Het failliet van de KPI

Columns

In 2009 werkte ik voor een organisatie die zijn complete bedrijfsmodel op zijn kop zette. Er werd overgestapt van provisie naar een hybride abonnementenmodel. Het zorgde voor nogal wat ophef, en verrassend genoeg niet alleen onder het personeel en de klanten. Voornamelijk branchegenoten hadden er een uitgesproken mening over.

De reacties van vakgenoten waren zo vol van onbegrip en weerstand, en voor al ook veel dat er besloten werd om samen met een branchevereniging een aantal presentaties te geven om toe te lichten waarom we deze keuze hadden gemaakt.

Volle zalen trokken we, om uit te leggen dat het businessmodel van onze branche achterhaald was, en beloning en inspanning niet langer in balans. Van alle reacties verbaasde mij één ding het meest. Ruim 90% van de aanwezige ondernemers was zich niet bewust van het rendement van zijn activiteiten.

Zolang er aan het einde van het jaar maar iets overbleef was het prima, maar inzicht in hoe dat tot stand kwam en welke ontwikkelingen er te zien waren daar was opvallend weinig aandacht voor. Mijn visie op ondernemerschap werd in twee weken presentaties geven drastisch bijgesteld.

Jaren later werkte ik in een tegenovergestelde omgeving. In die corporate-achtige organisatie werd alles weten tot een kunst verheven. Met Power BI werden allerhande data ontsloten in prachtige dashboards die inzicht moesten geven in de KPI’s. Data waren in overvloed aanwezig, maar het begrip ervan niet per sé. De indicatoren die KPI’s moeten zijn werden verheven tot zelfstandige doelstellingen. Een meter in het groen, of in het rood. Goed of slecht. Gestreelde ego’s of paniek. Opnieuw een bijstelling van mijn visie, maar dan op het corporate werken.

Toen ik mijn ervaringen ging toetsen in mijn netwerk bleek ook dit de standaard. Bij andere bedrijven, binnen en buiten mijn eigen branche gold hetzelfde. Om grip te krijgen op de voortgang worden KPI’s in het leven geroepen die als een vinger aan de pols bedoeld zijn, maar in de praktijk al snel één worden met de targets. Verdieping op de inhoud, duiding geven aan een indicator verwordt tot een verdedigingsmechanisme waarom een doelstelling niet is gehaald. Verdieping is niet langer een context van hetgeen er gebeurt, maar een excuus waarom de doelstellingen niet worden gehaald.

Daarmee verliezen KPI’s precies hun oorspronkelijke functie. Een KPI hoort geen eindstation te zijn, maar een startpunt van een gesprek. Een indicator is immers niets meer dan een signaal. Niet de waarheid, maar een aanwijzing dat ergens iets gebeurt wat aandacht verdient.

Toch behandelen veel organisaties cijfers alsof ze objectieve eindbeoordelingen zijn. Alsof een omzetdoel van 12% groei een natuurwet is. Alsof een klanttevredenheidsscore van 8,2 een absolute scheidslijn vormt tussen goed en slecht functioneren. Terwijl iedereen die ooit serieus leiding heeft gegeven weet dat de werkelijkheid zich zelden laat vangen in een stoplichtdashboard.

Het gevaar daarvan is groter dan alleen verkeerde sturing. KPI-denken beïnvloedt gedrag. Zodra indicatoren belangrijker worden dan het doel erachter, gaan organisaties optimaliseren op de meetlat in plaats van op de bedoeling. Verkoopteams sturen op snelle omzet in plaats van duurzame klantrelaties. Serviceteams verkorten gesprekken om responstijden te halen terwijl klantproblemen blijven bestaan. Managers gaan sturen op aanwezigheid in plaats van betrokkenheid, omdat aanwezigheid meetbaar is en betrokkenheid niet.

De Britse econoom Charles Goodhart vatte dat decennia geleden al kernachtig samen: “When a measure becomes a target, it ceases to be a good measure.” Zodra mensen afgerekend worden op een indicator, verandert het gedrag rondom die indicator. Niet altijd bewust, vaak zelfs heel logisch. Want mensen willen succesvol zijn binnen het systeem waarin ze werken.

En precies daar gaat het vaak mis in managementland. We doen alsof KPI’s neutrale instrumenten zijn, terwijl ze in werkelijkheid cultuurdragers zijn. Ze vertellen medewerkers wat belangrijk is, waar aandacht naartoe gaat en waarop waardering of correctie volgt. Een organisatie die uitsluitend stuurt op cijfers creëert uiteindelijk medewerkers die vooral bezig zijn met cijfers. Niet met klanten, kwaliteit, innovatie of samenwerking, maar met het voorkomen van rood in het dashboard.

