Mannen zijn betere beslissers. Vrouwen zijn socialer. Mannen denken voortdurend aan seks, vrouwen roddelen meer. Mannen houden van status, vrouwen van gezelligheid. En als er iets moet veranderen, kun je beter een vrouw hebben, want mannen zijn nu eenmaal wat minder flexibel. We kennen allemaal dit soort uitspraken. Soms worden ze met een knipoog gedaan, soms met grote overtuiging. En opvallend vaak worden ze gepresenteerd alsof het wetenschappelijk vastgestelde feiten zijn.
In 2016, alweer 10 jaar geleden, verzamelde ik voor een training over mijn top 5-boek 'Mannen en/of vrouwen' 21 stellingen over de verschillen tussen mannen en vrouwen. Deelnemers moesten aangeven of ze waar of onwaar waren. Dat leverde steevast levendige discussies op. Want iedereen heeft wel een vader, moeder, partner, collega of leidinggevende die het bewijs lijkt te leveren voor een bepaalde opvatting. Eén dominante vrouwelijke manager en het staat vast dat vrouwen bazig zijn. Eén man die niet luistert en we weten weer dat mannen communicatief gehandicapt zijn
Tien jaar later is het interessant om die stellingen opnieuw te bekijken. Wat zegt de wetenschap inmiddels? Het antwoord is verrassend. Een aantal verschillen bestaat inderdaad, maar veel populaire overtuigingen blijken overdreven, slecht onderzocht of eenvoudigweg onjuist. Dat is minder spannend in de gesprekken, maar belangrijk om te benoemen.
Vrouwen roddelen, mannen denken altijd aan seks
Neem de overtuiging dat vrouwen meer roddelen dan mannen. Een heerlijk onderwerp voor bij de koffieautomaat, waar het bewijs doorgaans onmiddellijk wordt geleverd. Toch blijkt uit onderzoek waarin dagelijkse gesprekken werden bestudeerd dat mannen en vrouwen ongeveer evenveel over afwezige personen praten. Vrouwen doen dat soms iets vaker op een neutrale manier, maar bij negatieve roddels zijn de verschillen klein of afwezig.
En dan die andere klassieker: mannen denken tijdens een vergadering gemiddeld een kwart van de tijd aan seks. Dat zou betekenen dat een man tijdens een vergadering van twee uur ongeveer dertig minuten met zijn gedachten elders is. Een opmerkelijke prestatie, zeker wanneer hij ondertussen ook nog de notulen moet maken.
Er is alleen geen betrouwbaar onderzoek dat dit percentage ondersteunt. Misschien denken sommige mannen tijdens vergaderingen vooral aan de lunch. Daarover bestaat overigens ook onderzoek: eten houdt ons allemaal behoorlijk bezig.
De auto als verleider
Ook over aantrekkelijkheid hebben we uitgesproken ideeën. Zo zou een man aantrekkelijker worden wanneer hij in een dure auto rijdt. Daar zit daadwerkelijk een kern van waarheid in. In een experiment werd dezelfde man aantrekkelijker gevonden wanneer hij in een luxe Bentley zat dan wanneer hij in een bescheiden Ford Fiesta plaatsnam.
Bij vrouwen werd dat effect in hetzelfde onderzoek niet gevonden. Een dure auto lijkt dus onder bepaalde omstandigheden de aantrekkelijkheid van mannen te vergroten, terwijl dat voor vrouwen veel minder duidelijk is. Daarmee is overigens nog niet bewezen dat vrouwen massaal vallen voor mannen met een dure auto. Misschien waarderen ze vooral de financiële zekerheid die zo'n auto suggereert. En in mijn trainingen zag ik ook vrouwen die denken: wat moet die man compenseren?
Mannen nemen betere besluiten dan vrouwen
Op de werkvloer worden de vooroordelen serieuzer. Mannen zouden beter zijn in het afwegen van ingewikkelde vraagstukken. Vrouwen zouden gevoeliger zijn voor omstandigheden en zich gemakkelijker laten beïnvloeden. Mannen zouden principiëler zijn, of juist vrouwen. Afhankelijk van wie je spreekt, krijgt ieder geslacht eigenschappen toegedicht die toevallig goed passen bij het verhaal dat iemand wil vertellen.
Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt deze algemene uitspraken nauwelijks. Er zijn gemiddelde verschillen in bijvoorbeeld risicobereidheid, emotionele vaardigheden en bepaalde persoonlijkheidskenmerken. Mannen nemen gemiddeld vaker risico's. Vrouwen presteren gemiddeld beter op sommige taken waarbij emoties moeten worden herkend en begrepen.
Maar wie daardoor betere besluiten neemt, is een heel andere vraag. Een risicovolle beslissing kan briljant zijn of rampzalig. En iemand die goed emoties herkent, hoeft nog geen verstandige manager te zijn.
Bovendien zijn de individuele verschillen vaak aanzienlijk. Een analytisch sterke vrouw kan ingewikkelde vraagstukken uitstekend doorgronden. Een sociaal vaardige man kan een conflict beter oplossen dan zijn vrouwelijke collega. Het geslacht vertelt ons daar verrassend weinig over.
Zijn vrouwen betere leidinggevenden?
Hier wordt het interessant. Want onderzoek laat zien dat vrouwelijke leidinggevenden op bepaalde leiderschapskwaliteiten gemiddeld iets positiever worden beoordeeld dan mannelijke leidinggevenden. Vooral bij coachend gedrag, samenwerking en aandacht voor medewerkers komen vrouwen in sommige onderzoeken gunstig naar voren.
Tegelijkertijd zijn mannen nog steeds oververtegenwoordigd in de hoogste bestuursfuncties. Dat roept een interessante vraag op. Als vrouwen op bepaalde leiderschapskwaliteiten minstens zo goed presteren, waarom zitten er dan nog steeds zoveel meer mannen aan de top?
Daar spelen verschillende factoren mee, waaronder loopbaanpatronen, zorgtaken, selectieprocedures, organisatiecultuur en bestaande machtsverhoudingen. Ook onbewuste verwachtingen kunnen een rol spelen. Een daadkrachtige man wordt bijvoorbeeld gemakkelijk als een natuurlijke leider gezien, terwijl precies hetzelfde gedrag bij een vrouw soms als dominant wordt ervaren.
Maar ook hier geldt dat we moeten oppassen voor nieuwe stereotypen. Uit onderzoek dat vrouwen gemiddeld op bepaalde vaardigheden hoger beoordeelt, volgt niet dat iedere vrouwelijke manager beter is dan iedere mannelijke manager.
De hardnekkige mythe van de mensgerichte vrouw
Vrouwen zouden socialer zijn, meer oog hebben voor gevoelens en gemakkelijker verbinding maken. Mannen zouden vooral geïnteresseerd zijn in resultaten, status en macht.
Ook dit beeld is veel te eenvoudig. Er zijn wel gemiddelde verschillen in sommige sociale en emotionele vaardigheden. Maar mensgerichtheid bestaat uit veel meer dan empathie. Het gaat ook om luisteren, belangstelling tonen, eerlijk handelen, conflicten oplossen en medewerkers helpen zich te ontwikkelen.
Die eigenschappen zijn bij beide geslachten te vinden. Bovendien worden ze sterk beïnvloed door opvoeding, ervaring, persoonlijkheid en de cultuur waarin iemand werkt.
Hetzelfde geldt voor de overtuiging dat vrouwen principiëler zijn en sterker vasthouden aan oorspronkelijke plannen. Daarvoor bestaat geen overtuigend algemeen bewijs. En zelfs als iemand sterk aan een plan vasthoudt, is de vraag of dat een kwaliteit is. We noemen het doorzettingsvermogen wanneer het goed afloopt en koppigheid wanneer het verkeerd gaat.
Status, macht en de evolutie
Een ander bekend idee is dat mannen vooral status nastreven omdat status hun voortplantingskansen vergroot. Daarvoor bestaat enige ondersteuning vanuit de evolutionaire psychologie. In verschillende samenlevingen hangt mannelijke status samen met toegang tot middelen, partners en soms een groter aantal nakomelingen.
Maar daarmee is nog niet verklaard waarom de ene man directeur wil worden en de andere gelukkig is als fietsenmaker. Status kan ook te maken hebben met erkenning, zekerheid, autonomie of persoonlijke ambitie. En vrouwen zijn uiteraard evenmin ongevoelig voor aanzien en invloed.
Opvallend genoeg laat onderzoek naar voorkeuren voor sociale hiërarchie gemiddeld eerder een sterkere voorkeur bij mannen zien. De oude stelling dat hiërarchie vooral voor vrouwen belangrijk is, lijkt dus eerder omgekeerd te moeten worden.
