Hoe gemeenten vitale wijken en winkelstraten realiseren en in stand houden

Cover stories

Overal in NL zijn gemeenten bezig met de inrichting van de openbare ruimte. Veiligheid en aantrekkelijke winkelstraten staan hoog op de agenda. Men laat een wijk of winkelstraat niet graag verloederen. Maar wat kan je eraan doen. Wat leert de veranderkunde ons over wijk- en gebiedsontwikkeling?

Elke gemeente wil vitale winkelstraten en wijken. Ze willen verpaupering tegengaan, leefbaarheid vergroten, de economie stimuleren, en een veilige en aantrekkelijke omgeving creëren. Dit is een veranderkundig probleem: meerdere partijen hebben belangen, niemand heeft totale controle, grote delen van zo'n verander proces zijn niet planbaar en het traject heeft veel tijd  en aandacht nodig. 

Maar het is meer dan dat. Een vitale winkelstraat is geen organisatie die je van bovenaf kunt sturen. Het is een complex gelaagd systeem – winkels in een straat, straten in een buurt, buurten in een stad, alles gevoed door culturele trekkers en gebruikers. Systemen in systemen.

En hier zit het echte probleem: gemeenten behandelen dit als project. Eenmalig, plan, investeer, klaar. Maar een vitaal winkelstraat-systeem is als een slinger – zolang je hem voortdurend energie geeft, blijft hij heen en weer gaan. Zodra je stopt, valt hij langzaam stil en verloedert de boel.

Vraagstuk met grote maatschappelijke waarde

Een winkelstraat betreft telkens een wirwar van belangen. 'Nader onderzoek' helpt niet. Pogingen om de boel bij elkaar te brengen en een koers uit te zetten, lopen al snel vast.  

Het is een vraagstuk van maatschappelijk belang terwijl de kennis om het aan te pakken nog weinig houvast biedt. Ideeën en raadgevingen zijn er genoeg maar concrete handelingskennis ontbreekt. ‘Zoveel hoofden, zoveel zinnen.’ 

Een gemakkelijke en snelle oplossing is er niet. Geen wonder dat gemeenten willen weten hoe andere gemeenten dit aanpakken. De PC Hooftstraat casus laat zien welke factoren maken dat de straat een succes wordt en blijft. 

Een straat als de PC Hooftstraat – welke gemeente wil dat niet?

De PC Hooftstraat functioneert in Nederland als het ultieme voorbeeld van winkelstraat-vitaliteit. Hoge huren, internationale flagshipstores, nooit leegstand, een blijvende toestroom van bezoekers. Als je dát kunt namaken, denken sommige gemeenten, heb je het probleem opgelost.

Maar is dat een realistische ambitie, of wordt er dan iets nagestreefd dat principieel niet na te streven is? Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst begrijpen wát de PC Hooftstraat werkelijk is. Niet als toeristische trekpleister, maar als systeem.

Een aaneenschakeling van toeval, geen plan

De PC Hooftstraat werd in 1876 aangelegd bij de bouw van het Vondelpark en was decennialang een deftige woonstraat voor de Amsterdamse elite – winkels waren in de omliggende straten zelfs uitdrukkelijk verboden. Pas rond 1890 verschenen de eerste gewone buurtwinkels: een slager, een bakker, een kruidenier.

De omslag naar wat de straat nu is, kwam pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw, en niet doordat iemand dat zo bedacht had. De Kalverstraat, destijds hét winkelhart van Amsterdam, verpauperde. Luxe winkels die daar niet meer wilden zitten, verhuisden naar de PC Hooftstraat. De huren stegen, en in de jaren tachtig waren de laatste buurtwinkels verdwenen.

