Onlangs werd op ManagementSite de bijdrage ‘Bent u ook al consultant? Ja, ja …’ geplaatst. Deze bijdrage heeft vele reacties opgeroepen, echter vooral direct per e-mail aan de auteur. Het aantal reacties in de openbare discussieruimte bij het artikel is veel lager, maar daarmee niet minder indringend. Diverse personen geven aan huiverig te zijn met hun mening over de stand van zaken in de advieswereld naar buiten te treden. Langs deze weg nodigt de redactie u alsnog uit uw visie op de consultancybranche in de discussieruimte naar voren te brengen, om zo tot een openbaar debat te komen. Iemand die beslist geen doekjes om zijn visie windt, is Pierre Pieterse, hoofdredacteur van het vakblad Business Consultant. In zijn nu volgende bijdrage krijgt de discussie over het adviesvak weer een stevige zwengel. Staan we er werkelijk zo beroerd voor, of vervormt zijn spiegel onze in werkelijkheid veel fraaiere situatie? Graag uw reactie!

Inleiding

Opmerkelijk nieuws deze maand: er schijnt een oorlog gaande te zijn tussen management en business consultants. In de vakbladen dan wel te verstaan. Arend Ardon ziet zelfs een min of meer ‘openlijke strijd’ ontbranden (zie ‘Bent u ook al consultant. Ja, ja’ ). Gebaseerd overigens op een paar gepeperde uitspraken van Hans Strikwerda (‘ICT hoort in de meterkast’) in Management Consultant , en Gyuri Vergouw (‘Management consultants zijn niet klaar voor de grote opkomst van ICT, men is te druk bezig met de waan van de dag en dreigt onherroepelijk door de ICT te worden ingehaald’) in Business Consultant .

Lees ook:

Trend naar humanisering van management

Promovendi zonder inhoud

Oppervlakkig gezien is er sprake van een connotatiestrijd: management consultant duidt op iemand uit het ‘vak’, business consultant verwijst naar gepromoveerde kabelleggers zonder de vereiste ‘vak’kennis. ‘Wat weet een IT’er nou van organisaties, organisatiekunde is een vak’ – zo stelt menig adviseur. ‘Als iemand op zijn kaartje business consultant heeft staan, weet ik ongezien bij wat voor soort firma hij werkt’ – zo vertelt een directeur van een grote Nederlandse adviesfirma. En hij bedoelt dat uiteraard niet positief. Omgekeerd is er ook sprake van het nodige dedain: menig adviseur werkzaam bij een ICT-firma haalt zijn neus op voor de even ‘elitaire als zinloze’ discussies die de zogenaamde echte organisatie-adviseurs in (altijd) ‘veilige kring’ entameren – zonder kennis van ICT, of de directe toegang tot die kennis, krijg je adviezen die de klant letterlijk duur komen te staan: hoe vaak komt een ICT-loos adviesbureau met een advies dat technisch niet haalbaar is, of aanpassingen vereist die in de tonnen loopt, of zelfs een nieuw advies oproept? Bovendien beschouwen de consultants binnen ICT-firma’s zichzelf gewoon als management consultants – om hun status aparte weer te geven richting de typische systeem-jongens. En om de nodige distantie te bewaren – ook intern overigens. De connotatiestrijd dus!

Array

Echo’s in het donker

Onderhuids speelt er echter veel meer. Het vak – voor zover daar ooit echt sprake van is geweest – verbrokkelt in Internet-tempo, mede en op dit moment eigenlijk alleen als gevolg van de enorme impact van ICT op de positionering van adviesfirma’s. Internationaal springen de even verwoede als machteloze pogingen van de AMCF (Association of Management Consulting Firms) om deze mondiale koepelorganisatie nieuw leven in te blazen in het oog. Spectaculaire resultaten blijven uit, met steevast als argument: te weinig toegevoegde waarde. Waarmee wordt bedoeld: in het geheel geen waarde. Een aantal Nederlandse bureaus – en Nederland is goed vertegenwoordigd binnen de AMCF – heeft inmiddels zijn lidmaatschap opgezegd, of overweegt dat te doen. Het gebrek aan toegevoegde waarde ligt in het feit dat er geen consensus valt te bereiken over wat nou precies moet worden uitgedragen, en aan wie! Tijdens de AMCF-meetings staat niet het gezicht naar buiten centraal. Meer is er sprake van een soort beauty contest , maar dan zonder publiek. Maar ook van internationale branche-organisaties als de ICMCI horen we niet veel meer dan een mogelijke verplichte certificatie (de CMC-status), gevolgd door een oorverdovende stilte.

