De organisatietrainer en zijn hindernissen 5 (feuilleton)

Ze leek niet alleen op de Finkenstein paradijsvogel, misschien wàs ze het wel. Of was hij zo oud geworden, dat hij personen uit het verleden en het heden niet meer uit elkaar hield? Het kon zijn, maar hij miste iedere bereidheid om hierbij stil te staan. Er moest een training worden gegeven, de boel moest worden klaargezet en er was nu geen tijd voor bespiegelingen of zelfcorrecties.

Ook al niet, omdat er iemand op hem stond te wachten. Het was een jonge vrouw, rond de 22, met opgestoken en prachtig lang zwart krulhaar, in een donkerblauw broekpak waarop in rode sierlijke letters het logo Learning Lane stond geschreven. Ze droeg er een witte blouse onder, en hoge hakken, misschien omdat ze vrij klein was. Hij vermoedde dat ze geen Nederlandse ouders had. Omdat het altijd moeilijk was om een inschatting te maken waar iemand vandaan kwam, hield hij zijn gok voor zich. Hij vermoedde dat haar ouders uit Iran kwamen, maar je wist het gewoon niet.

‘Dag meneer, mijn naam is Firousa. Waarmee kan ik u helpen?’ vroeg ze vriendelijk. Ze was een toonbeeld van klantvriendelijkheid. Het behoorde tot de serviceverlening van de Learning Lane om in elk gebouw zo’n steward te hebben, die de trainer zou ontvangen en hem wegwijs zou maken.

‘Nog nergens mee’ zei hij ‘Maar dat kan zomaar anders worden als de beamer en de computer niet op elkaar aangesloten willen worden.’

‘Daar hebben we gelukkig oplossingen voor, meneer eh…’

Ze keek op het papier dat ze bij zich had.

‘Meneer Steenstra, we hebben allerlei snoertjes en snoeren en men zegt dat ik vrij technisch ben, dus ik help u wel.’

Hij mompelde iets van ‘fijn’, keek haar nauwelijks aan. Niet uit verlegenheid of onbeleefdheid, maar omdat hij pas gerust was wanneer de computer en de beamer aangesloten waren, en zijn power point presentatie op het scherm zichtbaar was. Die structuur had hij nodig. Hij zou er vanaf wijken, dat wist hij. Zo zat hij nu eenmaal in elkaar. Om zich vrij te voelen, moest de structuur kloppen. Klopte die? Ook vandaag, op deze dag van wraak, had hij een structuur nodig, ook al had hij die zelf bedacht. Juist omdat hij zou afwijken van de afspraken, juist daarom moest de structuur kloppen. Gelukkig hoefde hij dat niemand uit te leggen, want niemand zou dat snappen.

‘Voordat ik weer ga, wil ik graag van u weten hoe laat u en de groep willen lunchen?’ vroeg Firousa. 

Hij reageerde niet, haalde zijn laptop uit zijn tas, pakte de afstandsbediening op de tafel waarmee hij de beamer aanzette, zag uit zijn ooghoeken Ada dichterbij komen en keek of er een HDMI-kabel voor handen was. Die was er en hij stopte hem onmiddellijk in zijn Mac Book, dat gelukkig weer voorzien was van een HDMI-ingang. Bij zijn vorige computer had Apple bedacht, dat die niet nodig was, waardoor er een tussenkabeltje moest worden gekocht. Ja ja, de kassa rinkelde bij de computergigant door dit soort dingen.

Toen hij alles verbonden had en met de afstandsbediening de beamer had aangezet, bleef het scherm blauw. Dat klopte niet; op het scherm zou de presentatie zichtbaar moeten zijn. Ada was inmiddels in gesprek met Firousa en stelde vragen hoe het was om altijd maar klaar te moeten staan voor iedereen.

‘Dat vind ik zo knap van jullie. Mensen zijn niet gemakkelijk.’

Het antwoord viel te verwachten. Het was gewoon haar werk, en het viel ook wel weer mee.

‘Maar toch vind ik het knap’ ging Ada verder, en ze begon uit te leggen dat het heel bijzonder was om zo geduldig te zijn.

Omdat hij zich slecht kon afsluiten voor gesprekken, en de stress nu begon op te lopen, kon hij zich niet inhouden.

‘Ik zou het fijn vinden als je je empathische smalltalk even voor je houdt, en Firousa niet afleidt, want hier staat een trainer die haar hulp nodig heeft’ sneerde hij.

‘Oef,’ zei Ada nog steeds glimlachend ‘Hier is iemand met het verkeerde been uit bed gestapt, geloof ik’

Hij negeerde het, ook al voelde hij iets borrelen.

‘Kun je me helpen, Firousa?’ vroeg hij, en er parelde wat beginnend zweet op zijn voorhoofd. Het was niet zo warm in de zaal, maar hij had een degelijke trui aangetrokken die eigenlijk net iets te warm was, maar ook weer niet warm genoeg om het zweet lekker door de poriën te persen.

‘Natuurlijk’ zei Firousa.

Met een paar handelingen had Firousa de zaken geregeld. Hij wilde net een slok koffie nemen, toen de slimme en handige gastvrouw hem vragen begon te stellen en een verhaaltje hield over de huisregels. Hier was de nooduitgang, daar en daar de koffiemachine (‘maar dat heeft u vast al gezien’), haar telefoonnummer voor het geval dat er iets nodig was en het tijdstip van de ochtend- en middagsnack, waarbij vooral de streekbonbons in de ochtend door deelnemers zeer op prijs werden gesteld.