Parallel daaraan groeide de bredere buurt uit tot het huidige Museumkwartier: het Concertgebouw opende al in 1888, en de latere musea rond het Museumplein vestigden zich in diezelfde welgestelde, negentiende-eeuwse stadsuitbreiding. Dat is geen toeval en ook geen plan. Het is een keten van op zichzelf staande gebeurtenissen – de aanleg van een park, het verval van een andere straat, de vestiging van een concertzaal – die elkaar toevallig versterkten. Precies daarom is deze geschiedenis niet ergens anders over te doen: je kunt geen tweede keer laten gebeuren wat de eerste keer al door samenloop van omstandigheden gebeurde.

Tweemaal een systeem in een systeem

De PC Hooftstraat is zelf al een systeem-in-een-systeem: boven de winkels wordt nog altijd gewoond in luxe appartementen en gewerkt. Naast winkelen bestaat er wandelen en verblijven (wandelen)– de straat functioneert ook als route tussen Vondelpark en Museumplein. Deze deelsystemen kennen elk hun eigen ritme: winkelen volgt strikte openingstijden, wonen en wandelen zijn voortdurend. Waar ritmes elkaar versterken, blijft een straat levendig.

Het system is gelaagd: meerdere functies tegelijk, elk met een eigen logica en ritme, maar ze versterken elkaar. De winkels trekken wandelaars, wandelaars trekken meer winkels, bewoners zorgen voor nabijheid en veiligheid. Dit werkt alleen als al die lagen aanwezig zijn en doorlopend interacteren.

Zoom vervolgens uit, en er ontvouwt zich een tweede, grotere laag. De PC Hooftstraat maakt deel uit van een breder geheel van complementaire winkelstraten – Van Baerlestraat, Cornelis Schuytstraat – die elk hun eigen karakter hebben in plaats van elkaar te beconcurreren. Al die straten worden gevoed door dezelfde culturele trekkers: Concertgebouw, Rijksmuseum, Stedelijk Museum, Moco Museum, Van Gogh Museum. Dit zijn systemen in systemen in systemen. Elk niveau voedt het ander. Daarom kan je het niet simpelweg organiseren als een project.

Stadmaken: een samenspel dat tijd nodig heeft

De PC Hooftstraat wordt gedragen door een samenspel van partijen die elkaar al decennia kennen. De gemeente stelt kaders – een bestemmingsplan, veiligheidseisen – zonder de uitkomst te dicteren. Een mooi, concreet voorbeeld: winkels zijn wettelijk verplicht hun etalage te beveiligen. Geen enkele winkel gebruikt daarvoor een standaardrolluik; elke winkel laat een eigen, kunstzinnig ontworpen exemplaar maken. Eén externe regel, tientallen individuele, herkenbare antwoorden. De etalages nodigen uit tot wandelen en windowshoppen.

Vastgoedeigenaren – een klein aantal grote partijen bezit een fors deel van de panden – treden op als curator. Ze behandelen de straat als merkportefeuille, bepalen bewust wie waar mag zitten. De internationale merken investeren op hun beurt in hun vestiging als statement. Een gezamenlijke ondernemers- en eigenarenorganisatie financiert collectief beveiliging, verlichting en belangenbehartiging, zonder dat één partij de baas speelt. Dit is dus geen sturing door één regisseur, en ook geen ongestuurde zelforganisatie. Het is een samenspel dat zelf tijd nodig had om te groeien. Zelfs met een onbeperkt budget zet u dit soort onderling vertrouwen niet in een paar jaar ergens anders neer.

Waarom de huidige aanpak van gemeenten faalt

Gemeenten zien de PC Hooftstraat en denken: dit willen wij ook.

Ze huren een consultant in – een 'kwartiermaken' of extern bureau – dat een paar maanden aanwezig is. Die voert interviews, verzamelt data, schrijft een rapport. Daarin staat een masterplan: 'Dit zijn de doelen, dit zijn de acties, dit is het budget, dit zijn de deadlines.'

Vervolgens investeert de gemeente fors. Miljoenen euro's gaan naar projecten. Dan, na 5 jaar, is het project 'afgerond'. De consultants vertrekken. De gemeente denkt: 'klaar, goed gedaan.'