Array

Dissonerende geluiden

Nationaal valt te constateren dat de ROA zich terugtrekt op wat zij beschouwt als de core business: in stand houden van de gedragscode – ook al ter discussie nu de ROA de meest belangrijke bepaling ‘onafhankelijkheid’ wil vervangen door ‘integriteit’ – en de cursus Nieuw in ’t Vak. En de Ooa is al tijden bezig met een strategische heroriëntering die waarschijnlijk volgens Ooa-traditie geruime tijd in beslag zal nemen – zeker nu het zittende bestuur eind dit jaar voltallig de handdoek in de ring gooit. Daarnaast staat de mogelijke invoering van de BOKS hoog op de agenda – voor oudgedienden ongetwijfeld een lang onvervulde wens, voor nieuwkomers een barriere om tot deze branchevereniging toe te treden. Kortom: bepaald geen voedingsbodem om het vak naar buiten toe te profileren, laat staan om de gelederen te sluiten en te komen tot een gezamenlijke definitie van management consultancy. Eerder valt te verwachten dat de prille samenwerking tussen ROA en Ooa een dezer dagen zal worden stopgezet.

Array

De lucht van dikke sigaren

Een reactie in de discussieruimte op het artikel ‘Bent u ook al consultant’ vat de stand van zaken kort en bondig samen: ‘Daar waar er sprake is van een organisatiegraad (Ooa, ROA), overheerst de matheid, het conformisme en de lucht van dikke sigaren. De binding die men heeft, bestaat grotendeels uit een gemeenschappelijk streven anderen buiten de deur te houden. In een tijd waarin de grenzen vervagen, de business verandert en er global genetwerkt wordt, is het afbrokkelen een natuurlijk proces, dat reinigend zal kunnen werken.’

Zijn reactie op de mogelijke invoering van de BOKS is al even ondubbelzinnig: ‘De BOKS is een leuk speeltje voor mensen die de wereld graag indelen naar have’s and have not’s : ik heb de kennis en beheers de vaardigheden … jij niet!’

Het primaat van ICT

De kern van het dispuut ligt in de veranderde business: ICT speelt een dermate dominante rol binnen de bedrijfsvoering, en dus ook noodzakelijke veranderingsprocessen, dat kennis van deze materie onontbeerlijk is. Maar waar men er stilletjes vanuit ging dat ICT naar consulting zou komen, is consulting juist naar ICT gegaan. ICT is met andere woorden het primaat gaan opeisen. Bovendien hebben de traditionele ICT-bureaus consulting en ICT-services zo weten te organiseren dat het klanten daadwerkelijk toegevoegde waarde levert. Een solution – zo je wilt – die rekening houdt met ICT en organisatie tegelijk. En dat verklaart het succes van firma’s als CGE&Y of IBM Business Innovation Services, of Ordina dat momenteel zulke goede resultaten binnen de public sector meldt. Tijd voor bezinning – vindt ook Ardon. ‘Er wordt te weinig gebruik gemaakt van de onderling aanvullende kwaliteiten, en te veel gefocust op de tekortkomingen van de andere groep.’ En daarmee wordt de klant – die ‘worstelt met complexe vraagstukken op het snijvlak van strategie, interne werkprocessen, ICT en verandering’ – ernstig tekort gedaan. En juist dat snijvlak tussen O en I is waar consultancy de aankomende periode een helpende hand zou moeten bieden. De zogenaamde kwestie business en IT-alignment . Nog los van het onvermijdelijke gegeven dat een oorlog over de rug van de klant alleen maar verliezers kent.

