Channels

De laatste tijd worden we met grote regelmaat geïnformeerd over nieuwe gevallen van fraude en over integriteitskwesties bij (vooral) topmanagement en politici. Waar lang in Nederland fraude niet of nauwelijks een probleem leek te zijn, is het dat nu opeens wel. Is het echt iets nieuws, een teken van verandering in onze cultuur, of is er wat anders aan de hand? En, nog belangrijker: wat kunnen we er tegen doen?

Fraude-Driehoek
De voornaamste elementen die een rol spelen bij fraude zijn te vatten in de zogenaamde fraudedriehoek , waarbij drie elementen de hoofdrol spelen:
1) Gelegenheid (opportunity): de kans / mogelijkheid om frauduleus te handelen
2) Noodzaak (need): voorbeelden hiervan zijn: schulden, een te luxe levensstijl en financiële tegenslagen
3) Rationalisatie: het voor jezelf rechtvaardigen van de fraude (ík werk er hard voor’, ‘ze betalen me te weinig’, ’anderen doen het ook’, ‘het bedrijf/de overheid heeft geld genoeg’ etc.)

Gelegenheid
Wat we nu zien is dat er bij de overheid nogal wat regelingen bestaan waarbij zelfs de meest voor de hand liggende checks vóór toekenning van bijvoorbeeld een toeslag, niet worden uitgevoerd. Allerlei informatie die op diverse plaatsen in het bezit van de overheid is, wordt niet gebruikt. Privacy is een aspect dat hier dan snel bijgehaald wordt, terwijl ook zonder schending van privacy, op een slimme manier van deze informatie gebruik gemaakt zou kunnen worden.
In bedrijven is men vaak ook nogal laks rond maatregelen ter voorkoming van fraude en het handhaven van controlemaatregelen. Er zijn mensen die het vertrouwen verdiend hebben en daarmee als het ware ‘boven’ de maatregelen komen te staan.
De meeste plegers van fraude hadden dit echter nog nooit eerder gedaan (en waren dus tot dan toe betrouwbaar) en hadden over het algemeen een positie van vertrouwen binnen de organisatie.

Lees ook:

Over teams die zichzelf in de staart bijten...

Noodzaak
De crisis duurt intussen al weer 5 jaar. Steeds meer mensen beginnen de gevolgen er van echt te voelen. De financiële (gezins-)situatie is soms ernstig verslechterd. Mogelijkheden van aanvullende financiering door de bank zijn nagenoeg weggevallen. Het is dus niet verwonderlijk om juist in een tijd van crisis waar te nemen dat fraude toeneemt.

Rationalisatie
Je kunt het voor een ander niet bedenken welke argumenten hij hanteert om zijn eigen gedrag goed te praten. De huidige crisis, waarbij mensen moeten inleveren, hun baan kwijt dreigen te raken of zelfs al ontslag aangezegd hebben gekregen vormen belangrijke elementen voor rationalisatie. Niet integer gedrag van de leiding, dat de laatste jaren veelvuldig is waar te nemen, versterkt de rationalisatie alleen maar.

Preventie
Preventie zou zich moeten richten op de drie elementen van de fraude driehoek. Aan de elementen Noodzaak en Rationalisatie kun je als bedrijf niet zo gek veel doen. Aandacht hebben voor de (financiële) situatie van de medewerkers, en heel scherp zijn op het gedrag van de leiding, zijn maatregelen die te treffen zijn. Een goede inventarisatie van frauderisico’s en maatregelen die getroffen zijn of juist ontbreken, helpt bij het verminderen van de factor Gelegenheid.
De kans op ontdekking, de kans om ‘gepakt’ te worden, is de belangrijkste preventieve maatregel tegen fraude. Uit publicaties blijkt dat de ‘pakkans’ minimaal is bij zaken die de laatste tijd in het nieuws zijn geweest, op terreinen van faillissementsfraude, zorgfraude, toeslagenfraude, identiteitsfraude, beleggingsfraude, verzekeringsfraude en belastingfraude. Dit betekent dat alle systemen die er voor zijn gebouwd, niet toereikend zijn.
Voor mij is dit een bewijs dat we onze pijlen veel meer moeten richten op de menselijke kant. Veel wordt wel gezien, vermoed of zelfs wel ‘geweten’ door collega’s en andere betrokkenen, zonder dat dit tot actie leidt. Een cultuurverandering is hiervoor nodig. In een situatie waarbij binnen de organisatie een wij-zij (medewerkers versus management) heerst, zal dit echter een vrijwel onmogelijke opgave zijn.
De genoemde fraudes betreffen voor een groot deel de overheid. Uit een recent onderzoek van de OESO is gebleken, dat Nederland nauwelijks geld uitgeeft aan fraudebestrijding, vervolging en bestraffing (lage ‘pakkans’!) en op dat terrein ver achter ligt op veel andere landen.

