Hardware-investeringen verhogen de waarde van een straat. Soms vernietigen ze daarmee precies wat die waarde rechtvaardigde. De 2e Middellandstraat in Rotterdam laat zien hoe dat gaat en hoe twee onbedoelde besluiten samen een straat leegmaken van binnenuit.
Spoor 1: De ondernemer die vertrok
Ik stond op de 2e Middellandstraat in Rotterdam toen ik hem tegenkwam. De zaak was dicht voor renovatie. Hij stond op de stoep. Ik vroeg hoe het ging. Hij vertelde dat hij had verkocht.
Jammer, dachten we. Want we wisten niet wie je daarvoor in de plaats zou krijgen.
Wat we hadden verloren wisten we wel. Een zaak die al meer dan dertig jaar op die plek stond. Een eigenaar die de straat kende zoals je een oude vriend kent, wie er elke dag langs liep, wie er woonde, wie er al jaren binnenkwam. Een plek waar mensen niet kwamen om iets te kopen maar om er te zijn. Er was muziek, er werd geknipt, gekookt en gegeten. Er werd gediscussieerd. Er waren lezingen. Op televisie was er internationaal voetbal. Een gemêleerd publiek -buurtbewoners, hoogopgeleiden, mensen die al jaren trouw kwamen- had er zijn thuis gevonden.
We hadden plannen met hem gemaakt. Zijn zaak was precies wat stedelijke vitalisering probeert te bouwen: beleving, aanwezigheid, loyaliteit, een reden om te blijven. Het was er al. En nu was het weg.
In de plek van die zaak kwam een burgerrestaurant. Een goede burger, zeiden mensen. Lekker. Maar er was geen muziek meer overdag. Geen gedicht. Geen sport op televisie. Geen reden om een tweede koffie te bestellen en te blijven zitten. De vaste klanten van de oude zaak kwamen niet terug. De beleving waarvoor ze kwamen was verdwenen. Een trouw publiek dat jarenlang was opgebouwd, verdween met de man die het had verzameld. De omzet verdween mee, niet alleen van zijn zaak, maar van de straat als geheel. Want mensen die blijven, kopen ook bij de buurman. Beleving zorgt voor verblijf. Verblijf zorgt voor besteding. Als de beleving wegvalt, valt de keten in zijn geheel.
En de eigenaar? Hij deed niets verkeerds. De 2e Middellandstraat had een slechte naam. Zijn pand, decennialang weinig waard in een straat die niemand wilde, was plotseling aantrekkelijk voor een koper die er goed geld voor over had. Hij wist niet of die kans zou terugkomen. Hij nam haar. Dat is geen hebzucht. Dat is een rationele beslissing van iemand die zijn eigen toekomst moest veiligstellen. Wat er verdween was niet te koop, dat is jarenlang gegroeid en kon niet worden overgedragen aan een nieuwe eigenaar.
Spoor 2: Het gebouw dat de gemeente verkocht
Tegelijkertijd speelde er iets anders op diezelfde straat. Er was een verzamelgebouw, het kloppende hart van de straat. Eerst gevuld met culturele functies, daarna met een verzameling kleine moderne dienstenbedrijven. Grafisch ontwerpers, communicatiebureaus, creatieve zzp'ers. Precies het soort bedrijf dat een revitaliserende straat wil aantrekken. Mensen die er dagelijks kwamen, die koffie haalden bij de buurman, die wandelden door de straat naar hun lunch, die kochten bij de winkels om de hoek.
De gemeente had het gebouw in bezit. En de gemeente wilde ervan af. De straat stond niet goed aangeschreven, het gebouw had een boekwaarde, er was een koper. De transactie was zakelijk gezien begrijpelijk. De bedrijven die er zaten hadden misschien gezamenlijk kunnen kopen. Misschien wilden ze niet. Misschien hebben ze er nooit serieus over nagedacht — omdat niemand hen vroeg of hen wees op wat er op het spel stond. Ze verdwenen. Niet omdat ze failliet gingen of een betere plek vonden. Maar omdat er geen plek meer voor hen was.
Nu zijn er appartementen voor ouderen en een apotheek. Niet waardeloos — maar anders. Ouderen die er wonen kopen anders dan ondernemers die er dagelijks werken. Een apotheek trekt mensen die iets nodig hebben, niet mensen die willen blijven. Voor de vastgoedeigenaar was het winst. Voor de straat was het achteruitgang. De functie is er, maar de onderstroom is verdwenen.
En wat was de rol van de gemeente? Dat is de vraag die het eerlijkste antwoord vraagt. De gemeente is geen persoon. Het is een ambtenaar Vastgoed, die een pand ziet met een boekwaarde. Een wethouder die een begrotingstekort ziet en een kans om dat te dichten. Een afdeling Ruimtelijke Ordening die een bestemming toewijst. Niemand van hen had het volledige plaatje. Niemand vroeg: wat is dit gebouw voor de straat? De gemeente was zich er achteraf niet bewust van wat er speelde. Dat is geen excuus — maar het is ook geen verwijt. Het is de beschrijving van een systeem waarin de linkerhand niet weet wat de rechterhand doet.