Schijtende meeuwen

Diezelfde rimpelingen in de adviesvijver – aangewakkerd door de zoveelste interne en bovendien bijzonder intern gerichte discussie omtrent de kwalificaties van het vak, navelstaren lijkt een betere kwalificatie – geven bovendien weer voer voor ‘professionele’ adviescynici – toegegeven, het zijn altijd dezelfde argumenten, altijd dezelfde sprekers, maar toch … Na de Bakkenist-affaire een AEF-affaire? In Business Consultant (nummer 3, 2001) zegt Hans Andersson – met enige trots – over de nieuwe Vreemdelingenwet: ‘Die wet is er in twee jaar en drie maanden gekomen, dat is nog nooit vertoond. Daarbij is uitgebreid met alle betrokkenen gebrainstormd, wat ook tot ingrijpende aanpassingen heeft geleid. Het geheim van de aanpak was het scheppen van een kader waarin we de uitvoeringsconsequenties konden laten zien van de verschillende statussen. Binnen het departement werd wel wat gemord over de gang van zaken, maar de Directie wetgeving was enthousiast.’ Om te besluiten met de volgende evaluatie: ‘Waar het op aankomt is de doelstellingen en de processen. De ambtelijke organisatie kijkt te veel naar boven, naar de eigen hiërarchie en de politiek. Daardoor doen ze er veel te lang over van dit soort dingen te leren en de eigen organisatie aan te passen. Het is geen kwestie van dingen per se in eigen hand willen houden; als het op afstand geregeld kan worden in plaats van via moeilijke uitvoeringsprocessen, is de politiek allang blij.’

En wat schrijft Intermedair bij monde van Groenlinkser Vendrik (13 september 2001): ‘De hele vreemdelingenwet, compleet van inhoud tot uitwerking, is uitbesteed aan een adviesbureau: Andersson, Elffers en Felix. De absurde bedragen die daarvoor betaald werden, zijn mij echt een doorn in het oog. Vooral omdat wat die jongens en meisjes (sic! – pierre pieterse) hebben opgeschreven, geen enkele kwaliteit heeft. De hele operatie riep bij mij een oude cliche over consultants op: ze krijsen, schijten, en zijn vervolgens pleite; het zijn net meeuwen.’ Om te besluiten met nog een aantal krachttermen en insinuaties die niet passen in een beschaafde discussie als deze … En een week later meldt Intermediair trots dat ze – refererend aan nota bene hun eigen artikel – dat ze de kwalijke praktijken van het advieswezen toch maar even hebben blootgelegd.

Niet lullen maar poetsen

De bedoeling van de samenwerking tussen ROA en Ooa was het maken van een (PR) gezicht en een mond richting buitenwereld, de VNO-NCW van het verzamelde advieswezen zogezegd. Misschien was dat een onmogelijke opgave – net zoals de vakbeweging (hopelijk) nooit zal integreren in werkgeversorganisaties – maar een heuse advies-broedertwist kan ook nooit de bedoeling zijn. Nog los van het feit dat van tevoren vaststaat dat niemand de overwinning ooit zal kunnen opeisen – zo veel consultants, zo veel meningen – zal het de opdrachtgever weinig kunnen schelen wie er victorie kraait. De klant wil gewoon goede adviezen, value for money . Om met Hans Mulder (CMG) te spreken: ‘Of de kat nu wit of zwart is, als hij maar muizen vangt.’ En getuige Duits onderzoek onder opdrachtgevers naar de prestaties van firma’s aldaar ( Manager Magazin , juli 2001), moet de kat nog flink oefenen. Zelfs de kat die prestigieuze en gerenommeerde namen als McKinsey, Boston Consulting Group of Roland Berger draagt.

