Je zit aan tafel met de directeur. Koffie staat er al. Hij leunt voorover en zegt:
"We hebben een paar absolute toppers, maar ik ben bang dat ze weggaan. We willen een speciaal programma voor ze ontwikkelen."Je knikt. "Klinkt goed. Maar vertel eens… Hoe groot is de groep die onderpresteert? Hebben we daar wel eens aangedacht?"
Stilte!
Dit scenario komt rechtstreeks uit de praktijk van dr. Kilian Wawoe, organisatiepsycholoog, docent HRM aan de VU en consultant. Hij wordt regelmatig ingehuurd met de vraag: hoe houden we onze beste mensen vast? En zijn antwoord is steevast: dat is niet de vraag die je zou moeten stellen.
Wat er in de praktijk gebeurt
De mensen die bovengemiddeld presteren krijgen vaak extra beloning of een mooi ontwikkeltraject. Maar voor je het weet haakt de rest van de organisatie af.
Stel je voor wat er gebeurt met iemand die al moeite heeft om bij te blijven – als hij ziet dat zijn collega net een mooie bonus heeft gekregen. De motivatie zakt verder weg. De kloof wordt groter.
Dit raakt volgens Wawoe iets fundamenteels in leiderschap. Als leidinggevende moet je niet het grootste deel van je tijd besteden aan het belonen van goed gedrag. Jouw rol ligt juist in het coachen van mensen die het moeilijk hebben – in het corrigeren van gedrag dat niet werkt.
Jouw medewerkers wachten op de feedback die jij niet durft te geven
Je mensen die vastlopen weten vaak zelf wel dat het beter kan. Wat ze nodig hebben is iemand die coacht. Die naast ze gaat zitten, eerlijk zegt wat niet werkt én wat wel, en inspireert in hoe ze een stap verder komen.
Maar in tien van de tien organisaties waar Wawoe komt, hoort hij hetzelfde:
Wat er dan gebeurt, noemt hij restaurantfeedback. Je vraagt iemand: heeft het gesmaakt? "Ja hoor, prima!" En intussen weet niemand precies waar hij aan toe is.
- "We vinden het moeilijk om feedback te geven."
- Of: "Wij doen dat niet zo."
Waar de echte winst ligt
Wawoe pleit voor een “correctie” op de reflex: alle energie naar high potentials. Terwijl de grootste “verborgen winst” bij je mensen ligt die nu onderpresteren.
Stel: 10% van je mensen presteert niet naar verwachting. Je hebt 400 medewerkers en een totale loonsom van 2.800.000 euro per jaar. Dan besteed je zo'n 280.000 euro per jaar aan mensen waarvan je zelf zegt: die zijn het niet helemaal waard. Elk jaar opnieuw – tenzij je bereid bent eerlijk te kijken naar wie er nú echt aandacht verdient.
De top vergeet je niet - maar je benadert ze anders
Moet je je beste mensen dan negeren? Nee. Maar je high performers hebben geen behoefte aan glamourprogramma's of nóg meer geld — ze willen zingeving, groei en échte invloed. Praat met hen over waar ze over twee of drie jaar willen staan. Betrek ze bij verbeterprojecten, innovatie, het coachen van collega's. Dát houdt ze.
Niet óf-óf, maar: waar begin je?
De sleutel zit hem in de volgorde en de balans. Het begint bij wie achterblijft. Niet óf-óf, maar: waar ligt jouw eerste verantwoordelijkheid? Dat kan er zo uitzien:
- We richten een ontwikkel- en coachingaanpak in voor álle medewerkers (sporterslogica: veel oefenen, vaak evalueren)
- De grootste investering doen we in mensen die nu nog onder de maat presteren – daar zit het meeste rendement, én het voorkomt dat de rest afhaakt.
- De beste mensen krijgen extra uitdaging en impact.
Begin met de eerlijke vraag
Hoe check je wie er achterblijft? Wawoe stelt leidinggevenden altijd dezelfde vraag: wie zou jij, met de kennis van vandaag, niet meer aannemen? Niet wie is relatief het slechtst — want relatief bungelt er altijd iemand onderaan. Het gaat om mensen die structureel niet op hun plek zitten. Denk aan die docent van vroeger, die z'n vak niet verstaat en de orde niet kan handhaven. Maak die lijst. En ga ermee aan de slag.
Leiderschap begint niet bij de top. Het begint bij wie achterblijft. Daar ligt de grootste uitdaging en daarmee ook de grootste kans. Voor je medewerker én voor je organisatie. Aldus dr. Kilian Wawoe.
Denk je nu: er zit meer in mijn team, maar hoe haal ik het eruit?
In de collegereeks Psychologie voor Managers van Focus Learning Journeys gaan experts als dr. Kilian Wawoe en dr. Ben Tiggelaar dieper in op wat mensen écht drijft en hoe je samen meer bereikt. Voor wie gedrag wil doorgronden en beïnvloeden. Download hier de brochure >>
Gerelateerde artikelen
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--
Wawoe stelt voor: maak een lijst van mensen die je vandaag niet meer zou aannemen. Eerlijk kijken, noemt hij dat.
Dat is te kort door de bocht. Onderzoek eerst waarom presteert iemand eigenlijk niet goed? Ligt het aan de persoon? Of aan de functie, de omstandigheden, of het gebrek aan goede feedback?
Zolang je die vraag niet stelt, is zo'n lijst geen hulpmiddel maar een excuus om mensen af te schrijven.
Leiderschap begint bij de vraag achter de lijst.
Begrijpen waarom iemand niet goed presteert is essentieel.
Tegelijk ziet Wawoe in de praktijk dat veel mensen moeite hebben met de eerste stap: eerlijk benoemen dát iemand niet goed presteert.
Zonder die helderheid wordt “begrijpen waarom” lastig.
Leiderschap zit in de combinatie: durven benoemen én daarna samen onderzoeken wat er nodig is om iemand verder te helpen.
Inderdaad niet om mensen af te schrijven, maar juist om ze serieus te nemen en te coachen.
De mensen die ‘onderpresteren’ weten vaak allang dat het niet loopt. Alleen wordt het zelden zo besproken dat er echt iets verschuift. Het blijft zachtjes rondzingen in omzichtigheid, goede of juist geen goede bedoelingen en algemene termen zonder impact, uiteraard.
Wat ik vaker zie is dat juist de mensen die minder zichtbaar zijn, of zich terugtrekken, het meeste invloed hebben op wat er níet gebeurt in een organisatie. Niet door wat ze zeggen, maar door wat ze nalaten te doen, ontwijken of ondergronds weten te organiseren.
Stigma’s leiden immers vaak tot onbestuurlijke schisma’s en die schisma’s zie je niet terug op de balans, maar ze worden wel degelijk betaald.
Voor mij begint leiderschap niet zozeer bij het maken van een lijst of het zoeken naar oorzaken, maar bij de vraag: durven we het gesprek zo te voeren dat iemand zichzelf niet meer kan ontwijken - en wij zelf ook niet?
Daar lijkt mij ook of anders meer beweging in te vinden.