Vervangen we Afhankelijkheid van Buitenlandse Arbeid door Afhankelijkheid van Buitenlandse Technologie?

Tijdens de bijeenkomst gisteren bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over het rapport Met de mondiale demografie mee viel mij iets op. Taalmodellen en generatieve AI zijn inmiddels bij vrijwel iedereen bekend. Vrijwel alle aanwezigen kennen toepassingen zoals ChatGPT, Copilot of andere AI-tools. Tegelijkertijd werd in de gesprekken duidelijk dat AI nog maar beperkt in organisatiestructuren is doorgedrongen. In veel organisaties wordt AI gebruikt als hulpmiddel op individueel niveau, maar zelden als onderdeel van de manier waarop werk daadwerkelijk georganiseerd is. Processen, taakverdeling en besluitvorming zijn in de meeste organisaties nog nauwelijks aangepast aan de mogelijkheden van AI.

Dat is een interessante observatie, juist in het licht van het centrale thema van de bijeenkomst: de vraag of Nederland minder afhankelijk kan worden van buitenlandse arbeid. De discussie over arbeidsmigratie gaat vaak over aantallen mensen. Waar halen we arbeid vandaan als de beroepsbevolking vergrijst en krimpt? Het WRR-rapport laat zien dat veel traditionele herkomstlanden van arbeidsmigranten in de komende decennia zelf te maken krijgen met een afnemend arbeidspotentieel. De beschikbaarheid van buitenlandse arbeid is dus minder vanzelfsprekend dan vaak wordt aangenomen.

In mijn bijdrage aan de themabijeenkomst 'Minder Afhankelijk van Buitenlandse Arbeid' stelde ik als dilemma:

“Als Nederland minder afhankelijk wil worden van buitenlandse arbeid, moeten we dan versneld inzetten op AI en automatisering… ook als dat betekent dat we juist afhankelijker worden van buitenlandse technologie?”

Maar tegelijkertijd verandert technologie de andere kant van de vergelijking: de vraag naar arbeid. Recente berichtgeving in het FD en onderzoek van het UWV laten zien dat een aanzienlijk deel van de huidige banen taken bevat die door AI ondersteund of deels geautomatiseerd kunnen worden. Vooral werkzaamheden die draaien om informatieverwerking, analyse, administratie of digitale dienstverlening blijken relatief gevoelig voor AI-toepassingen. Dat betekent niet dat banen verdwijnen, maar wel dat de manier waarop werk georganiseerd is kan veranderen.

Precies op dat punt ontstaat een interessant spanningsveld. Zolang AI nog niet diep in organisatiestructuren zit, lossen organisaties arbeidstekorten op zoals ze dat altijd hebben gedaan: door meer mensen aan te nemen of door arbeid van buiten te halen. Arbeidsmigratie blijft dan de belangrijkste manier om personeelstekorten op te vangen. Maar zodra AI wel structureel in werkprocessen wordt geïntegreerd, verandert de dynamiek. Dan gaat niet alleen het aanbod van arbeid tellen, maar ook de productiviteit van technologie.

Hier komt het idee van de AI-Barbell in beeld. Aan de ene kant van de arbeidsmarkt bevinden zich taken die relatief snel door AI ondersteund of geautomatiseerd kunnen worden, vooral in kennis- en administratieve functies. Aan de andere kant bevinden zich werkzaamheden die sterk menselijk blijven, zoals zorg, techniek, ambacht en andere vormen van fysiek of sociaal werk. In het midden zitten veel routinematige functies die onder druk kunnen komen te staan wanneer AI daadwerkelijk in organisatiestructuren wordt ingebouwd.

De implicatie daarvan is dat de discussie over arbeidsschaarste niet alleen een demografische kwestie is. Demografie bepaalt hoeveel mensen beschikbaar zijn, maar technologie bepaalt hoeveel arbeid daadwerkelijk nodig is. Dat betekent dat organisaties en beleidsmakers zich niet alleen moeten afvragen waar arbeid vandaan komt, maar ook welk werk in de toekomst nog door mensen gedaan zal worden.

Daarmee krijgt het debat over arbeidsmigratie een nieuwe dimensie. Nederland heeft decennialang een vorm van afhankelijkheid opgebouwd van arbeid uit het buitenland. Wanneer AI een grotere rol gaat spelen in werkprocessen, kan een andere afhankelijkheid ontstaan: die van technologie en AI-infrastructuur die grotendeels buiten Europa wordt ontwikkeld.

Het dilemma dat tijdens de bijeenkomst centraal stond, kan daarom ook anders worden geformuleerd. Niet alleen als een vraag over migratie, maar als een strategische keuze voor organisaties en economie:

Vervangen we afhankelijkheid van buitenlandse arbeid door afhankelijkheid van buitenlandse technologie?

En misschien nog belangrijker: als AI de vraag naar arbeid verandert, welke taken willen we dan in de toekomst nog door mensen laten doen?

Onderdeel van het AI-Barbell research van Willem Scheepers

Willem E.A.J. Scheepers, AI Implementer

Wil je organisatie ook sparren over Leiderschap & AI? Bezoek DAMIES Future Intelligence. Of mail: willem@willemscheepers.eu  GET READY FOR THE FUTURE

Mijn Yamala.ai Profile; daarin kun je met mijn AI-Twin praten.

Voor je AI-Agent heb ik dit profiel beschikbaar: Rent-a-Human.ai 

© Verschuiving naar technologische afhankelijkheid

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Artificial Intelligence