U heeft een gratis lidmaatschap

Upgrade naar een PRO-abonnement voor € 4 per maand of € 30 per jaar en ontvang:

  • onbeperkt toegang tot alle artikelen.
  • geen commerciële emails en geen reclame op de site.
  • de keuze of u wel of geen nieuwsbrief wilt ontvangen
  • het E-book: Negotiating as emotion management t.w.v. €8.00
UPGRADE NAAR PRO-ABONNEMENT >>
 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Beste Pierre,

Ik heb reeds het artikel van Arend van enige repliek voorzien, welke wellicht ook voor jou van interesse kan zijn. Mag ik je daarnaar verwijzen, en het daarbij laten?

Iemand ontdekt een behoefte (consultancy), speelt er op in en verdient veel geld. Anderen gaan het ook doen. De koek is nog groot genoeg en wordt groter. Breakeven point komt in zicht. Aanbieders van consultancy houden het aanbod van consultantopdrachten in evenwicht. Er komen opmerkingen van enkeel klanten dat zij niet zo tevreden zijn met de geboden adviezen. Dit is het eindpunt van de fase marktontwikkeling

De volgende fase is marktverdediging.
Paniek in consultancyland: hoe kan ik mijn goedbelegde boterham veiligstellen? Om met Olivier B. Bommel te spreken ‘verzin een list’. List 1: we gaan ons organiseren (OOA, ROA, etcetera) en sluiten mensen in of uit onder het mom van kwaliteit. Wie is er trouwens tegen en nobel streven als profesionalisering van het vak, kwaliteit leveren en vakbekwaamheid standaardiseren? List 2: consultants schrijven artikelen of (s)preken tijdens congressen over oude wijn in nieuwe zakken, over onze aanpak is veel beter en heeft zich bewezen en over oppassen er opereren, zelfs bij gerenommeerde bureaus, veel nepconsultants. List 3: we gaan grote, sterke adviesorganisaties vormen en de kleintjes uit de markt drukken. Tegenlist op list 3. Grote bureaus geven eenpitters de kans gaten in de markt te vinden.

De derde fase is dat de markt verandert.
Er komen partijen op de markt die de spelregels veranderen. Bijvoorbeeld partijen die advies en ICT combineren. Nog meer paniek onder de gevestigde orde. De listen worden sterker uitgevoerd. Helaas blijkt dit veel verspilling van energie. De nieuwe partijen hebben succes en er zijn vooruitzichten op het verdien van heel veel geld. If you cannot beat them join them. De ‘oude garde’ ziet hen als overlopers. Er blijft overigens altijd een markt voor de oude garde. Het is even wachten, maar de teleurstellingen in de nieuwe markt geeft op termijn weer ruimte voor de oude markt. De meesten van de oude gare weten dit.

Het eerste signaal dat de strijd verloren is de opmerking ‘de klant wil resultaten en geen gezeur. Klanten klagen en wie wil het kip met de gouden eieren slachten? De consultancyrijen sluiten zich en schermutselingen verdwijnen naar de achtergrond. Een paar partijen blijven nog met de listen aan de gang, maar dit zijn de bekende achtergrondgevechten. Getuige het artikel van Pieterse zitten we in deze fase.

Voorspelling: de nieuwe garde wint terrein, velen volgen. De oude garde kan nog steeds aan de slag en duiken op de lacunes die de nieuwe markt heeft. De oude garde blijft list 2 (schrijven en preken) gebruiken om de lacunes van de nieuwe garde aan te tonen en opdrachten te verwerven.

De vraag is nu: welke nieuwe partij ontwikkelt zich en maakt de nieuwe garde tot een oude garde? Er is natuurlijk niets leuker dan dit hele spel te spelen en er over te speculeren. Zelfs ik kan de neiging niet onderdrukken, getuige deze reactie, een heel, heel klein beetje mee te spelen.

Kan het zijn dat de naam consultant eigenlijk “verkracht” is door de velen die zich geroepen voelen deze mooi klinkende naam te gebruiken. We kennen allen het fenomeen van floormanager. Als een consultant zich serieus neemt dan kan hij geen rechter en partij tegelijk zijn wat in de IT branche bijna schering en inslag is. Als onafhankelijk “consultant” kom ik geregeld de vraag tegen hoeveel ik moet om de bestelling bij hen geplaatst te krijgen. Dit getuigt van de ontwaarding die aan de naam verbonden is. Een architekt bouwt in principe ook geen huizen als hij een beetje recht in zijn schoenen staat. Ik verkoop mezelf niet meer als “consultant” opdat ik mij schaam die naam te gebruiken.

