De stille cancelcultuur rond nieuwe medewerkers

Columns

Een manager vertelde me onlangs over een medewerker die na acht maanden alweer weg was. Scherp, betrokken, inhoudelijk sterk. Bij de sollicitatie was iedereen enthousiast. De eerste maanden gingen ook goed: hij deed voorstellen voor een nieuwe werkwijze in het team, iets waar collega's al langer tegenaan liepen maar nooit hadden aangekaart.

Geleidelijk buitengesloten

Rond maand drie merkte de manager dat het enthousiasme wegzakte. Voorstellen die eerst nog serieus werden besproken, verdwenen zonder reactie in een Slack-kanaal. Bij de informele vrijdagmiddagborrel stond hij steeds vaker net iets buiten het groepje. Zijn manager zag het, maar deed er weinig mee, er was tenslotte geen conflict, geen aanleiding om in te grijpen.

Pas na zijn vertrek, in het exitgesprek, werd duidelijk hoe hij het had ervaren: ondanks alle vriendelijkheid om hem heen voelde hij zich geleidelijk buitengesloten.

"Er was gewoon geen klik," was de eerste verklaring die de manager mij gaf.

Achteraf erkende hij dat hij de signalen wel had gezien. De stiltes na zijn voorstellen, de borrel waar hij net niet bij hoorde maar dat hij er niets mee had gedaan omdat er geen concreet incident was om op te reageren. Precies dat maakte het probleem lastig grijpbaar. Precies dat maakt het zo gevaarlijk: er was geen ruzie, geen bewuste uitsluiting, alleen een langzaam groeiend gevoel er niet bij te horen.

Stille cancelcultuur

Dit is wat ik de stille cancelcultuur noem: niet de zichtbare verontwaardiging die we van sociale media kennen, maar het sluipende, alledaagse buitensluiten dat in meer organisaties speelt dan leidinggevenden beseffen en dat nieuwkomers als eerste raakt.

De meeste teams zien zichzelf als open en toegankelijk. Maar zodra iemand arriveert die de dingen anders bekijkt, ongemakkelijke vragen stelt of vanzelfsprekendheden ter discussie stelt, ontstaat er iets vreemds: ongemak.

Niet omdat die nieuwe collega het bij het verkeerde eind heeft. Maar omdat hij blootlegt wat voor de rest onzichtbaar is geworden.

Nieuwkomers werken als spiegels. En spiegels zijn zelden prettig om in te kijken.

Eerst overleven, dan bijdragen

Onderzoek naar sociale uitsluiting, zoals dat van psycholoog Kipling Williams¹, laat zien dat het een veel diepere impact heeft dan mensen vaak vermoeden. Het raakt direct aan de basisbehoefte om erbij te horen. Zodra die behoefte onder druk staat, verandert gedrag merkbaar: mensen worden terughoudender, stellen minder vragen, delen minder ideeën en nemen minder initiatief. Dat is niet zo vreemd: wie twijfelt of hij welkom is, richt zijn energie eerst op overleven, niet op bijdragen.

Het patroon is in veel organisaties herkenbaar. Een nieuwe medewerker start vol nieuwsgierigheid en stelt in de eerste weken vragen waar niemand anders nog bij stilstaat.

Waarom werkt dit eigenlijk zo? Waarom houden we vast aan dit systeem? Waarom is deze procedure zo omslachtig? Vragen die goud waard kunnen zijn. Maar ook vragen die oude patronen blootleggen.

Daar ontstaat wrijving. Een teamlid dat al tien jaar hetzelfde proces draait, ervaart de vraag "waarom doen we dit zo?" al snel als kritiek op zijn werk, ook als die niet zo bedoeld is. De reactie is dan zelden een boos weerwoord. Vaker is het een korte, afsluitende opmerking, "dat is nu eenmaal hoe het hier gaat" waarna het gesprek stopt en de nieuwkomer leert zijn vraag de volgende keer voor zich te houden.

Niet elke organisatie weet daar goed mee om te gaan. Sommige teams reageren met nieuwsgierigheid, andere met een subtiele vorm van verdediging. Niet openlijk maar wel merkbaar.

De nieuwkomer krijgt minder informatie. Wordt minder betrokken bij beslissingen. Krijgt minder informele feedback. Niemand zegt het hardop. Iedereen voelt het wel.

Wat een brandweercommandant anders doet

Ik denk vaak terug aan een brandweercommandant die ik sprak over precies dit dilemma. Bij zijn korps worden nieuwe mensen in hun eerste maanden bewust gevraagd om mee te lopen bij evaluaties na een inzet, niet als toehoorder, maar met de expliciete opdracht om minstens één vraag te stellen over waarom iets zo is aangepakt.

Dat leidt niet altijd tot applaus. Hij vertelde over een nieuwe collega die na een grote brand vroeg waarom de ploeg een bepaalde routine bij het opstellen van materieel nog steeds volgde, terwijl er inmiddels sneller materieel beschikbaar was. Voor een deel van het team voelde die vraag als een aanval op jarenlange ervaring. Er viel een korte, ongemakkelijke stilte.

De commandant greep in door de vraag serieus te nemen in plaats van te sussen: hij vroeg het team hardop om de routine te verantwoorden. Niemand kon dat overtuigend doen. Binnen twee weken was de werkwijze aangepast.

"Na een paar jaar zie je bepaalde dingen niet meer," zei hij me. "Daarom heb ik iemand nodig die dat nog wel ziet en ik moet zorgen dat die persoon zich veilig genoeg voelt om het ook te zeggen."

Die laatste toevoeging is denk ik de kern. Het gaat niet alleen om nieuwkomers die vragen stellen. Het gaat om leidinggevenden die vooraf duidelijk maken dat die vragen welkom zijn, en die zichtbaar ingrijpen op het moment dat het team met ongemak reageert.

Want de manier waarop een organisatie met nieuwe medewerkers omgaat, zegt veel over hoe ze omgaat met verschil in het algemeen.

Een cultuur die andere perspectieven omarmt, ontwikkelt zich sneller. Een cultuur die ze wegduwt, bevestigt vooral zichzelf en dat heeft op termijn een prijs: niet alleen omdat talent vertrekt, maar ook omdat het vermogen om te vernieuwen langzaam verdwijnt.

De grootste bedreiging voor organisaties zit zelden in gebrek aan kennis. Het zit in het verdwijnen van nieuwsgierigheid.

Wat leidinggevenden concreet kunnen doen

Daarom ligt hier een concrete opgave voor leidinggevenden, en niet alleen een goede bedoeling.

Plan in de eerste maand een vast moment, bijvoorbeeld na vier en na acht weken, waarin je expliciet vraagt wat een nieuwe medewerker is opgevallen, en wat hem of haar verbaast. Vraag er actief naar, want spontaan komt het zelden.

Grijp zichtbaar in wanneer het team afwijzend reageert op een kritische vraag. Dat kan zo simpel zijn als de vraag hardop herhalen en serieus nemen, zoals de brandweercommandant deed, in plaats van hem te laten wegzakken in een korte stilte.

Leg vooraf uit, aan het hele team, waarom je dit doet, zodat kritische vragen niet als aanval maar als onderdeel van de afspraak worden gezien. Misschien ontdek je dan iets wat jezelf allang niet meer opviel.

Uiteindelijk is de vraag niet of een nieuwe medewerker past binnen de cultuur. De echte vraag is interessanter: Kan jouw cultuur omgaan met iemand die anders kijkt?

Want precies daar begint vernieuwing.

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--

Meer over Interactie patronen