Precies op dat moment valt de slinger stil. Het geld is op. De aandacht voor de gesprekken tussen eigenaren, ondernemers, gemeente en gebruikers. is weg. Niemand is meer verantwoordelijk. Men blijft niet bij de les. De markt verandert, trends verschuiven, winkels komen en gaan. Het gemaakte plan gaat niet vanzelf met de tijd mee. Het systeem krijgt geen voortdurende energie meer. Wie doet er wat als de kwaliteit van de onderlinge relaties tussen de belangrijkste partijen keldert.

Vitale winkelstraten zijn geen projecten met deadlines. Het zijn systemen die voortdurend onderhoud nodig hebben – voortdurend fouten maken, leren, aanpassen, groeien.

Dit is wat gemeenten nog te weinig beseffen.

Waarom dezelfde merken niet hetzelfde resultaat geven

De Bijenkorf huisvest een indrukwekkende verzameling internationale luxemerken – Louis Vuitton, Gucci, Chanel – via zogeheten shop-in-shops. Dat concept is daadwerkelijk gerepliceerd: zeven vestigingen door heel Nederland – Amsterdam, Amstelveen, Den Haag, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Maastricht – allemaal met vergelijkbaar aanbod. Toch heeft geen van die vestigingen ook maar bij benadering de uitstraling van de PC Hooftstraat.

Waarom niet? Omdat de merken bij De Bijenkorf te gast zijn in andermans huis – een hoek onder gezamenlijk dak, niet een zelfstandig pand. Omdat de merkkeuze daar een interne inkoopbeslissing is, niet de langzaam gegroeide collectieve curatie van eigenaren. Omdat luxecorners onder hetzelfde dak samenleven met alledaagse afdelingen en de jaarlijkse uitverkoopactie – exclusiviteit verzwakt. Zelfde merken, ander resultaat. Dit bewijst dat niet de merknamen de uitstraling maken, maar het niet-overdraagbare systeem eromheen. De schil is kopieerbaar, de kern niet.

Wat dan wel

Het begint met het loslaten van het voorbeeld als blauwdruk, en met het zoeken naar wat in uw eigen gebied al singulier is. Dat hoeft geen wereldberoemde museumcollectie te zijn – het kan een lokale ambachtstraditie zijn, een marktfunctie die nergens anders zo bestaat, historische bebouwing. De vraag is niet 'wat heeft PC', maar 'wat hebben wij dat anderen niet hebben?'

Het vraagt ook om vertrouwen tussen eigenaren, ondernemers en gemeente als traag, meerjarig proces – niet als iets wat met een projectplan valt af te dwingen met deadlines. Organiseer wat voorspelbaar is: kaders, investeringen, structuur. Faciliteer wat niet voorspelbaar is: welke ondernemer komt, hoe groeit energie, wat willen gebruikers? Leer voortdurend bij, pas aan. Zorg dat het systeem voortdurend energie krijgt. Het is niet eenmalig. En leer schakelen.

Een laatste toets

Overweegt u een gebied elders na te bootsen? Stel dan drie vragen.
(1) Welk deel is format – kopieerbaar – en welk deel uniek?
(2) Bestaat vertrouwen al, of groeit het nog en hebt u daar tijd voor? 
(3) Is er in uw eigen gebied iets unieks? Investeer liever in wat uniek kán worden, dan in een kopie van wat elders al uniek is.

Bezint eer gij een winkelgebied elders probeert na te bootsen. Maar begrijp vooral: als u het succesvol wilt maken, is dit geen project dat u afbouwt en waarmee u dan klaar bent. Dit is voortdurend werk. Organiseren, veranderen, faciliteren, leren, aanpassen. Jaar in, jaar uit.
De slinger die niet stopt – dat is wat een vitale winkelstraat is. Zolang hij van betrokken partijen energie krijgt, blijft hij heen en weer gaan. Zodra dat stopt, valt hij stil. Besef dat u er voortdurend werk aan zult hebben.

Auteur: Rudi Darson

 

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Complexiteit versus eenvoud in organisaties