraat drijft op een onderstroom van trouwe bewoners - maar die onderstroom is nooit expliciet beschermd. Ze is er gewoon. Tot ze er niet meer is.

De vraag voor elke winkelstraatmanager en gemeente: wie zijn de vaste gezichten, de ankers, in uw straat? En hoeveel van uw beslissingen van de afgelopen vijf jaar hebben hun aanwezigheid vergroot of verkleind?

Case 2: Carnaby Street - succes als sloopkogel
Carnaby Street was in de jaren zestig een vergeten zijstraat achter Regent Street. Lage huren trokken kleine kleermakers, jonge ontwerpers, muzikanten. Niet omdat iemand dat zo had bedacht - maar omdat de ruimte beschikbaar was en de mensen er naartoe kwamen die elders geen plek hadden. De straat werd authentiek omdat ze betaalbaar was. Ze werd beroemd omdat ze authentiek was.

Dat succes trok bezoekers. Bezoekers trokken grotere merken. Grotere merken betaalden hogere huren. Hogere huren verdreven de kleine ontwerpers. En wat overbleef was de naam, de reputatie en de leegte van wat er ooit was.

Vandaag is Carnaby Street grotendeels eigendom van Shaftesbury Capital, één grote vastgoedeigenaar die vrijwel de hele straat beheert. Het resultaat is een zorgvuldig geregisseerde beleving. De gevels zijn mooi. De kerstverlichting is elk jaar spectaculair. Maar de huurprijzen zijn zo hoog dat alleen internationale merken kunnen blijven. En internationale merken brengen geen lokale identiteit mee - ze brengen hun eigen identiteit, die in elke stad hetzelfde is.

Geconcentreerd eigenaarschap geeft sturing - maar wie selecteert op huurprijs en uitstraling bouwt een omgeving die er goed uitziet maar niet meer ademt.

De les voor elke vastgoedeigenaar: beheert u een portefeuille of bent u curator van een ecosysteem? Het verschil zit niet in de intentie maar in de criteria waarop u huurders selecteert.

Wat drie andere straten toevoegen

De Negen Straatjes in Amsterdam zijn de Twijnstraat die te succesvol werd - organisch gegroeid, bemind door bewoners en boetieks, en nu langzaam uitgehold door dezelfde marktdruk als Carnaby Street. De Folkingestraat in Groningen laat een andere kwetsbaarheid zien: afhankelijkheid van één doelgroep. Strøget in Kopenhagen is het beste bewijs dat infrastructuur alleen niets oplost - autovrij maakt een straat aangenamer om in te lopen, maar niet vitaler en niet lokaler. Alle drie herhalen hetzelfde patroon: een groeifase die mogelijk was dankzij diversiteit en betaalbaarheid, gevolgd door een verval dat begon op het moment dat het stuurmechanisme ontbrak.

Wat dit betekent voor wie morgen een beslissing neemt

De vijf straten laten samen zien wat de meest vitale winkelstraten gemeen hebben - en wat ze verloren op het moment dat niemand het beschermde. Twee factoren zijn erfgoed en niet te maken: de schaal van de bebouwing en de fijnmazigheid van het straatpatroon. Wie in een historische stad werkt, heeft ze cadeau gekregen. Wie in een geplande stad werkt, moet het zonder doen - en dat vraagt om andere compenserende keuzes.

De overige factoren zijn wél maakbaar. Voor de gemeente betekent het: populariteit is geen bewijs van vitaliteit. Een volle straat kan tegelijk een stervende straat zijn als de diversiteit verdwijnt. Functiemenging beschermen via bestemmingsplan, voetgangersprioriteit serieus nemen en kleine ondernemers actief ruimte geven zijn instrumenten die bestaan - maar zelden worden ingezet op het moment dat het nog helpt. Populariteit is bovendien het gevaarlijkste moment: het is precies dan dat de druk op betaalbaarheid het grootst is en de bescherming het meest nodig.

Voor de vastgoedeigenaar geldt de les van Carnaby Street in beide richtingen. Professioneel curatorschap geeft richting - maar als de criteria voor huurdersselectie alleen draaien om huurprijs en uitstraling, bouwt u een façade. Beheer kleinere units en stuur de huurdersmix op diversiteit en aanwezigheid, ook als dat op de korte termijn minder oplevert. Een huurder die andere huurders beter maakt is meer waard dan een huurder die de hoogste huur betaalt.

Voor de winkelstraatmanager: de meest loyale bezoeker is de bewoner die er woont. Zonder die onderstroom bent u afhankelijk van toeristen en toeristen zijn de minst loyale klanten die er zijn. De opgave is niet een aantrekkelijk evenement organiseren maar een gewoonte bouwen die mensen drie keer per week terugbrengt.

De Twijnstraat heeft nooit iemand nodig gehad die haar beheert. Dat is haar kracht en het is ook het enige wat niet te kopiëren valt. Wie een vitale straat wil bouwen, bouwt niet aan de straat. Die bouwt aan de reden waarom mensen er willen zijn als er niets bijzonders te doen is. Wie dat begrijpt, begrijpt ook waarom Carnaby Street haar eigen succes niet heeft overleefd.

Dit is het tweede artikel in de reeks ‘De Essentie van Vitalisering van Winkelstraten’, geschreven door Rudi Darson. Artikel 1 beschreef Almere als laboratorium: kwaliteit die er al is maar niet verbonden wordt. Artikel 3 laat zien hoe twee onbedoelde besluiten op de 2e Middellandstraat in Rotterdam een revitaliserende straat leegmaakten van binnenuit.

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Interactie patronen