Channels

Soms word ik heel erg blij als ik de krant lees. Het overkwam me vanochtend toen mijn oog viel op het interview met de Israëlische regisseur Cedar.
Hij liep voor de tweede keer de Oscar voor beste niet-Engelstalige film mis. En dat terwijl zijn film ‘Footnote’ precies handelt over de (on)zin van prijzen en Awards en de zucht naar erkenning. Cedar: ‘Erkenning is iets geks. Mensen doen er alles voor. Als je het niet krijgt steekt het. Maar krijg je het wel, dan zie je er onmiddellijk de betrekkelijkheid van.’ Cedar’s ‘Footnote’ was in concurrentie met ‘A separation’ van de Iranese regisseur Farhadi.
In Iran leidde dat tot een mini-filmoorlog tussen de twee landen. Een bizarre ervaring voor Cedar die goed bevriend is met Fahradi wiens film hij briljant vindt. De Oscar ging uiteindelijk naar Iran. En nu komt de reden van mijn blijdschap, de reactie van Cedar hierop: ‘Net niet winnen is best een aangename en bevrijdende ervaring. De teleurstelling zakte sneller dan verwacht. Maar ik ben er dan ook in getraind’, voegt hij met ironie toe.

Kijk dat vind ík nu weer bevrijdend, dat iemand zo naar zijn ‘verlies’ kan kijken. Hij leeft ons de betrekkelijkheid voor van ‘de beste zijn’. En laat ons een elegant alternatief zien hoe samen te werken in een door concurrentie gedomineerde maatschappij. Een spanningsveld dat ieder van ons dagelijks tegen komt in leven en werk, waarin we onszelf voortdurend vergelijken met anderen en waar er maar één de beste kan zijn. De ander moet plaats maken, een beetje naar de zijlijn gedrukt worden, zodat mijn ster kan stralen. Eigenlijk een armoedige toestand als je het wel beschouwt omdat het uitgaat van schaarste. Het is alsof je vroeger thuis aan de keukentafel zat met broertjes en zusjes, elkaar beconcurrerend om aandacht.

Een andere lastigheid bij beter te willen zijn dan de ander, is het feit dat de meetlat die je hanteert buiten jezelf ligt. Terwijl die cineasten toch beiden de beste mogelijke film gemaakt hebben, door iets te maken waar ze zélf in geloofden. Juist niet luisterend naar de markt of de Iranese regering.

In organisaties leggen we ook vaak mensen langs een externe maatstaf zoals competentieprofielen, targets, waarmee we zogezegd mensen ‘objectief’ met elkaar kunnen vergelijken. En dan krijgt Hans te horen op welke punten hij afwijkt van het ideaalprofiel en Ineke dat zij nog niet helemaal voldoet aan de functie-eisen. Met vaak als resultaat dat zij zich gebrekkig voelen en niet gezien, waardoor hun ontwikkeling eerder stagneert dan op gang wordt gebracht.

Naar mijn gevoel komt dat omdat mensen erkenning krijgen voor hun prestaties, terwijl we vooral gezien willen worden in wie we zijn. En de paradox is dat als we ons gezien weten er een proces op gang komt waarin we plezier en vertrouwen krijgen om onszelf te verbeteren en het beste te geven van wat we in huis hebben. En dat is precies de manier waarop Cedar zijn ‘beste’ film maakt en hij het net niet winnen van een Oscar kan ervaren als aangenaam en bevrijdend….

Kennisbank onderwerpen:

Kennisbank onderwerpen:

 

Reageer

Na het plaatsen kunt u uw reactie nog 30 minuten aanpassen.

Reacties

Wat een verrassing, om dit stuk hier te mogen lezen! Het allom gebezigde creeeren van een “win-win” situatie krijgt hier inhoud. 3 mensen en hun werk krijgen naast elkaar hun plek: de Israelische film maker, de Iraanse regisseur en de schrijfster van de column. Mooi om te zien…

In het huidig tijdsgewricht van global and local crises, lijkt de tijd rijp om deze Tayloriaanse paradox tussen menselijke behoeften en prestatiegericht organiseren te doorbreken. Vanuit en mèt Aandacht voor wie ieder mens IS, kunnen we ‘rijker organiseren’ met elkaar dunkt me: voor onszelf, onze collega’s en onze klanten.
Een perspectief van sociaal innoveren dat de ‘moeite’ waard is.
DhianSioe
organisatiecoach

Mooie quotes en een prima bijdrage; er valt zo bezien (door de ogen van Cedar) misschien een (organisatie)wereld te winnen door een klassiek darwinistisch model van ‘competitie & angst’ langzamerhand te (leren) vervangen door een ethisch model van bijvoorbeeld ‘nieuwsgierigheid & samenwerking’.

Dit laatste vergt echter een (ethische) wijsheid die maar weinig managers eigen is onder meer omdat zij hier domweg niet in zijn geschoold. Mintzberg, de grondlegger van de huidige MBA-opleidingen, doet in zijn boek “Managers, maar dan echte” dan ook een dringende oproep om vooral ouderen(!) te gaan (bij- en om-)scholen tot MBA-managers met een sterk ethisch besef; wellicht ontstaat dan langzamerhand ook zoiets als “ethisch management”.

Ondernemer Frans Otten is wat mij betreft een mooi voorbeeld van een manager met een sterk ethisch besef ( zie onder meer: http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2011-2012/CleanTech–De–schone-toekomst.html ). Hij geeft (al langer) blijk van ‘nieuwsgierigheid & samenwerking’ en een positieve en praktische gerichtheid op de ‘Ander’.

M.b.t. de ontwikkeling van voorgaande stellen filosofen als Buber, Levinas en Tischner ons de ethischwijze maar complexe basisvraag: ‘wie is de Ander?’. Die indringende vraag zou misschien een basis kunnen gaan vormen voor allerlei vormen van ethisch management in toekomstige organisaties mét daarbij passende organisatiemodellen. Een management waarin álle stakeholders zich gehoord en gezien voelen als mens en als klant die hun verlies kunnen op de manier zoals Cedar.

En morgen is het bevrijdingsdag!

x
x