Vol trots kondigt de directeur in de vergadering aan dat er uitgewerkte plannen bestaan voor een nieuw bedrijfspand. Iedereen gaat er op vooruit, het zal er ruimer en lichter zijn, er komen doucheruimtes en in de zomer zal het goed toeven zijn op het dakterras. In één vloeiende beweging leunt de directeur achterover en maakt zich breed om niets van de lofprijzingen langs zich heen te laten gaan. Maar hij is nog maar nauwelijks in ruststand of daar komt de eerste p&o’er al met de vraag of er in het nieuwe gebouw ook aan de leunstoelers is gedacht. En hoe is het eigenlijk met de faciliteiten voor de rokers gesteld? Nummer drie vraagt zich bezorgd af of de lunchruimte niet te krap is bemeten en of de fabrieksvloer wel voorzien is van een anti-sliplaag. En dat er een procedure moet komen voor de toewijzing van de kantoorruimtes. Sombere blikken worden daarbij getrokken en vele beren op de weg gezien.
Zo’n kritische houding had de directeur eigenlijk niet verwacht. Een beetje speels is leuk, maar graag niet te hard tegen het baasje opspringen. Hij wil daar juist een stekelige opmerking over maken als hij nog net op tijd bedenkt dat hij die p&o’ers wat ruimte moet gunnen om hen te laten gedijen als het sociale geweten van de club. En, dat moet hij toegeven, die rol speelt zijn p&o-afdeling met verve. Als het aan hem had gelegen, was het er bij die laatste reorganisatie wel wat rechtlijniger aan toe gegaan. Maar dan was het zeker oorlog geworden met de bonden en zou de pers zich ook heel wat minder coulant hebben opgesteld.
Voor het voetvolk van het bedrijf – maar niet voor hen alleen – blijft p&o echter vaak een soort geheim genootschap dat zich bezighoudt met het uitbroeden van ingewikkelde procedures waarvan wordt verondersteld dat zij een heilzame werking hebben op de problemen die zo nu en dan aan de organisatie knagen. Zo dokteren ze functionerings- en beoordelingssystemen uit, ze gaan over de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden en
je kunt niet om hen heen als je het opleidingscircuit of de management development in wilt. En ze hebben ook te maken met de salarissen. Die bepalen ze weliswaar niet in hun eentje, maar ze zitten wel dicht bij het vuur. Dat moeten dus machtige mensen zijn met wie je rekening moet houden.
Die beeldvorming geeft p&o’ers status. Voor een deel is hen die opgedrongen door de organisatie, maar menig p&o’er zal moeten toegeven dat hem dat een behaaglijk gevoel geeft en dat hij dat imago – of is het een mythe? – graag in stand houdt.
Het wórdt een mythe als hij niet heeft nagelaten die status verder op te krikken maar de aldus ontstane verwachtingen niet kan waarmaken. Dan dreigt het gevaar dat hij steeds verder wegdrijft van de organisatie en krijgt het beeld dat hij alleen zijn eigen stand vertegenwoordigt de kracht van een zichzelf waarmakende voorspelling.
En bij eb in de economie wordt het nog een hele klus om weer aan land te komen op een zelf gebouwd vlot met een loodzwaar imago.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

x
x