‘En hoe laat wilt u lunchen?’

Hij zag een kartonnen doos op een tafel in de hoek staan en wist wat daarin zat. Naambordjes, hand outs die niemand las, schrijfblokken en pennen waarvan er altijd teveel waren aan het begin en niets meer over aan het einde van de dag. Er was altijd wel een deelnemer die ze mee nam.

‘Oh shit, die doos’

‘Zal ik dat even voor je doen?’ vroeg de paradijsvogel.

‘Nee, wacht maar even’ zei hij. Hij moest vermijden dat ze iets deed waar hij dank-je-wel voor moest zeggen, want dan zat hij aan haar vast. De machtsverhouding tussen hen was op dit moment nog in zijn voordeel, maar dat mocht niet verstoord worden.

‘Zal ik kwart over 12 opschrijven voor de lunch?’ drong Firousa aan, vastberaden, maar niet zonder geduld en tact.

‘Ja ja’ mompelde hij, terwijl hij naar de doos en met het ding naar een andere hoek van de trainingsruimte liep. Hij pakte een schaar en reet de bovenkant open. Nu kwam het zweet wat beter door. Er kwam iets van een geur los, niet echt een zweetgeur maar aangenaam was het niet, dus kon hij de trui niet meer uittrekken want hij wilde niet dat iemand de geur zou ruiken en zeker de paradijsvogel Ada niet.  

‘Kwart over 12 dan. Prima. Heeft u verder nog wensen?’

Ja, een massage op een strand in Malaga, dacht hij, maar hij zei het niet.

De eerste deelnemers kwamen binnen.

‘Mogen we er al in? Over 6 minuten begint de training.’

Hij nam een besluit: de doos zou hij later doen. Ze zouden toch met een introductierondje beginnen. En een beter idee was de deelnemers de doos zelf te laten uitpakken. Had hij niet ooit op zijn trainersopleiding geleerd om de deelnemers zoveel mogelijk zelf te laten doen? Zelfs het opzetten, veranderen of opruimen van de trainingslocatie hoefde je niet zelf te doen. Een goede trainer was een luie trainer, wist hij, maar ja, op de een of andere manier lukte het hem maar niet om die wijsheid in praktijk te brengen. Ook nu stond hij weer veel te fanatiek te werken.

In de jaren ’90 was dat anders. Training was toen erg hip, omdat managers het destijds nog als een oplossing voor alle problemen zagen. En omdat mensen te lang in organisaties bleven hangen en veel te veel verdienden, moesten ze een beetje bang worden gemaakt met ‘veranderen’.  Alles was verandering. Om dat onder ogen te zien werden de vreemdste trainers voor groepen geplaatst. Hij had er de nodige leren kennen.

Indira bijvoorbeeld, de man die eigenlijk Teun heette. Hij was een voormalig leerling van Osho. Was in Poona geweest, in de ashram, en maakte mensen wijs dat alles wat ze tot dan toe geleerd hadden onzin was. Ze moesten het los laten, het was allemaal angst. Het huis dat je was geworden moest afbranden tot in de kelders, om een nieuwe persoonlijkheid te worden, die wel tegen verandering was opgewassen.

Het waren krankzinnige tijden geweest. Managers stonden op autobanden in een omhelzing om elkaar te leren vertrouwen. Er was een trainer die aan het begin van een training een kaars tussen de groep en zichzelf neerzette en niets zei. Mensen begonnen dan vanzelf te praten. Soms werd iemand woedend.

‘Ik ben hier potdomme niet naar toegekomen om naar een zwijgende goeroe te kijken’

Daar werd dan vervolgens op doorgegaan.

‘Waarom maakt het je kwaad als ik stil ben?’ vroeg de trainer dan.

En die kwaadheid werd dan uitgediept. Het knappe was dat alles voortkwam uit niets doen. De training werd opgebouwd uit luiheid. En hij, Job Steenstra, een van de beste trainers van het land, stond weer eens te zweten. 25 jaar later had hij het nog niet begrepen.

‘Ja hoor’ zei de paradijsvogel ‘Kom maar binnen’

Ze boog naar hem toe, toen ze zag dat hij haar woedend aankeek. Hoe haalde ze het in haar hoofd om zich met zijn deelnemers te bemoeien?

‘Laat ze maar aan mij over. Ik vang ze wel even op.’

Ze knipoogde.

‘Nog even niet’ overrulede hij haar ‘We zijn nog even in bespreking. Neem nog een koffietje. Ik kom jullie wel halen. Volgens mij missen we nog een paar deelnemers, toch? Als die er zijn kunnen we beginnen.’

De deelnemers keken elkaar aan en keken toen naar Ada. 

‘Oh’ glimlachte Ada ‘Even een stapje terug, Ada. Job is de baas.

Het leek een grap, maar dat was het natuurlijk niet. Hij begreep wel dat hij haar geen andere keuze liet dan haar gezicht te redden met humor, maar haar vrijpostigheid ging hem gewoon te ver. De deelnemers keken Ada een moment aan, zij haalde haar schouders op en de deelnemers keerden zich om en schikten zich in hun lot.   

Kom met uw praktijkervaringen op het terrein van managen en organiseren

Deel uw kennis, schrijf 3 columns of artikelen en ontvang een gratis pro-abonnement (twv €200)

Word een pro!

SCHRIJF MEE >>