De reactie van Ronald den Dikkenboer op het artikel van Pierre Pietersen vind ik getuigen van zeer scherpe observaties van de ontwikkelingen in de adviesbranche. Mede door de prozaische schrijfstijl met zeer veel plezier en herkenning gelezen.

De artikelen van Pierre Pieterse en Arend Ardon zijn een verademing in de discussies die de laatste jaren in de consultancy branche gevoerd zijn (en helaas nog worden). Het is verbijsterend te moeten constateren dat de strategie-vorming binnen de Orde jaren duurt. Het is te hopen dat wij onze klanten sneller en beter ondersteunen! Blijkbaar ontbreekt het aan richting, is samenwerking erg lastig en valt het niet mee om duidelijkheid te scheppen aan de markt. Ondertussen vertellen wij onze klanten hoe het op deze punten allemaal beter kan. Volgens mij is er ook nog zoiets als ‘practice what you preach’. Uit de begiregels van het artikel van Pieterse blijkt, dat advisuers wel genegen zijn te reageren naar de auteurs, maar er voor terug deinsen om openlijk op de artikelen te reageren. Ik vraag mij af hoe dit komt. Angst lijkt mij de slechtste raadgever/adviseur in deze. Hoewel de adviseurs al aardig over elkaar heen lijken te tuimelen, en ik daar blijkens het opgenomen citaat nog een bijdrage aan schijn te hebben gegeven, kan alleen een open discussie op het scherpst van de snede tot een oplossing leiden. Anders praten wij over 8 jaar nog met elkaar, zonder resultaat. Geen enkele beroepsvereniging lijkt zo zwak georganiseerd te zijn als die van de organisatie-adviseurs. Het lijtk allemaal sterk op de schoenmaker die loopt op versleten schoenen. Er zijn have (ROA/OOA) en have nots, maar de markt interesseert het niets. In tegenstelling tot accountants, belastingadviseurs, administrateurs zegt de beroepsaanduiding (CMC)de klant niets. Bekende kantoren zijn geen lid van ROA of dreigen sinds mensheugenis uit te treden (maar doen dat dan toch weer niet). Tijd voor verandering….want daar zijn wij toch zo goed in?

Had graag wat meer informatie gehad over consultancy.
Wat het allemaal inhoud en wat de verschillende mogelijkheden zijn.
Dank bij voorbaat

Tom Gijsels

Sorry, beetje nutteloze discussie deze discussie. Lijkt mij dat we het woordje consultant gewoon moeten schrappen en iedereen maar weer adviseur moeten noemen. Bedrijfsadviseur, computerspecialist, managementadviseur, organisatieadviseur ga zo maar door. raakt men ook niet meer in de war.

Heren, dames,

Ik heb beide stukken, en enige replieken, gelezen.

Een aantal punten uit deze discussie zijn herkenbaar en herleidbaar tot de realiteit. Het is bijvoorbeeld inderdaad zo dat klanten op dit moment nog weinig vertrouwen hebben in de consultant of adviseur. Beiden hebben misschien teveel beloofd en te weinig geleverd. Verder is Nederland ook kortweg overladen met advies- en consultancybureau’s. Sommige van deze bureau’s maken jammer genoeg op hun website al duidelijk dat zij niet eens het onderscheid kennen tussen een positiestructuur en een procedurestructuur. Dit laatste is dan een dissonant die het vertrouwen van de klant die wel enige kennis van zaken heeft verder doet weg kwijnen. Een gevoel vanuit de klant qua twijfel aan eerlijkheid binnen de advieswereld, groeit steeds meer.

Daarom ook dat het misschien hoog tijd is geworden om inderdaad de stoffigheid van het beroep van de organisatiekundige/veranderkundige af te halen. Door de dikke sigaren en het slappe gelul uit de ramen te gooien en duidelijke taal met elkaar te praten. Tussen adviseurs/consultants onderling en zeker naar onze klanten toe.

