De bouw raakt 60% van de materialen kwijt...

Wie circulair wil bouwen, moet vooral circulair leren organiseren. De bouw van 2050 vraagt niet alleen om andere materialen, maar om een fundamenteel andere logistieke architectuur.

De Nederlandse bouwsector gebruikt jaarlijks enorme hoeveelheden materialen. In 2023 bedroeg de totale instroom bijna 49 miljoen ton (exclusief grond, ophoogzand en klei), terwijl ruim 20 miljoen ton vrijkwam uit sloop en renovatie. De vraag naar materialen is daarmee bijna 2,5 keer zo groot als het aanbod uit de eigen keten. Dat structurele gat vormt de kernuitdaging voor een circulaire bouweconomie.

Een nieuw onderzoek naar materiaalstromen en milieubelasting in de bouw en infra laat zien dat circulariteit niet alleen een ontwerpopgave is, maar vooral een logistieke systeemvraag. Het EIB het, in samenwerking met Structural Collective, onderzoek uitgevoerd naar circulariteit in de Nederlandse bouwsector. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Verschillen tussen GWW en B&U

In de grond-, weg- en waterbouw (GWW) kan theoretisch ongeveer twee derde van de materiaalvraag worden gedekt met vrijkomende stromen. Vooral asfalt en beton kennen relatief hoge hergebruikpercentages. In de praktijk is de match echter lager door kwaliteitsverlies, materiaaldegradatie en logistieke beperkingen. Dat vraagt om betere scheiding, regionale opslag en kortere ketens.

In de burgerlijke en utiliteitsbouw (B&U) is het beeld fundamenteler. Daar bedraagt het theoretische aanbod nu minder dan 20% van de vraag. Beton is veruit de grootste stroom, maar de matching is laag. Hier ligt dus een grote logistieke uitdaging: het identificeren, tijdelijk opslaan en opnieuw inzetten van vrijkomende materialen.

Van bulk naar techniek: nieuwe logistieke complexiteit

Een opvallende ontwikkeling is dat de milieubelasting steeds minder samenhangt met massa en steeds meer met techniek. De verduurzamingsopgave met warmtepompen, zonnepanelen en kabelinfrastructuur verschuift de impact van zware bulkstromen naar installaties met waardevolle materialen als koper, aluminium en elektronica en componenten die zich lenen voor refurbishing.

Dat betekent voor logistiek:

  • Meer hoogwaardige, kleinere en kwetsbare stromen

  • Hogere eisen aan traceerbaarheid en kwaliteitsborging

  • Toenemende noodzaak van retourlogistiek en refurbishing voor hergebruik

  • Regionale hubs voor sortering en refurbishing.

Circulaire bouw wordt daarmee minder een bulkprobleem en meer een fijnmazige logistieke operatie.

Richting 2050: potentie groeit, maar alleen met slimme organisatie

Richting 2050 neemt de nieuwbouwproductie naar verwachting af en groeit het aandeel van renovatie en vervanging. Theoretisch kan dan bijna de helft van de materiaalvraag in de B&U uit de eigen keten worden gedekt. Maar dat gebeurt natuurlijk niet vanzelf. Het EIB rapport schrijft helaas niet hoe...

Zonder logistieke organisatie blijft hergebruik versnipperd en inefficiënt. Wat de sector moet aanpakken zijn:

  1. Regionale circulaire materiaalhubs die vraag en aanbod koppelen

  2. Digitale platforms voor secundaire materialen

  3. Datakoppeling tussen sloop- en nieuwbouwprojecten (ook in asset management en BIM)

  4. Demontagevriendelijk ontwerpen

  5. Geoptimaliseerde transportstromen om extra CO₂ te beperken.

De echte bottleneck: data en ketensamenwerking

Het onderzoek onderstreept dat datakwaliteit, vooral in de infrastructuursector, tekortschiet. Zonder betrouwbare informatie over hoeveelheden, kwaliteit en timing van vrijkomende materialen blijft circulaire matching grotendeels theoretisch.

Voor logistieke professionals en groothandels ligt hier een strategische kans. Circulaire bouw is in essentie een logistieke transitie: van lineaire aanvoer naar gesloten ketens, van bulkdistributie naar slimme regionale matching, en van projectmatig transport naar ketenregie.

Wat kunnen aannemers en opdrachtgevers doen?

  • Breng morgen met collega's in kaart welke vrijkomende materialen uit sloopprojecten direct inzetbaar zijn in lopende of komende nieuwbouwprojecten in de regio.
  • Maak afspraken met regionale hubs en logistieke partners over tijdelijke opslag, bundeling en herdistributie van secundaire bouwmaterialen.
  • Koppel je sloop- en nieuwbouwplanning met BIM logistiek aan elkaar en stuur actief op minder transportbewegingen en hogere beladingsgraad.

Wie circulair wil bouwen, moet dus vooral circulair leren organiseren. De bouw van 2050 vraagt niet alleen om andere materialen, maar om een fundamenteel andere logistieke architectuur. Of wachten we tot de overheid een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) oplegt?

Walther Ploos van Amstel.

 

Lees het rapport van EIB hier.

Lees ook: De circulaire bouwketen begint bij de bouwgroothandel

Lees ook: Digitalisering circulaire stromen is de sleutel voor ketenregie

Lees ook: Nog te weinig bouwers maken gebruik van de logistieke mogelijkheden die BIM biedt

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--