Dat is geen gebrek aan motivatie van medewerkers, maar een logisch gevolg van het systeem dat managers zelf ontwerpen.

De oplossing zit daarom niet in minder meten. Organisaties zonder inzicht vervallen al snel in onderbuikmanagement. De oplossing zit in beter begrijpen wat cijfers wel en niet vertellen. Een KPI zonder context is bestuurlijke schijnzekerheid.

Dat vraagt allereerst om verdieping. Niet alleen kijken óf een doel wordt gehaald, maar begrijpen waarom iets gebeurt. Welke factoren liggen onder een ontwikkeling? Is een stijgende omzet het gevolg van structurele groei of incidentele meevallers? Is een lage foutmarge positief, of durft niemand nog risico’s te nemen? Data krijgen pas waarde wanneer ze onderdeel worden van analyse en dialoog.

Daarnaast vraagt het om een opener gesprek over de totstandkoming van doelstellingen zelf. Veel targets ontstaan nog altijd in vergaderkamers ver weg van de dagelijkse praktijk. Vervolgens worden ze lineair vertaald naar afdelingen en medewerkers, alsof complex werk zich exact laat plannen. Maar mensen committeren zich zelden aan een spreadsheet. Ze verbinden zich aan doelen die ze begrijpen, beïnvloeden en realistisch achten.

Juist daar speelt cultuur een doorslaggevende rol. In organisaties waar psychologische veiligheid ontbreekt, worden KPI-besprekingen al snel politieke gesprekken. Niet gericht op leren, maar op verdedigen. Afwijkingen worden risico’s voor reputatie in plaats van bronnen van inzicht. Managers krijgen sociaal wenselijke rapportages en medewerkers leren vooral hoe ze problemen zo laat mogelijk zichtbaar maken.

In gezonde organisaties gebeurt het tegenovergestelde. Daar zijn cijfers aanleiding voor nieuwsgierigheid. Niet: “Wie heeft dit veroorzaakt?”, maar: “Wat zien we hier gebeuren?” Het verschil lijkt subtiel, maar bepaalt uiteindelijk of KPI’s bijdragen aan ontwikkeling of aan bureaucratische kramp.

Misschien ligt daar wel de belangrijkste managementopgave van deze tijd. Niet nóg betere dashboards bouwen, maar organisaties creëren waarin cijfers weer ondersteunend worden aan het echte gesprek. Waar meten helpt om beter te begrijpen in plaats van sneller te oordelen.

Want uiteindelijk presteren mensen niet beter doordat een indicator rood kleurt. Mensen presteren beter wanneer ze begrijpen waar ze aan bijdragen, invloed ervaren op hun werk en het vertrouwen krijgen om professioneel te handelen.

Mijn belangrijkste tip? Gebruik KPI’s als navigatie, niet als autopilot.

Een dashboard mag richting geven, maar zodra medewerkers alleen nog bezig zijn met het tevreden houden van de meter, ontstaat een organisatie die perfect stuurt en langzaam het vermogen verliest om echt te zien wat er onderweg gebeurt.

 

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Rudi Darson
Pro-lid
Beste Roy en Sybren,

Hier een gezamenlijke reactie op jullie artikelen, niet uit gemakzucht, maar omdat ze gezamenlijk zoveel zeggen over hun register en wat ze voor mij betekenen.

Het zijn twee columns over hetzelfde instrument, due twee blinde vlekken laten en de aandacht voor beide artikelen.

Binnen korte tijd verschenen hier op ManagementSite twee columns over de KPI. Roy van den Anker schreef ‘Het failliet van de KPI’, Sybren van der Schaar ‘Uw dashboard liegt niet’. Allebei de moeite waard, allebei met een rake diagnose. Maar samen gelezen, door de bril van de veranderkunde, zeggen ze meer dan elk apart. Want ze beschrijven niet hetzelfde probleem. Ze beschrijven twee manieren waarop hetzelfde instrument faalt. En — daar kom ik aan het eind op terug — het verschil in hoe vaak ze gelezen worden, zegt op zichzelf ook iets.

Wat is een KPI eigenlijk ís? Het is volgens mij een verandermanagement-instrument. Hij hoort thuis in het register van het planbare: beheersing, afbakening, sturen op een vooraf bepaald doel. Daar is hij volkomen legitiem en vaak onmisbaar. Het probleem ontstaat wanneer we hem loslaten op een veranderkundig traject — een verandering die complex is, emergent, meerstemmig, waarbij de uitkomst zelf onderdeel is van de strijd. Daar meet het instrument iets wat zich niet tot één getal laat terugbrengen. We passen dan een werktuig uit het ene register toe op een vraagstuk dat om het andere vraagt. Dat is geen rekenfout. Het is een categoriefout.

