Ken je ook zingevingsdrift?

Vragen rondom grote thema's gaan over overtuigingen, die ons bepalen in ons werk. Ja, zo belangrijk zijn onze ideeën, persoonlijke missies en visies, dat ze onze houding in het werk, maar ook privé bepalen en dat bepaalt hoe we ons opstellen bijvoorbeeld in samenwerking of bij veranderingen. 

Reden te meer om hier eens aandacht voor die levensvragen te hebben. Vandaag gaat het over: geloof je (of niet) dat in dit universum een plan wordt uitgevoerd door een hoge intelligentie, heeft dat dan een gevolg? En als je vindt dat je een bijdrage levert aan zo'n plan, maakt je dat dan bijvoorbeeld gedrevener? Laten we hier eens ruimte maken voor wat  diepgang en zingeving. 

Ik lees op dit moment 'Een kleine geschiedenis van bijna alles' van Bill Bryson. Zijn beschrijving van de oceanen vergroot mijn verwondering over het leven. Water, atmosfeer, zonlicht en processen diep in de aarde: zoveel grijpt in elkaar en draagt bij aan de omstandigheden waarin wij bestaan. Het leven verandert vervolgens zelf die omstandigheden. En binnen dat geheel verschijnt uiteindelijk  een wezen dat erover kan nadenken, vragen kan stellen en bewust kan ingrijpen. De mens. 

Zit achter dit alles een bedoeling? Is er bijvoorbeeld een hogere intelligentie? Ik weet het niet. Jij ook niet, waarschijnlijk. Ik weet niet wat jij gelooft, maar wat ik geloof is dat ons bestaan een diepere betekenis heeft, al kan ik dat niet bewijzen.

Tegelijk vraag ik me af waarop de zekerheid berust van degenen die iedere hogere intelligentie of bedoeling uitsluiten, zoals een aantal belangrijke wetenschappers die denken dat hun status alleen voldoende is om dit te kunnen. Wie zegt onvoldoende reden te zien om erin te geloven, laat de vraag open. Wie zegt dat er beslist niets achter zit, doet zelf een uitspraak die om onderbouwing vraagt.

Mijn geloof omvat ook de gedachte dat we een ziel hebben en dat ons geestelijke bestaan na de dood verdergaat. Daartegenover staat de materialistische opvatting dat ons bewustzijn uit het brein voortkomt. Voor die opvatting bestaan serieuze argumenten. Beschadiging van de hersenen kan immers ons geheugen, onze persoonlijkheid en onze mogelijkheden ingrijpend veranderen.

Ik zie het brein echter meer als een instrument en de geest als de muzikant die het bespeelt. Als het instrument beschadigd raakt, verandert wat de muzikant ermee kan uitdrukken. Die vergelijking bewijst geen zelfstandige ziel. Ze verwoordt hoe ik de relatie tussen geest en brein begrijp. Waar een ander het brein als producent van de mind ziet, vermoed ik het omgedraaide: dat de mind ons brein als een instrument bespeelt om zijn 'muziek' ermee te kunnen maken.  

Dat vermoeden heeft gevolgen voor hoe ik naar ons leven kijk. Misschien zijn we hier om te ervaren wat een materieel bestaan ons kan geven en waar de grenzen ervan liggen. We kunnen genieten, ons verrijken en een mooi leven opbouwen. We kunnen elkaar aanraken, verzorgen en troosten. Tegelijk is alles kwetsbaar en vergankelijk. Er zijn oorlogen. Ons lichaam kan ziek worden en sterven. Wat we bezitten, kunnen we verliezen.

Veel angst en strijd hangen samen met die kwetsbaarheid en dus met die angst. We willen veiligheid, bezit, invloed en bescherming voor onze eigen groep. Ook trots, overtuigingen en gekrenktheid spelen mee. De natuur zelf kent bovendien wreedheid en onvoorstelbaar veel lijden. Mijn geloof in een diepere bedoeling neemt die werkelijkheid echter niet weg.

Juist binnen dat bestaan zie ik een mogelijkheid tot groei: van natuurdriftige naar geestdriftige wezens. We kunnen leren omgaan met onze neiging om onszelf steeds op de eerste plaats te zetten. Ons eigen belang hoeft niet voortdurend het middelpunt te zijn. We kunnen ruimte maken voor het bestaan, de behoeften en de kwetsbaarheid van een ander. 

In mijn beeld van geest en brein betekent dat: met het instrument dat ons ter beschikking staat, kunnen we een liefdevol lied leren meespelen. De mogelijkheden daarvoor verschillen per persoon. Ziekte en beschadiging kunnen iemand ernstig beperken; daaruit volgt geen oordeel over diens innerlijke waarde. Het gaat mij om de ontwikkelingsruimte die ieder binnen zijn eigen mogelijkheden heeft.

Die ontwikkeling moet van binnenuit komen. Liefdevol gedrag verliest zijn geloofwaardigheid wanneer het een voorstelling wordt. Als ik iemand van binnen haat en uiterlijk liefde speel, blijft die vijandigheid bestaan. Geestelijke verdieping vraagt dat ik ook mijn binnenwereld onderzoek: mijn afgunst, mijn behoefte aan erkenning, mijn verlangen om gelijk te krijgen. Liefde is voor mij een staat van het hart, die zichtbaar wordt in hoe we handelen.

Of onze ziel die ontwikkeling na de dood voortzet, weet ik niet. Ik geloof het wel. En ook hier, op aarde, zie ik alle reden om die groei serieus te nemen. We kunnen leren minder om onszelf te draaien, minder in stammen te denken en anderen steeds minder voorwaarden te stellen voor onze liefde. Misschien ligt daarin een wezenlijk deel van wat wij hier komen ervaren. In de hoop dat dit hier geen eindhalte is. 

 

 

 

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--