En wie is er eigenlijk angstiger?
Ook over angst bestaan merkwaardige opvattingen. Mannen zouden angstiger zijn dan vrouwen, maar hun angst beter verbergen. Onderzoek laat gemiddeld juist meer gerapporteerde angstklachten en angststoornissen bij vrouwen zien.
Dat betekent niet dat mannen minder bang kunnen zijn. Mannen en vrouwen kunnen verschillen in hoe ze angst ervaren, uiten en rapporteren. Bovendien zijn er grote individuele verschillen.
En dan is er nog de vraag wie anderen vaker buitensluit of negeert. Lange tijd werd gedacht dat vrouwen vooral relationele agressie gebruiken, terwijl mannen eerder fysiek agressief worden. Grote onderzoeken laten echter zien dat het verschil in relationele agressie veel kleiner is dan vaak wordt aangenomen. Buitensluiten, negeren en sociaal beschadigen zijn gedragingen die bij beide geslachten voorkomen.
Vrouwen zijn empatischer
Het wordt pas echt belangrijk wanneer onze opvattingen over mannen en vrouwen invloed krijgen op personeelsbeslissingen. Stel dat een organisatie een nieuwe teamleider zoekt. Er zijn twee kandidaten. Een man die bekendstaat als daadkrachtig en een vrouw die bekendstaat als zorgvuldig en sociaal. Als de selectiecommissie ervan overtuigd is dat mannen beter complexe besluiten nemen, heeft de man mogelijk al een voorsprong voordat het gesprek begint.
Andersom kan een man die solliciteert naar een functie waarin empathie en begeleiding belangrijk zijn, worden onderschat omdat men denkt dat vrouwen daar van nature beter in zijn. Zo kunnen stereotypen zichzelf versterken. Mensen krijgen kansen op basis van eigenschappen die we hun toedichten. Vervolgens ontwikkelen ze zich in de richting van die verwachtingen, waarna we tevreden constateren dat onze oorspronkelijke overtuiging klopte.
Dat is voor organisaties een serieus probleem. Want wie mensen beoordeelt op basis van groepskenmerken, loopt het risico talent over het hoofd te zien. Een goede leidinggevende kijkt daarom naar aantoonbaar gedrag, vaardigheden, motivatie en ontwikkelingsmogelijkheden. Hoe gaat iemand om met conflicten? Kan iemand luisteren? Hoe worden besluiten genomen? Hoe reageert iemand op tegenspraak? Dat zijn veel bruikbaardere vragen dan de vraag of iemand man of vrouw is.
Allemaal bevooroordeeld
Het aardige van deze 21 stellingen is dat ze bijna iedereen op enig moment op het verkeerde been zetten. We hebben allemaal ervaringen die onze overtuigingen lijken te bevestigen. Ons brein is bovendien bijzonder goed in het onthouden van voorbeelden die passen bij wat we al geloven.
Dat heet bevestigingsbias. Wie denkt dat vrouwen meer roddelen, zal vrouwelijke collega's die over anderen praten sneller opmerken. Wanneer twee mannen precies hetzelfde doen, heet het misschien gewoon informatie uitwisselen.
De wetenschap helpt ons om afstand te nemen van zulke vanzelfsprekendheden. Ze laat zien dat sommige gemiddelde verschillen werkelijk bestaan, maar ook dat we die verschillen gemakkelijk overdrijven. En vooral dat een gemiddelde weinig zegt over een individu. Dat is een belangrijke les voor iedereen die leidinggeeft, samenwerkt of mensen beoordeelt.
Mannen en vrouwen verschillen op sommige punten. Dat maakt mensen interessant. Maar zodra we denken dat we iemand begrijpen omdat we weten tot welk geslacht die behoort, maken we het onszelf wel erg gemakkelijk. En laten we vooral tijdens de volgende vergadering wat minder speculeren over waar mannen en vrouwen allemaal aan denken. Dan houden we vanzelf meer tijd over om goede besluiten te nemen.
www.bertoverbeek.com
Deel uw ervaringen op ManagementSite
Wij zijn altijd op zoek naar ervaringen uit de praktijk, wat werkt wel, wat niet.
SCHRIJF MEE >>
Als u 3 of meer artikelen per jaar schrijft, ontvangt u een gratis pro-abonnement twv €200,--