Twee sporen, dezelfde uitkomst
Bekijk de twee sporen naast elkaar en het patroon wordt zichtbaar. De markt verdrong de ondernemer met de beleving. De gemeente verdrong het verzamelgebouw met de kleine bedrijven. Beide beslissingen waren onbedoeld. Beide waren rationeel vanuit het perspectief van de betrokkene. Samen maakten ze de revitalisering leeg van binnenuit, terwijl de buitenkant er mooier uitzag dan ooit.
De hardware werd beter: gerenoveerde panden, aangepakte plinten, verbeterde openbare ruimte. De waarden stegen. Investeerders die vroeg hadden ingekocht zagen hun gelijk bevestigd. Op papier was het een succes. Maar de mensen die dagelijks voor leven zorgden op die straat waren verdwenen. En mensen die er jarenlang kwamen haal je niet zomaar terug. De panden zijn te duur. Het gebouw is verbouwd. De straat heeft een ander gezicht gekregen, maar niet het gezicht dat de revitalisering voor ogen had.
Katendrecht in Rotterdam en Strijp-S in Eindhoven laten zien dat het ook anders kan — maar dat vraagt om bewuste tegendruk op precies het moment dat de markt en de gemeente hun eigen logica volgen. De pionier maakt de plek aantrekkelijk. De plek wordt aantrekkelijk voor kapitaal. Het kapitaal verdrijft de pionier. En men vraagt zich af waarom de sfeer verdwenen is.
Wat er anders had kunnen gaan
We wisten niet dat hij weg wilde. Dat is de eerlijkste zin die ik over dit verhaal kan schrijven. En de bedrijven in het verzamelgebouw wisten waarschijnlijk niet dat het gebouw te koop stond totdat het al te laat was.
Beide verhalen hebben hetzelfde gemis: de vraag die te laat werd gesteld. Aan de ondernemer: wat heb jij nodig om te blijven? Aan de bedrijven in het gebouw: willen jullie dit kopen, en wat hebben jullie daarvoor nodig? Aan de gemeente: wat verliezen we als we dit verkopen?
Maar er ontbraken ook twee partners die die vragen hadden kunnen stellen. Een actieve winkeliersvereniging weet wie de ankerfuncties zijn op haar straat en signaleert als een van hen overweegt te vertrekken. Een bewonersorganisatie weet wat de straat betekent buiten de koopuren en had kunnen benoemen wat het verzamelgebouw voor de wijk betekende voordat het te koop ging. Geen van beiden zat aan tafel. Niet omdat ze niet bestonden, maar omdat niemand hen had uitgenodigd. Co-creatie vraagt niet alleen om de juiste instrumenten. Het vraagt om de juiste mensen aan tafel — voordat de beslissing al is gevallen.
Concrete instrumenten bestaan. Een langlopend huurcontract dat de ondernemer zekerheid geeft ook als de waarden stijgen. Een gemeentelijk aankooprecht op strategische panden waarmee de gemeente kan ingrijpen voordat de markt het doet. Een collectief kooprecht voor de bedrijven in een verzamelgebouw dat te koop gaat, zodat de huurders die de straat dragen ook de eigenaren kunnen worden die haar beschermen. Een intern afstemmingsmoment waarbij Vastgoed, Economische Zaken en Ruimtelijke Ordening dezelfde tafel delen voordat een beslissing wordt genomen. Geen van deze instrumenten is nieuw. Ze worden zelden ingezet op het moment dat het nog helpt.
Voor de gemeente betekent dat concreet: een pand heeft een boekwaarde, maar ook een straatwaarde — wat het betekent voor de mix, de aanwezigheid en de beleving van de omgeving. Die tweede waarde staat niet op de balans. Zorg dat ze toch wordt meegewogen, vóórdat de transactie plaatsvindt, en stel de bedrijven en ondernemers die strategisch zijn voor de straat in de gelegenheid mede-eigenaar te worden van hun pand. Voor de vastgoedeigenaar: de waarde van uw pand stijgt mede dankzij de ondernemer die er jarenlang klanten aan heeft gebonden en de bedrijven die dagelijks leven op straat brengen. Die klanten gaan ook weg als de ondernemer vertrekt. Een nieuwe huurder erft een pand, geen publiek. Voor de winkelstraatmanager: uw meest waardevolle asset zijn de ondernemers en plekken die al jaren trouwe aanwezigheid genereren met iets wat niet te kopiëren is. Ken hen. Weet wat er met hun pand speelt. Stel de vraag voordat het bordje te koop verschijnt, niet erna.
Beleving bouw je in jaren op. Je verliest haar op de dag dat de eigenaar op de stoep staat en vertelt dat hij heeft verkocht of op de dag dat het gebouw een nieuwe bestemming krijgt en niemand heeft gevraagd wat er verdween.
Dit is het derde artikel in de reeks ‘De Essentie van Vitalisering van Winkelstraten’, geschreven door Rudi Darson. Artikel 2 beschreef wat de Twijnstraat vitaal houdt en waarom Carnaby Street haar eigen succes niet overleefde. Artikel 4 onderzoekt de 4W-balans -hoe wonen, werken, winkelen en wandelen als dynamisch systeem samenwerken- en waarom de volgorde bepaalt of het systeem versterkt of verzwakt.
Gerelateerde artikelen
Chaos en een wirwar van belangen. Hoe hanteren?
Rudi Darson
Aan de grenzen van de veranderkunde: de transformatie van winkelstraten en wijken
Rudi Darson
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--