Conclusie
De omstandigheden zijn op dit moment nagenoeg perfect voor een fraudeur. Gelegenheid is er voldoende, noodzaak ontstaat meer en meer, het gedrag van leiding en politiek geeft voldoende houvast voor rationalisatie en bezuinigingen zorgen voor een nog lagere pakkans.
In het nieuws komen vooral de ‘publieke’ fraudezaken. Wat er gebeurt binnen bedrijven wordt meestal binnenskamers gehouden. Dat er ook daar op dit moment vrij veel fraude wordt gepleegd, lijkt echter wel zeker. Bedrijven zouden zich dan ook juist nu moeten wapenen tegen deze risico’s.

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Preventie is natuurlijk de beste oplossing om fraude aan te pakken. Voorkomen is altijd beter dan genezen. Inventariseren van frauderisico’s en het opstellen van duidelijk beleid en concrete maatregelen om de risico’s in te perken zijn dan eerste vereisten. Daarin onderschrijven wij de adviezen van de heer Doorenspleet.

Belangrijk is wel dat organisaties met hun medewerkers helder communiceren over het integriteitsbeleid en de gedragsprotocollen. Het wordt immers makkelijker om elkaar op gedrag aan te spreken als het gedragsprotocol geen “dode letter” is.

Maar wát als dan toch….??!
Onze ervaring leert dat hoe goed we de zaken ook hebben geregeld niet alles kan worden voorkomen. Daarom is ons advies om ook de aanpak van integriteitsschendingen deel uit te laten maken van het beleid. Het moet voor alle medewerkers duidelijk zijn hoe de organisatie optreedt tegen dit soort incidenten en welke maatregelen getroffen zouden kunnen worden.

Een melding van (een vermoeden van) fraude vraagt dan ook om een juiste en integere aanpak. Zorgvuldigheid is hierin zeer belangrijk. Want een valse beschuldiging kan veel schade veroorzaken, zowel persoonlijk voor de betrokkene (beschadiging reputatie) als voor de organisatie (imagoschade).

Kortom: wees heel zorgvuldig in de stappen die je in het onderzoek naar fraude zet. Trek niet te snel conclusies. Blijf met een ‘open mind’ de zaak benaderen, daarmee voorkom je een tunnelvisie. De eerste taak na een melding is namelijk ‘fact finding’, waarheidsvinding, en niet uitsluitend het zoeken naar bewijzen die aantonen dat de beschuldiging juist.

Piet van Gelder & Bregje De Lannoy-Walenkamp

Een juiste constatering dat de laatste jaren de omvang van (interne) fraude is gegroeid. In een situatie waarin de crisis voor medewerkers steeds sterker merkbaar wordt in hun portemonnee in combinatie met onzekerheid over baanbehoud snijden veel ondernemingen in de kosten van interne controle. Daarmee wordt de deur wagenwijd opengezet voor fraudeurs. De schade door interne fraude in Nederland wordt inmiddels beraamd op 5 tot 6 miljard euro per jaar; ongeveer 7 procent van de winst die wegvloeit.

In onze praktijk blijkt uit de gesprekken met fraudeurs dat men het veelal is gaan doen door een gebrek aan controle (het was zo gemakkelijk). Ook geeft men vaak aan dat men niet zou hebben gefraudeerd, als er beter gecontroleerd zou zijn en wanneer er meer duidelijkheid zou zijn geweest over wat wel en wat niet is toegestaan.

Juist nu is het zaak om alert te zijn, het personeel te laten meedenken over verbetering van de AO/IC, toezichtsmaatregelen te implementeren en controle op de naleving in te voeren. Duidelijkheid stellen over de grenzen is uitermate belangrijk.

En, minstens zo belangrijk, een professionele aanpak wanneer er fraudesignalen zijn. Los van het belang om een fraudeur uit de organisatie te verwijderen, zal daar ook een preventieve werking van uitgaan.

[…] daarbij uit bij gedrag rond fraude, waar ik eerder iets heb gepubliceerd in dit medium over de fraude driehoek: de 3 factoren die er samen voor zorgen dat iemand tot fraude over kan gaan: Gelegenheid, Noodzaak […]

x
x