De discussie over de veiligheid van vrouwen in Nederland is de afgelopen tijd gelukkig nadrukkelijk op tafel gekomen. Aanleiding is onder meer de aandacht voor femicide, maar daaronder ligt meer: de dagelijkse ervaring van vrouwen dat de openbare ruimte voor hen onveiliger is dan voor mannen. Vrouwen spreken zich daar terecht over uit. Soms fel, soms boos, vaak vanuit vermoeidheid. Dat heeft niets te maken met 'wokisme' of een politieke voorkeur, maar met een claim op doodnormale rechten.
Wat minstens zo interessant is, is wat er aan de andere kant gebeurt. Bij mannen. Van alle generaties. Ik ben zelf 66 en herken het verdedigingsmechanisme ook bij mezelf, al ligt het veel verder terug in de tijd en heb ik geleerd van vrouwen. Ik heb afgeleerd om te zeggen: “Maar ik ben niet zo.” Of: “Niet alle mannen.” Of: “We worden nu allemaal over één kam geschoren.” En waarom? Omdat het niet gaat over mij maar over de veiligheid van vrouwen.
De verdedigingsreflex van mannen verdient nadere beschouwing. Ik heb er eerder over geschreven, en onmiddellijk doken daar een paar mannen op. Het zou 'slijmgedrag' zijn en 'politiek correcte hypocrisie'. Ik negeer dat nu, want ik weet intussen waar dat soort reacties vandaan komen. Inderdaad: diezelfde verdedigingsreflex.
Wat gebeurt er eigenlijk? Op het moment dat vrouwen spreken over structurele onveiligheid, voelen veel mannen zich persoonlijk aangesproken. Niet omdat ze zich schuldig maken aan dat gedrag, maar omdat hun zelfbeeld onder druk komt te staan. Ze ervaren het als een aantasting van hun identiteit: ben ik nu ineens onderdeel van het probleem? En dus volgt verdediging. Maar daar gaat net dus niet over en het is ook precies waar het gesprek vastloopt.
Want dit gesprek gaat niet over wie wel of niet 'zo' is. Het gaat over perspectief. Over hoe verschillend mannen en vrouwen dezelfde wereld ervaren. En over het feit dat mannen historisch gezien altijd de norm hebben mogen bepalen: wat normaal is, wat overdreven is, wat 'wel meevalt'. Daar zit een les. En die is ongemakkelijk.
Veel mannen kennen het gevoel dat ze nu benoemen ('over één kam geschoren worden') eigenlijk nauwelijks uit eigen ervaring. Dat gevoel is juist iets wat minderheden, niet-geprivilegieerde groepen en uitgesloten mensen goed kennen. En daar had niet iedereen begrip voor. 'Ze moeten zich niet zo aanstellen' was vaak de respons. Nu ervaren mannen, op dit specifieke thema, voor het eerst iets wat daar op lijkt. En ineens schuurt het en walmt de verongelijktheid op uit de putten van gekwetste ego's.
Generaties reageren daar verschillend op. Oudere mannen zijn opgegroeid in een tijd waarin dit onderwerp nauwelijks werd benoemd. Jongere mannen voelen zich soms juist klemgezet tussen wat ze wél begrijpen en wat ze niet persoonlijk herkennen. Maar bij alle generaties zie je hetzelfde patroon: zolang mannen zichzelf centraal blijven zetten ('hoe voel ík mij hierbij?') verdwijnt de kern uit beeld.
Die kern is eenvoudig. Het gaat over veiligheid. Over gewoon over straat kunnen. Zonder achterna gefloten te worden. Zonder opmerkingen. Zonder aanrakingen. Zonder voortdurende alertheid. Dat is geen ideologisch debat. Dat is geen cultuurstrijd. Dat is geen aanval op mannen. Dat is een basisvraag: hoe zorgen we ervoor dat mensen zich vrij en veilig kunnen bewegen? Waarom bepaalde mannen niet (willen) begrijpen dat dit echt een relevant thema, is mij een raadsel. Wat verdedig je dan?
Dat dit onderwerp 'groot' is geworden, komt juist doordat het zo lang klein is gehouden. Door het te bagatelliseren. Door te zeggen dat het wel meevalt. Door het politiek te associëren. Door individuele uitzonderingen als argument te gebruiken tegen structurele ervaringen.
De uitnodiging aan mannen is daarom om het te gaan begrijpen en van positie te veranderen, ook onder elkaar. Opkomen voor dit eenvoudige recht van vrouwen, solidair aan hen zijn zonder gelijk te gaan blaffen over de eigen positie, mag niet leiden tot verwijten als 'politiek correcte hypocrisie'.
In het algemeen is het beter om te stoppen met normeren vanuit het eigen perspectief. Om te luisteren zonder onmiddellijk te corrigeren. Om te verdragen dat je iets niet volledig begrijpt, juist omdat je het niet zelf meemaakt. Ik heb een dochter. Ik had een moeder. Ik heb een zus. En ik heb vriendinnen. Ik weet uit gesprekken (niet uit theorie) dat ze straatjes omlopen en bepaalde plekken vermijden. Of dat ze ’s avonds liever binnen blijven. Niet omdat ze bang wíllen zijn, maar gewoon omdat ze zich niet veilig voelen. En erger: soms ook echt niet zijn. Want gesis, billenknijperij en seksisme komen gewoon nog steeds voor.
Dit onderwerp confronteert ons mannen met iets wat we niet gewend zijn: dat we niet de maatstaf zijn. En precies daar zit de kans om in een andere stand te komen. Want als mannen onderling het gesprek aandurven over die verdedigingsreflex, waar die vandaan komt, wat die beschermt, en wat hij in de weg staat, dan ontstaat er ruimte. Al moeten we ons ondertussen realiseren dat dat een middel is, en niet het doel van deze discussie. Dat is om een einde te maken aan de belachelijke situatie dat een vrouw zich onveilig voelt in haar dagelijkse leven. Laat de politiek (rechts of links, dat boeit me niet) daar nu eens echt werk van maken.
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--