Mobiliteit bepaalt omzet: auto, fiets en voetganger even belangrijk voor winkelcentrum

Wat betekenen mobiliteitskeuzes voor de economische prestaties van winkelcentra? Het Verplaatsings- en Bestedingsonderzoek 2025 van Platform Binnenstadsmanagement en Movares geeft een helder en vooral genuanceerd antwoord. De kernboodschap is eenvoudig: centrumgebieden floreren bij een balans tussen bereikbaarheid, verblijfskwaliteit en aanbod. Geen enkele vervoerswijze is “de oplossing”. De mix bepaalt het succes. Vervoerskeuze hangt direct samen met bezoekfrequentie, verblijfsduur en bestedingen.

Mobiliteit is geen trekker op zichzelf, maar wel een essentiële randvoorwaarde. Wanneer bereikbaarheid verslechtert, wijken bezoekers uit naar andere centra of online alternatieven. Dat laat ook nieuw onderzoek van Sweco voor Topsector Logistiek en Vakcentrum zien.

Auto: hoge besteding per bezoek

Automobilisten geven gemiddeld het meeste uit per bezoek. In grote binnensteden ligt dit rond €140 per bezoek. Dat is aanzienlijk hoger dan bij bezoekers die te voet, per fiets of met het OV komen. Deze bezoekers komen vaak van verder weg, bezoeken minder frequent, maar doen grotere en doelgerichte aankopen. Voor sectoren zoals mode, horeca en doelgerichte retail zijn autobezoekers daarom economisch cruciaal. De gemiddelde besteding per bezoek bevestigt dit beeld. Grote binnensteden realiseren circa €90 per bezoek, middelgrote centra €75, kleine centra €71 en wijk- en stadsdeelcentra €73.

Fietsers en voetgangers zijn de stille economische motor

Het echte inzicht ontstaat wanneer frequentie wordt meegenomen. Bezoekers die dichtbij wonen en te voet of per fiets komen, bezoeken centra veel vaker. Daardoor liggen hun maandelijkse bestedingen per persoon juist hoger. In grote centra besteden voetgangers gemiddeld circa €504 per maand, fietsers €360 en automobilisten €197. Automobilisten zorgen voor piekomzet per bezoek, terwijl voetgangers en fietsers de structurele basis van de omzet vormen; hun aandeel in de omzet is 50/50. Voor winkelcentra betekent dit dat beide groepen onmisbaar zijn.

Bereikbaarheid blijft doorslaggevend

Reistijd blijkt de belangrijkste factor in vervoerskeuze. Voetgangers en fietsers zijn gemiddeld bereid 10–12 minuten te reizen. Auto- en treinreizigers accepteren reistijden van ruim 30 minuten. Grotere centra trekken daardoor relatief meer auto- en OV-bezoekers; wijkcentra functioneren juist sterk lokaal. Dit betekent ook dat gedragsverandering beperkt maakbaar is. Mensen kiezen het vervoermiddel dat het makkelijkst en snelst is. Alternatieven werken alleen wanneer ze daadwerkelijk voordelen bieden in reistijd, gemak of kosten.

Het onderzoek laat duidelijke verschillen zien tussen week- en weekendbezoek. Doordeweeks domineren lokale bezoekers die frequent en doelgericht winkelen. In het weekend komen meer regionale bezoekers, verblijven langer en besteden meer. Auto en trein zijn dan dominanter aanwezig. Weekenddagen zijn daarmee economisch extra belangrijk voor veel centra.

Pas op voor wensdenken in mobiliteitsbeleid

Een belangrijke waarschuwing uit het onderzoek is het economisch afbreukrisico van eenzijdig beleid. Mobiliteitsmaatregelen worden vaak beoordeeld vanuit duurzaamheid en ruimtegebruik, maar te weinig vanuit economische effecten. Wanneer bereikbaarheid verslechtert zonder goede alternatieven, bestaat het risico dat bezoekers wegblijven, omzet daalt en leegstand toeneemt. Daarom werkt een uniforme aanpak niet. Elk centrum heeft een eigen profiel, verzorgingsgebied en functiemix. Maatwerk is essentieel.

Gedragsverandering lukt alleen met een samenhangend pakket maatregelen. Eerst moeten aantrekkelijke alternatieven worden ontwikkeld: goede fietsvoorzieningen, OV-bereikbaarheid en P+R-structuren. Pas daarna kunnen beperkingen voor de auto effectief zijn. Zonder aantrekkelijk alternatief blijven bezoekers kiezen voor de makkelijkste optie.

Voor beheerders ligt hier een duidelijke agenda. Zie mobiliteit, economie en verblijfskwaliteit als één systeem. Zorg voor een gebalanceerde mobiliteitsmix. Monitor de effecten van maatregelen en stuur bij waar nodig. En communiceer eerlijk over de economische consequenties van keuzes.

Centrumgebieden zijn economische ecosystemen. Bereikbaarheid, aanbod, openbare ruimte en bezoekersgedrag zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie deze samenhang begrijpt, kan gericht sturen op een toekomstbestendig en economisch vitaal centrum.

Bron: Movares

Lees ook: Meer groen, meer supermarktmeters, meer parkeren, minder ruimte voor mobiliteit, maar niet minder logistiek

Deel uw  ervaringen op ManagementSite

Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.

SCHRIJF MEE  >>

Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--