Voorts vind ik het stilaan een feit dat we ons allen hernieuwd dienen te realiseren dat het beroep van adviseur inhoudt dat we met zijn allen werken in een omgevingen die plurifomiteit vereist. Dit houdt in dat we een diversiteit aan collegae hebben en allen samen gericht dienen te zijn op het klaren van een vraagstuk: het oplossen van het probleem van de klant naar beste vermogen.
Het daarbij een onderscheid maken van wie uit welke hoek komt, vind ik niet eens een discussie waard. Dat we de kennis uit een veelheid van hoeken dienen te bundelen, of ons op een (aantal deel-) vlakken dienen te specialiseren en (mogelijkerwijs) vanuit diverse bureau’s dienen samen te werken, lijkt me een logisch groeipatroon. Dat groeipatroon dienen we te erkennen en daar naar te ageren.

We moeten ons dus niet afvragen of we het beroep van adviseur of organisatiekundige dienen te beschermen, en nog minder elkaars herkomst, kennis en vaardigheden af te breken. De onzin die een directeur uitkraamt via de denigrerende opmerking dat hij aan een businesskaartje al kan zien waar iemand vandaan komt, en wat ie waard is, is voor mij een duidelijk vertoon van gebrek aan kaderend vermogen. Deze directeur komt dus uiteindelijk in de problemen, of heeft al problemen, omdat hij de veelheid van disciplines, kennis en vaardigheden die benodigd zijn bij de oplossing van een probleem niet ziet, niet wenst te zien, of domweg niet (h)erkent.

Ook de opmerking van een IT’er (wat weet die van adviseren af?) gaat mijn inziens dus niet op. Dit is een van de vele disciplines binnen de adviesdiscipline, waarvoor onze klant(en) ondersteuning zoekt bij ons.
Mijn visie omtrent IT’ers ? Het zijn mensen, die ervaring opdoen, en dus kunnen groeien, en dus kunnen bijdragen. We mogen niemand uitsluiten die ons een kans bied om ons (advies-)bedrijf verder te laten groeien en langer te laten bestaan. Als adviesbedrijven verwelkomen we bedrijfseconomen, juristen, Trainers, en weet ik veel wie nog meer, en noemen deze adviseurs en zetten ze aan het werk. Als adviseurs hebben we zelf een mengeling aan ervaringen. Is het dan niet vreemd dat we als een stelletje angsthazen onze stropdas nog wat strakker aantrekken en de neus vies optrekken naar iemand die ons inzien nooit adviseur kan zijn omdat hij vanuit de een tech-omgeving komt? Protectionisme omwille van kwaliteit ? Lijkt me goed? Maar wie bepaalt de grenzen en waar leggen we de grenzen van minimaal benodigde kennis om een titeltje te mogen dragen. Vergeten we dan niet dat IT inderdaad niet meer weg valt te denken uit onze maatschappij? Stel het volgende : iemand komt uit een financiele achtergrond. Weigeren we dit soort kandidaten? Meestal niet. Zeker nu niet.

Ik las laatst op mijn scheurkalender het volgende: een stropdas scheid het hoofd en het hart van elkaar. Misschien moeten we hierover eens nadenken. En bovenal dienen we ons te realiseren dat als we zo star en stug aan onze sigaar blijven lurken, we door de rook in de kamer het licht in de ramen niet meer zien.

En laten we alsjeblieft niet de deuren sluiten van “onze” advieswereld.
1)Het is niet “onze” wereld, het is de wereld van ieder die hieraan een positieve bijdrage kan leveren. We moeten dus de deuren niet sluiten, eerder kijken hoe we gericht op groei beter nieuwe collegae kunnen werven tot wederzijdse lering en groei van alle betrokkenen.
2)Net door die nieuwe bijdrages, en vernieuwende inzichten en ideeen vanuit allerlei mogelijke disciplines kunnen we onze klanten nog beter ondersteunen.

Met vriendelijke groet,

S. H. Bals

Toon alle 8 reacties
x
x