De twee columns laten twee dieptes van diezelfde categoriefout zien. Van den Anker beschrijft de eerste: de KPI verstoort het handelen bínnen het bestaande kader. De maatstaf wordt een doel — Goodharts oude wet — en mensen optimaliseren de meter in plaats van de bedoeling. Verkoop jaagt op snelle omzet, de servicebalie verkort gesprekken, de manager stuurt op aanwezigheid omdat aanwezigheid meetbaar is en betrokkenheid niet. In leertermen: single-loop. Het kader blijft staan, het gedrag buigt. Van der Schaar gaat een laag dieper. Zijn KPI verstoort niet alleen het handelen, hij bepaalt wat je überhaupt kunt zíén. Het dashboard is een bril: hij stelt scherp op marge en marktaandeel en vertroebelt alles waar geen categorie voor is. Nokia miste de toekomst niet uit domheid; zijn bril had er simpelweg geen categorie voor. Dat is double-loop: het instrument verbergt dat het kader zélf niet meer klopt. Single-loop raakt het doen, double-loop het zien.

En daarmee komt de vraag boven die beide columns omcirkelen maar geen van beide echt beantwoordt: wat meet zo’n KPI eigenlijk? Hetzelfde cijfer betekent iets totaal anders voor twee bedrijven, afhankelijk van of ze in een proces van groei of van verval (entropie) zitten. Een omzet van 10 miljoen euro is een mijlpaal op de weg omhoog en een laatste stuiptrekking op de weg omlaag (jaarlijkse omzet van Apple) — en de KPI kan die twee niet uit elkaar houden. Het is een foto, geen film. Hij legt een toestand vast, geen beweging. De veranderkundige vraag is daarom niet “klopt het cijfer”, maar “in welk proces staat dit cijfer?”. Een foto kan dat niet beantwoorden. Alleen het verhaal kan dat.

Niets van dit alles is een pleidooi om te stoppen met meten. Een organisatie zonder inzicht vervalt net zo snel in ‘onderbuikmanagement’ — Van den Anker zegt het zelf. De KPI is een prima instrument. Hij is alleen een slechte baas. In een veranderkundig traject heb je het getal én het verhaal nodig, het cijfer én het perspectief, de bovenstroom én de onderstroom. De KPI is de foto; de meerstemmige casus is de film, vandaar dat ik de twee columns samen bekijk. Gebruik ze naast elkaar en ze tonen samen meer dan elk afzonderlijk. De fout zit nooit in het instrument. De fout zit in het verwarren van één instrument met de hele gereedschapskist.

Wat me uiteindelijk het meest verbaasde, heeft niets met de inhoud van beide columns te maken. De single-loop-column wordt ongeveer vier keer zo vaak gelezen als de double-loop-column — ruwweg drieduizend tegen zevenhonderd. Even hierbij stilstaan. De single-loop-kritiek is comfortabel: het probleem ligt bij het systeem, de prikkel, de meter — en je kunt het oplossen zónder je eigen kader ter discussie te stellen. De double-loop-kritiek is ongemakkelijk: misschien klopt jouw bril niet meer. En lezers kiezen met grote meerderheid de kritiek die hen niet vraagt hun bril af te zetten. Daarmee is het leescijfer zelf het bewijs voor de stelling van de minst gelezen column. Het is, ironisch genoeg, een KPI — eentje die hier geen kwaliteit meet maar comfort. En onze collectieve voorkeur voor de makkelijke kritiek is precies de blinde vlek waar de moeilijke kritiek voor waarschuwt. Niets natuurlijk ten nadele van het column van Van den Anker.

Wat voegt de veranderkunde hier dan aan toe? Geen beter dashboard. Handelingskennis: weten in welke modus je zit, weten wat het getal wel en niet meet, en het durven afzetten tegen de andere instrumenten in plaats van het erboven te plaatsen. En, misschien, de bereidheid om ook die andere column te lezen.
Een dashboard liegt niet. Het zwijgt alleen over alles wat het niet meet.

Met vriendelijke groet, Rudi
Roy van den Anker
Auteur
Beste Rudi, wat een mooie beschouwing door de twee columns naast elkaar te leggen, zowel inhoudelijk als in het aantal lezers. Je metafoor van de gereedschapskist is daarbij voor mij een krachtige: pak nooit een willekeurig stuk gereedschap zonder te weten hoe je het inzet ;-)

Meer over Prestatie indicatoren